Deze week kreeg ik van een collega de stempel ‘snob’. Hij dacht dat ik gewoon een winkel instapte en lukraak kocht waar ik zin in had. Wat mijn truttige hoofd al niet kan doen vermoeden. Want niets is minder waar. Ik heb altijd hard voor mijn eigen geld moeten werken en geleerd dat je het maar één keer uit kan geven. Dus zomaar iets duurs (alles boven de 5 euro) kopen, doe ik echt niet vaak. Dan moet er eerst gewikt, gewogen en heel internet afgespeurd worden. Want stel je voor dat het ergens anders een euro goedkoper is. Dat scheelt maar mooi. En zo spendeer ik uren op internet. Op zoek naar dat ene koopje. En dat kan van alles zijn; een echte Mason Pearson borstel (de Ferrari onder de borstels, uiteindelijk bij een online hondenspeciaalzaak voor een speciaal prijsje gevonden. Ja gewoon nieuw, zover ga ik nou ook weer niet). Dagcrème (liefst die op natuurlijke basis), mascara (van Clinique, alleen afwasbaar met warm water), een spiegel van steigerhout (in verstek, voor boven de sidetable in de gang) en ga zo maar door. Mijn nieuwste project? Een (leger)kist voor het speelgoed van Luc.
Marktplaats is uiteraard één van mijn favoriete sites. Maar je moet goed zoeken. Want handelaren bieden hun waar ook aan, voor een belachelijk hoge prijs. Dus ik zoek een particulier. En baal als speelgoed zonder kist, als blijkt dat dé perfecte kist net voor mijn neus weggekaapt is. Ik rijd naar een legerdump in Gorinchem. Een adresje in Meteren. Niets van wat ik zoek. Marktplaats is geduldig en als ik weer kijk, zie ik een geweldig gave kist, met precies de juiste afmetingen. Gereserveerd. Gr#! Ik mail nog, maar het mocht niet baten. En sindsdien check ik Marktplaats elke dag. Twee keer. En uiteraard staan ze er wel op hoor. In Friesland, Groningen, Heerhugowaard, Limburg en Zundert. Zelfs ik, als niet-topografisch-aangelegd-wonder, begrijp dat dat niet om de hoek is. Ook doordat Marktplaats zo vriendelijk is, dat erbij te zetten.
Deze maak ik liever zelf
En is als ik iets in mijn hoofd heb…Juist. Misschien heb ik wel mazzel bij de Kringloopwinkel. In de buurt zitten er twee en die hebben niks. Nou ja, ze hebben genoeg meuk om half Nederland van een oud computerscherm, gebloemd kopje en uit elkaar vallend boek te voorzien, maar geen kist. Niet dat ik niets koop (halloooo!). De ene keer het kaartspel Zwarte Piet (wat gaat om een goochelaar, niks geen racistische inslag), voor 0,20. Geen geld voor zoveel nostalgie. Het kaartspel is nieuw. En dat speelde ik vroeger. Nu spelen wij het thuis. Te leuk. De andere kringloop brengt me een houten ronddraaiplateau (om hapjes of spelletjes rond te kunnen draaien), zinken teil (voor de tuin van mijn moeder) en een wollen deken. Die ik thuis met de hand was en in de buitenlucht heb laten drogen. Kan ik er een kussen van maken. Zag namelijk een hele gave bij een woonwinkel. Voor 85,-! Ik heb hem verschrikt terug gezet. En een foto van gemaakt. Heb ik binnenkort wat te doen.
Gaaf he. Ben hem nog niet vergeten…
Maar gisteren was ik in Rijswijk en besloot daar ook nog een Kringloopwinkel te bezoeken. Zogenaamd de grootste van Nederland. Nou, dan zal Almkerk wel niet bij Nederland horen, want die is veel groter (en leuker ingericht, met allemaal kamers, vol leuke troep). Luc kroop gelijk achter een soort spelcomputer en ik begon mijn struintocht. Ja, ik kom voor een kist, maar dat wil niet zeggen dat je andere vondsten moet laten liggen. Ik neus wat bij de boeken en vind een oud autoboek, waar ik wel wat uit kan scheuren. Tss, het is hier wel duur hoor. Zag net een houten figuurtje, wat ik van de week bij de Action kocht voor 0,79, hier liggen voor 1,25. Maar even later sta ik te kwijlen bij een typemachine. Veels te duur. Maar die kleur. En die vorm. Ik zie er twee meisjes respectloos op rammen en ik snel ernaartoe. Open alle klepjes en zet alle toetsen terug. De meisjes kijken me vernietigend aan, maar druipen toch af. Ik aai het apparaat en twijfel. Luc komt op me afrennen. Hij had al aan ‘de meneer’ gevraagd hoe het spelletje werkte, maar moest nu naar de WC. Kijk, dat is een pluspunt van deze winkel, ik zag een bordje toiletten bij binnenkomst. Meer dan het bordje bleek het uiteindelijk niet te zijn. Want ik zag bij het naderen op de heren- en damestoilet allebei een papiertje hangen. DEFECT. Kut. Of eigenlijk Lul. Luc kneep zijn friemeltje al bij elkaar. Ach, een klein plasje bestaat eigenlijk alleen uit een beetje water, dus wie zou het merken?
Ik sommeer Luc om stil te zijn en sjor zijn broek naar beneden.
‘Waarom moet ik stil zijn?’ vraagt Luc luid.
‘Sstt, plas nou maar snel’, sis ik terug.
Dan klinkt er een harde diarreebout en ik voel bij mij het zweet ook mijn naad in lopen. Hij zal toch niet nu zichzelf en de pot even onderspuiten? Ik kijk achterom. Nog niemand te zien. Luc blijft onverstoorbaar doorkletsen en ik moet me bedwingen, om niet mijn hand over zijn mond te leggen. Maar dan moet ik de deur loslaten. Toch maar niet.
Plons. Plons. De drollen kennen geen genade en storten zich vol overgave op het water.
De doortrek-knop ontbreekt. Dat zal wel het defect zijn. Shit. Letterlijk. Luc schiet eens op.
Snel lopen we de WC weer uit. Ik kijk om me heen. Volgens mij heeft niemand ons gezien.
Luc versnelt zijn pas en roept naar de man die hem eerder met zijn computerspelletje heeft geholpen; ‘ik heb de WC gevonden hoor!’
En zo eindigt ook dit verhaal met poep. En zonder typemachine. Of kist. Zo marktplaats maar weer eens checken…
Luc is vandaag jarig. En omdat het woensdag is, een prima middag om gelijk zijn kinderfeestje af te tikken. Zoals je weet draai ik daar mijn hand niet voor om. Doorgewinterde feestganger als ik ben. Ik snap dan ook niet dat er al mensen voorzichtig naar een blog begonnen te vragen. Nee schudde ik, dat is voor frustratiemomentjes en dat wordt dit niet. Gewoon kop in het zand en gassen maar. Alhoewel ik echt dacht dat het dit keer mee zou vallen. Heel Luc zijn verjaardag loopt al raar. We vierden het al afgelopen zaterdag, doordat anders mijn ouders niet konden komen. Ik was nog niet klaar met het opknappen van zijn kamertje. De cadeautjes werden gisteren pas 8 minuten voor sluitingstijd lukraak uit de schappen gegrist. We wisten het ook gewoon echt niet. Waar speelt ie nou echt nog graag mee? En om hem nou een iPad te geven…
Luc merkte hier niets van. Was blij met al zijn cadeautjes, traktaties, taart en voelde zich op en top jarig. En als klap op de vuurpijl vandaag zijn kinderfeestje. Een week geleden pas geregeld. En eigenlijk niet helemaal naar zijn zin. In plaats van een piratenfeestje, wilde hij liever een brandweerfeestje.
‘Dan steken we jou wel in de fik en dan mogen de kindjes je blussen’, hoorde ik Harm pedagogisch antwoorden. Ik heb Luc daarna niet meer over een brandweerfeestje gehoord.
Een piratenfeestje is hot. En al vaker gevierd. Dus zochten we een andere plek op. Wel zo leuk voor die knaapjes. We zouden de piraatjes uit school meenemen naar de Kurenpolder, daar pannenkoeken eten, een schat graven en ze daarna weer thuis droppen. Klinkt toch niet echt stressvol, wel?
Maar als je iets te laat opstaat ’s ochtends, na nachten spokerij van de zenuwachtige Luc, blijkt een achterstand in tijd niet handig op de verjaardagsochtend zelve. Zo moet ik de laatste hand leggen aan de traktatie, het opentrekken van cadeaus moet vastgelegd worden, een cakeje als traditie versierd en genuttigd en oh god, het is al kwartover 8. We komen net op tijd op school. Ik sneak aan de zijkant naar binnen, maar ontkom niet aan de felicitaties. Fotografeer ook hier ons hyper mannetje die op de feeststoel staat te springen en zijn vriendjes op de kop mept. Duimend dat de traktatie niet smelt, snellen we weer naar huis. Er is nog een hoop te doen. Na een verjaardagsweekend, wacht er nogal wat op me. Ik was, strijk en zuig als een malle en foeter als ik weer op mijn knietjes de wc vloer ontsmet. Lina wees er ’s ochtends al naar. Zit daar poep, mam? Ik mompelde wat over vieze schoenen, maar het zou me niet verbazen hier. Ook naai ik een hartje (na zorgvuldig mijn handen te hebben gewassen), ruim het huis op en pak mijn strandtas. Met snoetenpoetsers, 7 schone boxershorts, extra korte broeken en voor mezelf een shortje, strandlaken en zonnebrand. Ik heb er zin in. Zeker na de hele ochtend ploeteren in huis, terwijl manlief op deze vrije ochtend de kans niet laat liggen om achter de computer te kruipen. Het is dat ik te druk ben om de scheidingspapieren te tekenen, anders was ik ertoe in staat. Maar ik heb zowaar nog een half uurtje over om in alle rust buiten in de tuin te zitten. Ik probeer mijn schouders weer onder mijn oren te laten zakken. Relax Joyce.
Tijd om de boys uit school te halen. Ik was even vergeten hoe speels dat grut is. Lina heeft al zo’n lekkere feestjesleeftijd. Maar deze 4 en 5-jarigen rennen alle kanten op, terwijl moeders me tasjes met cadeautjes, schone kleren en een autostoeltje in de handen drukken. Maar uiteindelijk rijden we met twee auto’s de 7 stuiterballen richting Kurenpolder. De jongens vliegen daar op de speeltuin af en wij melden ons voor de pannenkoeken. Het is 13.00 uur en het feestje begint om half twee, dus we liggen perfect op schema. Uiteraard willen we buiten eten met dit weer. Zullen we dan aan 4 losse tafeltjes in de volle zon gaan zitten of aan een grote houten tafel met hoge krukken? Geen van beiden trekt me aan, maar ik ben allang blij als we alle tasjes neergezet hebben onder de parasol bij de grote tafel. Die wordt dus gedekt door de serveerster. We roepen de jongens en helpen ze op de krukken. De zorgvuldig neergelegde kussens pleuren ze onder de tafel en cadeautjes worden uit tassen getrokken. Luc glundert van zoveel moois en wil het liefste meteen zijn dominobaan hier gaan opzetten. Na een kleine driftbui, ontdekt hij ineens zijn bestek. Grote-mensen-bestek. Chill. Met zo’n mes kun je heel goed groeven bij krassen in zo’n tafel. En met de vork kun je de haren kammen van je buurman. Terwijl we Luc vermanend toespreken horen we naast ons nog meer messen hun weg vinden in het hout. Waar blijven die pannenkoeken nou? Dat vragen de uitgehongerden aan tafel zich ook veelvuldig en hardop af. Ik zie dat ze zich elk moment van hun krukken willen laten glijden om weer de speeltuin in te glippen, maar daar steek ik een stokje voor. Ze komen echt zo.
13.40 Uur loop ik toch maar even naar binnen. En vraag aan een duffe muts hoe laat ons feestprogramma eigenlijk begint.
‘Half twee.’
Ik kijk demonstratief op mijn horloge.
‘Maar de pannenkoeken komen zo.’
‘En waar moeten we ons daarna melden? Weten zij dan ook dat we later zijn?’
‘Ik weet het niet. Ik denk het wel.’
Ik trek mijn wenkbrauwen omhoog en geef haar De blik.
‘Ikik ga het ze wel even vertellen,’ snel stiefelt ze uit mijn gezichtsveld.
Lijkt me verstandig. Anders stuur ik mijn roedel wilde jongens op je af.
Vijf minuten later werden grote borden met overheerlijk ruikende pannenkoeken voor de jongens neergezet. En naast poedersuiker en stroop, verschijnen schaaltjes met smarties, ijs, slagroom, spikkels en blauw uitziende shizlle op tafel.
Het blauwe chemische goedje mist zijn uitwerking niet op Luc. Als ik opkijk van het pannenkoeken-snijden van zijn vriendje, zie ik hem een grote hand troep naar zijn mond brengen. De helft blijft aan zijn zwetende grauwklauwtjes plakken en ongegeneerd veegt hij beide handen af aan zijn broekje. Een witte broek is natuurlijk altijd stom, maar ik dacht meer aan zandvlekken, dan aan smurfensnot.
De pannenkoek blijft onaangeroerd. Ik negeer het maar. En focus me op alle verzoekjes rondom me.
Ik heb nog geen hap van mijn broodje genomen, maar al wel 100 pannenkoekenstukjes gesneden, als er een medewerker nepijsjes bij het grut uitdeelt. Van die wegschiet dingen.
Pannenkoek, welke pannenkoek?
Ik begin net aan mijn broodje als het animatieteam komt vragen of we er klaar voor zijn. Met de eiersalade op mijn lippen maak ik duidelijk dat vijf extra minuten gewaardeerd worden. Sloper Luc heeft het nog lang volgehouden met zijn wegschietijsje en omdat hij jarig is krijgt hij gewoon een nieuwe. En kan dan eindelijk het grote spelen beginnen. Dat begint in de recreatieruimte. Hé bah, binnen. Weet je wel hoe mooi weer het is sinds weken. Maar misschien pakken we alleen de schatkaart en gaan ze dan lekker graven met z’n allen. Terwijl ik mijn handdoekje op ruime gehoorafstand uitspreid. Patience my dear.
De jongens vallen als wilde dieren aan op de bakken met snoep op tafel. Mmm, je zou toch denken dat ze vol zaten, aangezien er weinig pannenkoeken zijn opgegeten.
Tussen het suikervreten door, wordt er geschminkt en piratenhoeden geknutseld. Lijm blijkt nog steeds een grote aantrekkingskracht te hebben op Luc en zijn doodskop is er zo van doordrenkt, dat als hij zijn hoed opzet, de druppels lijm over zijn voorhoofd glijden. Het is dat ik ingrijp, anders plakten zijn oogleden nu nog aan elkaar.
Als het geluid af en toe mijn trommelvliesmaximum overstijgt, loop ik even naar buiten. Haal diep adem en voel de zon op mijn gezicht. Zou iemand het merken als ik ertussenuit piep? Tja, Luc zou dan alleen een filmpje hebben, aangezien Harm de filmer is en ik de fotograaf. Op deze topdag. En ik hou van foto’s, dus ga ik weer terug en doe wat er van me verwacht word.
Pff, hoeveel spelletjes kun je binnen doen? Veel blijkt. Ik kan mijn geluk niet op, als we eindelijk naar buiten mogen om de speurtocht te beginnen. Ik laat het grut nog maar een keertje plassen en zo huppelen we naar de eerste aanwijzing. Terwijl ik al multitaskend de muggen van me afsla en de hinkelende jongens fotografeer, kijk ik de zon tussen de bomen door. Ik denk dat ik straks wel rood thuiskom, niet van de zon, maar van de muggenbulten. Klerelijers. Wensend dat ik meer handen heb om te krabben, volg ik lijdzaam de krijsende piraten. Verlekkerd kijk ik naar vrouwen die op een handdoekje een tijdschriftje lezen in de zon. God wat ben ik toe aan ontspanning. De laatste weken waren een gekkenhuis op het werk, met Hart & Huis en oh ja een verjaardag van Luc, waarbij ik nog snel een muur verf, hout haal, een tent maak en internet afspeur naar stoere items voor zijn kamer.
Ho, focus Joyce. De piraatjes zijn eindelijk toegekomen aan het uitgraven van de schat. Eén piraatje distingeert zich van het uitgraven. Nou hou ik ook niet van vieze handen, maar dit is toch wel het punt waar je de hele middag naartoe leeft, niet? Als het animatiemeisje vraagt of hij komt helpen hoor ik zeggen dat hij zich verveelt. Seriously? Gelukkig vindt de rest het spannend en trekken ze de gevonden kist met al hun kracht uit de kuil. Voor mij zou het daar ook wel klaar zijn, maar nee, dan blijkt er een slot op te zitten. En gaat de speurtocht verder. Op zoek naar de sleutels. Geef ze nou maar gewoon, ze zitten vast in je zak. Denk ik. Maar ik sjok achter de rood aangelopen piratenbolletjes aan. Ik ben blij voor hun dat het kabelbaantje in de schaduw is. Ik schiet van iedereen een actiefoto en ook maar eentje van de zon die door de bomen schijnt. Zucht. Ik ben moe.
