All Posts By joyce

Streetdance

doorPosted on 7min. leestijd96 gelezen

Heb ik je al eens verteld over mijn sportieve vermogen? Nee? Dat zal dan wel komen, omdat dat ontbreekt. Ik heb geen gen wat blij wordt van (het idee dat ik moet) bewegen. In de buurt van anderen. Dat is natuurlijk ook nog een dingetje. Zweten haat ik ook. Behalve als ik naar de sauna ga en me daarna door een lekkere masseur onder handen laat nemen en zijn handen mijn zweterige lichaam laten ontspannen. Als mijn zweet doordrenkt is met lekkere olie, duik ik met alle liefde in een zwembad waar ik een beetje ronddobber. Ook zwemmen is teveel moeite. Ik heb vroeger aan wedstrijd zwemmen gedaan. Je verslikt je in je drinken? Logisch. Dat deed ik ook na alle happen chloorwater. Maar mijn broertje zat er ook op, dus als volgzaam schaap ging ik gemakshalve mee. Je werd dan ingedeeld in een leeftijdscategorie. Mijn eerste keer werd ik al gelijk tweede. De keren erop ook. Er zaten namelijk maar twee meisjes in onze categorie; Yvette en ik. Yvette was vast heel lief, maar zag er reusachtig uit in haar zwarte badpak. Ik visualiseer er ook een zwarte duikbril en strakgetrokken knot onder een badmuts bij. Dit beeld kan ook later ontstaan zijn, sinds ik in een bijbelbelt woon. Anyway, walvis Yvette zat al een jaar langer op het wedstrijd zwemmen en won dat jaar van zichzelf. Daarna won ze steevast van mij. Met mijn sprieten-armpjes had ik net genoeg kracht om te blijven drijven en proestend de nooduitgang in de gaten te houden. Ik HAAT ook het gevoel van een nat lichaam (wat meurt naar de chloor) in een broek wurmen. Of erger nog, een maillot. Die kriebelde en prikte en kreeg je met geen mogelijkheid omhoog in dat kleine kut badhokje. Het aankleden duurde langer dan het zwemmen zelf. Om vervolgens met natte slierten haar (horror) in je nek naar huis te fietsen. In de winter.

Oké, je hebt een beeld. Wil je ook nog dat ik vertel over Hapkido? Een zelfverdedigingssport waar mijn overbuurmeisje op zat. Haar vader was politie agent en logisch dat hij het mooie meisje zichzelf wilde laten verdedigen. Ik ging ook een paar keer mee. Een beetje hetzelfde verhaal als bij het zwemmen. Ik moest standaard sparren met Siem. Zie je bij die naam ook gelijk een Barbapapa van een kerel voor je, met bierbuik, fluizig haar en handen als kolenschoppen? Nou dit was zijn zoon. Probeerde ik mijn saté prikker armpjes ongebroken te laten, door zacht een tik uit te delen, had Siem no mercy. Hij ging standaard met zijn volle gewicht op mij liggen. Paars aangelopen probeerde ik mijn vingers onder hem vandaan te priegelen om af te kloppen. Zelfgenoegzaam slaakte Siem The Killer dan een kreet en rolde zich van mij af. Ik denk dat ik welgeteld vijf keer ben geweest. Langer had mijn gezondheid geschaad. Ik had hier dan nu niet gezeten.

Op de middelbare school gingen de meiden op Street Dance en jazz ballet. Het verschil weet ik niet, maar ik werd meegevraagd naar jazz ballet. Ik heb het volgehouden tot na de eerste uitvoering en toen vond ik het welletjes geweest. Om in een synthetische legging ritmisch proberen te dansen; niet mijn ding. Ging iedereen links, ging ik steevast rechts. In het dagelijkse leven al, maar met jazz ballet viel het extra op. Omdat ik dan rustig mijn buurvrouw een elleboog gaf. Mijn lompheid werd ook tijdens het gymmen op school niet gewaardeerd. Moesten we met -13 buiten in een korte broek voetballen (wie verzint dat?). Gelukkig werd ik niet als laatste gekozen. Mijn lieve vriendinnetje koos mij gewoon, ondanks dat ze wist dat we nu gingen verliezen. We speelden ook nog eens tegen een topvoetbalster. Dit kleine opdondertje vloog als speedy gonzales over het veld. Mét bal, hé. Toen ik haar zag naderen, wilde ik ook laten zien dat ik meedeed en probeerde de bal bij haar weg te schoppen. Met mijn grote platvoet trapte ik vol op haar enkels. Ze werd gelanceerd en bleef vervolgens kreunend in het veld liggen. De bal had ik geenszins geraakt.

Ook op latere leeftijd maak ik grappen als ‘winkelen is ook een sport’. Topsport wel te verstaan. Een dag lang lopen, niks eten en gewicht heffen met talloze tassen. Ik zie het een gemiddelde man niet doen. En soms probeer ik het wel eens, dan ren ik 3 maanden hard en slaat de bloedarmoede me gewoon weer terug op de bank. Waardoor ik het hardlopen niet meer hervat. Op de crosstrainer dan, ik begin heel fanatiek, maar het kost me teveel tijd. Die ik liever besteed aan het schrijven van mijn blog. Tsja, het is keuzes maken.

Lina wilde wel graag gaan sporten of ‘iets doen’. Met name omdat anderen dat ook doen. We dachten na over iets wat bij haar paste. En vonden musical les. Zo kon ze leren dansen, acteren en zingen. Is goed voor haar creativiteit, sociaal bewustzijn en zo was ze bezig met de dingen die ze leuk vindt. Naast een godsvermogen, kostte het hogere wiskunde om haar op les zien te krijgen (een mens moet nu eenmaal werken) en haar daar weer op te halen, maar dat mocht de pret niet drukken. Lina heeft haar zelfvertrouwen niet van mij, want zij denkt zelfs zonder enige les mee te kunnen doen met The Voice Kids. Een beetje talent of oefening zou toch echt handig zijn, dus ging ze met veel plezier naar de lessen. Na haar eerste uitvoering (en einde van het seizoen) hoor ik haar verzuchtten ‘ben blij dat het voorbij is’. Daar kreeg ik spontaan diarree van.

Streetdance fietsen
Huiselijk vs plafondplaten

Het duurde dus weer even voordat ik mee ging in het verhaal ik-wil-op-streetdance-want-iedereen-zit-daar-op. Nou vonden we het in het begin lastig om Lientje ergens te laten sporten, want straks was ze helemaal ingeburgerd en dan verhuisden we. Na 3 jaar hebben we dat idee maar los gelaten. Maar de streetdance was op woensdagmiddag van 18.00-19.00 uur. Wat een onchristelijke tijd, zelfs voor een heidense. Sorry hoor, maar wij eten dan gewoon. Dus het antwoord was nee. Ik taxi al genoeg, maar niet onder etenstijd. Alsof Lina zich tot God had bekeerd en de goden haar goed gezind waren; de tijd werd verzet. Om 4 uur kon ik haar brengen in Giessen. Op een of ander bedrijventerrein. Harm heeft daar ook wel eens een blauwe maandag zijn zweet laten vloeien. Ik ben toen voor de grap weleens mee geweest, want ze bleken daar een zonnebank te hebben. Het enige wat ik daarvan herinner is dat die in een keuken stond. En zo’n bruin rieten stoeltje voor je kleding. En Harm sportte volgens mij in een soort woonkamer met groene vloerbedekking. Nou, daar zou Lina dus gaan dansen.

Ik was er zelf nog nooit naartoe gereden, dus het adres ging in de TomTom en Harm had me al grofweg uitgelegd hoe ik er moest komen. Gelukkig ging ik ruim op tijd weg, want ik heb uiteindelijk het hele bedrijventerrein rondgecrosst met het zweet op mijn bovenlip. Ik haat te laat komen. Én zweten, dus ik werd steeds chagrijniger. Ik belde de sportschool op ‘waar zitten jullie in godsnaam?’. Ik kreeg een halfbakken uitleg (van een man, need I say more?) en reed weer terug naar het begin. Daar was nummer 1 en aan de overkant nummer 2A. Ik moest zijn op nummer 2, dus Tom Tom bleef maar herhalen dat ik mijn bestemming had bereikt. De stoom kwam ondertussen uit mijn oren. Gelukkig stond ik voor de brandweer. Zwaar geïrriteerd belde ik die ballentent weer op ‘ik sta nú voor de brandweer en ik hang pas op als ik bij jullie ben’. Ik moest nog een stuk tuffen, hoekjes en bochtjes om en daar zaten ze dan, verstopt achter een half bos. Eenmaal binnen bij dit woonhuis achtige gebouw, sta ik voor een soort receptie. Er hangt een laaf boven en volgens mij zie ik rechts een biljart in een kamer. Ik krijg weer flashbacks van mijn zonnebank ervaring. This is the place. Niemand te bekennen. Mijn vinger blijft plakken op de bel. Links gaat uiteindelijk een deur open. De man veegt zijn handen af en komt dus blijkbaar van de wc. Hij geeft mij een hand (iewh) en stelt zich voor. De les begint zo, dus ik wil gewoon gauw de knippenkaart voor Lina afrekenen. Blijkbaar kun je hier niet pinnen. Uiteraard. Stom van mij. Maar het voordeel van zo’n provisorische tent is dat ze het prima vinden als je dan de keer erop pas betaald. Welke volgende keer?