Via een soort vlot gaan de jongens naar de overkant en moeten dan weer terug naar de recreatiezaal. Waar de sleutels verstopt blijken te liggen. Bij binnenkomst vergeten ze heel de schat en klokken 3 glazen limonade de man naar binnen. Het restant snoepjes erachteraan en ze hebben weer energie voor tien schatten. Ik verwacht heel wat als eindelijk de kist van de schat opengaat. Maar geen zakjes chips. Wat een domper. Had op zijn minst een setje piratenrommel bij de Action gehaald en het ding gevuld met munten en een aandenken aan deze dag ofzo. Maar een zakje chips, terwijl ze al zoveel bagger op hebben? Beetje jammer. Daar denken de boys anders over. Zakjes worden open getrokken en wij verzamelen onze tassen weer. Op naar het speeltuintje. Kunnen de jongens nog even spelen, Harm betalen en ik nog een zonneschijntje meepakken. Wanneer ik op een stoel neerplof en zie hoe lief de jongens in de speeltuin spelen, bedenk ik alvast het kinderfeestje van volgend jaar. Dan droppen we de boys gewoon in een speeltuin met afsluitbaar hek eromheen en gooien gewoon af en toe een versnapering over de schutting. Tevreden met mijn besluit, verzamelen we de troepen weer + wat moed om in een snikhete auto zonder airco te stappen. Die van Harm is kapot en die van mij is pas op temperatuur als we bijna thuis zijn.
Vanaf de achterbank hoor ik dan ook of de airco aan mag. Euh, die staat aan.
Met verhitte hoofdjes maken ze nieuwe speelafspraakjes en hebben totaal niet in de gaten als er in de file een ouder echtpaar mijn bumper aantikt. Ik kijk de verrimpelde lijken via mijn achteruitkijkspiegel nors aan met mijn grote zwarte zonnebril. Ik zie het vrekvel haar kippennekje tussen haar broze schoudertjes trekken en ze houdt zich voor dood. Het gaat haar makkelijk af en ik kijk maar weer voor me uit. Ik heb gelukkig toch een oude auto. Een kras erbij merkt niemand. En nog niet misschien dat ik op de snelweg ga uitstappen met dat kleine grut bij me in de auto. Daar ben ik me namelijk ook enorm van bewust. Harm vroeg me voordat we gingen rijden, wat er nou zo erg is aan zo’n dag. Ze waren toch lief geweest? Zeker. Absoluut. Maar naast de drukte die ik slecht kan handelen, overheerst er een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Ik verlies ze geen moment uit het oog. NIET bij het water komen. HIERRRRR blijven. Niet vooruit rennen. Gordels om. Voorzichtig rijden. Het idee dat er wat met die kereltjes overkomt, benauwd me. Ik moet er niet aan denken. Volgend jaar in die speeltuin, behang ik de hekken met matrassen en wikkel ik de mannetjes in kussens. Of ik zet ze achter de iPad…
Het woord zegt het al. Service voor de klant. Simpel zou je zeggen. Maar niets blijkt minder waar. Vroeger irriteerde ik me al mateloos dat je dan een speciaal 0900-nummer moest bellen. Voor 1,50 per minuut loodsten ze je eerst door 8 keuzemenu’s heen, alvorens je te horen kreeg ‘al onze medewerkers zijn in gesprek. Een moment geduld alstublieft.’ En met een moment bedoelen ze; ga gerust boodschappen doen, want wij zijn onderbezet en onze nagels aan het vijlen. Tegenwoordig gaat er een hoop online. Of dat nou een verbetering is?
Ik als krenterige koopjesjager/fervent shopper, loop nogal eens aan tegen ‘onklantenservice’. Echt niet overal hoor. Wehkamp en Ikea snappen heel goed hoe het hoort. Als Luc zijn rolgordijn met plug en al van de muur afrukt, blijft er een gebroken ophangstuk van de Ikea achter. Een bezoekje aan de klantenservice en ik sta na 5 minuten met een gratis nieuw ophangsysteem in mijn handen. Bravo. En wat denk je van 90 dagen ruilservice? Daar kan de Action nog een puntje aan zuigen. Laat ik eens met hun beginnen.
Action
Je koopt een kar vol meuk, waarbij je van de helft niet weet of je het ooit gaat gebruiken. Maar komt altijd van pas, denkt de ‘ik-hou-van-goedkope-rommel-verslaafde’ in mij. En ineens stuit ik daar op een klok. Niet te groot, niet te klein. Perfect voor aan het bord wat ik voor Lina’s kamer in gedachten heb. Ik neem hem maar gelijk mee, want je weet het maar nooit met die wisselende collecties. Als ik hem ’s ochtends op Lina’s verjaardag aan het bord bevestig, geeft hij niet veel sjoege. Ik heb nog 1001 andere dingen aan mijn hoofd, dus pas de volgende dag besluit ik me er verder in te verdiepen. Door 5 nieuwe batterijen op alle verschillende manieren erin te frutten. Makkelijk gaat dat niet, maar ik leerde ooit al eens van meneer Cactus; geef nooit op. En soms leek hij (de klok, niet meneer Cactus) een opleving te hebben, maar dan liet hij alweer gauw zijn wijzertjes hangen. Een treurig gezicht. En niet echt handig.
Blij dat ik de bon wel een keer had bewaard, toog ik naar de Action. De klantenservice-balie (jawel, hij bestaat) bleef onbemand. Na 10 minuten besloot ik daarom nog maar wat geld te verspillen in de winkel en alvast een nieuwe klok te pakken. Dan maar omruilen bij de kassa. Daar aangekomen kijkt een schriel ventje me aan. Ik schat hem een jaar of 15.
‘U mag het artikel binnen 8 dagen ruilen. En we zijn nu al over die termijn heen.’
Joh. Dat had ik thuis ook al op de bon gezien, dat van die 8 dagen. Daar kreeg ik toen al rode vlekken van in mijn nek, want ze tellen het weekend ook gewoon mee. Kan ik hem dan ook op zondag ruilen, snotjong? Maar nee, ik adem diep in. En blijf netjes.
‘Dat weet ik. Maar de klok is kapot. En daar kwam ik pas gisteren achter. Dus ik wil hem gewoon omruilen, kijk hier is de nieuwe.’
‘Maar er zijn meer dan 8 dagen voorbij. Dus dat gaat niet.’
Het kind viel in de herhaling. Heel irritant als je op die leeftijd al last hebt van dementie. Dus ik telde tot 8.
‘Ik neem aan dat dat niet geldt, als je kapotte spullen verkoopt? Ik hoef ook mijn geld niet terug. We kunnen hem toch gewoon ruilen?’
‘Maar de 8 dagen…’
Driemaal is tergend. Zeker als de rij steeds langer wordt. En het om een artikel van 2,79 gaat. Maar het gaat om het principe.
‘Weet je wat? Dan doe je het toch niet! Dan koop ik nu die nieuwe klok. En loop daarna naar jullie klantenservice met mijn nieuwe bon en de kapotte klok en dan ben ik wel binnen de 8 dagen.’
‘Dadat mag niet. Dat hoort niet zo…’, het knulletje pakte met trillende handen de microfoon en riep zijn manager om. Een meisje niet ouder dan 17 stond al die tijd al in de buurt met haar collega’s te kletsen (een extra kassa opengooien zou ook een optie zijn) en kwam erbij staan. Ik deed nogmaals mijn verhaal en ik denk dat ze wel zag dat Nee geen antwoord was. Dus deed ze plichtmatig haar 8-dagen-verhaal, maar wilde wel voor één keer een uitzondering maken. Bofkont dat ik was. Thuis bleek ook deze klok achter de tijd aan te lopen. Of eigenlijk liep hij helemaal niet. Was dat wraak van de action? Gelukkig had ik een nieuwe bon en nog 8 dagen om hem te ruilen.
Oh, je denkt dat het aan de Action ligt? Omdat het goedkoop is, je geen service mag verwachten? Dan heb ik nog wel wat andere voorbeeldjes.
HEMA
Mijn oordeel gaat nu over de online klantenservice. Die in de winkel is prima. Op internet is hij niet werkend. Echt niet. Geen emailadres te vinden voor je vragen of klachten, maar een online formulier wat je moet invullen. Na het invullen krijg je de melding dat het 14 dagen kan duren voordat je reactie krijgt. Zo, in welk tijdperk leeft de HEMA? Waarschijnlijk hopen ze dat je het na twee weken vergeten bent. Dan kennen ze mij nog niet.
Het begon met een actie. Begint het daar niet altijd mee? 50% korting op alle opbergboxen. Het woordje ‘alle’ is hier cruciaal. Want als ik online twee boxen wil afrekenen, blijft het stil aan de kortingkant. Nu twee weken later is de actie voorbij. En heb ik ook geen reactie ontvangen van HEMA. Oké, kan gebeuren denk je. Dan ontvang ik een kortinsgcode van 25% korting op 1 artikel. Prima. Dan bestel ik de gewenste opbergboxen wel elke keer met zo’n actie, dan kom ik op hetzelfde uit. Doet die kortingscode het niet. Grrr. En HEMA? Onbereikbaar. Voor de vorm vul ik het formulier maar weer eens in.
Maar mijn klomp brak bij het volgende.
Lina kreeg een gave mintgroene naaimachine van de HEMA voor haar verjaardag. Dolgelukkig was ze met het ratelende monster. Maar goed, je mag er misschien niet teveel van verwachten, het is geen Singer. Maar als de onderdraad afbreekt en we deze er opnieuw in proberen te krijgen, blijkt dit een onmogelijke opgave. Na een half uur prutsen, staat het zweet op mijn bovenlip en pak ik de gebruiksaanwijzing erbij. Die is letterlijk vaag. De beschrijving voeren we uit, maar werkt niet. En de plaatjes die erbij staan lijken onder water genomen. Zucht. Een formulier ga ik niet meer invullen. Er zullen toch wel meer HEMA naaiers last van dit probleem hebben? Even op de Facebook van HEMA vragen dan. Daar blijk je geen foto te kunnen uploaden. Niet voor niets denk ik. Dan maar een direct bericht naar ze. Met foto van het euvel en ons probleem. Eerlijk is eerlijk, ik heb binnen 1 dag reactie. Dat als ik mijn emailadres stuur, ze ervoor zullen zorgen dat de klantenservice het direct oppakt. Ik mail mijn emailadres en wacht af.
Dat ‘direct’ had ik waarschijnlijk niet letterlijk moeten nemen. Na een week stuur ik ze weer een bericht dat ik nog geen reactie heb. Ik krijg excuses en ineens verwijzen ze me naar mijn filiaal. Ja, alsof ze daar draden in kunnen rijgen. Het zou me niet verbazen, als ze het dan opsturen naar het hoofdkantoor en ik vervolgens een nieuwe (ingeregen draad) krijg. Waarbij ik alsnog geen draden zelf leer inrijgen. Maar dezelfde dag komt er een enorm fijne oplossing van de HEMA klantenservice. Via de mail. De Hema naaimachine gebruiksaanwijzing. Mét dezelfde wazige foto’s…
Oké, ik heb nog legio voorbeelden, dus ik moet even kiezen. Belastingdienst, Sunweb, of wat dacht je van Tefal?
Tefal
Er zijn mensen die niet of weinig strijken. Daar behoor ik niet toe. Ook voor Hart & Huis dien ik strakke stofjes te gebruiken, dus een goed apparaat is essentieel. Nou had ik ooit al een stoomgenerator van Tefal gehad, maar die sproeide soms ongevraagd bruine vlekken. Nou snap ik dat de apparaten van tegenwoordig geen 10 jaar meer meegaan, dus ik kocht een nieuwe. Echt een puik apparaatje. Met eco stand en anti kalk filter. Easy de peasy. Kind kan de strijk doen. Maar nu twee jaar later, blijkt het schoonhouden van het kalkfilter niet afdoende. Want af en toe word ik weer verrast met bruine spuitende drap. Op mijn lievelings witte beddengoed. Dat ik die strijkbout toen niet tegen de muur kapot heb geslagen is een wonder. Maar het voordeel van wit is, dat je er chloor op kunt mikken. Het nadeel is, dat als er een klein zwart randje omheen zit, dat dan geel uitslaat…
Hoe vaker deze incidenten plaatsvonden, hoe agressiever ik werd. Strijken was al geen hobby, maar zo werd het echt een ergernis. Soms streek ik voor de zekerheid met een witte lap katoen ertussen. Maar het was ook niet zo dat de prut bij je eerste kledingstuk begon te pruttelen. Het kwam opzetten als je net dacht dat er geen bruin goedje meer in zou zitten. Surprise surprise. Hoe vaak ik kleding niet opnieuw heb kunnen wassen. Ik vond 2,5 jaar nog geen termijn om weer een nieuwe te kopen. Voor het bedrag van zo’n kreng moet ik heel wat hartjes naaien. En Tefal klinkt wel als een betrouwbare club, dus daar ging mijn mail.
Vier dagen later komt daar een bericht op. Die ook weer geprobeerd is in te trekken. Leuke functie is dat. Werkt net zo goed als mijn strijkbout. De reactie die ik dus gewoon kan lezen, is er eentje, waar mijn broek met bruine vlekken van afzakt.
Het advies; strijken met een oude doek. Alsof je bij een kalkspugende waterkoker zegt, giet het water na het koken eerst maar door een zeefje. Of bij een defecte vaatwasser; was het maar met de hand af en laat het opdrogen in de vaatwasser. Geen oplossing dus. Mijn reactie:
Beste Gea,
Bedankt voor de reactie (ondanks dat hij geprobeerd is in te trekken?!!). Ik stoom weleens op een oude doek, maar toch is dit een beetje een raar advies, het is niet iets waar ik maar genoegen mee moet nemen bij zo’n duur apparaat. Hij is nog geen 3 jaar oud en het is ook niet altijd in het begin dat hij het doet, soms ook tussendoor. Ik heb hier al menig kledingstuk en beddengoed mee verziekt. Ik vind het geen service, dat ik het apparaat maar moet opsturen en afwachten wat de rekening is en hoelang ik hem kwijt ben, terwijl ik mijn apparaat gewoon wekelijks gebruik. Ik verwacht een fatsoenlijke (kosteloze) oplossing.
De reactie van Tefal/Groupe SEB:
Dank voor uw bericht.
Als u besluit om uw stoomgenerator op te sturen naar onze externe reparatiedienst E-Care, dan dient u even af te wachten hoe het voor u wordt afgehandeld. Ik kan u geen enkele toezegging geven.
Met vriendelijke groet,
Gea Husson Customer Service Consultant
Haar functie lijkt; Klantenservice consultant.
Nou klinkt het net alsof ze de klantenservice consults geeft (om zo min mogelijk klanten echt te helpen ?). Maar om het helemaal naar het Nederlands te vertalen, consultant betekent: een persoon die deskundig en professioneel advies geeft.
Wauw, moet je nagaan als je een stagiair op zo’n functie zet. In plaats van een oude doek adviseren ze dan; stop met strijken. Of; dit is een mooi moment om de nieuwste Tefal stoomgenerator te kopen. Of stop met het dragen van kleding. Sjezus. Ik heb hem dus nog niet opgestuurd. Want het deskundige advies zegt niet wat het gaat kosten om hem te laten ‘maken’ en hoelang ik hem kwijt ben. Niet echt aanlokkelijk dus.
Ik denk dat ik gewoon weer een ouderwetse strijkbout koop.
Wat adviseer je?
Bij de HEMA. Of de Action…
Dit keer begon ik al in januari naar vakanties te zoeken. Het grote aanbod werkte verlammend, waardoor we in mei pas weer echt door de vakantiesites begonnen te scrollen. Nu was er weer te weinig aanbod. Tenminste voor al onze wensen. Totdat ik op een mooie dag alles vind wat we zoeken (2 kamerappartement, airco, zwembaden, all inclusive, dichtbij het vliegveld en aan het strand) met als bonus een Welness centre. Inpakken maar Harry! Totdat ik zie dat er Bulgarije bovenstaat. Ik denk daarbij aan woestijn, kartonnen huisjes met golfplaten daken, mannen met tulbanden zonder tanden maar met dorre baarden, oorlog en eigenlijk niets wat met een frisse vakantie te maken heeft. Rondje internet leert me dat het naast Griekenland ligt, er geen oorlog is én de reviews over het vijfsterren hotel zijn lovend. Toch schaam ik me een beetje om mensen te vertellen waar we naartoe gaan. Ik vermoed al dat het een blog gaat opleveren. Bij deze.