De ambiance op de gang
De ambiance op de gang

Ik volgde de meiden de trap op en verbaasde me over de vloerbedekking overal. De vele gangen en deuren. Het kleurenpalet? Groen en geel, afgetopt met een toefje oranje. Even serieus, vloerbedekking en strepenbehang in een sportschool? Beelden en stoffige nepplanten? Mocht ik het al overwegen, no way dat ik hier zelf ooit ga sporten. Ik hou van wit, strak en clean. Gelukkig ziet de danszaal er lekker ruim uit. Met veel spiegels en een glitterbol. Lina is tevreden. En komt helemaal blij terug van dansles. Ze laat thuis haar moves zien. Ze is al net zo flexibel als haar ouders en ik glimlach. Ze doet me aan iemand denken…

Deel

door

Vervolg van mijn novasure avontuur

doorPosted on 2 Comments4min. leestijd325 gelezen

Voor de afspraak met de gynaecoloog moest ik bij een dependance zijn in Zaltbommel. Nog nooit geweest, dus toen tomtom mij naar een smal straatje voor bestemmingsverkeer verwees, parkeerde ik hem daar maar in de buurt. Na mijlen lopen vervloekte ik mijn hakken en de doodskopjes op straat. Ik moest in de Kerkstraat zijn. Na vijf rondjes om de kerk loop ik een goddelijke vent tegen het lijf, die me met alle liefde de weg wees. Ik had het idee dat hij het inwendige onderzoek ook wel even wilde uitvoeren. Dat maakte mij blij.  Zo vaak wordt mijn ego ook niet gestreeld. Fluitend liep ik naar binnen. Door een wirwar van gangen kom ik aan bij wat oranje stoeltjes, die zo lekker vloekten met de gele muren. Omdat ik in mijn hoofd druk bezig ben met de locatie te stylen, hoor ik bijna de arts niet.

Deze oude man brak algauw mijn fluit doormidden. ‘Wij vinden je toch nog wel erg jong’. Wie is wij dan? Lekker makkelijk om je te verschuilen achter je onzichtbare vriendjes, praat voor je zelf. Ja, vergeleken met hem was ik inderdaad nog een tiener. Hij leek aandelen te hebben in de Mirena spiraal en zei ‘dat is een eitje als je al kinderen hebt gehad’. Oftewel, je hebt al zo’n opgerekte doos, daar schieten ‘we’ hem van een afstand wel in. Met onze ogen dicht. Nog niet misschien. Ik zeg toch ook niet ‘u bent al zo oud en heeft daarom al zo vaak gepoept, dan voelt u het vast niet als ik mijn laars in uw aars ram?’. Maar dat zei ik niet, ik probeerde beschaafd te blijven, ik had de beste man namelijk echt nog even nodig. Zonder hem geen novasure.

Hij wacht uitnodigend op mij   :-(
Hij wacht uitnodigend op mij

‘Ja maar, 15% van de vrouwen komt toch terug met spijt en het is omontkeerbaar’. Dat is nou juist de bedoeling. Als hij me iets langer zou kennen, zou hij weten dat ik al sinds de zwangerschap van Luc roep ‘hierna is het klaar’. En Harm heeft zich niet laten steriliseren omdat ik bang ben dat hij de buurvrouw bevrucht. ‘Maar van Mirena voel je niks en dan kijken we over 5 jaar nog eens’. Volgens mij was ik niet duidelijk. IK-WIL-GEEN-HORMOONKNIJPER-IN-MIJN-KUT.  Ik geloof dat hij mij toen niet aardig meer begon te vinden. Het woord Mirena verdween naar de achtergrond en hij begon al pillen uit te schrijven voor de novasure behandeling. Misschien ook wel extra pillen voor mijn gemoedstoestand. Prima. En hij was nog niet begonnen over een eendenbek. Misschien was het niets eens nodig dat hij me onzedelijk zou betasten voordat ik mijn zin kreeg. Ik stond al half met mijn jas aan, toen hij toen hij toch nog even wilde kijken of er geen obstakels in mijn baarmoeder groeiden. Even werd ik zenuwachtig. Dat een poliep mij straks alsnog novasure door de neus zou boren. Ik twijfelde ook even of de arts mijn eierstok op de echo niet als vleesboom zou bestempelen en mij met een schalks lachje een folder van Mirena in de hand zou duwen. Maar nee, mijn binnenlandse grot was schoon. Whoehoe!

Mmm, veel pillen = veel pijn?
Mmm, veel pillen = veel pijn?

De arts geeft zich gewonnen en schrijft een briefje uit voor pijnstillers. Bij het weggaan zegt hij serieus ‘ik heb het geprobeerd’. Ik sus hem ‘ik weet het, je hebt je best gedaan’ en weet niet hoe gauw ik weg moet wezen. Wachten op het telefoontje. Ik kan al op vrijdag terecht, maar om dan met Luc zijn verjaardagsfeestje voor apegapen te liggen, is ook zo wat, dus we plannen hem op aanstaande dinsdag. Harm neemt alvast vrij, want ik hoor steeds meer verhalen over helse krampen, die twee dagen duren. Alsof je net bent bevallen of dat je gewoon dagen weeën hebt. Het verhaal van de ballon blijkt achterhaalt te zijn. Ze rekken nu je baarmoeder op, schuiven een buisje naar binnen en klappen dan een waaiertje open. Verhitten dit max 2 minuten en that’s it. Er zit wel een risico in dat ze je baarmoeder perforeren, maar ach kleinigheidje heb je algauw. Grapje natuurlijk, ik krijg al voorweeën als ik er alleen aan denk. Ik kan het de laatste dagen nergens anders over hebben. Mijn twee mannelijke collega’s grappen dat ze mij ook wel willen helpen. Maar de vrouwen vinden het mateloos interessant. Eerst is er nog gene om het erover te hebben, algauw smullen we met zijn allen van elkaars maandelijkse rampspoed. Niet letterlijk gelukkig. Iedereen is nu toch wel benieuwd hoe het bij mij uitpakt. Ik toch het meeste.

Wanneer ik mijn pillen ophaal, neem ik mijn portemonnee toch maar mee. Ik weet nooit wanneer je bij moet betalen. Niks aan de balie. Misschien later vanuit mijn ziektekostenverzekering. En ineens denk ik; krijg ik die gehele behandeling eigenlijk wel vergoed? Na heel veel telefoontjes van het kastje (zorgverzekeraar) naar de muur (ziekenhuis), word ik steeds pissiger. Hoe moeilijk kan het zijn? Ik ben toch niet de eerste met die vraag. Maar het tarief voor 2013 is nog niet bekend. Logisch, het is ook pas september, duh. Ineens besef ik dat de rekening van Harm zijn sterilisatie ook pas een jaar later op de deurmat viel. Denk je er eindelijk niet meer aan, wordt het je nog eens pijnlijk ingewreven. Lekker dan. Maar hoe moeilijk is het om het tarief van vorig jaar dan te achterhalen? Heul moeilijk blijkt. Als ik eindelijk een snuggere medewerker aan de lijn heb, blijkt het zo’n 2500,- te kosten. Bizar. Een knipje bij een man kost meer tijd en materiaal, maar kost 6 keer minder. Wordt weer eens duidelijk dat ook dit niet eerlijk verdeeld is. Blijkt dat mijn maximaal gekozen eigen risico nu van toepassing wordt. Kut, dat kost me honderden euro’s. Dan wacht ik nog een paar maandjes en kies dan tactisch mijn nieuwe zorgverzekering. Ik ben opgelucht en baal. Want ongesteld maakt uitgeteld. En van uitstel komt geen afstel…

Deel

Before Novasure…

doorPosted on 5min. leestijd191 gelezen

Oké, dat ik niet van verjaardagen hou, is al wel duidelijk. Maar de laatste keer bleek toch best handig. Naast de suikerloze gesprekken, kreeg ik ook een bloedeloze tip. Hoe we erop kwamen weet ik niet meer, maar novasure kwam ter sprake. Ik leg het vast verkeerd uit, maar volgens mij proppen ze een ballon in je doos, blazen hem (met de mond?) op, benen omhoog, waterkoker erin leeggieten en zo schroeit heel je baarmoederslijmvlies weg. Klinkt niet echt lekker voor een hypochonder zoals ik, maar het (de ballon) schijnt binnen 2 minuten gepiept te zijn. En je krijgt er heel wat voor terug. Of juist heel weinig, het is maar net hoe je het bekijkt. PMS en menstruatie verdwijnen als sneeuw voor de zon. Hoe goed klinkt dat?

It's me
It’s me

Thuis nog wat reviews gelezen. De een had meer last van de ingreep dan de ander. Maar daarna was het gros tevreden. Laat ik een week uit de running zijn en daarna van mijn maandelijkse ellende verlost zijn, dan is dat al snel pure winst. Voor het hele gezin. Ik weet al sinds mijn 13e wat PMS is, maar heb pas een jaar de link gelegd naar mijn maandelijkse scheidingsbehoefte. En terwijl ik als een opgeblazen zwijn in de snoepla lig te schransen, zie ik Harm ook bedenkelijk naar onze trouwakte kijken. Als een loopse hond scheur ik Snickers open met mijn tanden alsof het mijn zojuist verworven prooi is. Met het kwijl op mijn mondhoeken en de tranen in mijn ogen snauw ik iedereen af die te dichtbij komt. Nadat ik er niks meer bij gepropt krijg, krul ik mezelf op en huil hartverscheurend. Ik weet zeker dat niemand van me houdt en zie nergens meer het nut of plezier van in. Tegenwoordig herkennen we het PMS monster in mij, zo’n week voordat de rode zee door de dammen breekt. Maar steeds vaker ben ik een week overtijd, wat mijn depressieve gemoedstoestand ook gezellig met een week verlengd. Zo ben ik gewoon drie weken per maand onuitstaanbaar. Zie dat maar eens goed te maken in een week.

En als de ongesteldheid zich eindelijk aandient, ben ik de eerste dag nog opgelucht (het einde is in zicht). Dat gevoel verdwijnt dag numero twee. Denk je ’s ochtends nog, dit wordt een eitje. Zit je in je eerste meeting, vergaat dat gevoel, zodra je het bloed voelt kolken. Gênant om op te staan, maar een overstroming is nabij. En bij zo’n tsunami komen hele brokstukken mee. En zo zit ik vervolgens apathisch in de vergadering, mijn bevalling van de binnenwand van mijn baarmoeder weg te puffen. Met een lijkbleek gezicht kruip ik met de weeën en Advil door de dag. En dat al 18 jaar. Op de middelbare school liep ik met nachtelijke maandverbanden (halve Pampers) na elke les richting de wc. Doorlekken was normaal. Totdat het me eindelijk ook lukte om een sKutraket door mijn maagdenvlies heen te rammen en O.B. mijn lijfmerk werd. Maar toen ik bij Duits tegen mijn vriendinnetje zei dat ik even moest gaan liggen en ik als een vaatdoek op de grond gleed, was de maat vol. Ik ging aan de pil.