We vliegen vanaf Weeze. Heerlijk hoe makkelijk je daar door loopt. Geen doolhof zoals Schiphol. Gewoon binnenstappen en gelijk voor je incheckbalie staan. Hoe relaxt is dat. Ik zal me nog relaxter voelen als ik een sanitaire stop heb gemaakt. Ik schiet de wc in en zie in mijn gauwigheid naast de tamponautomaat een automaat met mini vibrators. Makkelijk voor in je handtas. Straks maar even beter bekijken. Mijn blaas staat op knappen. Maar bij een betere blik blijken ze gewoon mini gekleurde tandenborstels te verkopen. A dirty mind is a Joy(ce) forever zullen we maar zeggen.
Na alle lippenstiften getest te hebben in de Taxfree shop zoeken we ons plekje in het vliegtuig. Ik zit aan het gangpad naast twee vreemden. Ik vraag me af waarom ze zo naar zweet stinken. Ik heb nog uitgebreid gedoucht voordat we vertrokken. Dat had ik dus niet hoeven doen. Ik twijfel of ik mijn oorpluggen niet in mijn neus zal draaien, maar de dagen met oorpijn die zullen volgen zijn het niet waard. Dus ik slik een Advil, spray Otrivin en plug de oordopjes lekker diep. Dat tempert meteen het geluid om me heen. Ik denk dat ik ze nooit meer uit doe.
Als we aankomen in Bulgarije en wachten op onze koffers, hangt Luc aan mijn been
‘Wanneer gaan we nou op vakantie?’
‘We zijn er nu.’
Zegt hij; ‘Nee joh gekkie, naar Bulgarije moet je rije.’
Hopen dat de busreis van 10 minuten naar het hotel Luc zo zijn vakantiegevoel geeft.
Ondertussen kijk ik om me heen en zie aan de overkant van de loopband Sunnybeach-gangers. Mooiboys en puistenkoppen met petjes, gaten in hun sportbroekje en gympies eronder. Fuck, over een paar jaar staat Lina daar tussen.
Wachten duurt laaaaaaanngg
De bus zet ons als eerste af. Maar uiteraard moeten we dan als langste wachten tot onze caddy ons en de koffers komt halen voor gebouw ‘Eta’. We vermaken ons dan maar met M&M’s knikkeren en tikkertje. Luc gilt en rent als een malle over de marmeren vloeren. Hoe hard het ook galmt, ze komen er niet sneller door. Wachten duurt lang. En zeker om 00.15 uur (lokale tijd een uur later). Om 2 uur ‘s nachts betreden we onze kamer in het uiterste gebouw van het complex. We hebben de hoop dat het nieuw is. Later bijgebouwd. De deur gaat open en een rokerswalm komt ons tegemoet. Wanneer we gaan slapen heb ik het idee dat mijn hoofd in een asbak ligt. Ik inhaleer de niet zichtbare rook en woel rond totdat de slaap me overmand.
Dag 1
Lina wekt ons. Hello Sunshine. Tijd voor het ontbijt en de handdoekenservice. Zelfs om 10 uur scoren we nog ligbedjes aan het zwembad. Een pluspunt. Het water verkoelt heerlijk bij deze temperatuur (32 graden). De kinderen spurten naar de glijbanen. Dan maken we kennis met de badmeester. En zijn snerpende fluitje. Geeft kinderen op straffe Duitse toon te kennen dat ze alleen zittend van de glijbaan mogen. De aangesprokenen knikken angstig. Kan niet met zekerheid zeggen dat wat er tussen hun beentjes naar beneden sijpelt badwater is. En ze spreken niet eens Duits. Maar ik zou ook domweg knikken.
‘Waarom fluit die badman zo?’ vraagt Luc.
‘Omdat hij geil wordt van zijn zogenaamde macht en denkt dat hij Fucking David Hasselhoff is. In zijn goede jaren’, antwoord ik. In gedachten.
Harm; ‘Hij gaat in ieder geval elke dag fluitend naar zijn werk.’
We dopen hem fluitje.
Fluitje
De lunch is prima. Ze blijken er ook schepijs te hebben. Onder andere met bananensmaak. One of my favorites. Na het eten lopen we nog even langs de receptie om te klagen over de rooklucht. Ze vragen housekeeping om het op te lossen. We halen nog wat speelgoed van de kamer en zijn getuige van een schoonmaakster die met wc verfrissers door de kamer loopt te spuiten. Yeah. That will do the job.
Aan het zwembad probeert een animator Harm tevergeefs over te halen voor een potje waterpolo. Hij legt zich er niet makkelijk bij neer. ‘Why not?’ ‘Reason?’
Rot op man, we zijn hier voor onze ontspanning.
Het is altijd dat wanneer je net lekker ligt, je naast je hoort ‘ik moet poepen’. Negeren is geen optie. Luc kleit rustig zijn zwembroek vol. Ervaringen uit het verleden geven soms wel garanties voor het heden. Maar waar is de wc? En mijn pareo? Luc wipt heen en weer op zijn voetjes en ik speur de omgeving af. Lukraak lopen maar. En uiteindelijk stappen we een lobby in en vinden de wc. Wat een contrast. Wij nat met pluishaar en rode wangen tegen een achtergrond van marmer, mahonie en goudkleurige kranen.
Het avondprogramma valt wat tegen. Om 21.00 uur begint een wazig toneelstuk in het Duits. We zijn al jaren verwend met Nederlandstalige animatie/minidisco, dus we houden het om half 10 voor gezien. Op de kamer dringt de rooklucht gecombineerd met wc verfrisser in mijn poezelige neusje. Maar we laten het. Het personeel hier is niet heel vlot en bedreven in het oplossen van problemen. Dus dat het badwater niet meer wegloopt, is ook geen probleem. Positief ingesteld als ik ben denk ik hardop; ‘misschien kan ik er nog een handwasje in doen?’ Lina naast me; ‘Daar heeft Luc in geplast mam.’
Oh.
Uiteraard.
Dag 2
Vandaag besluiten we naar het strand te gaan. Ze hebben daar een opblaasklimpark in de zee. Dat is ook het enige wat Lina leuk lijkt. Verder loopt ze met een sik. Op het bedje is het te warm. In de zee zegt ze een kwal gezien te hebben. Ik zie genoeg kwallen, maar geen doorzichtige met tentakels. Ze laat zich uiteindelijk met de kin op de knieën overhalen nog een keertje het water in te gaan. Het water is gewoon warm en Harm vraagt of Lientje er misschien net in geplast heeft. Ze kan er nog niet om lachen.
Het is heerlijk mensen kijken. Ik geniet van de blote baby’s in de branding. En de roodverbrande oudjes die elkaar ondersteunen. Een verrimpelt mannetje passeert. In te krappe zwembroek. Wat inkijk geeft in het leven van een volgevreten cobra. Wow.
Eindelijk is het moment daar. Kids en Harm gaan glibberen en klimmen. Ik loop op mijn tenen door het zeewier in het water. Ik probeer het als een razende reporter vast te leggen, maar algauw zie ik ze niet meer. Ze mogen er een uur opblijven. Maar voor ik het weet staan ze weer voor me. Lina zag minikwalletjes en schreeuwde moord en kwal. Luc durfde daardoor ook niet meer.
Hier nog helemaal stoer
Na de lunch begeven we ons dus weer naar één van de zwembaden. Ik geef aan Harm toe dat ik het zwembad ook fijner vind. Geen zeewier, zand overal en het stinkt er niet.
‘Moet je mijn oksel eens ruiken’, is zijn antwoord.
Denk niet dat het makkelijk is een beetje zwemmen en lezen op een ligbedje. Allerlei triviale vragen poppen dan bij me op:
– Waarom loopt er een vent met enorm behaarde benen in een rokje en grote Mini Mouse kop over zijn hoofd?
– Waarom willen kinderen met dit gedrocht op de foto?
– En betalen ouders ‘s avonds nog eens grof geld voor deze lelijke foto?
– Waarom piept altijd alleen mijn rechterbil uit mijn broekje?
– Waarom lijken je haren prachtig en sensueel onder water en boven water als een bos klef stro?
– Waarom heeft niemand nog iets bedacht voor de smaak van badwater (chloor & zout, aangelengd met pies)?
– Waarom spelen volwassen mannen ineens waterpolo op vakantie onder namen als de Samoerais en de Ninja’s (met jawel zelfs een witte reep stof om de hoofden geknoopt. Hoort dat niet meer bij Rambo?)?
– Waarom zien middelbare vrouwen die een strakke dansgod proberen na te doen er toch altijd zo sneu uit?
– En sinds wanneer voel ik de behoefte om eraan mee te doen?
– Hoe krijg ik het zand uit mijn dubbellaagse bikinibroekje? Het lijkt nu net schimmel. Op best een lullige plek.
‘s Avonds wil Lina graag haar paardenspelletje spelen op haar iPad. Dus togen we naar de lobby waar er Wi-Fi was. Ik verstuur ook gelijk wat appjes en mailtjes. Ineens juicht Lina. Ze heeft blijkbaar een paard verkocht voor € 26.000,- en zegt dat ze nu zo gelukkig is. Ik heb haar tijdens de vakantie nog niet zo zien stralen. Dat is toch jammer. En zet je aan het denken. We kiezen zo’n all inclusive complex met zwembaden en glijbanen echt voor haar. Luc gedijt prima in een Italiaanse cottage met een klein bad tussen de olijfbomen. Zolang hij er maar wat speelgoed bij geleverd krijgt. Lina heeft meer vermaak nodig, maar wordt toch een beetje te oud voor knutselen met het animatieteam. En het complex is ook wat te groot om heel gemakkelijk een vriendinnetje te maken. Dus wie weet waar we volgend jaar naartoe op vakantie gaan. Als er maar Wi-Fi is…
Dag 3
Luc maakt ons wakker met de vraag; ‘Hebben jullie hier een sigretje gerookt?’
Ik ga hier niet op in.
Harm aka Mr. Positivo, probeert te doen alsof het de airco is. Het zou dan de eerste nicotine-uitlaat-gassen-verspreider in een hotelkamer zijn.
Het water is best koud om half 10. Zelfs de kinderen komen er gauw uit. Ik heb een doosje met ‘vermaak-je-kinderen-kinderen-kaarten’ en Lina vindt ze gelukkig leuk. Het animatieteam haalt de kinderen over om een t-shirt te gaan verven. Uiteindelijk speelt Luc liever met het speelgoed dat daar staat. Toen lagen we ineens samen. Ongestoord. Ahhh vakantie.
Na een uurtje is het grote ontspannen voorbij. De kindjes staan voor ons en Harm is de kamersleutel kwijt. Ik maak me niet zo druk. Het waardevolste staat voor me te hoppen op de hete tegels. Ik neem mijn schatjes mee naar het restaurant en Harm loopt langs de receptie. En schuift even later opgelucht (mét sleutel) aan.
Vanavond gaan we na een wandeling nog even naar de mini disco. Waar Luc heel graag naar toe wilde, maar zeker niet aan mee gaat doen. Lina kijkt verveeld ‘kunnen we naar de lobby?’
Nou gezellig. Ik haal herinneringen op over toen zij zo oud was en ook niet durfde te dansen. En dat we toch elke avond gingen, zodat ze op de laatste avond een paar pasjes mee durfde te doen. Het interesseert haar geen reet. Ik zie het aan haar ogen. Daar staat WI FI
Dag 4
Another day at the pool.
Ik vraag Harm waarom deze vakantie anders voelt. Waarschijnlijk omdat het al zo gewoon is dat we dit doen. Misschien komt het ook doordat we elke avond afsluiten op de oranje vale bank van ‘ons huisje’, zoals Luc de hotelkamer liefkozend noemt.
De animatie stelt weinig voor. Het strand is al snel donker en verlaten. Het waait en ook op het balkon is het niet knus. Om nou elke avond in de supermarkt voor het hotel door te brengen? Meer vertier is er niet. Vanavond maar eens kijken of we naar een stadje kunnen.
Een hotellid deelt vouchers uit. Special offer for massage. Ik zag inderdaad laatst iemand gemasseerd worden door een vrouw in doktersjas, onder een grote parasol bij het zwembad. Als dat de Welness moet voorstellen? Ik geloof niet dat ik me daar kan gaan ontspannen. Waarom niet op een rustig stukje strand, waarbij witte doeken zachtjes wapperen in de wind? Een gebronsde god, die heerlijk mijn dijen masseert. Zucht. Waarom ben ik ook zo’n verwende prinses?
Na de lunch kopen we voor Lina een nieuwe duikbril. Luc krijst alles bij elkaar, want hij mag de ‘sjofel’ niet hebben. Hij heeft gisteren wel al een Transformerauto gekregen. En Harm beredeneert; wat moet je hier nou met een sjofel?
‘Voor als we naar het strand gaan.’
‘Maar je vindt het strand helemaal niet leuk.’
‘Dan bewaar ik hem voor thuis’, houdt Luc vol.
‘Daar heb je al een paar sjofels.
‘Deze kan daar toch bij?’ zo klaar als een klontje voor Luc.
‘Je bent al net je moeder!’
Nou had ik inderdaad net daarvoor bij de lipgloss staan kijken. Maar ik heb er geen een gekocht…Nog niet…
Terug bij de ligbedjes waan ik me net in Holland. De lucht is bewolkt en achter me kibbelt een Nederlands stel of het ‘de deksel’ of ‘het deksel’ is. Ik pleit voor ‘de deksel’, maar besluit me er niet mee te bemoeien. Ik heb al genoeg aan mezelf. Zijn mijn benen goed geschoren? Hangt er geen borst of lip uit mijn bikini? Mijn uitflappende bilpartij heb ik inmiddels geaccepteerd. Nou ben ik ook best tevreden met mijn billen. Dit impliceert natuurlijk niet dat ik ongelukkig ben met mijn lippen. Afijn, je snapt wat ik bedoel.
Harm wappert in mijn gezicht met een flyertje met daarop de bustijden naar Burgas. De laatste bus reed om 20.30 uur, dus we besloten er ook te eten. Als bij een godswonder vonden we de bushalte. De bus was vervallen, goor en meurde naar oud zweet. Een man schoof op, zodat ik naast hem kon plaatsnemen. Alleraardigst. Maar ik piekerde er niet over om knietje aan knietje te gaan zitten met de waarschijnlijke oorzaak van de stank. Waarom had ik me ook alweer opgedoft in dit zwarte mini-jurkje? Straks zou ik nog met mijn blote kont de bekleding aanraken. Wie weet welke ziektes ik daarbij zou oplopen. Ik trok de jurk ver naar beneden en vergrootte daarbij mijn decolleté. Gelukkig zag alleen Lina me, die naast me zat. Voorbijgangers waren er niet. Hoe verder we bij het hotel weg reden, hoe deprimerender het uitzicht werd. Overal stonden betonnen vervallen blokkendozen. De lucht kleurde grijs mee. Soms herrees er een luxe autozaak of bruidsmodewinkel tussen de distels. Met groene loper. Omdat het zo lekker bij het onkruid kleurt? De triestheid overviel me. Je zou hier wonen en elke dag met deze bus naar je werk moeten. En 20 minuten je adem inhouden. God, wat stonk het.
We zaten ook tegenover de wc. De wc-deur interesseerde me ongewild mateloos. Ik kreeg telkens visioenen hoe het er daarbinnen uit zou zien. Maar misschien ging de deur wel niet meer open, lagen er lijken in te ontbinden. Was het helemaal geen zweet wat ik rook…
Burgas was een soort Rotterdam vol Bulgaren. Harm zijn koptelefoon was stuk en scoorde een dr. Deats. Je leest het goed. Vet nep. Maar het geluid is super. Nu nog eten. Wel een hoop barretjes, maar geen leuke eettentjes te bekennen. En ineens stonden we met knorrende magen voor een grote gele M. Lina mocht kiezen. In eerste instantie koos ze voor Fastfood, maar toen het ‘menu’ niet te lezen was, hoefde ze niet meer. We sjokten nog wat verder en toen we het bijna wilden opgeven, vonden we een Italiaans restaurantje. Met een menukaart alleen in het Bulgaars. En geloof me, dat is net Chinees. De lieve eigenaresse deed haar best om Engels te spreken. Harm wilde wel ‘the specialty of the house’.
Vreemde blik van de eigenaresse.
‘Euh…your best dish?’ probeerde Harm.
‘Everything best’, was het antwoord.
Ach mens, haal toch gewoon wat, ik heb honger.
De verse pasta en pizza smaakten te gek en waren een verademing na dagen lauw buffetvoedsel.
Windowshopping
Bij het teruglopen naar de bus, probeerde ik niet naar de grond te kijken. Daar lagen platgetrapte kakkerlakken en dode vogeltjes. Windowshopping dan maar. Want de mensen om me heen keek ik liever niet aan. Ik voelde me een vreemde ongewenste gast. En de mannen hebben een bepaald uiterlijk, wat me een onveilig gevoel gaf. Ik probeerde te doen alsof ik geen kort jurkje droeg, maar een grote onopvallende overall. Daar prikte Mr. Mug zo doorheen. Zoog genadeloos het zoete bloed uit mijn knieholte.
Bij de bushalte waren we weer de enige toeristen onder de locals. Maar deze bus was wel fatsoenlijk. En no way dat ik voor een taxi zou kiezen. Ik geloof niet dat we het daar levend vanaf zouden brengen. Harm vond mijn rijke fantasie enorm vermakelijk. Maar stiekem was hij ook wel blij toen we weer op onze kamer arriveerden. En het stonk er niet meer naar rook! …maar naar gebraden gehakt.
Dag 5 Dikke wolken vullen de lucht. Ze passen bij mijn stemming. Ik heb heimwee. Gisteren zag ik een bus verbrande, volgevreten vakantiegangers met de bus naar het vliegveld rijden. Terug naar huis. Lichtelijk jaloers keek ik ze na. Maar ik neem mijn nieuwe leesvoer mee naar het zwembad. Een boek, achtergelaten door een andere reiziger, over opgroeien in armoede. Misschien dat ik daarna meer waardeer dat ik gewoon op vakantie kan gaan en niets anders hoef te doen dan relaxen.
Het boek las lekker weg en de bewolking met wind zorgt voor een fijne verkoeling. Voor Luc kochten we dezelfde duikbril als die van Lina en gelijk nog maar een nagellakje. Ik voelde me gelijk een stuk beter 😉
Beetje jammer alleen dat ik in het water viel. Zo oncharmant als het maar kan (nee jammer voor jullie, er zijn geen foto’s van). Oorzaak? Een dikke Duitser kwam me tegemoet en zoals altijd voel ik me verplicht om uit te wijken. Alleen liep ik al op het rooster langs het zwembad om niet uit te glijden. Gelukkig was ik nog net op tijd om Harm zijn camera aan de kant te leggen, voordat ik ondersteboven met mijn pareo in het water belandde. Gênant!
Hoe glad het was, merkte ook een klein ventje wat vol op zijn bol stuiterde. Fluitje kweet zich even van het flierefluiten en bleef als een strontvlieg om het jongetje en zijn ouders heen hangen. Heel het zwembad keek toe. Dat zijn een beetje de spannendste belevenissen van een dagje zwembad hangen.
Kijk eens
Pfff, ik zeg het maar gelijk zelf; ik ben een egoïst. Ik vind het ronduit irritant om gestoord te worden tijdens het lezen van mijn boek. Eigenlijk wil ik überhaupt niet gestoord worden. Dat had ik moeten bedenken voor ik aan kinderen begon…
‘Mam, wil je met me zwemmen/van de glijbaan/een ijsje halen…’
‘IK MOET NU POEPEN’
‘Mama, ik ben mijn oorbel kwijt’
‘He mam, waar is mijn boek/bal/slipper/duikbril/snorkel/boot/drinken’ (omcirkelen wat van toepassing is).
‘Wil je mijn iPad aangeven?’
‘Kijk eens wat ik kan?’
‘Nog een keer kijken mam, ik doe het nu echt goed.’
‘Wil je wat rust?’
Oh nee, dat vroegen ze niet.
Kijk eens wat ik kan
Na een paar glijbaansessies, druipen Lientje en ik weer naar onze ligbedjes. Uiteraard heb ik mijn boek opengeklapt op een natte handdoek gelegd. Na welgeteld één bobbelige bladzijde gelezen te hebben, is hij daar weer. De vraag.
‘Mama, ik wil ook zo’n wrap.’
Dus sta ik weer op.
En vraag ik bij een barretje (in het Engels, dat Bulgaars heb ik nog niet zo onder de knie) waar ze die wraps hebben. Het meisje kijkt me aan alsof ik vraag of Aliens mossels lustten.
Ik articuleer overdreven; ‘Wraps. Food. Eat.’ Ook maak ik mezelf belachelijk door de gebaren die ik naar mijn mond maak. Ik beeld uit hoe smakelijk ik de imaginaire wrap vind. Ik smak er nog net niet bij. Ik voel me nog debieler als het niet (Engels) opgeleide schaap vraagt; ‘Foot? Massage?’
Ja, die stop ik meestal in mijn mond.
Domme kut.
Een man naast me ziet me verbijten en zegt: ‘Beta’. Dat is volgens mij ook een gebouw hier ergens. Ik bedank hem, maar weet nu nog niks. Gelukkig vinden we algauw een plattegrond en even later staan we in de rij voor de wrap-kraam. Uiteraard staat er een Russische vrouw tien wraps te bestellen. Waar ze waarschijnlijk de helft van weggooit. Of is dat discriminerend?
Terug bij de bedjes vind de verklede Spongebob-vent het ook echt raar dat ik niet met hem op de foto wil. Drie keer ‘NO’ hielp niet. Ik keek hem strak aan en trok mijn wenkbrauw omhoog. Seriously? Met de spons tussen de benen droop hij af.
Luc wilde zowaar naar de mini club en Lina vond haar oorbel. Zou ik dan toch echt weer even mogen lezen?
En zowaar lees ik mijn boek uit. Ben maar 11 keer onderbroken. Even gezellig zwemmen met mijn meisje. Maar dat is niet voldoende. Kunstjes moet ik aanschouwen. Waarom die altijd precies onder mijn kin uitgeoefend moeten worden is me een raadsel. Lientje geeft me een kus en schraapt daarbij mijn verbrande-neus-vel bijna van het bot met haar duikbril.
‘Oh sorry mam, kusje erop?’
Nee bedankt.
Harm springt er ook in. Als hij niet van de wereld is afgesloten door dr. Deats (ik wil ze nu ook!), werpt hij zich op als grote kinderanimator. Hij is niet zo’n teer poppetje. Gooit de kinderen met gemak door de lucht en laat zijn fantasie de vrije loop. Genietend kijk ik ernaar. Lina wijst naar de (door Harm betitelde) beachboys op de kant.
‘Kijk mam, die in het groene broekje heeft een sixpack, maar zijn broer niet.
Nou dat zijn geen broers hoor. Het groene broekje pakt zijn luipaardtas en zet zijn roze zonnebril op.
Fijn dat hij verder niks aantrekt…
’s Avonds lakken Lina en ik onze teennagels en trekken hetzelfde rokje aan. Op naar de vreetschuur. Fijn om iedereen netjes aangekleed te zien. Ik zit een beetje aan mijn taks voor het aanschouwen van zwetend lillend mensenvlees.
Dag 6
Op mijn nieuwe telefoon schijnt de mogelijkheid te zitten om onder water foto’s te maken. Dat moet ik uitproberen. Maar door het klotsende water stelt hij niet scherp en werkt de afdruk-knop niet. Harm lacht (want het is geen iPhone); ‘kat in de zak gekocht?’
Ik been geïrriteerd de lobby in. Dit moet ik googelen. Op een forum vind ik tips. Als ik het wil uitproberen, zijn de kinderen nergens te vinden en is de batterij bijna leeg. Harm leent zijn voet uit als lijdend voorwerp en hij doet het!
Ja, ik heb de Allerhande meegenomen. Ik verlekker me aan fatsoenlijk eten. Ik verlang zelfs naar mijn groene smoothie ’s ochtends. Elke ochtend een gebakken ei en twee wentelteefjes gaat op een gegeven moment ook tegenstaan. Vanmorgen hebben Lientje en ik er groentesoep bij gegeten. Gewoon omdat het kan. En de yoghurt bonkjes heeft. En de rest drijft in het vet. Om dat te verdrijven drinken we veel water met citroen. Wat de kindjes graag gaan halen. Want zelf halen en klotsend over het kleed (wie legt er nou tapijt in een eetzaal?) is dé attractie van de ochtend.
Lina wordt net als haar moeder kribbig als ze niet op tijd haar shot voedsel toegediend krijgt. Lunchen dan maar weer. Op het trapje wordt de weg versperd door een vrouw met een kont als een megazak gebutste aardappelen. Ze is denk ik net naar het strand geweest, want heel haar achterwerk zit onder het zand. Hoe dichterbij we komen, hoe beter het zicht. En blijkt het geen zand, maar dikke zwarte haren, afgewisseld met een flinke dosis spataderen. Ik wil haar wijzen op IPL of de nieuwe lasertechnieken, maar mijn Bulgaars laat nog steeds te wensen over.
Nou dacht ik dat mijn eetlust weg zou zijn, maar als ik zie dat vandaag de frietjes wel knapperig zijn gebakken, geef ik me eraan over. En ik snap het wel hoor, dat alles droog of juist druipend van het vet en doorgekookt is. Soms kies ik dan gewoon voor een bord fruit. Dat smokkelen we ook weleens mee naar ons bedje. Of we eten van huis meegenomen knappertjes. Ik schaam me daar niet voor. Komt ook doordat ik vandaag bedje aan bedje lig met Amsterdammers die hun koelbox mee hebben. Gevuld met drinken én eierkoeken.
Fluitje is weer lekker op dreef. Hij spreekt een prachtige (Italiaanse?) vrouw aan. Het is moeilijk niet naar haar prachtige voorkomen te kijken. Gelukkig is het makkelijk te veinzen dat je naar haar baby kijkt. Het gedrochtje erft hopelijk later mama’s goede genen. Maar goed, ik dwaal af. Fluitje vertelt de vrouw dat het oranje babybandje waar ‘het’ in zit zogenaamd gevaarlijk is. Dus komt hij met een zwemvest. Waarin het kindje meteen voorover valt met zijn loodzware koppetje. Hmm, zwembandjes dan? Die glijden linea recta weer van de armpjes af. Wat een lijpo. Even later komt hij met een piepschuim staaf aan, waarmee kinderen leren zwemmen. Hij probeert het ding om het kleintje heen te vouwen en verstikt & verzuipt het kleine ding. Bijna. Dat die moeder het allemaal toelaat! Gevalletje mooi, maar niet bijster snugger. Dat boeit Fluitje niet, die loopt alleen zijn fluit achterna. En komt niet veel later met een kinderbootje met van die gaten erin aanzetten. Voor de vorm zet het knappe gansje haar monstertje erin. Als een rietstengel zwiept het jong heen en weer en zet het op een brullen. Dan begint er een hersencel te werken en pakt moeders het aapje op haar arm.
Luc gaat bij de kidsclub ‘Olympische spelletjes’ doen. Dan kunnen wij toch niet anders dan meedoen met de watergym? Als een stel watertrappelende sjappies, slaan we ons drietjes erdoor heen. Maar als we in een kring moeten gaan staan en elkaars handen moeten vastpakken, haken we af. Je kunt het ook overdrijven met je groepsactiviteit. We spelen nog even Lummeltje en gaan daarna verder lummelen op onze bedjes.
De zon likt met haar hete tong de waterdruppels van mijn lichaam. Heerlijk. Zonnebril op en lekker gluren. Er valt genoeg te zien.
– Een van de beachboys die bij de douche rond staat te kijken of iedereen ziet hoe mooi hij is.
– De dunste vrouw, die ik ooit heb gezien, met vlassig geel haar en een kleur alsof ze net uit de oven komt rollen.
– De schattige grootouders die hun kleindochter leren zwemmen.
– Ach,…moet dat nou…, ik kijk naar een vrouw die in het ondiepe deel in het midden van het zwembad haar baby de borst geeft en haar man die ernaast foto’s van staat te maken.
Oké, ik heb genoeg gezien.
Onze eigen beach boy
Lientje en ik gaan naar de kraam met stenen beeldjes om te schilderen. Zij kiest een eekhoorn en voor Luc zoek ik een VW busje uit. De verkoopster kijkt me raar aan als ik zeg dat we hem niet nu ter plekke gaan verven. Wit is it! En Lina krijgt nu eindelijk haar (airbrush) tattoo. Als de man aan komt lopen, verontschuldigt hij zich. Hij moest even een biertje kopen. Een literfles zo te zien.
‘I understand’, antwoord ik. En dat doe ik echt. Je zou toch een hele zomer kinderarmpjes moeten bespuiten met Playboy-bunny’s en peace tekens. Daar zou bij mij meer dan een liter bier voor nodig zijn.
Soms vraag ik me af of Luc wel spoort. Hij is grappig en gek tegelijk. Ik hou ervan. Van hem. Hoe hij in het huisje over de bank heen en weer loopt te glijden.
‘Kijk mam, ik schaats. Wat een lekkere gladde bank hé mam?’
Dat is van het huidvet wil ik antwoorden, maar Luc let al niet meer op mij. Hij is druk bezig met het likken van Harm zijn oorlel.
Even later ben ik weer in the picture. En vraagt Luc of hij wat in mijn oor mag fluisteren. Ik ben wat huiverig. En dreig dat ik hem een hele harde knal op zijn hoofd geef als hij niet fluistert. Niks te ahhh of ohhh. Van de week dobberde ik nietsvermoedend op hem af en knuffelde zijn kleine lichaampje. Toen vroeg hij hetzelfde. Ik drukte hem op het hart om echt niet te gillen.
‘Neehee mam, dat doe ik niehiet.’ Met zijn droopy ogen keek hij me aan, hoe ik dat van hem kon denken. Ik draai mijn oor naar hem toe en voor ik het weet sluit hij heel mijn gehoorgang af met zijn lippen en krijst alsof zijn voet eraf gerukt wordt. Waar ik op dat moment ook echt toe in staat ben. De duizenden naalden die in mijn trommelvlies afgeschoten zijn, overtreffen de oorpijn bij een vliegtuiglanding. Ik moet er nog van bijkomen. Dus vandaar dat ik niet sta te springen bij zijn vraag. Maar we hebben hem goed duidelijk gemaakt dat hij het nooit meer mag doen. Dus ik heb het alweer een paar keer toegelaten (onder bedreiging). En elke keer hoorde ik heel zachtjes ‘ik vind jou lief’. Maar vandaag hoorde ik iets anders fijns in mijn oor kriebelen; ‘Ik vond het een hele fijne vakantie mama’.
Omdat het onze laatste avond hier is, zoeken we het grote podium op. Lina wilde dat graag. Maar man wat was het tenenkrommend. Zo’n vaag liedje met een pierrot die met een gebroken hart en maskers loopt te zwaaien. Asjeblieft. Zij blijkt alleen afleiding te zijn, zodat de ‘dansers’ zich kunnen omkleden. Het is best leuk gedaan hoor, een dansje op Michael Jackson in een legerpakje, maar ik krijg er gewoon een wegtrekker van. Kan het niet meer aanzien als Pierrot met haar sjaaltje wappert en erin verstrikt raakt. Lina vindt er ook geen reet aan en we lopen terug naar ons gebouw. Zolang we muziek horen, danst Lina haar fantasie achterna. Veel vermakelijker om naar te kijken. You go girl!
Dag 7
Helemaal zen de laatste dag
Ik word wakker met een vette glimlach.
Oké, dat is gelogen, ik word wakker met een maandelijks terugkerende buikpijn, maar dat is niet zo’n leuke zin om mee te beginnen. En ik plak alsnog die lach op mijn bakkes. En begin te stralen. Harm wordt er wakker van.
‘Die lach gaat er vandaag zeker niet meer af?’
Dat klopt.
De dag van vertrek is mijn lievelingsdag. Alles opruimen, alles voor de laatste keer doen en er dan volop van genieten. Dus liggen we om 9 uur in het zwembad. Als enigen. Heerlijk. Kan ik op mijn gemak onderwaterfoto’s maken. Blij als een kind zet ik ze op Facebook. Want ineens doet de Wi-Fi uit de lobby het ook bij het zwembad. Potje Wordfeud erachter aan. Voelt al bijna als thuis.
Harm boekt de kamer voor wat extra uren erbij en speelt dan met de kinderen in het water. Love him!
Maar ik ben niet de enige in jubelstemming. Lientje verheugt zich op ons kappersbezoek morgen en glundert net zo hard.
Dan komt Harm voorbij rennen. Naar de glijbaan. Ik zie me al in een aftands Bulgaars ziekenhostel zitten aan Harm zijn bed die met een Brace om zijn nek ligt te creperen. Maar niet hij, maar Luc stuitert over de gladde tegels. Er komt geen brace aan te pas. Gewoon een Fruittella erin stoppen en doorgaan.
Ik neem zelf ook een duik. Het zwemmen voelt vandaag ook extra fijn. Dat er ook andere mensen gebruik maken van het zwembad is wel weer een minpuntje, maar met wat schopjes in het middenrif, drijven ze vaak vanzelf een eind bij me vandaan. Het laatste uur aan het zwembad tikt weg. Terwijl ik lees, zing ik een vaag liedje.
‘Ik heb je de hele vakantie nog niet horen zingen. Behalve op de dag van vertrek,’ hoor ik Harm naast me. Hij krijgt een stralende lach.
Nog een half uur.
De kids duiken onder hun handdoek met de iPads. Harm zondert zich af met zijn muziek & dr. Deats. En ik? Ik kijk om me heen. Eindelijk ontspannen.
Laatste kwartier.
Helemaal opgedroogd. Maar nat van het zweet. Lina en ik kijken elkaar aan. Nog een laatste duik dan. Luc plonst er ook bij.
Maar dan drogen we ons af. En gaan weer op zoek naar het ‘handdoeken-loket’. Dat zit ergens verstopt op het complex. Expres waarschijnlijk.
Het park is groot, best overzichtelijk, maar toch een doolhof. Net als de eetzaal, waar we nu ook onze laatste lunch nuttigen.