Laten we het erop houden dat ik alle pillen heb geprobeerd, mijn baarmoedermond heb laten verbranden en de gynaecoloog mij vaker inwendig onderzocht dan mijn vriend. Na twee kinderen ben ik klaar met de polonaise in en uit mijn doos. Dus belde ik de dokter voor een afspraak. Alleen zat er deze week een arts in opleiding. Zolang ze me maar door mag verwijzen, prima. Het jonge meisje mag eerst in mijn oren kijken. Ik gebruik mijn tijd bij de dokter graag nuttig en kom niet met maar één vraag. De pijn wordt veroorzaakt door vocht achter mijn trommelvlies. Kan een oorontsteking worden. Oké. Nu nog een briefje laten schrijven om bloed te prikken, want mijn energie en tolerantieniveau liggen zwaar onder de maat. En dan de kers op mijn taart; novasure. Hoe spreek je het eigenlijk uit? Op zijn Engels of als novazuur? Nou blijkt dat niet uit te maken, want ze heeft geen idee waar ik het over heb. Moet ik haar gaan uitleggen wat het is. Heb mijn idee over de waterkoker maar achterwege gelaten. Ze zou bellen en mij waarschijnlijk dezelfde week wel wat kunnen laten weten. Sorry? Hoe moeilijk is het om even te bellen?

Dat bleek gelukkig mee te vallen. Ze belde me dezelfde middag terug en ze kon me doorverwijzen. Ze dacht alleen niet dat de gynaecoloog de behandeling bij mij wilde toepassen, omdat ik nog zo jong ben. Ik twijfel of ze haar opleiding nu gaat afmaken, maar ik heb haar sowieso oorpijn bezorgd. Wie denken ze wel dat ze zijn, om over mijn lichaam en leven te beslissen. Hoe vaak ik niet als jong meisje wordt behandeld. Fijn als ik er nog zo uitzie, maar ik ben gvd niet op mijn 21e aan kinderen begonnen om 10 jaar later van een ander te horen, dat ik misschien nog een (verlate) kinderwens heb. Oh ja, daarom heeft Harm zich laten steriliseren en slik ik elke dag valium. Ik ben gek op mijn kinderen, maar nog eentje extra en je kunt me inschrijven bij het gesticht. De boodschap kwam wel aan bij de arts in opleiding en ze maakte een verwijsbriefje (en een aantekening in mijn dossier denk ik).

Martelwerktuig = eendenbek/speculum
Martelwerktuig = eendenbek/speculum

En nu staat de afspraak ingeroosterd bij de gynaecoloog voor morgen. Om allerlei onderzoeken te doen, voordat ze weten of ik überhaupt voor novasure in aanmerking kom. Nou ben ik een jaar geleden nog geweest voor mijn 30-jarige uitstrijkje, gecombineerd met pijnklachten. Door mijn dokter afgedaan door (wederom) knappende cysten op mijn eierstokken, maar de gynaecoloog dacht dat het kwam door de spataderen op mijn baarmoeder. Klonk heel sexy. Ook verbaasde het mij niet echt. Krijgt een normale vrouw bij het ouder worden ontsierlijke spataderen op de benen, ik heb ze op mijn 30e alvast in het geboortehuis van mijn kinderen. Het fijne was ook dat dit geconstateerd werd met een snavelbek die me verder leek op te rekken dan eerder gebaarde kinderkopjes. Alsof ze van tevoren een weddenschap hadden afgesproken, kijken hoe ver hij open kan. Dat zal morgen wel weer gebeuren. De wattenstaafjes liggen vast al klaar. Fijn hoor. Vorige keer kreeg ik achteraf een grote lap verband in mijn handen gedrukt, toen ik uit de beugels kroop. Het martelwerktuig had me zwaar bloedend achter gelaten. Lekker dan, hoe verwerk ik dat in mijn string? Ik hoop zo dat ik dit allemaal binnenkort achter me kan laten. Weg maandelijkse ellende met bijbehorende hormoonschommelingen. Wie weet word ik dan wel een heel positief en vredelievend persoon. Hoop doet leven.

Wordt vervolgd…

Deel

door

Geen suiker toegevoegd

doorPosted on 0 Comments7min. leestijd145 gelezen

Suiker is het nieuwe gif. Ik lees het overal. Dus wil je van je man af, kook zijn broccoli dan niet in arsenicum (dat is zó 2010), maar prak een gevulde koek door zijn eten. Ja, je kunt hem ook bij de koffie geven, maar het idee van het prakken staat me meer aan. Maar even serieus, suiker is slecht voor je. Per jaar nemen we per persoon een kleine 40 kilo suiker tot ons. Hoeveel pakken suiker zijn dat? Dit levert nog meer op dan een rottend gebit en prachtige welvaartsbuik:

Grotere consumptie van suiker berooft het lichaam van zijn reserves aan vitamines en mineralen waardoor ons lichaam uit balans gaat en er allerlei klachten kunnen ontstaan, zoals botontkalking en gebits- en botproblemen door demineralisering van onze botten, maar ook hypoglykemie, diabetes mellitus type 2, zwaarlijvigheid, gewrichtsinfecties, menstruatieproblemen, hartziekten, bloedarmoede enz.

Tevens creëert suiker een disbalans in de neurotransmitters in de hersenen, wat zowel mentaal als emotioneel tot een “niet lekker in je vel”-gevoel kan leiden. Suiker werkt verslavend en het draagt in hoge mate bij aan depressie, concentratieproblemen, onrust, een verzwakte kracht van de geest, geheugenverlies, nervositeit, zelfmedelijden, prikkelbaarheid enz.

Suiker is een dodelijk gif en jaarlijks sterven er meer mensen aan dan aan heroïne, auto-ongelukken en zelfmoorden bij elkaar.

Ik hou er zo van
Ik hou er zo van

Kijk, dat geeft de suikerverslaafde burger moed. Laat ik het gewoon over mezelf hebben. Ik eet vrij normaal, doe geen suiker in mijn thee, snoepjes doen me weinig, drink weinig dranken met toegevoegde suikers (of zoetstoffen), maar ben gek op onder andere koekjes en chocola. Jaja, we maken onszelf wijs dat een stukje (pure) chocolade gelukkig en gezond maakt. Maar de hoeveelheid pure chocotoffs die ik verorber, hebben niks met mijn gezondheid te maken. Meer met mijn gulzigheid. Het liefst zou ik een moestuintje aanleggen met cacaobonen en suikerbieten, maar dat geduld heb ik niet. Ik wil gewoon nú iets lekkers. Lees; suiker. Het liefste na het eten, als beloning, als troost of tijdens die bepaalde dagen van de maand (wat dus 3 weken ongelimiteerd snoepen inhoudt). En ik herken best wat van de klachten uit het schuingedrukte stukje tekst. Tijd voor een nieuw experimentje; een week zonder suiker. Een maand ging me iets te ver. Luc is ook binnenkort jarig en de eerste dagen afkicken zijn het moeilijkste. Daarna zien we wel weer verder.

Dag 1
Suikers schrappen is eigenlijk best vaag. Ik besluit daarom de volgende suikers toe te staan: natuurlijke suikers (in fruit) en de suiker in mijn sojayoghurt. Die eet ik alleen ’s ochtends een beetje, door mijn biologische muesli en die pakken ga ik niet weggooien. Dat is zonde. Dus dit blijft mijn ontbijt, in combinatie met fruit. So far so good. Op mijn werk eet ik altijd rond 10 en 3 uur een tussendoortje. Een biologische koek (met rietsuiker), fruit of een notenreep van Zonnatura. Daar blijkt honing in te zitten. Is eigenlijk ook suiker, dus om 10 uur bonken de repen in mijn la. Ik probeer ze te negeren, maar dat is lastig als mijn maag op de maat mee gaat knorren. Geen fruit bij me, stom. Gewoon hard doorwerken tot de lunch. Wanneer ik een leverancier probeer te bellen, geeft mijn telefoon er de brui aan. Ik ben in staat om hem door de kamer te gooien of op te eten. Wat word ik saggo van niet eten. Ik sleur mijn collega’s om 12 uur mee om te lunchen. Bij het buffet bedenk ik me, dat in brood natuurlijk ook suiker zit. En in kaas. In vleeswaren. O-ve-ral in dus. Zelfs de rieten mandjes waar het brood in ligt lijken me nu smakelijk. Maar ik mag best mild zijn. Het gaat mij er met name om, om in eerste instantie van mijn overmatige suikergebruik af te komen.

Dus ik eet 1 boterham met worst en maak een salade (jak) zonder dressing.
Tussen de middag een appel en mandarijn en als ik Harm aan de lijn heb, mag hij van mij geen kaassaus maken voor bij het eten. Dat is pas rommel. Ik drink de hele dag thee en water en rij dan naar de Appie. Ik gooi mijn wagen vol fruit en (snack)groenten, maar dan moet ik langs het broodschap. In de aanbieding: verse gevulde koeken en appeltaart. Zou eraan ruiken ook slecht zijn? Mijn darmen proberen zich uit te strekken en beuken aan de binnenkant van mijn buik om de koeken te grijpen. Ik geef ze een beuk terug en maak snel mijn rondje af. Ik heb wel een tijdschrift verdiend. Die ik ’s avonds niet eens lees, want als ik eenmaal (on)rustig op de bank zit, begin ik te stuiptrekken en schuimbekken. Knorrig ga ik vroeg naar bed.

Slapeloosheid is volgens mij ook een vaak genoemde klacht bij te veel suikerinname. Nou, bij te weinig, is het ook zoeken naar de schaapjes hoor. Dus telde ik de chocotoffs uit de la. Eenmaal gesmolten, smeerde ik mijn bovenlip ermee in. De zoete geur van verleiding was niet genoeg om knock-out te gaan. Daarom telde ik het aantal knorren in mijn maag per seconde.