Vanmorgen zag Harm daar een Rus zijn omelet op een wentelteefje leggen, omdat hij waarschijnlijk dacht dat het geroosterd brood was. Maar het brood + rooster staan in een hele andere uithoek. Hier kwam ik ook pas na 5 dagen achter. Weer ergens anders was een hoekje met cruesli. En in plaats van de yoghurt, stond de groentesoep ernaast. Deze combinatie smaakte wat raar kan ik je vertellen. Harm maakte ook een lekker ontbijt; hij belegde zijn brood met boter en gebakken ei. Alleen bleek de boter witte chocoladepasta te zijn. Hij vertrok geen spier en at het gewoon op. Nu aten we onze laatste slappe frietjes en taartjes.
Lina vindt het eten hier prima
Op naar onze kamer. Als een militaire missie, deel ik strategisch de koffers in. Ik douche als laatste en mijn lieve reisgenoten hebben de handdoeken opgemaakt, waardoor ik me uiteindelijk sta af te drogen met de badmat. Maar ik ga niet zeuren. Want we gaan naar huis! Luc heeft er ook zin in. Want we gaan met de bus. Eenmaal daarin blijkt mijn lange spijkerbroek ineens geen goed idee meer als we er 10 minuten in zitten te wachten. Zonder airco. Met al een bus vol bier-zwetende-sunnybeach-gasten.
Op het vliegveld sluiten we aan in de ellenlange rij. God, wat haat ik wachten. Zeker met een Lucje die iedereen over de tenen rijdt met zijn trolley. Maar eenmaal bij de balie wordt het er niet beter op. Eén koffer weegt 2,7 kilo teveel en die Bulgaarse hoer achter de desk blijft maar herhalen dat we overgewicht hebben. Kijk eens in de spiegel. Olifantenkop.
Harm probeert uit te leggen dat het gewoon anders over de koffers verdeeld is. Engels verstaan ze amper. Ook helemaal niet nodig natuurlijk voor zo’n functie. Maar uiteindelijk moet alle handbagage ook op de band, kijken hoeveel het allemaal in totaal weegt. Bij het inpakken thuis heb ik er hele wiskundige berekeningen op losgelaten en alle handbagage woog bij vertrek de gewenste 10 kg per stuk. De eerste trolley weegt precies 10 kilo (pfoe). De 2e is 8 kilo en Harm zijn tas ook. Ik heb zin om Harm een high five te geven. Maar mijn triomfantelijke lach zint haar niet. Ze gooit het over een nieuwe boeg. Heeft Harm zijn tas wel de juiste afmetingen? Ze knikt daarbij naar een meetbak voor handbagage. Ik knik en bluf heftig. Geen wonder dat die rijen niet opschieten zo. Harm vertelt rustig dat we hem ook zo op de heenreis hebben meegenomen. Ze gelooft er geen woord van. Harm moet hem toch echt in dat meetbakje stoppen. Hij propt die tas erin en schiet wortel. Die trut staat uit haar neus te bikken en nog eens naar onze papieren te kijken. Of ze niet nog een foutje kan ontdekken. Ik ben het dan echt spuugzat en krijs (wijzend naar Harm); THE BAG FITS. MAYBE YOU CAN CHECK IT?’
Alle rijen kijken nu naar mij. Swah.
Willen jullie je vlucht halen, of niet?
De Oostblokse kuttekop beent naar Harm en haar andere collega kwakt onze paspoorten en boardingspassen op de balie. Ik gris ze weg en loop briesend lukraak een richting op. Weg hier, voordat ik ze de koppen inbeuk.
Luc wordt nog even serieus gefouilleerd. Ik zweet natuurlijk peentjes, bang dat ze het mes in zijn aars en de wiet in zijn oren ontdekken. Gore randdebielen. Bij de Taxfree shop word ik pas weer een beetje rustig als ik twee lippenbalsems heb gescoord.
Inmiddels zijn we alweer twee dagen thuis. Helemaal genietend van mijn dagelijkse leven en gezonde eten. Maar de vakantie was echt prima hoor. Wil je ook naar Bulgarije? Hierbij 5 tips:
1. Zit je in Sunny Beach? Zuip je helemaal delirium en ontwaak pas uit je coma op de terugreis. Zit je net als ons op een kindervakantie-resort? GA. DAAR. DAN. NIET. VANAF.
2. Ben je eigenwijs? Ga je toch naar Burgas? Verberg je polsbandje (herkenbaar voor all-inclusive-gangers) en trek een overall aan. Laat je camera’s thuis en ga goedkoop winkelen vóór 20.00 uur. Wil je er lekker eten? Ga dan naar het Italiaanse restaurantje Ƶαβ∞§¢ఇ¿
3. Koop dr. Deats (omgerekend nog geen 17,50 en geen last van kinderen die moeten poepen, of luidruchtige Russen. Ik zeg, een koopje voor zoveel rust)
4. Er is eigenlijk maar 1 tip en dat is tip nummer 5.
5. Ga niet naar Bulgarije. DOE. HET. NIET.
De kinderen gaan uit logeren, dit is hét moment om er samen weer eens tussenuit te gaan. Dat is voor mijn gevoel té lang geleden. Harm corrigeerde deze gedachte; in februari zijn we nog naar Maastricht & de Ardennen geweest. Oh ja. Ineens herinner ik me weer dat niets in bloei stond en het grauwe weekend wegvloeide in regen en menstrueel geëtter. Weg romantiek. Dus dat telt niet. De laatste keer was dus New York, toen we elkaar net twee maanden kenden. Need I say more? Daar gaan we vast nooit meer overheen (qua romantiek). Maar dat is ook niet ons doel. Ontspannen willen we. Luieren. Bijkletsen. Zonder 100 kindervragen tussendoor. Relaxen. Maar niet te ver weg. We hebben alleen donderdag- en vrijdagnacht en ik wil onze kostbare tijd niet verdoen in de wachtrij op Schiphol. Ineens dacht ik aan de Waddeneilanden. Harm was al eens op Texel of Terschelling geweest, dus dat viel af. Vlieland dan? We vonden een supermooi hotel en waren verkocht. Op Facebook probeerde ik nog wat tips te verzamelen, maar daar werd ik voor mijn gevoel uitgelachen.
Foto Vliehorsexpres
Google bood weer eens uitkomst. Je kunt op Vlieland met één of andere tour tijdens zonsondergang beestjes spotten. Ik noem ze walvisjes en Harm lacht alleen maar. Als de zon onder is, zit je met z’n allen om een vuur en zingt er een bandje. Net als op kamp vroeger. Harm prikt door mijn mijmering ‘Dat gaan we dus niet doen he’.
‘Wel walrusjes kijken toch?’ vroeg ik pruilend.
Harm reageerde niet. Hij had als tip van zijn collega een restaurant aanbevolen gekregen; ’t Armhuis’. De naam vond ik wat raar gekozen, je denkt toch aan een soort afhaalschuur voor sloebers. Rondje Iens doet wonderen. Je krijgt er blijkbaar wat de pot schaft, maar kan doorgeven wat je niet lust. Harm lachte van oor tot oor ‘benieuwd wat ze jou voorschotelen dan!’ Haha, makkelijk inkoppertje.
‘Ohhhh je kunt er ook paardrijden!’
‘Nee hoor’, hoor ik vanachter de Ipad.
‘Ahhh toe, een uurtje maar’, smeek ik.
Maar Harm en zijn idee aan een pijnlijke zak zijn onvermurwbaar.
‘Maar wat gaan we dan doen?’ vroeg ik dramatisch.
‘Niks. Lekker he’, is het antwoord.
Nou. Reuze.
Bewijs vastgelegd
Op de zaak lachen ze ook.
‘Jij op een paard?’
Alsof dat zo’n rare gedachte is. Tsss.
‘Ja heerlijk, ik heb het liefst een zo groot mogelijk donker beest tussen mijn benen.’
Na alle grappen hierover, proberen ze het nog eens ‘maar ze zijn vies en dat is toch niets voor jou?’
‘Ik ga ze ook niet poetsen! Ik ga erop zitten en laat me rijden.’
Ze zien het al helemaal voor zich.
Hoe ik mijn lipjes van een glossje voorzie en misschien het paard ook een laagje geef. ‘Oh nee, dat doet ze toch niet, want hij kwijlt.’
Hilarisch vinden ze het.
‘Hebben ze er überhaupt Wi-Fi?’
Uiteraard heb ik dat opgezocht. De Vlie-fi (geen grapje) kun je activeren door middel van een kraskaart. En ik heb ook al op Vliebay gezeten, een soort Ebay/marktplaats voor Vlielanders. Als eilandbewoner zul je elkaar niet snel een kat in de zak verkopen. Wat mijn gedachten leidt naar winkelen. Je online aankoop heb je vast niet binnen een dag in huis. Je hebt er ook geen Action of Hema. Ik zou kapot gaan. Maar voor een paar dagen lijkt het me heerlijk. Ook omdat de weersvoorspelling tropische temperaturen aangeeft.
Donderdag pakken we op het gemak de laatste spullen in. We hebben namelijk de boot van 14.15 geboekt. Anders vertrok de boot om 9 uur en aangezien het nog twee uur rijden is, was dat een uitgemaakte zaak. We moeten ook nog een half uur van tevoren aanwezig zijn, dus vertrekken ruim op tijd. Gelukkig maar, want bij aankomst in Harlingen moet ik plassen en nog een schrijfblokje kopen. Serieus, waar zou ik zijn zonder Hema?
Uiteindelijk moeten we nog bijna rennen naar de boot, want ‘Lang parkeren’ doe je uiteraard zo ver weg mogelijk. En de papieren in de auto laten liggen is ook niet handig en tijdversnellend. Maar eindelijk zitten we op de megaboot. Ik pak mijn schrijfblokje en Harm fotografeert de meeuwen. Ik doe ook een poging met mijn telefoon, net als mijn achterbuurvrouw. Dan durf ik haar te vragen een foto van ons te maken. Harm vindt het gênant, maar anders hebben we straks helemaal geen foto’s van ons samen. Dus ik doe het gewoon.
Alle opgeschoten jongeren, backpackers/wereldreizigers, een heuse indiaan, volwassen mannen met safarihoedjes en afritsbroeken, geblondeerde & getoupeerde vrouwen, grijzende mannen met loom armbandjes om en op afgetrapte suède loafers, gezinnen (door Harm samengevat; van alto tot snob) & wij arriveren na anderhalf uur op Vlieland. Heel de boot loopt leeg. Past dat allemaal wel op dat eilandje? Ik schaam me soms dat ik toerist ben. Lopen we daar met onze trolley en strandtas. We zijn in ieder geval niet de enigen. En al snel integreren we met de bewoners. We lopen door de dorpsstraat en dompelen ons onder in een soort kneuterig vakantiegevoel. Iedereen kijkt blij, fietst, wandelt en geniet van de zon op terrasjes. We zijn al snel bij ons hotel (Badhotel Bruin). Wat een geweldige ambiance. We hebben via Booking.com blijkbaar de bruidssuite geboekt. Prima de prima.
We huren fietsen en zoeken het strand op. Wat is het uitgestrekt en rustig. Ik voel me echt ontspannen als ik met mijn blote voetjes door het zand hobbel. Uiteraard maken we foto’s.
Op de terugweg fietsen we tussen duinen en bos. We passeren tentenkampen en mensen die kano’s voorttrekken. Het voelt echt als vakantie. In onze kamer testen we uitgebreid het bubbelbad. We gaan uit eten bij ‘Gestrand’, maar zijn gelukkig net op tijd terug om de fanfare voor ons hotel te zien optreden. Pfoe, gelukkig de polonaise (serieus!) niet gemist. Op de kamer is het wel benauwd. Toch steek ik de kaarsjes aan. Nog even wat schrijven en info zoeken over de zeehonden (oh ja, zo heten die beestjes).
Vrijdag word ik een beetje teleurgesteld wakker. Ik had me verheugd volkomen uitgerust wakker te worden op ons Hastens bed. Maar ik kon slecht in slaap komen door de hormoonbommen die tot midden in de nacht in de enige disco van het dorp (Vlie is the place to be) feestten. Voor de deur van ons hotel. Gelukkig maakte Harm mijn ochtend weer goed. Daarna toch even de tv aan. De vliegtuigramp maakt je extra dankbaar. Na het vreselijke nieuws, springt er een fitte vent op een steen en begint zijn Vlielandse workout. Ik heb al genoeg spierpijn van alle beweging die ik ineens krijg, dus ik sla even over.
Na het ontbijt (mét superfoods) stappen we weer op de fiets. Ahh, zo voelt zadelpijn. Alsof je met je schaambot op een stenen paard heb gegaloppeerd. Staand fietsen is ook geen optie, ik vang zittend al genoeg wind. Maar ik ga niet klagen. Ik doe het niet. Maar fuck, ik waai bijna het strand af. Gelukkig vind ik lekker hoog en afgelegen een duinpannetje waar we lekker kunnen bakken.
Terwijl ik me onbespied waan, trek ik mijn topje uit. Alleen een meeuw strijkt naast me neer. Voorzichtig reik ik naar mijn camera. Jammer dat hij al vrij snel wegvliegt. Al snel snap ik waarom. Een vent die er ook letterlijk uitziet als vogelverschrikker, stapt ineens de heuvel op. Preuts trek ik mijn tijdschrift voor mijn boobies en daarna gauw mijn topje weer aan. Harm lacht ‘en jij wilde hier een dopje doen?’ Nou haha…
Om twee uur gingen we lekker toeristisch zeehondjes spotten. We haalden nog wat sap en (biologische!) druiven en namen plaats op de ruime speedboot. De stuurman vroeg netjes of hij rustig of snel kon gaan. Vol gas. Terwijl hij voorzichtig zijn boot de haven uit stuurde, stopte ik parmantig een druifje in mijn mond. Lekker dit. Voordat ik Harm ook maar aan kon kijken, schoot de halfgekauwde druif al achter tegen mijn huig. Het gaspedaal was gevonden. Dacht ik dat mijn oorbellen op de fiets al hard tegen mijn zonnebril klapperden, nu zou ik al blij zijn als ik nog oorlellen zou hebben na de rit. Ik had mijn sea salt spray voor mijn haar thuis kunnen laten. Maar man wat was het gaaf. In de Efteling had je hier een driepuntsgordel voor om moeten doen. We klapten op de golven en lachten het uit. En als toetje bleven we een tijdje dobberen tussen de zeehonden. Die lagen op hun eigen robbeneiland weer naar ons te kijken.
Waarom wil je schattige diertjes altijd mee naar huis nemen? Gaat ook zo stinken in de badkuip denk ik. Dan maar op de foto mee naar huis. Met een glimlach van oor tot oor zet de zeebonk ons weer aan wal. Totaal nat en gescrubd staan we na te glunderen op de kade. Nog even kletsen met onze kapitein, een echte eilandbewoner. Ik heb eigenlijk teveel vragen voor hem. Maar ik betwijfel of hij de Action mist. Als je elke dag zeehonden spot.
Terug op het strand lijken we in een constante windvlaag te zitten. Leest niet heel relaxed, maar we zijn wel binnen no time droog. Als we terug het dorp in fietsen, begint het te kriebelen. Ik moet zo even de winkels in. Eerst opfrissen. Ik twijfel of ik niet overdressed ben in mijn zwarte maxidress. Ik zie ze kijken. Dus kijk ik naar de grond of in de etalages. Harm vindt dat ik nu goed in ons dorp pas. Zo complimenteus die man. Ook vandaag sluiten de winkels pontificaal om 18.00 uur. De straat sterft bijna uit. Wij zoeken het Armhuis op en ik neem om te beginnen ook maar rosé. Beetje moed indrinken en misschien proef ik dan wat minder.
Alhoewel het aperitief prima is. We zitten heerlijk in de tuin. In het late zonnetje. Niets meer aan doen. Totdat de ober komt vertellen wat de pot schaft. Van het voorgerecht onthield ik dat ik alleen de komkommer lustte, het tussengerecht (zeebaars) werd bereid met een zeevruchtensaus (gruwel to the max) en het hoofdgerecht was een homp vlees (biefstuk). Ik vertelde mijn gedachtes beschamend aan de ober en die begreep me in eerste instantie verkeerd.
‘Oh, dus u lust alleen de komkommer niet?’
Euh…
Ik kreeg een aangepast menu. Vooraf carpaccio van zeebaars. Koude plakjes vis blijken niet mijn ding. De quinoasalade met biet erop is wel lekker. En om niet flauw te zijn, eet ik zelfs de radijs op. Mijn hoofdgerecht is een berg groenten (oeps, vergeten te zeggen dat ik ook geen champignons, tuinbonen en asperges lust). De truffelolie maakt veel goed. En Harm eet met veel smaak zijn gerechten (en gedeeltelijk de mijne). De klapper wordt het toetje. Ik heb er zin an! Denk aan chocola. IJs. Noten. Fruit. Of een combi hiervan. Een bord met luxe hapjes wordt voor me neergezet. Ik herken alleen het steeltje van een kers. Ik lust dan wel geen kersen, maar ach, ik heb een bord vol hapjes. De ober licht toe ‘…een kers omhult met chocolade, een stukje suikerbrood, een pindakaasparfait, een kersenmousse, kersenpuddinkje, gedroogde kersen…’
Anyway, een hoop kersen. Zonder taart om ze op te zetten.
We wilden toch de zon nog eens zien ondergaan en liepen richting vuurtoren. Vrolijk pindakaas opboerend. Na tig foto’s van een roze zon, vind ik het welletjes geweest voor vandaag. Ik heb zowaar mijn record behaald op mijn stappenteller.
Zaterdag word ik wakker met carrotcake in gedachten. Die had ik op de kaart gezien bij ‘Gestrand’. Verse jus erbij. Lekker hoor. De fietstocht van 28 km over het eiland laten we toch maar aan ons voorbijgaan. We kiezen onze eigen route wel. Langs de manege, waarbij de geur van dampende paardenmest me niet meteen in vervoering brengt voor een buitenrit. Maar later, als ik ze zo door het bos zie hobbelen, wil ik stiekem toch mee. Fietsen is best vermoeiend. Met de volle zon op je kop. Nou ben ik natuurlijk een sportieveling pur sang en moet Harm me enorm overhalen (‘zullen we naar het strand…’’Ja!’) om naar het strand te gaan.
Wat komen die kleine (fruit?)vliegjes allemaal op me doen? Ik heb me vanmorgen eens niet ingesmeerd met rotte banaan en dan krijg je dit. Ontspan Joyce. Misschien eten ze je dode huidcellen wel op. Met die gedachte ga ik liggen. Genieten dat het gekrijs niet van onze kinderen komt. Geen stress of Lina zich vermaakt of Luc verzuipt.
Een perfect zeebriesje blaast over mijn huid. Als hij nou ook die K#* vliegjes weg zou blazen! Ze bijten ook nog volgens mij. Ik ga Harm achterna. Het water in. Ik moet natuurlijk wel in de Waddenzee gezwommen hebben. Harm vertelt doodleuk dat hij gelezen heeft dat die vliegjes inderdaad prikken en dan een rood bultje achterlaten. Lekker dan. Kom ik straks als bespikkelde beer terug.
We staren naar Seabert in de verte en de golven breken om ons heen. Naast me zwemt een klein meisje. Met dikke muggenbulten op haar mooie mollige beentjes. Ik wil haar knuffelen. Ik mis mijn kinderen. Maar ik kan wel even ongestoord lezen nu. Dus wandel ik weer terug naar mijn handdoek. Harm volgt al snel. En vraagt of ik niet liever nu een stukje ga fietsen. Dat is een vraag waaruit blijkt wat hij zelf wil en waarbij hij ook mijn antwoord al weet. We blijven dus liggen.
Als het te warm wordt, biedt strandtent ’t Badhuys verkoeling. En smoothies. Mmm. Hierna zoeken we een plekje op het strand waarbij de gezinnen niet half op onze handdoek liggen en we geen frisbees hoeven te ontwijken. We zijn ook gelijk van de vliegjes af. Na een braaduurtje stappen we loom en met beurse billen op de fiets. Blij dat we hem zo in kunnen leveren. Alhoewel ik niet zonder had gekund. Hoeveel mensen zag ik niet sjokkend met verhitte hoofden naar het strand trekken. Met overvolle boodschappen- en strandtassen. Pfoe, het idee alleen al maakt me chagrijnig. Wij fietsen lekker terug naar het dorp. Soms even stoppend om paarden en bootjes te fotograferen. Totaal in de relaxmodus.
In het hotel halen we nog een tas op en ontdoe ik me van mijn bikini. Harm leest de krant in alle koelte (die airco hadden ze best in onze hotelkamer mogen plaatsen). Ik moet nog iets scoren. Al is het maar een kaart. Maar die lijken teveel op onze eigen foto’s. Een cadeauwinkeltje dan. Ik zie hem meteen hangen. Een ketting met een schelp. Gevonden op Vlieland en gecoat door een lokale kunstenares. Inpakken maar. Ik vraag hoe zij de warmte ervaren. Maar ook voor hun gaat deze temperatuur (31 graden) hun vissershoed te boven. Zelfs hun normale zeebries is alleen nog maar aan de waterkant te vinden. In Maastricht schijnt er smoggevaar te zijn en wordt geadviseerd binnen te blijven. Dan kun je toch beter hier vertoeven. Tsja, we gaan toch echt terug. De boot vertrekt om 17.00 uur.
En dan klinkt de toeter. De stoomboot van Sinterklaas is er niets bij. Terug naar de bewoonde wereld. Zo voelt het een beetje. En stiekem vind ik het fijn. Ik hou ervan om thuis te komen. En Vlieland was heerlijk hoor, een echte aanrader. Maar na het vele fietsen is de magie van de eerste dag verdwenen. Ook hier hebben ze rijtjeshuizen, krijsende kinderen en hondenpoep op straat. En ondanks alle schoonheid van de natuur, de rust en ruimte, geeft het me naast vrijheid, juist ook een beklemmend gevoel. Van melancholie en eenzaamheid. Laat staan als er geen zon is. Gelukkig was hij er tijdens onze dagen volop. En geniet ik van de herinnering aan de authentieke huisjes & terrasjes in de Dorpsstraat, de zeehonden & meeuwen, ons mooie hotel, de quality time samen, de kindjes die krabbetjes vangen met een schepnetje en de heerlijke zeebries. Die verkoelt me, nu ik schrijf, ook heerlijk op de boot.
Na ons broodje kroket staan we aan de reling. Een zeehond steekt nieuwsgierig zijn kopje omhoog. De zon weerspiegelt op het water. Wind wappert door onze haren. Ik meen het als ik Harm omhels en in zijn oor fluister ‘er is nergens waar ik nu liever ben’.
Zelfs niet in de Action.
Toen we hier in 2006 gingen wonen hadden we alles qua inrichting vrij snel uitgedacht. Alle muren schelpwit. De keuken kochten we voordat het koopcontract was ondertekend. We hadden netjes een budget voor vloeren, keuken en badkamer. Over alles onderhandelden we. Het rare was dan ook dat bij de badkamer alles steeds duurder werd en we het budget bleven oprekken. Maar mooi dat het zou worden!
En we genieten er nog elke dag van. Lekkere vloerverwarming, bad op pootjes, stortdouche, zelfontworpen koofjes als opbergruimte etc. etc. Enorm tevreden, op één elementje na. Ons badkamerkastje. In het beginstadium enorm lang gezocht naar een bedrijf dat een kastje van steigerhout wilde maken en via de mail alle wensen en maten doorgegeven. Een week voordat het pronkstuk geleverd zou worden, reageerden de makers nergens meer op. Telefoonnummer en site waren uit de lucht en mail werd niet meer beantwoord. De badgasten waren gevlogen. We hadden ze gelukkig nog niet betaald. Maar wel een open ruimte waar de waskom heel sneu op de grond stond. Het Zweedse warenhuis bood uitkomst. For the time being.
Maar nu 8 jaar later staat het kastje er nog steeds. Altijd met de deurtjes open. Omdat iedereen te lam is om bij het pakken van een deo of handdoek het kastje te sluiten. Verder blijkt het gelamineerde ‘hout’ ook niet bestand te zijn tegen mijn haarverf en de toplaag ziet er daarom niet echt fris meer uit. Meer als de huid van een schurftige kat. En omdat we hier waarschijnlijk toch blijven wonen, hak ik de knoop door; er komt een nieuw kastje. Vol frisse moed begint mijn zoektocht wederom naar een steigerhouten meubelmaker. Dat blijkt hipper (en daardoor duurder) dan jaren geleden. Mmm, de krent in mij komt in opstand. Ik vraag iedereen om me heen of ze geen handige timmerman kennen. We zijn zelf ook niet onhandig, maar aan lades branden we onze vingers niet.
Uiteindelijk was ik zelfs zo desperate, dat ik de bouwvakkers, die een nieuwe betonnen plint op onze gevel aanbrachten, om hulp vroeg. Zij kwamen uit de buurt en kenden toch vast wel iemand? En zowaar! Zij kenden wel iemand die nu toch werkloos was. Nadat ik het nummer op een briefje meekreeg, sloeg de twijfel toe. Zouden ze geen engerd op me afsturen? Ik had ze nooit koffie aangeboden die werklui. Asociaal, ik weet het. Ze mochten daarentegen wel onze buitenkraan gebruiken en één werkman ook onze binnenkraan. Nadat hij hier had zitten bouten. Terwijl ik in de ruimte naast hem bezig was. Ik hoorde zijn drollen nog net niet plonzen, maar gênant vond ik het wel. En vies. Grote harige billen doemden voor mijn ogen. En waarom vond ik die ook passen bij de bilspleet van de aangeboden werkloze timmerman? Ik schudde mijn vooroordelen uit mijn hoofd en belde de goede man.
Of hij langs kon komen? Euh…Een vreemde (in mijn gedachten ook vieze) man in mijn badkamer? Euh… ‘Ja, dan kan ik kijken om welke afmetingen het gaat’. Ik verzekerde hem dat ik echt heel goed kon meten. Maar hij kon vanavond al langskomen. Ik zou het nog laten weten stamelde ik. Ik belde Harm en die zag totaal geen harige beren op de weg. Dus hij kwam. En overwon. Want het was gewoon een schattig iel mannetje met overall aan (dus geen bilspleet te zien = pluspunten). Hij mat alles op, terwijl Luc zijn (lede)maten aan het opmeten was met een meetlint. Hij liet het over zich heen komen (= bonuspunten). Hij zou het kastje maken van ander hout, maar met drek inwrijven voor de gewenste vieze look. Hij liet foto’s van eerder gemaakte kastjes zien en die zagen er echt profi uit. De prijs viel ruim binnen mijn budget en ik was overtuigd.
Vaag kastje
Hij had een weekje geen tijd, maar daarna had hij hem binnen 12 uur in elkaar gezet. Prima. Na 8 jaar wachten, kan ik nog wel wat geduld opbrengen. Zeker voor het kastje van mijn dromen. Ineens bedacht ik me dat ik nog schotten in het kastje wil en ik stuur onze timmerman een mailtje. We zijn een week verder, dus hij zal het kastje vast nog niet klaar hebben. Geen reactie. Na 2 dagen sms ik hem (hij heeft nog heel schattig een Nokia die je moet open klappen) en ontvang ik een reactie per mail. Vakindeling? Geen probleem. Dat hoor ik graag. We mailen nog wat heen en weer en zo goed bleek hij niet te kunnen meten of te kunnen schrijven, want de bovenste lades moeten hoger (anders past mijn haarlak er niet in en daar ging het nou juist om). Een paar dagen later ontvang ik schimmige foto’s waar de bovenste lades duidelijk geen hoge flessen kunnen herbergen, maar de onderste la heeft wel het formaat van een grafkist (van een dwerg). Ahhh. Gauw sms en mail ik hem. Gelukkig viel het nog aan te passen. Na een week stalk ik hem weer, of het duidelijk is. Hij sms’t dat het lukt. Mmm. Weer een week verder vind ik dat ik toch wel mag vragen wanneer het kastje af is. Die eerder genoemde 12 uur heeft hij in ieder geval over een hoop weken verspreid denk ik sarcastisch.
Hij denkt over een week. Op een woensdag. Weer anderhalve week later besluit ik toch maar weer te sms-en hoe het gaat. Hij geeft aan dat het kastje af is, maar dat hij geen tijd heeft die week om het te leveren. Argghh. Ik stuur terug dat Harm hem anders wel kan halen. Ik heb er geen goed gevoel bij. Later hoor ik op mijn voicemail dat hij een weekendje weg is. Ja dus? Waarom kun je hem dan niet ’s avonds de week erop brengen? Dat sms ik hem dan ook vriendelijk. Als hij hem uiteindelijk een week later komt brengen, ben ik alles alweer vergeten. Hij ziet er lekker robuust uit. Het kastje dan. Alleen nog aflakken, knopjes erop en klaar. Dacht ik…
Ik trek de lades uit het kastje om de frontjes te lakken met whitewash. Na een enorme zoektocht blijkt deze beits het minst te vergelen. Dat vind ik altijd zo lelijk. Net als de binnenkant van de kastjes. Gemaakt van een soort donkerbruine platen waar ook stukjes af zijn. Hm. Ach, het is de binnenkant maar, probeer ik mezelf te overtuigen. En geef de buitenkant van het kastje drie lagen beits. Dan hoeven we hem alleen op zondag ertussen te zetten en aan te sluiten en kunnen we dit project afronden. Niet helemaal tevreden, want de lades lopen absoluut niet zo soepel als ‘ons mannetje’ voorspeld had. Maar mijn haarlak past er wel in…
Past niet…
Zondag. Het oude kasje trek ik leeg, de waskom eraf en we soppen eindelijk weer eens onder het kastje. Pampampam, het moment is daar. Harm grapt nog ‘straks past hij er niet tussen’. ‘Dat zou wel weer echt wat voor ons zijn,’ antwoord ik. Het lijkt alsof alles bij ons net zo soepel loopt als onze nieuwe lades. Maar misschien roepen we het ook wel over ons af. Want terwijl we hem erin proberen te schuiven, concludeert Luc al vanuit bad ‘dat past niet, he?’. Maar misschien staan we er niet helemaal recht voor? Ik trek ons ventje uit bad en ga er zelf in staan. Met glibberende voeten en een loodzwaar kastje wat over ons mooie bad krast probeer ik niet te vloeken. Harm kijkt me met stoom uit de oren aan ‘jullie hadden het toch zo goed opgemeten?’
Ja, dat klopt. Er past 85,7 cm tussen de twee muurtjes en als maat heb ik 85 opgegeven en dat heeft hij zelf ook opgeschreven na het meten. Als timmerman snap je toch zelf ook wel dat die muurtjes niet meegeven en dat je binnen die maten moet blijven? Het kastje wordt grommend uit de badkamer gedragen. Er moet waarschijnlijk een halve centimeter afgeschuurd worden. Maar mijn schuurmachines hebben geen aansluiting op een stofzuiger en we gaan hem echt niet meer naar beneden sjouwen. Maar er wordt sowieso niet geschuurd op zondag, is Harm zijn mening. Wij verschillen nog weleens van mening, dus ik app de buren of zij iets te leen hebben. Ondanks dat ik nog nooit fatsoenlijk op (kraam)visite ben geweest, staat de buurman een paar minuten later met een schuurmachine voor de deur. Te lief. Alleen hoopte ik op een vlakbandschuurmachine. Maar eigenwijs als ik ben, ga ik het toch proberen. Maar meer dan mijn zorgvuldig aangebrachte lagen beits haal ik er niet af. Dat hout is knoerthard. God straft zeker op zondag.
Op maandag huurt Harm een schaafmachine. Of hij er een stofzuiger bij wil? Nee hoor, die hebben we zelf. Juist ja. Maar logischerwijs past deze hier niet op. Tape doet wonderen. Harm stelt het apparaat in op 2,5 mm. Ik denk groter, maar goed dat kan altijd nog. De stofzuiger begint net als Luc te piepen. Die staat met zijn handen over zijn oren, zo’n herrie maakt dat ding. Maar we blijven lachen. Want vandaag gaat hij op zijn plek! De stofzuigerzak zit na 1 keer schaven al vol en de slang is verstopt, dus dat laten we maar achterwege. 2,5 mm verder, blijkt het loeizware kastje nog niet te passen. Nog maar 3 mm extra eraf dan. Het schaafsel schiet in het rond en ik probeer te vergeten dat ik die dag eindelijk weer eens goed stof had gezogen. Blijven lachen Joyce. Denk aan het hogere doel.
Uiteraard paste hij nu nog niet. En begonnen we eerst nog netjes met schaven, nu ragden we gewoon in 1 keer 5 mm van de andere kant af. Niks netjes, we zien er later toch niets meer van. Ik weet dat hij nu gaat passen, maar wil hem eigenlijk eerst nog een laklaagje geven, voor het geval er water tussen muur en kastje loopt. Harm wil toch echt eerst passen. En als hij bijna wonderlijk genoeg tussen de twee muurtjes schuift, weet ik al; die komt niet meer van zijn plek. Na tig keer doorprikken en legen, krijg ik de stofzuiger weer aan de praat. Alles schoongemaakt, trek ik het kastje zover naar voren als mogelijk is. En lak ik de zijkanten. Maar de beits redt net twee planken en ik leg me er bij neer. Ik ben er zo klaar mee.