Bron: facebookpagina van mijn broer
Bron: facebookpagina van mijn broer

De dagen die volgden leken gevuld te zijn met het gebrek aan lekkers. In mijn mond welteverstaan. De winkels liggen er vol mee. Met kruidnoten en consorten. ‘Vrienden’ plaatsten het zelfs op Facebook onder de noemer ‘wat ligt het er weer vroeg dit jaar’. Euh, niet, een week te laat Bolletje. Nu bleef het bij kijken kijken, niet kopen. Not my kind of style. Normaliter verhoog ik hun omzet met liefde. Kocht ik kleine zakjes voor de kinderen. Yeah right. Ik was al misselijk voordat die vent zijn baard uit de verkleedkist had gevist. Gewoon blijven proppen en aftoppen met gevuld speculaas en dan met name die knapperige randen. Het water loopt me gewoon al in de mond tijdens het typen. Krijg gewoon de behoefte om aan mijn laptop te likken.

Wat ook niet hielp waren de verjaardagen deze week. Op de zaak werden punten taart gesneden waar een heel derde wereld land van kon eten. Er zat ook rijst in, dus ze hadden er geen buikpijn van gekregen. Ik kreeg er wel krampen van, want ik moest het laten staan. Evenals de M&M’s die op mijn bureau gelegd werden. Arrrggghh. Spastisch gooide ik hem over mijn scherm en greep lekker naar de ‘snack’tomaatjes. Alsof dat ook echt snacken is. Als ik echt wild van verlanger werd, pakte ik een walnootje. Ongezouten. Whoehoe, maak me gek.

Gelukkig?
Gelukkig? Zonder chocola?

Zaterdag weer een verjaardag. Vriendinlief had weer een heerlijke kwarktaart gebakken. Met verse aardbeitjes, maar plus een pak suiker en Bastogne koeken als bodem. Een no go. Luc kwam gewoon op schoot zitten met een grote punt slagroomtaart. Tergend langzaam likte hij zijn vork af. Kwellend bijna. Na een hap zette hij de suikerbom voor me neer en rende weg om te gaan spelen. Harm deed ondertussen lekker uit de doeken hoe chagrijnig ik ben van ons suikerloze ‘dieet’. Ik likte voor de vorm aan de tafel. Doet het altijd goed op feesten en partijen. Een andere gast zette er een ondertitel onder; ‘even checken of het geen zoethout is’. En terwijl iedereen echt zat te snacken, pulkte ik de splinters uit mijn tong en dronk volop cactusthee. Alsof ik nog niet prikkelbaar genoeg was. Het gesprek kwam op Amber Albarda, de nieuwste dieetgoeroe, die het suiker-gif-idee onderstreept. Vriendinlief was zo lief om het boek aan me uit te lenen. Nu kan ik zonder suiker ook nog een zoutloos boek lezen. En goed dat ik me voel…

Vandaag ben ik zo druk geweest, dat ik het niet echt miste, behalve bij de eetmomenten. Geen chocola op brood, water drinken, dat soort geneuzel. Einde van de dag plof ik op de bank. Harm gaat een oer-Hollandse maaltijd klaarmaken, terwijl ik op Facebook een stuk chocoladetaart voorbij zie komen. Verschil moet er wezen. De groenteballetjes zijn prima, de kale aardappelen met stronken bloemkool brengen me niet tot een hoogtepunt. Al helemaal niet als Harm me halverwege vertelt dat hij nog een rups uit de bloemkool had gevist. De stukken bloemige kool kriebelen in mijn keel. Zijn het de pootjes van rupsje nooit genoeg, mijn alter ego? Harm geniet met volle teugen van het schouwspel. Elke hap wordt gecheckt. Had het achteraf verteld, of gewoon je mond gehouden. De kinderen eten een toetje. Zij wel. Schijnbaar is het heel moeilijk om die hap zonder omwegen in de mond te manoeuvreren, want Bruintje Beer is er niks bij. Ik moet mezelf bedwingen hun gezicht niet af te lebberen om zo toch aan mijn suikershot te komen.

Er is nu een week voorbij. Is het makkelijker geworden? Nee. Voel ik me gezonder? Nee. Lekkerder in mijn vel? Nee. Straal ik? Geenszins. Ik heb gewoon constant honger en lekkere trek. Ben onuitstaanbaar (ja, echt erger dan normaal) en krijg vreemde neigingen. Als dit nog langer doorgaat denk ik dat Harm ’s nachts stiekem een shot chocola mijn aderen in spuit. Ik hoop dat hij dit leest. Het is gewoon een hint. Want dit rupsje heeft echt nooit genoeg.

Deel

Nieuwe buren

doorPosted on 0 Comments6min. leestijd131 gelezen

Minolta DSCHet huis naast ons heeft 6 jaar te koop gestaan. Nou was het ook gruwelijk duur en moest er nog het een en ander aan gebeuren. De vorige bewoners kochten het huis als relatielijm. Iedereen weet dat dat nooit gaat werken. Al helemaal niet als de superlijm van je secretaresse beter hecht. Naarmate de jaren verstreken werd de rieten kap steeds groener. Het mos vermenigvuldigde zich als fruitvliegen op een rotte banaan. Ook de tuin werd een oerwoud. De hovenier stopte met snoeien, toen de buurman stopte met betalen. Kinderen vonden het er wel spannend. Ik ook toen Harms konijn was ontsnapt richting bosschage van de buurman. Nou was er niet veel liefde van mijn kant voor het beestje, het was wél Harm zijn konijn. Toen wij ons huis kochten, kocht ik voor Winky (…het konijn) ook een nieuw onderkomen. Alleen waar laat je zo’n lelijke grote plastic bak? Hij begon in de keuken, maar dat vond ik ranzig. Hij verhuisde naar de gang, achter de deur. Niet handig en binnenkomen met de geur van ammonia (ongesteld konijn) vermengd met stapels keutels, was een iets te warm welkom. Winky verdween naar een kek buitenhok. Tijdens het verschonen rook ze haar vrijheid. Eigenlijk had ik blij moeten zijn. Maar ik was bang dat Harm dacht dat ik het expres had gedaan en we flappie verscheurd door een kat terug zouden vinden. Nou keek niemand naar het beestje om, behalve ik, tijdens het uitmesten van het hok, maar zo’n einde wenste ik zelfs stinkie winky niet toe. Na uren zoeken, kwam een andere buurman me helpen. Ik verdenk hem ervan vaker op konijnen te jagen, want hij liep er recht op af. Greep het beestje in zijn nekvel en zette hem weer terug in zijn schone hok. Nahuilend belde ik Harm. Die had het prima gevonden om zijn ‘zo geliefde’ Winky in de vrije natuur te laten. Lekker dan.

Tuin buren rechtsachterin in 2006. Nog mooi groen.
Tuin buren rechtsachterin in 2006. Nog mooi groen.

Alles aan het huis naast ons verslonsde. Zo ook de prijs. Die zakte drastisch en na 6 jaar zou het geveild worden. De nieuwe kopers waren er net op tijd bij. De oude eigenaren kwamen met tranen in de ogen afscheid nemen. Van opluchting en verdriet. De een zijn dood, de ander zijn brood. En we zagen steeds meer mensen het huis in gaan. Met grof gereedschap. Alles werd aangepakt. We zagen de nieuwe buurman toen we net weg wilden gaan. Even een handje schudden en voorstellen. De dagen, weken en maanden daarna zagen we een ontbossing van jewelste. Geen boom bleef staan. Luc vond het prachtig en keek zijn ogen uit. Net als mijn schoonvader. Die paste op donderdag op en was ook in onze tuin bezig. Als hij de werklui en de vader van de buurman zag, maakte hij standaard een kletspraatje. Dat zorgde ervoor dat hij al drie keer een rondleiding had gekregen, terwijl wij nog niks gezien hadden. Mijn schoonmoeder had zelfs meer gezien. Die liep als een speurneus met haar neus tegen het raam naar binnen te kijken, totdat ze met een platte neus bij de keuken stond. Daar zaten de nieuwe buren te eten en vroegen mijn schoonmoeder of ze wat zocht. Awkward. Ik bleef dus op gepaste afstand. Een keer kletste ik met de broer en vader van de buurman en de rest hoorde ik wel van mijn schoonvader.

Maar het grote klussen stopte en mijn schoonouders ook met oppassen, dus de informatiestroom eindigde. Luc blijkt over dezelfde social skills te beschikken als zijn opa. Dit werd weer eens goed duidelijk toen Luc vanaf zijn zandbak iets zag bewegen in de tuin naast ons. Hij stak zijn neusje net als Jip door de heg ‘wat doe je?’. Janneke vond hij niet. Wel de buurman die zijn nieuwe terras aan het vegen en inrichten was. Voor hij met zijn ogen kon knipperen had Luc de klink van hun tuindeur al in zijn hand. Hij mocht de buurman helpen met de stoelen. Ik hoorde Luc druk kletsen en liep er toch maar naartoe. Kan me voorstellen dat je na een dag werken niet de behoefte voelt om alle grote levensvragen (waarom…,waarom dan?) van je nieuwe buurjongetje te beantwoorden. Ik stelde me nog maar even netjes voor en wilde hem verlossen, maar hij vond het wel gezellig. En waar moet je het dan over hebben? Juist het weer. Warm hè. Lekker hoor, behalve als je wilt slapen. Hij vertelde dat het bij hun binnen koel was. En dat mocht ik ervaren. Wat is een rondleiding door een ander huis toch fijn. Een soort 3D funda. Luc huppelde er eerst nog achteraan, maar die voelde zich zo thuis dat hij de tour algauw op zich nam. Als een echte gids leidde hij ons naar boven. In de badkamer prijkte een enorme jacuzzi. Terwijl ik lekker om me heen keek en genoot van alle mozaïek steentjes die ik gelukkig niet schoon hoef te houden, bekeek Luc geïnteresseerd het luxe bubbelbad. Lafjes bewoog hij de leren hoofdsteunen heen en weer ‘deze wil ik wel voor mijn verjaardag’. Tuurlijk joh. Vraag er gelijk een thuisbioscoop bij. Weer in de keuken aanbeland wordt ons iets te drinken aangeboden. Kies ik bescheiden water, Luc trekt gelijk een chocomelk uit de koelkast. Er blijken ook chocolaatjes te liggen. Luc bedenkt zich geen moment en heeft de milky way nog net niet in zijn mond zitten. Terwijl ik pedagogisch opvoedkundig probeer te zijn, lacht de buurman dat het goed is.

Buiten zit Luc letterlijk op zijn praatstoel. Hij breekt ons ijs. Dat is wel fijn. Zoals je weet ben ik zelf niet zo’n held met nieuwe contacten. Er komen zelfs nog meer mannen aanwaaien. Ik blijf gewoon zitten, wat een aardige mensen. Luc vindt de buurman ook heel aardig ‘kom je bij mij slapen?’. Heel schattig. Dan leunt Luc eens lekker achterover en kijkt de buurman aan ‘hè speknek, heb je nog een chocomelk?’. Ik spuug mijn water bijna in het gezicht van de man naast me. Mijn god, waar haalt ie het vandaan. Ze zullen wel denken, dat we elkaar zo noemen thuis. Dat is geenszins het geval. Ik noem Harm lampekap en hij mij zuignap. Grapje grapje. Ik schaamde me kapot en daar zat ik dan met mijn goede gedrag. Tijd om Luc op bed te leggen. Het weekend erop speelde hij weer in de tuin. Toen ik daar aankwam hoorde ik hem wel kletsen, maar zag hem niet. Zucht. Zachtjes open ik de tuindeur van de buren. En ja hoor, daar zit ie prinsheerlijk op ‘zijn’ stoel. Verontschuldigend til ik hem op. De buren en hun visite half negerend. Je schaamt je kapot. Zitten ze lekker op hun vrije zondag te brunchen met vrienden, komt het buurjongetje er in zijn boxershort bij zitten. Oh ja, ik had me nog helemaal niet voorgesteld, snel geef ik de buurvrouw een hand. Het is dat ik haar naam al kende, anders was ik hem direct weer vergeten. Mijn hersenen blokkeren gewoon in dit soort situaties.

Ze verzekeren me dat ze het echt niet erg vinden en ik zie dat ze al een grote beker limonade voor hem hebben ingeschonken en dat er een milky way naast ligt. Ze vinden het gezellig, dus ik zet hem weer terug op zijn troon. Ik sluit de deur weer achter me en ruim onze tuin op. Ik hoor dat Luc het hoogste woord voert. Mijn tenen krommen zich en maken putjes in het nieuwe gras. En Harm maar denken dat we last hebben van een mol. Was ik maar een wat relaxter persoon. Wees blij dat jij daar niet zit en dat ze Luc leuk vinden. En ik had wel drie keer herhaald, dat als ze hem zat waren, ze hem terug moesten sturen. Hij kwam uiteindelijk uit zichzelf terug. Hij had zijn boxer volgepoept. Ik hoop dat ze al klaar waren met eten.

Nieuwe buren hartIk voel me natuurlijk bezwaard en heb niet het idee dat we een goede indruk hebben achtergelaten. Vroeger bakte men een appeltaart of een mandje muffins voor nieuwbakken buren, maar ze zien me aankomen. Nou hoorde ik de buurvrouw (ik had tijdens het opruimen van de tuin mijn oren gespitst) tegen Luc zeggen dat ze gek is op hartjes. Tadaa, laat ik die nou graag maken. Dat is my piece of cake wat ik ze kan geven. Maar ik ga toch niet aanbellen, om vervolgens toe te kijken hoe ze het open maken. Tenenkrommend. No way. Harm vond het wel wat voor mij om het gewoon met de post te laten bezorgen. Doe niet zo gek. Hij stelde voor om het dan voor de deur te leggen, aan te bellen en dan weg te rennen. Leuk hoor, de draak steken met mijn verlegenheid. Ik besluit het hartje met een kaartje in de brievenbus te stoppen, voordat ik ga werken. Kleine kans dat ze dan aan de deur staan om te bedanken. Erg hè. Maar hoe schrijf je eigenlijk hun namen? Shit. Ah, ik weet al wat; voor de familie Speknek.

Deel

Blunder op eerste schooldag

doorPosted on 2 Comments6min. leestijd479 gelezen

Vandaag was het dan zover, Luc gaat voor het eerst naar school. Nou ja, hij is er al heel vaak geweest, als we Lientje gingen ophalen en dook dan de speelhoek al in, maar vandaag gaat hij voor het echie. Ik keek er stiekem een beetje naar uit, om straks de woensdagochtend helemaal voor mezelf te hebben. Maar hoe dichterbij deze maandag kwam, hoe meer de twijfel toesloeg. Hij is nog geen 4 jaar en altijd al wat klein voor zijn leeftijd. Gelukkig is hij wel op tijd zindelijk. Dat was wel een doelstelling die ik moest behalen voor zijn schoolgang.

Maar op school kun je niet gewoon opspringen en naar de wc rennen. Dan moet je het vragen en een ketting omhangen en dan mag je pas. Redt hij dat wel? Of piest hij al bij het vragen zijn broek onder? En volgens mij vindt hij het ook best een beetje spannend. Gisteren was hij heel huilerig. Hij had bijvoorbeeld niet genoeg vlokken naar zijn mening over zijn vla. Nou zag je de vla niet eens meer, dus hij had pech. Als grapje zei ik ‘anders eet ik je toetje wel op hoor’. Hij stortte zich ter aarde en lag vervolgens hysterisch schuimbekkend met zijn bol op de grond. Gillend als een speenvarken raapte ik hem van de grond. Ik nam zijn bevlekte gezichtje in mijn handen en kuste heel zijn bol. Nog nasnikkend at hij zijn toetje, terwijl ik hem stevig tegen me aandrukte. Mijn schatje. Mijn baby. Met zijn tere hartje. Nog helemaal niet klaar voor de harde boze buitenwereld.

Door het schoolhek
Door het schoolhek

’s Nachts komt hij er ook nog eens uit, zodat wij ’s ochtends geradbraakt zijn. Maar Lina staat al in vol ornaat fris en fruitig om half 7 naast mijn bed te jumpen ‘ik ben klaaaahaaar’. Ze keek zo uit naar deze dag. Want groep 7 is het moeilijkste, je krijgt Engels en mag meespelen met de musical. Ze had er nu al zin in. Ik niet. Ik sleepte mezelf naar de douche. Toen ik aangekleed was, hoorde ik Luc zijn dribbelvoetjes die met zijn slaapkopje de deur opentrok. Lina stortte zich op hem ‘je gaat naar school VANDAAG!’. Blij pakte hij zijn nieuwe tas van het haakje. Hij zou zo door zijn gelopen in zijn boxershortje. Eerst maar gewoon even aankleden. Nieuwe broek aan en ik had een shirt gekocht met ‘I’m the boss’, zodat de juf voorbereid zou zijn, maar die wilde hij niet aan. Lina had haar ‘apenshirt’ (van Paul Frank, zo’n grote apenkop) aan en wilde dat Luc die ook aan zou trekken. Maar kritisch om een goede eerste indruk te maken koos hij een nette donkerblauwe polo. Zijn mooie door Lina aangebrachte nagellak paste er prima bij. Daar dacht papa anders over, dus die boende ik er nog maar even af. Hij gaat zowaar akkoord om gympen aan te trekken. Zonder sokken, maar goed, je moet ergens beginnen.

Schooldag stoeltjeBroodtrommeltje, pakjes drinken, (schone kleren), gymschoentjes en de tekening voor de juf mee. Op school rent hij gelijk de speelhoek in. Zachtjes dirigeren wij hem de klas in. Je ziet hem verbaasd kijken. School = spelen toch? Ondanks onze uitleg wat je er echt doet, heeft hij zijn eigen beeld gevormd. Maar hij past zich aan en geeft zijn tekening aan de juf. Hij zoekt een stoeltje uit en Harm & ik fotograferen alsof hij net is geboren. We zijn ook de enige paparazzi. Boeiend. ‘Ik moet plassen’, schalt er ineens door de klas. Juf Mariska wijst op de kettingen ‘eerst een ketting omhangen’. Alsof het de normaalste zaak is, hangt Luc hem om en laat ik hem zien waar de wc is. Als hij op de mini wc kruipt, ketst de grote blauwe kralenketting tegen zijn slurfje. Wat is hij toch nog klein. Lucje dan he, niet zijn piemel. Die is natuurlijk enorm…

Schooldag wcNetjes hangt hij de pisketting terug aan het haakje, om vervolgens aan de juf te vragen waarom ze geen rode ketting heeft. Daar heeft ze geen antwoord op. Dat begint al goed. En wij maar zeggen bij moeilijke vragen ‘vraag maar aan de juf’. De bel gaat. Luc hangt relaxt achterover op zijn stoeltje. Maar als we weggaan, rent hij toch nog even terug voor een knuffel en een kus. Ik hield me groot en heb niet gehuild. Een prestatie. Maar wat verheugde ik me erop om hem   ’s middags weer uit school te halen. Normaal praat ik niet veel over mijn kinderen tegen mijn (kinderloze) collega’s, maar dit moment moest ik even met ze delen. En natuurlijk vertellen dat ik eerder weg zou gaan om de kinderen zelf uit school te halen.

Schooldag lunch
Links een herkenbaar knulletje

Na de lunch ontvang ik van mijn vriendin (ook eigenares van het kinderdagverblijf) een appje ‘ken jij dit kindje op de foto?’. Ik weet niet hoe snel ik haar moet bellen. Overblijven doen ze toch op school?
‘Wat doet Luc nou bij jullie?’
‘Hahahaha eten, hij was al om 12 uur uit.’
‘Neeeeeeeee, hoe kan dat nou? Maar ze zijn toch op vrijdagochtend vrij? En Lientje, is die ook al vrij?’
‘Nee, die is wel gewoon om 3 uur uit, maar groep 1 is op maandagmiddag blijkbaar vrij. Ze hadden je nog gebeld, maar kregen je niet te pakken’.
‘…ik was lunchen’, zeg ik onnozel. Want dan laat ik mijn telefoon op mijn bureau liggen. Stom stom. Schaam schaam.
‘Wij stonden er toch en hebben Luc meegenomen. Je wist het niet he? Je had je zo verheugd om hem op te halen he?’
‘Ja’, piep ik.
Ik stel nog voor dat ze hem weer mee naar school nemen als ik toch Lina ga halen. Ze moet lachen en stelt me gerust. Luc vond het prima. Ook al had ie tot 3 uur op het schoolplein moeten spelen, had ie ook prima gevonden.
Weet ik wel. Maar ik vind het niet prima. Dit had ik moeten weten. Ik wist niet dat ze in plaats van de vrijdagochtend de maandagmiddag vrij waren. Heb ik vast ook ergens over heen gelezen. Hoe stom. En zo niks voor mij. Wat baal ik hier van. En als het dan eindelijk half 3 is, spring ik in de auto en komen ze alsnog. De tranen.