Hij past…
De dag erna wil Harm een gat maken door de bovenkant voor de aansluiting van de wastafel, maar zijn zaagboortje is net niet lang genoeg en komt er niet doorheen. Uiteraard. En waarom komt er zo’n lijklucht uit het gat in de muur? Staat iemand daarachter zijn vieze sokken te koken in pis? Laten we anders de chiffon alvast aansluiten. Raad eens. Juist, de chiffon staat omhoog en past niet. Oké, dan zetten we alvast de zwarte handgrepen op de lades. We missen twee zwarte schroefjes. Natuurlijk. En nu poetsen we onze tanden in een teiltje. Op het kastje from hell. Ik richt hem al half in, ik wil niet elke keer voor een handdoek Luc zijn kamer in lopen. De lades blijven open staan, want ze schuiven niet fijn. En ondanks dat het niet is wat ik ervan hoopte, ziet hij er best mooi uit. Het jammere is wel, dat de lampjes en spiegel erboven er niet echt meer bijpassen. Ik heb al een gave nieuwe lamp gezien. Nu nog een spiegel die erbij past. Kan ik natuurlijk gewoon op maat laten maken…
Vond ik het vroeger ook zo leuk? Ik weet alleen nog dat ik zo’n buideltasje om had met snoepjes en dat wanneer ik moest plassen, mijn moeder me in een soort vogelnestje vouwde. Waarbij ik alsnog mijn onderbroekje vol plaste. En mijn moeders schoenen. Of was dat op vakanties? Ik weet het niet meer zo goed. Ook niet of ik dat vele lopen wel trok. De avond zwem4daagse herinner ik me nog wel. Blauwbekkend van de kou in een onverwarmd buitenbad baantjes trekken. Waarom eigenlijk? Hier kwam geen buideltasje snoep aan te pas. Want daar draait het toch een beetje om? Lina vindt het geweldig om snoepjes te ruilen, laat op te blijven en te keten met haar vriendinnen. Dat lopen is bijzaak.
In een vlaag van verstandsverbijstering heb ik me ingeschreven dit jaar. Voor de avondvierdaagse. Ik vond het wel weer eens tijd om een bijdrage te leveren aan school. Het liefst zou ik de kinderen afzetten op de locatie en weer naar huis rijden, maar zo werkt dat niet. En terwijl ik nog twijfel hoeveel avonden ik ga lopen, sta ik sowieso de dinsdagavond ingeroosterd. En vrijdag gaan we als gezin. Waarschijnlijk Luc op Harm zijn nek. En ik op zijn rug. Maar goed, laten we eerst eens kijken hoe de eerste avond gaat verlopen…
Dinsdag 20 mei
Op mijn werk gapen ze me verbaasd aan als ik vertel dat ik meeloop. Ik snap ook niet waarom. Ik ben immers het toonbeeld van sportiviteit. Nou verwarde een collega de avond4daagse met de Nijmeegse vierdaagse, maar ik weet eigenlijk ook het verschil niet. Behalve dan dat het niet in Nijmegen is. En hoeveel kilometer het is? Geen idee. Vijf kilometer over 4 dagen of per avond? Het blijkt dat laatste te zijn. Maar er is geen weg meer terug. Ik sla mijn agenda open en zie dat we vanavond in Kerkdriel lopen. Daarom moeten we al om 18.15 uur op het schoolplein staan. Maar ik moet eerst nog twee vriendinnetjes van Lina ophalen. Normaal eten we rond die tijd. Dat wordt een strakke planning.
Ik bel Harm met het vriendelijke, doch dringende verzoek vanavond op tijd thuis te zijn. Na mijn werk haast ik me het centrum in. Eerst een cadeautje halen voor een kinderfeestje voor morgen. Een postzegel voor een kaart. Kaart op de bus. Door naar de Hema. Daar hebben ze brood met ‘pitten’ en ik zie de kinderen al afkeurend kijken. Dan maar wat uit de vriezer trekken thuis. Pakjes drinken zoeken. Oh ja, in deze zaten ‘velletjes’ volgens Lina. Zet maar weer terug. Snoepjes voor vanavond. Mmm, ik geloof niet dat mijn bijna 11-jarige meisje nog rozijntjes van Jip en Janneke waardeert. Ik kijk op mijn horloge. Ja, als ik naar de Kruidvat sprint, red ik het net. Ik gooi daar mijn mandje vol met drinken en snoep. Hé zonnebrand met 50%, ook mee. Rennen naar de auto.
Racen naar het kindercentrum. Daar verzamel ik eerst alle tassen. Luc rent als een jekko door de tuin in een vreemde natte (ik wil niet weten waarvan) onderbroek waar het zand aan vast plakt. Lina ligt met wat meiden in de zon en knipt in haar vingers ‘mam, cocktail’. Ik waardeer het grapje niet en verzoek ze op te schieten. Bij het weggaan krijg ik nog een tas plasgoed mee en ik sommeer Luc om op zijn knietjes in de auto te gaan zitten. Gelukkig wonen we dichtbij.
Terwijl de kinderen tegen me aan kakelen, probeer ik zo snel mogelijk te koken en om 17.40 schuiven we aan tafel. In een kwartier schuif ik mijn noodles met sperzieboontjes en groenteballetjes naar binnen en met mijn mond nog vol trek ik mijn schoolshirt aan. Gauw naar boven. Een plaswas aanzetten. Klein tasje pakken. Waar liggen de poncho’s ook alweer? Flesje water, camera, telefoon en lippenbalsem erbij en het is zes uur. Time to go. Lientje en ik voelen nog even buiten en nemen toch een jasje mee. Harm komt net binnenlopen en wij vertrekken. Meiden ophalen en naar school. Op het schoolplein naar de vloer staren totdat iedereen compleet is en dan bedenken wiens auto ik kan volgen. Ik vraag het nog even netjes en er wordt gelachen. Joh, dat is bij Zaltbommel daar, stukje doorrijden en dan bij die eitjesrotonde bladiebla. Geen idee wat je zegt, klinkt als Hebreeuws. Een taal die ik nooit onder de knie ga krijgen. Ik rij dus gewoon achter je aan. We vertrekken als laatsten en belandden uiteraard achter een vrachtwagen. Ik zie de vader in de auto voor me zich verbijten. Als ik er niet was geweest had hij hem ingehaald. Ik voel me bezwaard. Lina kletst honderduit met de andere 3 meiden en hebben er helemaal zin in. De lucht kleurt steeds donkerder en de eerste spetters slaan tegen mijn voorruit.
‘Hé Lien, wat zou je ervan vinden als we gewoon doorrijden naar het eindpunt en daar wachten en als de rest aan komt lopen als het is afgelopen zeggen we “hèhè, waar bleven jullie nou?”’ Lina vindt het erg grappig en zij en haar vriendinnen denken dat ik een grapje maak. Ik voel de regen al in mijn ballerina’s lopen. Lekker soppen totdat de blaren openploppen. Na het parkeren sluiten we aan bij ons groepje van school. Ik moet eigenlijk plassen. Gelukkig ben ik niet de enige en we wurmen ons door de mensenmassa het gebouw in. In de rij voor de wc’s hoor ik een vader tegen zijn dochtertje zeggen dat ze ook wel op het mannentoilet kan. Nee, dat wil ze niet. ‘Maar ik wel’, zeg ik lachend en loop achter de man aan. Hij wijst op de rij pisbakken en zegt dat ik het dan wel daarin moet doen. Ik kies toch maar voor het hokje. ‘Het is hier nog viezer dan bij jou, ik sta hier in een grote plas’, praat ik door het hokje tegen de klaterende man naast me. ‘Ja, het is wel een mannentoilet he’, is zijn antwoord. ‘Ach, het is thuis niet anders.’ Je hoorde de man zich gewoon afvragen of ik een grapje maakte of niet.
Gewoon de vlag blijven volgen, dan komt er vanzelf een einde aan
Tijdens het begin van de tocht begon het weer te regenen. Hup, spijkerjasje aan en poncho eroverheen. Er pasten nog wel 3 mensen bij. Ik leek wel een wapperende plastic vogelverschrikker. Maar goed, ik zou niet tot op het bot nat worden. Hoe langer ik liep, hoe natter ik werd. Het was bloedheet en het broeikaseffect onder mijn poncho was niet gezond. Het stopte met regenen en alles weer uit. Het lopen ging best relaxed. Ik ging ook bijna rechtop lopen. Voelde me best belangrijk zo, stampend midden op weg. Het verkeer om ons heen werd geregeld met fluitende oranje hesjes en auto’s konden er niet door. Het voelde ook wel een beetje als een begrafenisoptocht daardoor. We kwamen zelfs langs het crematorium. Maar de kinderen renden en gilden er lachend voorbij. Springlevend. Dus nog even doorstappen. De meeste andere ouders waren zo slim geweest om sportschoenen aan te trekken. Ik liep op ballerina’s. Ze zullen wel gedacht hebben.
Lina heeft het wel naar haar zin
Af en toe maakte ik een praatje met een van de andere ouders. Of eigenlijk zij met mij. Waarom is dat toch zo moeilijk? Ik heb gewoon geen idee of ze humor (lees: dezelfde als mij) hebben en hoe ze in het leven staan. Dan maar weer over wat koetjes babbelen. En eerlijk is eerlijk, de eerste 5 kilometer zat er zo op. Net als een kloppende blaar op mijn kleine teen, maar een kleinigheidje heb je algauw. Snel naar de auto met 4 hyper meiden. Doorspekt van de suiker stuiterden ze door de auto. In de file reden we stapvoets van het parkeerterrein af. De suikerbommetjes waren wel zo lief om mij de weg naar huis te wijzen. Te erg, ik weet het. Maar ik leverde de meisjes veilig en wel om 21.15 thuis af. Harm had ondertussen al gebeld, waar ik bleef. Luc kon niet slapen zonder mijn kus. Dus eenmaal binnen, gelijk naar boven. Daar lag mijn kleine man al diep in slaap. In de wetenschap dat mama bijna thuis was met een lading vol kusjes gaf hem de rust om te gaan slapen. Ik overlaadde zijn bolletje met zijn wens en deed de deur zachtjes achter me dicht. De wasmachine zat nog vol. Na alles opgehangen te hebben, plofte ik op de bank. Red ik dit nog 3 dagen? Of wordt het een avond-1-daagse voor mij?
Harm is Mr. Positivo. Daarom passen we denk ik zo goed bij elkaar. Ik zie namelijk standaard beren de weg opeten en ben een pessimist pur sang. Ik klaag dan ook steen en been en Harm lacht daar graag om. Gelukkig maar, want ik ben überkritisch en sinds de komst van de kinderen beland ik ook in situaties waar ik nooit in dacht (en hoopte) te belanden. Zij rekken mijn comfortzone op to the max. en ver daaroverheen. En nou lijkt het vaak alsof mijn kinderen mij alleen maar tot last zijn, maar wie mij echt kent weet wel beter. Er zijn best spaarzame momentjes dat ze dat niet zijn. Als ze slapen. Grapje natuurlijk…
Maar soms is het fijn om mijn ergernissen van me af te schrijven en te horen dat anderen mijn situatie of gedrag herkennen. Want de wereld is gewoon soms niet vol hertjes, regenbogen en zonneschijn. Op Facebook plaatsen we onze mooiste belevenissen en foto’s. Maar daarachter is meer. En daar schrijf ik over. Al moet ik oppassen dat ik Harm natuurlijk niet besmet met mijn (kromme, zwarte) kijk naar de wereld. Hij vraagt mij meestal lachend na een dag op pad te zijn geweest welk cijfer ik de dag geef en dan mag ik even spuien. Hij pakt er nog net geen biertje en popcorn bij, maar ik zie hem dan smullen. Gisteravond bleef dat uit. Dus vroeg ik hem welk cijfer hij ons dagje uit gaf. Een magere 7. Terwijl ik een 8+ gaf. En dat terwijl het niet allemaal soepel verliep. Ik som even wat puntjes op.
Na lang beraad waar we naartoe zouden gaan, ging ik overstag voor een dagje Rotterdam. Harm overtuigde me van het Maritiem museum (gatver museum) en de Euromast (wat heeft Luc daar nou aan?). Voor de pannenkoekenboot diende ik niet overgehaald te worden. Maar een uur rijden is eigenlijk al een attractie op zich. Luc die hyper op zijn stoeltje zit te wippen. Zijn voeten in mijn rug schopt. Tegen de ramen aan tikt. Met een auto over mijn hoofd rijdt (vind jij dat leuk mama?). Honderdduizend ‘waarom’ vragen stelt. De muziek overschreeuwt als een krijsende kat. Het scheelt dat Lina er niet bij was, want die probeert er dan overheen te gillen dat hij ADHD heeft en wanneer ik pillen voor hem ga halen. Mijn antwoord daarop komt gelukkig niet door de geluidsbarrière heen.
Eindelijk bereikten we de stad. Altijd fijn. Totdat je de parkeertarieven onder ogen komt. Vijftig cent per negen minuten. Oké, we zijn van plan de hele dag de auto hier neer te gaan zetten. Dit gaan we niet doen. Maar niets in de buurt is goedkoper. En ik wil eigenlijk niet ver lopen, want uiteraard is het inmiddels gaan regenen. Maar Harm wil per se met de watertaxi. Leuk voor Luc. Ik denk dat hij dat veels te spannend vindt, maar dat kan ook weer een dansende beer zijn. Uiteindelijk vindt mijn inmiddels iets minder blij kijkende man een gratis parkeerplek bij een opstappunt voor de watertaxi.
Had ik al gezegd dat het regende? Harm had er ineens weer zin in en pakte de camera’s. Laten we lekker buiten gaan wachten tot de taxi komt. Luc moest plassen en ik had dit keer geen leeg flesje voor noodgevallen paraat. Wel een dikke boom naast de auto. En terwijl ik Luc de helft in zijn boxershort zag piesen, wist ik, dit wordt een natte dag.
De watertaxi was spannend en reteduur. Luc zat heel dicht tegen me aan en Harm kreeg hem echt niet overgehaald om naast de chauffeur/kapitein (hoe noem je zo iemand?) te gaan zitten. Alles voor de foto. Of niets in dit geval.
Het Maritiem museum was met name heel donker. Waarom is dat toch altijd? Komen de schilderijen niet goed uit bij daglicht? Ik hou niet van donker. Behalve als ik wil slapen. En dat wilde ik daar best, maar ze speelden een film af waarbij een bootje tegen een paal werd geslagen door een storm. Luc kroop weer in me toen hij daarna alleen nog donkere golven zag. ‘Waar is het bootje nou?’. Niet geschikt voor kinderen onder de 33. Ik vond het ook stom. Dus zochten we een weg naar Professor Plons. Een speelplaats voor kinderen ergens in het pand. We kwamen daarbij langs vage boten en schilderijen met de afbeelding van een ingezoomde niet bepaald kale flamoes (waarom?). Ik zag Luc kijken en was bang voor de vraag wat dat was. Ik zou zeggen ‘een mossel’. ‘Wat is een mosse..?’, ik hoefde het gesprek niet verder te visualiseren, want Luc rende al vooruit naar de speelhoek.
De speelhoek van Professor Plons viel ons ook wat tegen. Binnen was er een klimboot en een zeilboot die je kon draaien. Wat de jongens graag deden. Met Luc erin. Die werd steeds groener. Buiten gedijde hij beter. Had ik al verteld dat het regende? En waaide. Gelukkig was het deels overdekt. Terwijl Luc zich vermaakte op allerhande hijskranen en boten, maakte Harm en ik vanuit alle mogelijke standpunten foto’s. Ons beide irriterend aan de kinderen die elke keer het uitzicht op ons Lucje versperden. Gaat heen. En vermenigvuldig jezelf niet. Zucht. Van pure verveeldheid begon ik de duiven op het dak te fotograferen. En ben ik nog een rondje door het museum gelopen. Of eigenlijk linea recta naar het winkeltje. Bij hoge uitzondering was zelfs daar niets leuks te bekennen. Tussendoor lunchten we hier nog, maar om 14.00 uur hadden we het hier echt wel gezien.
Op naar de Euromast. Met …de watertaxi. Die zou over tien lange minuten aanmeren. Ik probeerde een tegenstribbelende Luc vast te houden. Bij zijn hand, jas of kladden, maar hij rukte zich elke keer los. Ik zag de beren al in het water zwemmen. Krampen kreeg ik ervan. Luc had geen angst. Voor het water dan. De taxi was weer bibberen. Dit keer mocht hij niet op schoot. Zijn broek was nu aan de voorkant totaal doorweekt. Eerste actie bij de Euromast was dan ook om hem te verschonen in een piepklein wc hokje, terwijl er een rij mensen achter de deur stonden te dringen. Luc liet zich niet opjutten. Ging op zijn dooie akkertje met zijn blote gat op de grond zitten (JAK), wachtend op mijn natte doekjes en schone kleding.
Bij het weerzien met Harm stond zijn gezicht op standje oorwurm. Hij had een combinatie van de pannenkoekenboot met Euromast geboekt, maar moest daar blijkbaar twee kaartjes voor uitdraaien en had er maar eentje. Gedoe. Maar uiteindelijk gelukt en we mochten naar boven. Joepie. Had ik je al verteld dat het waaide? Vermenigvuldig dat met 30 en je bent bovenop de Euromast. Oké, je hebt een adembenemend uitzicht, maar na twee (oké een stuk of 40) foto’s was ik daar ook wel klaar mee. Luc kon niet altijd wat zien en dan tilde Harm hem op. Mijn buik trok weer samen. Beren vlogen voorbij en smakten op de grond. Na de hoogste verdieping bereikt te hebben, kon je wachten op een soort glazen lift (iets anders als bij Sjakie en de chocoladefabriek) en die bracht je naar de top, met nóg weidser uitzicht. Het enige voordeel wat ik erin zag, was dat het windvrij was. Ik ben nog altijd dankbaar dat mijn iele ventje niet door een windvlaag is opgepakt en van me weggenomen.