Ik ben te vroeg op het schoolplein, dat dan weer wel. Gelukkig hing niemand een bordje ‘slechte moeder’ om mijn nek en bekogelden ze me met tomaten en rotte eieren. Ik probeer nog bij de moeders te polsen ‘vroeger waren ze toch op vrijdagochtend vrij in plaats van maandagmiddag?’
‘Nee, joh’.
Dan zit het gewoon in mijn hoofd. Vind het eigenlijk ook logischer. Maar ik moet het nu niet op de school afschuiven. Het is dus gewoon mijn stommiteit. Lina komt uit school rennen ‘zullen we bij Luc gaan kijken?’. Wat fijn, zij wist het ook niet.
Gelukkig pakte de juf het ook relaxt op. Een andere moeder van een kindje uit groep 2 bleek geen brood aan haar kind mee te hebben gegeven, omdat ze nog in het ritme van groep 1 zat. En tijdens het praten kwam een moeder zich verontschuldigen dat ze haar kind vanmorgen te laat bracht. En ineens hangt er een aapje aan mijn been. Het kinderdagverblijf moest toch kinderen ophalen en heeft Lucje weer meegenomen. Ik knuffel hem tot stikkingsgevaar dreigt. Dan wurmt hij zich los om te klimmen.

Thuis vraag ik wat hij heeft gedaan vandaag. ‘Niks’, is natuurlijk het enige gepaste antwoord. Na zijn banaan kiest hij een zakje met snoepjes. Hij klimt weer bij me op schoot en stopt een snoepje in mijn mond ‘jij ben lieffie’, zegt hij erbij. Terwijl mijn ogen weer op sap gaan, vraag ik of hij dus toch nog van mij houdt.
‘Jahaaa, zoveeeeeeeeeeeeel. Mag ik nu de iPad?’

Deel

Pannenkoek op de boot

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd157 gelezen

Franse kinderen schijnen als ze 2 jaar oud zijn al een vijf gangen diner naar binnen te werken. Inclusief juist gebruik van al het bestek. Ons zoontje van bijna 4 eet het liefste zonder bestek. Dus totdat we alle (tafel)manieren erin geramd hebben, gaan we niet uit eten met de kinderen. Behalve dan naar de Mac en het pannenkoeken restaurant. Maar dat voelt niet echt uit eten. Eerder als een taakstraf. Vandaag was het weer zover. Vakantie bijna voorbij, dat moet gevierd worden. Het werd de pannenkoekenboot.

Als we via het fietspad ergens asociaal geparkeerd staan in het gras, hoeven we nog maar vijf stappen te zetten en we staan op de loopbrug. We blijken niet de enigen met dit lumineuze idee. Binnen is geen plek meer. Buiten op een soort dek onder een tentdoek vinden we een plekje aan het water. Harm glimt als een kind. Ik rits mijn jack omhoog ‘ik zit hier af te niften. Echt, ik ga kapot’. Harm lacht nog harder. Terwijl hij gewoon in een shirtje zit. Ik kijk de zon tussen de wolken vandaan en Luc gooit de stroop om. Dit wordt weer een topavond.

Pannenkoek LinaLina moet écht een pannenkoek met slagroom en ijs en wij dwingen Luc tot een variant met poedersuiker en kaneelsuiker, want hij eet hem toch niet op en wij hebben dan vast nog wel trek. Altijd denken wij er wel twee op te kunnen. Maar vaak krijgen we er niet eens eentje op. Eerst nog maar even kleuren met de kinderen. Wij doen net zo hard mee. Leuk, dat is een tijd geleden. Luc klokt in één keer zijn fristi naar binnen. Ha, daar zijn de pannenkoeken al. Ik val aan op de mijne en met mijn mond volgepropt zie ik Lina de laatste grote hap slagroom wegwerken. Harm spreekt mijn gedachte uit ‘die is toch voor óp je pannenkoek?’. Ondertussen smelt haar ijs, want die staat nog op de pannenkoek. Harm helpt Luc totaal niet aan manieren, als hij creatief met poedersuiker is. Het levert een leuke handafdruk op Luc zijn pannenkoek op, dat wel. Maar Luc denkt nu dat hij op zijn bepoederde pannenkoek mag slaan. Ik zit nu nog te niesen. Gelukkig veegde hij wel netjes zijn handen af. Aan Harm zijn t-shirt.

Heel pedagogisch
Heel pedagogisch

Veel zin in zijn pannenkoek heeft Luc niet. ‘Bij opa zijn ze niet zo dik’. ‘Hier ga ik van stikken’. ‘Mag ik dan nu mijn vork in het water gooien?’.
‘ETEN LUC!’.
‘Waarohommmm?’.
Zucht, hoe krijgen die Fransen in godsnaam coquilles door die strotjes van de kinderen?
Lina eet wel snel haar bruine lap op. De smulmuntjes wachten. Ondertussen chanteren wij Luc met de muntjes. ‘Nog twee hapjes, dan mag je ook een cadeautje uitzoeken’. Zouden ze daarom die muntjes uitdelen?

Tadaaa
Tadaaa

Gelukkig is het bij een andere tafel al niet beter. Achter ons gillen de kinderen zo hard, dat we prima al Luc zijn ‘waarom’-vragen kunnen negeren. Voor ons zit een stel. Zonder kinderen. Verstoord kijken ze naar de krijsende tafel achter ons. Tsja, zo’n boot is eigenlijk prima om aan kinderen te wennen. De kans is groot dat je na het eten hier, de baan op het kinderdagverblijf afzegt, of zelfs helemaal niet meer aan kinderen wil beginnen. Een ander stel staat serieus kwaad op en verlaat de boot.

Dat het ook echt een boot is, merk ik als er een speedboot de dobberende meerkoetjes naast ons bijna halveert. De golven wiebelen onder mijn stoel en laat de prei-ui-kaas-spek-pannenkoek klotsen in mijn ice-tea buik. Harm ziet mijn gezicht en heeft wel een top avond. Wat nou sterrenrestaurant en manieren? Hij vermaakt zich zo ook prima.

Deel

Straatkrantverkoper

doorPosted on 5 Comments5min. leestijd173 gelezen

Na de lunch besef je dat het toch wel fijn is, om morgen wel vers brood te eten. Snel sneak ik uit huis. Als Luc door heeft dat ik naar de supermarkt ga, moet hij mee. En voor ik het weet, sta ik roze koeken met spikkels, cars toetjes en zakken snoep af te rekenen, die we niet nodig hebben. Volgens mijn lijstje dan. Waarschijnlijk staat er nog wel meer op het lijstje van mijn kleine man. Ze verkopen er namelijk ook auto’s. Om hem daar rustig vandaan te halen, vereist creatieve tactieken en een grote dosis geduld. Aangezien ik dat laatste mis in mijn genenpakket, is het verstandig om even alleen te gaan.

StraatkrantsapDe Emté is een prima supermarkt voor ‘vergeten’ boodschappen, maar boodschappen voor de hele week, haal ik toch liever bij de Appie. Ik weet het, ik ben verwend, maar wat een aanbod. Verse pasta’s zal je niet aantreffen in de Emté, maar een heel groot pluspunt wel; een sinaasappelsap-machine. Ideaal. Vers sap, zonder dat mijn snijplank drijft over het aanrecht, de spetters op mijn tegels zitten en alles plakt. De hele rimbam kan wel in de vaatwasser, maar je moet hem eigenlijk eerst voorspoelen, anders koeken de fliebers (vezels?) er hardnekkig aan vast. Wat een gedoe. En ik hou niet van gedoe. Daarom ga ik met plezier naar de Emté. Ze hebben er ook winkelwagentjes zonder muntje. Waar vind je dat nog? En elke dag staan ze er weer. Ze worden dus nooit gepikt. In de Randstad hebben de karretjes een enkelband en moet je er 10 euro in stoppen, anders nemen mensen ze mee naar huis. Zetten hem daar in de tuin met planten erin. Of ze geven hem vanuit het huis een zet. Zodat je er tegenop knalt als hij ineens opdoemt als je de straat in komt rijden.

Ook zo fijn van ‘onze’ supermarkt is het postkantoortje erin. Zelfs mijn te grote pakket accepteerden ze. De pakketbezorger die hem moest ophalen is dan ook een grote vriend van me. We zien elkaar onderhand dagelijks. Hij is zelfs wel eens achter me aan gereden, omdat hij een pakketje voor me had en mijn auto herkende. Top. De Emté bij ons heeft ook een soort apothekersgedeelte, een slijterij, je kunt er pinnen, kopiëren en heerlijke taarten halen. Tot dusver gaat het goed. Maar vandaag begon mijn bezoekje minder romantisch. Of juist enorm, het is maar hoe je het bekijkt. Ik draaf vlot naar binnen, want het miezert. Dat doet mijn pluizebol nooit goed. Ik zie een straatkrantverkoper en nog voor ik hem gedag heb gezegd, neemt hij het woord ‘Allo mevwouw’. Nee, het is geen Chinees. Ik kan zijn nationaliteit niet raden, maar daar gaat het ook niet om. Hij glimlacht breed naar me en ik doe hem na. Een breedbekkikker is er niets bij. En ik groet hem alsnog. Ik las ooit in hoogstaande literatuur (Viva of Flair) een interview met een straatkrantverkoopster en zij gaf aan dat ze het ergste vond om genegeerd te worden. En sindsdien heb ik me voorgenomen om deze mensen te groeten. Het zijn ook gewoon mensen. Geen stuk stront of vuilnis. Dus laten we zo ook niet behandelen.

Het lastige is wel altijd dat ik niet weet hoe ik verder met ze om moet gaan. Soms geef ik een euro, maar ik heb meestal geen kleingeld op zak. Hun krantje hoef ik niet. De kans is klein dat ik het ga lezen. Dat is ook zonde. Heb ik liever dat ze het ’s avonds als dekentje kunnen gebruiken. Of is dat een misvatting? Leven deze mensen eigenlijk wel op straat? Of rijden ze in luxe auto’s’, zoals je weleens hoort? Vaak staat er bij de Emté een jong meisje, tussen de 20 en 30 jaar, lastig een leeftijd bij te zien. In de winter zat ze daar, bij de uitgang te vernikkelen. Soms zelfs met een baby in een Maxi-Cosi naast haar. Het houdt me nu nog bezig. Was dat haar baby, of nam ze die mee om extra inkomsten te generen? Of moet ze op het kind passen, als extra verdienste en brengt ze de baby snipverkouden terug? Een gesprek aangaan om erachter te komen, gaat me te ver. Je weet nu onderhand wel hoe sociaal ik ben. Dus groeten en af en toe wat in de hand drukken met een gemompel van ‘fijn weekend’, is mijn limiet.

De nieuwe verkoper heeft geen limiet. ‘Mevwouw, mevwouw’, roept hij me. Nou moet ik hem wel aankijken. Het kutkarretje klemt ook aan de voorganger, dus ik richt me tot de verkoper. Hij wijst op zichzelf ‘Vwiktow’. Oh god, staat hij zich nou voor te stellen? Heeft hij geleerd dat dat een band schept en dat de mensen dan meer geven? ‘Viktor?’, herhaal ik hem in het Nederlands. Hij knikt, gelukkig dat ik hem begrijp. Hij wijst op mij. ‘Euh…Joyce’, antwoord ik aarzelend. Nadat hij het drie keer vervormd heeft herhaald knik ik maar. Ik ruk steeds harder aan het karretje. Als hij losschiet, roept Viktor me nog een keer. Ik draai me toch maar om. ‘Jij ben il mooi’, bazelt hij. Zou hij gedronken hebben? Ik bedank hem en schiet de winkel in. Bah, waarom doet hij nou zoiets? Alsof ik het compliment gemeend geloof. Nu ga je helemaal twijfelen of je geld moet geven. Hij denkt straks dat het een aanmoediging is om iedereen voortaan te complimenteren. Maar als ik niks geef, vindt hij me vast verwaand. Maar goed, dat vinden wel meer mensen. En die verwachten niet eens geld van me. In gedachten verzonken kijk ik naar de bossen bloemen. Ineens besef ik me, dat hij me vanaf zijn standplaats kan zien. Ik voel me bekeken en ga naar mijn geliefde sapjes-automaat.

StraatkrantDat vind ik dus echt een nadeel aan die straatkrantverkopers, ze zien je met allerhande luxe artikelen de deur uit lopen. Langs hun heen. Zonder hun wat te geven. Had ik dan niet de magnums kunnen laten liggen en hun wat geld kunnen geven? Ik voel me dan schuldig, maar vind het ook belachelijk. Ik werk er immers hard genoeg voor, om in het weekend van een lekker puur chocolade ijsje te kunnen genieten. Maar dit is hun werk. En wie weet wat zij ervan kopen? Dilemma, keer op keer. Ik merk dat ik langer in de winkel blijf hangen. Bij het afrekenen zie ik dat ik alleen een tientje in mijn portemonnee heb zitten. En 10 euro voor een compliment is wel erg goed betaald, niet? Daar moet hij wel wat meer voor doen. Alhoewel ik daar ook niet op zit te wachten. Ik zorg dat alles in mijn meegenomen tas (heel milieubewust) past, zodat ik niet nog een keer terug hoef met mijn karretje. Al zwoegend met mijn tas zet ik de kar terug. ‘Mevwouw, iek vin jouw il mooi’, hoor ik Viktor. Jammer dat hij mijn naam nu al is vergeten. Anders had ie een magnum van me gekregen.

Deel

Adonis en de geheimen van Victoria

doorPosted on 5 Comments34min. leestijd601 gelezen

Vakantie zonnebrandOp vakantie. Eindelijk ontspannen. Eerst nog even stressen. Daar ben ik goed in. Ik zag laatst een programma dat we massaal te weinig zonnebrand smeren in de zon en het effect hiervan op de huid. Dat iedereen die witte waas haat, maar die juist beschermt. Vandaar dat ik maatregelen heb getroffen. En de Etos heb leeggekocht. Ook 1 toilettas gevuld met de halve apotheek. Pillen voor als je verstopt zit. Pillen voor als de boel juist weer teveel op gang is gekomen. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb het bij me. De koffers worden gevuld en keer op keer gewogen. Totdat de kofferweger kapot gaat door Luc die er hele andere capriolen mee uithaalt. Dan maar op de weegschaal. Die wordt ook kniftig en weigert dienst, totdat Harm zijn volle gewicht erop zet. Wat een gedoe.

Vakantie koffers in autoIk heb erop aangedrongen op tijd weg te gaan, om nog even te kunnen winkelen op Schiphol (lees Victoria’s secret). Als ik nog gauw met een stofzuiger door het huis raus, propt Harm de kinderen en de koffers in de auto. Met een constant gevoel dat je wat vergeten bent, stappen we in. Eindelijk. Als we lekker op weg zijn, vraagt Harm of Luc eigenlijk zijn schoenen aan heeft. Ik kijk om en Zijne luchtigheid is weer eens blootvoets. Zucht. Weer terug en weer doorgaan. Bij aankomst op Schiphol had Harm het lumineuze idee om Lina en mij af te zetten met de koffers, hoefden we daar niet mee te zeulen naar een of andere pendelbus. Ik vond zowaar de incheckbalie. Trots sloten we aan en waren binnen no time aan de beurt. Lekker hoor. Alleen Harm zijn idee dat wij zonder hem wel alles konden inchecken ging niet op. Dus weer uit de rij en wachten. Ik zag de winkels in de verte en keek verlangend toe.

Vakantie koffer gewichtEen half uur later was daar Harm met Luc. Mijn stemming begon al wat te dalen. Maar bij het inchecken maakte ik inwendig een vreugdedansje toen de laatste koffer 19,9 kilo woog. Toen begon het lange wachten op de paspoort controle. Bij de bakken aangekomen bleken we er 7 nodig te hebben. De vrouw klapte in haar handen toen ze zag hoe Harm zijn rugzak leegde in 3 bakken. Overal snoeren, stekkers en apparaten. Ze hield de bak in de lucht en stelde dit als voorbeeld aan de rij achter ons. Harm kreeg nog net geen sticker. Eindelijk door de douane heen geworsteld kwamen we bij de winkels. Eerst maar wat eten, want dat gortdroge voedsel in het vliegtuig is niet te vreten. Een heel stuk armer, maar met een lekkere salade caprese in de buik liep ik vol goede zin naar de eerste de beste winkel. De luchtjes, drank en chocola negerend vroeg ik aan de vrouw waar de Victoria’s secret zat. In het plaza, dan moest ik naar beneden en later weer door de controle. Dat klonk niet echt dichtbij en relaxed. De ader op mijn voorhoofd begon te kloppen. Ik snapte ook niets van haar routebeschrijving. Nog maar even advies vragen in de winkel ertegenover. Hè rituals en philosophy. Even ruiken. Mm. Harm wenkt me, we moeten naar de gate. Wat? En de geheimen van Victoria dan?

Onze hooligan
Onze hooligan

Met bonkende hoofdpijn stapte ik zwaar gedesillusioneerd in de volgende rij. Gelukkig liepen we snel door, anders was ik terug geglipt. Ik zie mezelf al met verwilderd haar en schuim op de lippen door de gangen rennen en Victoria gillen. Maar voor ik het weet zitten we in het vliegtuig. Waar we nog een half uur moeten wachten, omdat het druk is in het luchtruim. Luc vermaakt zich nog even met de iPad en Lina luistert naar One direction. Tot hier gaat het goed. Omdat ik bang ben voor pijnlijke oren stop ik Luc vol met Fruittella. Ik denk dat hij hierdoor een energiestoot heeft gekregen. Hij is niet te houden. Ik ben al 3 keer in 10 minuten naar de wc gegaan met hem. Vind hij het doortrekken nog wat eng (door het enorme zuigende geluid), de rest is machtig interessant. Dus als hij beweert te moeten poepen, klappen we de tafeltjes maar weer in, boekjes aan de kant en daar gaan we weer. Om vervolgens zonder broek op de wc te kruipen, er weer af te springen met de kreet ‘grapje’. Ik kan er de humor inmiddels niet meer van inzien. Eenmaal terug kolkt de suiker door zijn aderen en gaat hij helemaal los. Springt op zijn stoel, schopt tegen het tafeltje en gaat op de leuning staan. Ik hoor hem uit volle borst zingen ‘Kosje waar zit je’. Terwijl de ijle lucht al het vocht uit mijn huid en oogballen zuigt, zuigt Luc mijn energie uit mijn gekwelde lichaam.

Hij duikt achter zijn stoel en roept ‘mevrouwtje, zie je mij niet?’. Voordat ik er iets van kan zeggen, kijkt hij me met een grote lach aan ‘he mama krentenbol’. Terwijl hij met zijn ongewassen handen in mijn gezicht slaat, hij ‘kakkie de kakkie’ schreeuwt tegen de vrouw die achter ons probeert te slapen, ben ik er echt aan toe. Vakantie.