Na een kwartier wachten, zagen we geen beweging in de nog volle lift met mensen. Waarschijnlijk wachtte hij tot de wind ging liggen. Maar nog uren wachten, daar hadden we geen zin in. Hadden ze dat niet even kunnen vertellen bij de balie? Een illusie armer, besloten we weer af te dalen. Daar kreeg ik pas zeebenen van. Wie bedacht nou om die treden van staal met gaatjes te maken. Overal om me heen was wind en uitzicht. Stiekem was ik best opgelucht toen we het restaurant hadden bereikt. En omdat ik de dood in de ogen had gekeken, verdiende ik wel een stuk worteltaart en bananencake. Luc verdween al joelend in de speelhoek. De klok wees drie uur aan. Nog anderhalf uur wachten totdat de pannenkoekenboot zijn deuren opende voor ons. Maar we zaten droog en zonder wind. Mét taart. Dus ik klaagde even niet. Jammer was wel dat Harm zijn bestelling bijna een uur op zich liet wachten en we aardig vol zaten. Maar goed, een lekkere pannenkoek gaat er altijd wel in.
Een lekkere wel ja. Maar de pannenkoeken op de boot waren droog, klef en smaakloos. Luc wilde geen pannenkoek eten, maar een boterham! Goh, dat ze die nou niet hebben op een PANNEN-KOEKEN-BOOT! Hij wilde in de ballenbak. We chanteerden hem dat die pas open ging als hij een pannenkoek had gegeten. Het sein voor Luc om zelf ‘wat’ poedersuiker te pakken. Hij ging akkoord met wat stukjes die ik hem voerde en dook daarna de ballenbak in. Wij keken naar buiten, maar waren niet meer onder de indruk van al het water. We wedden om de hoeveelheid pannenkoeken die de man achter ons zou gaan eten (het is een all-you-can-eat-formule). Zijn buik hing op zijn knieën en we vroegen ons of, of hij daar stiekem nog wat pannenkoekjes onder mee zou gaan smokkelen. Tsja, je moet wat.
Ja Luc, hij is nu echt leeg
Op de site van de pannenkoekenboot dachten we ook een ijsbuffet te hebben gezien. In real-life hebben we daar niets van gezien. Of de dikke man had dat in een armbeweging naar binnen geschoven. Niet bepaald voldaan gingen we na een uur van de boot. Harm wees me op een Chinese supermarkt ernaast. Jaaaa, iets kopen hielp vast. En terwijl het mandje voller raakte met bananenchips, gember, jasmijnthee en blauwe plastic bekertjes (‘wil ik hebbuh voor mijn verjaardag), trok Luc aan mijn mouw. ‘Ik moet plassen.’ Ik moest natuurlijk blij zijn dat hij dat zei, in plaats van alles weer te laten lopen, maar voelde me doodongelukkig 5 minuten later. In de invalide-wc om de hoek. Zonder slot. Waar ik (na Luc) heel snel mijn blaas leegde en tegen Luc bleef sissen dat hij van die deur af moet blijven.
Na het afrekenen belde Harm de watertaxi. Voor de laatste keer. Luc leerde nog wat woorden bij toen de taxi-man luid scheldend zijn deur open gooide na het vermanende handen wapperen van werklui op het water. Stilletjes vervolgden we onze rit.
Maar de dag was nog niet compleet. We moesten nog naar de bouwmarkt. Er was ‘alleen’ gisteren 25% korting op tuinschermen. Uiteraard hadden ze degene die Harm wilde niet op voorraad. Met een vliegenhor en verrassingsei voor Luc verlieten we de Karwei. Luc gooide zijn verrassing boos door de auto (het was Katrien Duck) en schreeuwde dat het stom was. Ik suste hem dat hij wel lekker chocola op had en ik hoorde Harm mompelen dat hij daar ook wel behoefte aan had.
Met coupe windhoos en mijn schatje
Waarom dan toch een 8+ voor deze dag? Omdat Luc het naar zijn zin had en dat het doel was? Omdat de Chinese winkel leuk was? En de worteltaart heerlijk (de cake droog en met krenten, bleh). Ik een gratis boek kreeg bij de Karwei. Niet dat ik die zelf ga lezen, veels te spannend voor mijn tere ziel, maar ik kan er vast iemand blij mee maken. En toch was het dat allemaal niet. Waarom mijn 7 een 8+ werd, is toch door Lucje. Hoeveel ik ook zeur en klaag over zijn slecht ingerichte hoorsysteem, aflatende zindelijkheid en rommel-maak-talent, hij kan me ook zo weer aan het lachen maken. En smeltend als een boterbeertje. Terwijl ik tegenover hem aan tafel zat op de pannenkoekenboot en hij honderduit kwebbelde vond ik hem zo schattig. Ik keek hem aan zei ‘Lucje, ik hou zoveel van jou’, waarop hij zijn armpjes weid open spreidde. Ik boog over tafel en negeerde de poedersuiker op mijn trui. Hij sloeg zijn kleine armpjes om mijn nek en aaide over mijn bol. En gaf een dikke natte kus op mijn wang. Ja, lieve Luc, dat vind ik nou leuk. De rijdende auto over mijn hoofd iets minder. Maar dat neem ik hier graag voor op de koop toe!
Je hebt van die mensen, die kun je een tijd niet zien en het is gelijk weer goed als je elkaar ziet. Zo iemand is Margret. Type schatje. Waardoor ze ook een enorme sociale kring heeft en haar agenda overloopt. Maar na vier jaar had ze dan eindelijk een gaatje gevonden voor me. Ach, het kwam er gewoon elke keer niet van, maar gisteravond was het dan zover; het grote weerzien. We hadden eigenlijk afgesproken met nog een oud-collegaatje maar Liane had voor het gemak de deurklink van haar auto eraf getrokken. Dus er komt nog een vervolgdate met z’n drietjes. Schikt 25 april 2018 Margret? Nou komt bijna in elke blog wel naar voren hoe (a)sociaal ik ben. Verbaast het je dat ik dan toch uit eten ga met iemand die ik al vier jaar niet heb gezien? Een klein uitlegje is dan misschien wel op zijn plaats. Toen ik eindelijk een baan gevonden had na een zoektocht van vier maanden kwam ik terecht bij het bedrijf waar ik nog steeds werk. De functie als commercieel medewerker was minder commercieel als ik dacht. Of ik snap het begrip commercie gewoon niet. Anyway, de saaie eindeloze rapportages probeerde ik op te leuken met kleurtjes en ik zette me voor de volle 100% in. Maar eigenlijk was dat overdreven. Het motto van het bedrijf was namelijk ‘goed is goed genoeg’. En de gesprekken met de accountmanagers werden al wat losser. Maar belangrijker, ik integreerde op de kamer waar ik zat. Eigenlijk vrij logisch. Je zit meer met elkaar opgescheept dan met je eigen gezin. Het werd steeds intiemer en gezelliger. Op donderdag gingen we over van de praat van afgelopen weekend, naar de plannen van aankomend weekend. Ik heb me echt kapot gelachen. Wat een leuke meiden. Toen de afdeling werd opgeheven (nee, had niets te maken met mijn kleurrijke rapportjes), waren we intens verdrietig. Margret werd ontslagen en terwijl we nog zaten te snikken, werd ik gebeld of ik bij een zusterbedrijf intern wilde komen praten over een functie. Wat was dat dubbel. Margret moest weg, ik mocht blijven en ik kreeg zelfs de kans op een leukere functie. Ik mocht zelfs kiezen uit welke afdeling me het leukste leek. Duh, marketing natuurlijk. Heeft me altijd getrokken, maar de opleiding niet. En nu zit ik er nog steeds.
Men zegt weleens dat je af en toe wat tijd voor jezelf moet nemen. Even niets doen. Tot rust komen. Ik vind dat lastig. Bedenk altijd wel dat er nog ergens werk op me ligt te wachten. Maar soms doe ik eens gek. En neem het ervan. Vond vandaag dat ik het wel ‘verdiend’ had. Maar mijn uurtje zon kwam me duur te staan…
Tot zover de dik-in-orde-show
Lina & Luc namen allebei iemand mee naar huis. Prima. Zo vervelen ze zich tenminste niet. En om mezelf niet helemaal gek te maken, besluit ik naar de speeltuin te gaan. Gelijk na het eten. Lina en haar vriendinnetje komen wat later, die wilden eerst hun haar verven. Met roze rommel, gekregen van iemand die waarschijnlijk zelf geen kinderen heeft. Bij het speeltuintje aangekomen, rennen de jongens uitgelaten rond. Jammer dat er geen bankjes staan, maar ik installeer me op lekkere warme rubberen matten. Ik bel Lientje en ik vraag of ze ook komen. ‘Ja, we komen eraan. Euh, er zit alleen wel verf op de vloer. En we krijgen het er niet vanaf…’. Rustig blijven Joyce. Rustig blijven. Laten we het erop houden dat ik er nog meer nadruk op legde dat het nu wel tijd was om ook naar het speeltuintje te komen. De jongens renden inmiddels over mij en de loopmatten heen, want niets is aantrekkelijker dan je te begeven waar een ander zich bevindt.
Na een gezellige middag in de speeltuin, heb ik weer eens lekker bijgekletst met de meiden en vrolijk wandelen we terug. Na het fruit eten, wordt Luc zijn vriendje opgehaald en brengt de moeder van het vriendinnetje haar streetdance spullen. Als ik de meiden bij dansles heb gebracht, heb ik een uurtje alleen met Luc. Zal ik? Ja, we gaan de tuin in. Ik met een boekje en Luc met tig auto’s. Hij speelt lief en ik geniet van de zon. Wat is het leven goed. Luc springt op schoot, bang voor de ‘wesps’ en schept ongemerkt een lading zand over me heen. Ach, het is toch tijd om naar binnen te gaan. Lina wordt rond 5 uur thuis gebracht.
Zo geschiedde. Ze wilde tv kijken, maar moest eerst douchen van me. Ik had zo’n voorgevoel dat het even zou duren voor het eten klaar zou zijn. En mijn gevoel bedriegt me zelden. Het begon ermee dat ik zag dat iedereen ineens het ‘oude’ brood eerst had opgegeten. Normaal vallen ze aan op vers brood, alsof ze dat nooit krijgen en nu was er van beiden weinig meer over. Het recept was eigenlijk bedoeld met Allison brood als bodem, maar speltbrood van een paar dagen oud leek me ook geschikt. Nu pakte ik 6 verse bammetjes en begon ze in de blender te versnipperen. Ik was nogal zelfingenomen met mijn blenderidee. In het pre-blender-tijdperk moest ik het brood met een staafmixer tot gort zien te malen, waardoor ik standaard daarna de keuken kon stofzuigen. Een eitje erbij. Iemand, ik noem geen namen, had de nieuwe witte (om te schilderen) eieren op mijn bruine scharreleieren gepositioneerd. Maar het was daarentegen mijn domme idee, dat ik dacht dat ik wel een ouder ei van de bodem van mijn stylish glazen bak kon grabbelen, zonder een ander kapot te maken. Met mijn prikvinger doorboorde ik een vers ei. Voordat ik alle eieren zou besmeuren, haalde ik ze er voorzichtig uit en legde ze bovenop de uien. Juist, in dezelfde stylish bak die ernaast stond.
Het gebroken ei, kon in de blender erbij. Nu nog 50 gr gesmolten boter. Na het wegen gauw in een bakje in de magnetron geschoven en aangezet. Nu de bak van de eieren schoonmaken. BAF. Verschrikt kijk ik in de magnetron. Alles onder de gesmolten boter. Wat nog in het bakje zit (heet heet heet) in de blender en mixen maar. Gelijk een doekje gepakt voor de magnetron, maar nu blijft de blender hangen. Die blijkt niet bestand tegen een kleine gortdroge substantie. Ik heb echt totaal geen zin meer om deze halve drek nu weer in een kleinere blenderkom te gieten. Ik schraap het uit de kom en druk het zo goed en zo kwaad als het kan in de bakvorm. De oven in en timer op 10 minuten.
Het sop komt naar je toe deze zomer
Dan kan nu mooi Luc in bad. Voordat hij tegenargumenten kan bedenken, hangt hij al onder mijn oksel en sjezen we naar boven. Uiteraard hangt het bad vol met pisbroeken van Luc. Terwijl ik Luc sommeer om zich uit te kleden, verzamel ik nog meer los slingerend en zichzelf elke dag vermenigvuldigend wasgoed en prop het in de trommel. Luc staat ondertussen nog volledig aangekleed naar het bad te wijzen. En te piepen. Zijn speelgoed mag niet onderop de bodem liggen als het water erin gaat. Want dan komt het onder water te liggen. Ik ga de discussie een keer niet aan en kwak het uit het bad, trek zijn smoezelige kleren uit en zet ondertussen het bad aan. Volgens pieperd gebruik ik het verkeerde sop. Ik negeer hem en ik vind nog een gaatje in de wasmachine waar Luc zijn kleren in passen en druk hem aan. Luc glijdt al druppelend van de wc en trekt door. Ik pak hem onder zijn okseltjes en zet hem in bad, duimend dat het water niet te koud of te heet is voor onze koning. Als ik me omdraai om een lapje over de wc en vloer te halen twijfel ik. Luc had toch al doorgetrokken? Waarom drijft er dan een grote prop papier zo hoog in de pot? Duidelijk niet bij de les, druk ik nogmaals op de knop. Het water gaat de tegenovergestelde kant op en met tranen in mijn ogen duim ik dat hij niet overstroomt. Maar net onder het randje stopt het schuim. Ik moet verder en draai de kranen dicht bij Luc. Mijn blaas roept al een uur om verlichting en ik was bijna gaan zitten op de schuimkraag. Maar schuimende billen kan ik er nu echt niet bij hebben.
Beneden piept de oven. Ik zet hem uit en besluit dat ik nu lang genoeg gewacht heb. Ik moet nu echt plassen. Maar voordat ik rustig kan gaan zitten, eerst de bruine truien van Luc opruimen en de zwarte vingers door serieus heel de ruimte. Dat krijg je er nou van Joyce, als je het vriendje van Luc vraagt om zijn handen te wassen, voordat hij met zijn zwarte grauwklauwen een appeltje naar binnen werkt. Eigen schuld.
Ik haal de schaal uit de oven en de bodem borrelt. Mmm, zo hoort het er niet helemaal uit te zien, maar ach, wie ziet de bodem als de vulling er eenmaal in zit? Oh ja, de vulling moeten we nog even maken. Recept erbij. Twee uien. Die liggen nog onder de eieren. Eerst die bak schoonmaken en proberen me niet door mijn agressie af te laten leiden en de eieren er zachtjes in terugleggen. Luc roept vanaf boven. Denkt dat ik hem hoor. Het enige wat ik wel hoor in elke zin is MAMA, MAMA, MAMA. En iets met hekje en poppetje. Ik roep terug dat hij moet wachten, omdat ik aan het koken ben. Letterlijk en figuurlijk, denk ik erbij. Ik begin de uien te snijden en probeer Luc zijn steeds hardere gekrijs te negeren. Ik krijs terug en voel me slecht. Lina snelt te hulp en stopt het gegil (zo hoort ze de tv niet, dus een klein stukje eigenbelang komt hier om de hoek) door Luc zijn hekje te maken op zijn boot. Ofzo. Uien in de pan en glazig bakken. Knoflook en ham erbij. Alles in de ovenschaal. Dan de verse doperwten erin. Mengsel van ei, slagroom en kaas erover en in de oven. Het is al 6 uur. Mijn maag rammelt. Wanneer heb ik iets voor het laatst gegeten? Dat half uurtje overleef ik nou ook nog wel.
Nu snel verder met de magnetron, waar de boter al lekker aan de bovenkant aan het stollen is en een gewoon doekje niet werkt tegen deze aangekoekte substantie. Terwijl ik tot 100 tel, neem ik me voor om voortaan pas in de zon te gaan zitten als het eten is voorbereid. Wat er dus op neer zal komen dat ik de komende tijd wit zal blijven zien. Maar dit werkt niet. Gelukkig was het eten heerlijk. Dan ben ik nu toch weer echt even aan beetje me-time toe. Maar eerst nog even de vaatwasser leeghalen, een kinderfeestje reserveren, de was ophangen, …
Hoi, ik ben Joyce en op mijn blog schrijf ik over mijn dagelijkse beslommeringen. Cynisch, overdreven, maar met een glimlach. Ga er maar eens lekker voor zitten, ik schrijf namelijk nogal uitgebreid. Enjoy the stories!