Aankomst
Na een uur in de bus, kwamen we aan bij het complex. Een hele buslading Nederlanders dringt naar buiten. Bij het inchecken krijgen we kamer nr. 1 toegewezen. Eerst wat eten en dan kun je je paspoort en kamersleutel ophalen. Maar de foto in het paspoort behorende bij kamer nummer 1 komt me niet bekend voor. Ik kijk van alle kanten, maar ik kan me niet herinneren getrouwd te zijn met een bebaarde bejaarde. Ineens verschijnt er een gloeilamp boven het hoofd van de baliemedewerker. Willie wortel heeft de kamers omgewisseld. Hij geeft ons de sleutel van kamer 102 en we worden naar buiten gebonjourd. Ik pruttel tegen Harm dat ze de kamers hebben omgeruild en dat nr. 1 vast dichtbij is. Harm wuift mijn gezeur weg. Maar het koffer-wegbreng-karretje rijdt wel erg ver weg. Heuvel op, hoek om, heuvel af. Eenmaal in het huisje leggen we gauw de kinderen boven op bed. Luc komt er nog 3 keer uit om te plassen. Waarvan 2 keer als grapje. We zijn er klaar mee. We vouwen de kranten, die als kussens moeten doorgaan, dubbel en kruipen onder het laken. Om 23.00 uur + 1 uur tijdverschil gaat bij ons ook het lampje uit. Gaap, AUW krakend trommelvlies.

Ineens schoot ik rillend wakker. Harm woelde ook. Met hoornvlies als schuurpapier trok ik de ruwe synthetische deken over mijn oren. Harm deed de airco uit. Dat verhielp helaas niet het geluid dat klonk alsof de buren loopbuik hadden en de hele nacht de wc goed doorspoelden. Harm wilde zachtjes de trap op, om ook bij de kinderen de airco uit te zetten. Helaas kraakte de houten trap alsof Harm door een pallet met chips zakken heenzakte. Het bed kraakte gevaarlijk. Ja hoor, ik hoorde Lientje al mompelen. Het gefluister ging al gauw over in dansen, springen en gillen. Het klonk alsof ze een ralleyparcours boven ons aflegden. De klok tikte 5 uur.

Vol energie sprongen de kinderen op ons bed, luid gillend ‘het is aaaaaaaaaal licht’. Met mijn hoofd onder het schuurlapje mompelde ik ‘hier niet’. Ik hoorde Harm lachen. Ik zag de humor er niet van in. Ik denk de buren ook niet.

Het ontbijtbuffet en de bijbehorende Adonis maakten een hoop goed. Dat was serieus zijn naam. Hij was onze gastheer en een kruising tussen George Clooney en een gebronsde zeemeerman. Maar dan zonder schubben. Prima de prima dus. Nog even nagevraagd bij de receptie en onze kamer was inderdaad geruild. Maar alles zat nu vol, dus misschien morgen nog eens proberen. Na de lange tocht terug naar ons huisje, ontmoeten we onze buren. Ze blijken Nederlands. Oeps. Sorry. Ze knikt begrijpend. Tijd om de zonnebrand aan te breken en onze witte lijven in het koude water te storten. Wat zijn er een hoop Nederlanders. De overbeschermende moederkloeken zijn irritanter dan hun krijsende kinderen (gepropt in een soort astronautenpak, veiligheidsschoenen en helm). In alle talen is kindergejank universeel. Er valt verder weinig te klagen. Het eten is top. Aardige bediening en volop zon. Geen wolkje aan de lucht.

Auw
Auw

Alhoewel het ’s middags wel donderde in Keulen. We vertrokken terug naar ons huisje, waar Harm baantjes trok. En zoals ik met inparkeren weleens een inschattingsfout maak met de grootte van mijn neus, had Harm daar nu een probleem mee. Hij ramde vol de kant. Met zijn neus. Bestemming bereikt. Dat wordt een litteken. Een blijvende vakantieherinnering. Wat me ook bij zal blijven is Luc zijn zindelijke ontwikkeling. Werden we een beetje moe van het om de 5 minuten naar de wc lopen, fluisterden we Luc (heel pedagogisch) in zijn oor dat plasjes wel in het water mogen. Wat resulteerde in Luc die onder water zijn zwemshort naar beneden trok en zijn fluitje leeg liet lopen tijdens het dobberen. Volgende les; je moet je zwembroek aanhouden. Dus stond hij vervolgens wijdbeens aan de rand van het zwembad, met een waterval die zo zijn broek uitliep. Toppunt was toen we terug waren bij het huisje. Met de 4 omliggende huisjes deelden we een zwembad. Toen onze waterrat moe werd, trok hij zich terug met de iPad op ons bed. Zonder natte zwembroek. Ik drukte hem op het hart om nu weer gewoon op de wc te plassen. Terwijl ik buiten in een boekje blader, zie ik Luc vanuit mijn ooghoek naar het zwembad rennen. Ten overstaan van onze buren zet hij zijn benen uit elkaar, slurf naar voren en vult hij in volle vaart het zwembad bij. Het beeld van onze buurtjes werd nog beter, toen Luc (net fris aangekleed) met zijn broek op zijn knieën voorbij hun schuifelt. Met de poep druipend achter zich aan. Sorry!

Dag 3 begon voor mij ’s nachts, ik dacht dat Lina me riep en ik bleef maar zeggen dat ze moest gaan slapen. Dat bleek ze gewoon te doen. Harm dacht dan ook dat hij nu echt doof was geworden, of ik gek. De kinderen werden gewoon netjes tussen 7 en 8 wakker. Thema van vandaag; Luc volstoppen met wit brood, cake en crackers. Vol in de aanval tegen de diarree. Luc eet zijn buik vol tijdens het ontbijt en wil daarna gaan zwemmen. Lina wil naar de kidsclub. Ze heeft daar een geromantiseerd beeld van gecreëerd, gebaseerd op ervaringen uit het verleden. Nu zit ze daar tussen de meisjes van 5 te knutselen.

Fantastisch boek
Fantastisch boek Brigadieroversteekmoeder

Harm kletst ondertussen met de buren en ik kijk van gepaste afstand (lees mijn ligbedje) toe. Het is tijd voor het eerste animatieprogramma; waterpolo. Als ze mensen komen ronselen, ben ik altijd enorm in mijn boek verdiept. Van over mijn boek bekijk ik hoe de teams worden gevormd, met de namen shakalaka en Honolulu. Even voor de duidelijkheid, het gaat hier niet om de kinderanimatie. Ik kijk vol verbazing hoe twee volwassen mannen elkaar proberen te wurgen, om in het bezit te komen van een gele plastic bal. Ik maak me zorgen dat de bal het water uit schiet en ik zogenaamd sociaal de bal moet terugschoppen. Waarbij de kans groot is dat ik mijn voet verstuik en de bal uiteindelijk over de reling beland, in de prikkelbosjes. Banger ben ik nog dat de bal op mijn hoofd stuitert. Ik heb een soort negatieve aantrekkingskracht op (sport)ballen. En als die bal mijn richting op komt, is de kans groot dat mijn boek nat wordt. Degene die dat op zijn geweten heeft, wurg ik eigenhandig met de prikgelekte bal. Het is namelijk een fantastisch boek. Karin Bruers schrijft over haar sociaal onaangepaste gedrag en gebruikt woorden als bloedhoer en bakkes (ik dacht dat ik de enige was). Ik moet misschien mijn stamboom nog eens napluizen of we niet ergens familie zijn.

Ons huisje, met ligbedjes en privé zwembad
Ons huisje, met ligbedjes en privé zwembad

Een medewerker vraagt of we bij de receptie willen komen. Het is toch lunchtijd, dus mooi moment om de benen even te strekken. Er blijkt een andere kamer beschikbaar te zijn. De vriendelijke man toont ons de kamer en bij binnenkomst weet ik het al, dit wordt em niet. Als je de voordeur opent, klapt hij tegen bed nr. 1. En bed nr. 2 staat half in de piepkleine badkamer en het terras heeft de grootte van een postzegel, omheind door muren. Huisnummer 1 bleek van precies hetzelfde kaliber te zijn. Dus nr. 102 is een vette upgrade. We blijven dus lekker in ons ruime huisje met extra living, koelkast, Nederlandse tv (waar we geen een keer naar hebben gekeken) en belangrijkste; ‘privé’ zwembad, met relaxte buren. We mogen het karretje bellen om ons te komen halen en brengen. Wij luie donders zijn tevreden gesteld. Case closed.

Bij de lunch lacht Adonis iedereen allerhartelijkst toe. Terwijl hij tafels afruimt, heeft hij voor iedereen een vriendelijk woord en aai over de bol. Topkerel. Ik voel me wel een beetje een verwende toerist, als ik al die mensen zo zie rondrennen voor ons. Ik krijg de behoefte om te helpen. Eerst nog maar een meloentje prikken. Dan dwalen mijn gedachten af naar het kamermeisje. Die heeft het pas zwaar.

Had ik je al verteld over het ontbreken van een fatsoenlijk rioleringssysteem op Kos? De buizen zijn dun genoeg voor een tampon (hoop ik voor ze), maar niet voor proppen wc-papier. Dus na elke boodschap moet je je vieze prop in een pedaalemmertje dumpen. Nou is ons pedaaltje lam en moet je dus het klepje optillen. Met. Je. Blote. Handen! Jak. Maar open laten staan is ook niet echt een optie. Nou blijft na 1 dag het klepje al half omhoog staan, zo vol zit ie. Nou hoor ik je denken. Maar nee, zoveel bouten we nou ook weer niet, maar het is het enige prullenbakje in het huisje. Het verpakkingsmateriaal van de zwembanden laat onze poep-papier-proppen (ppp) gevaarlijk balanceren. Hoe ranzig. Maar aanstampen is out of the question. Het kamermeisje deinst er niet voor terug. Wat een meur zal er dagelijks uit haar volle vuilniszakken komen. Respect. Die kan een fikse tip verwachten (nee, geen ppp!).

Vanavond was het eten wederom goed verzorgd. Dit keer stond er op mijn persoonlijke menu pizza, tomaat gevuld met spinazie en kaasgratin en een soort rijstsalade. Dit moest ik aftoppen met een wafel, overgoten met praline chocoladesaus (had ik al gezegd dat het eten top was?). Ik moest er alleen even op wachten. De wereldreiziger voor me was denk ik na de huishoudschool gaan baren. Niks mis mee, begrijp me niet verkeerd, maar een beetje Engels kunnen we allemaal toch? Maar de vraag ‘wich icecream do you want?’ kon ze niet fatsoenlijk beantwoorden. Ze gebaarde wild met haar forse armen (ik deinsde voor de zekerheid een stukje achteruit) en blaatte ‘ doe maar wat, kies jij maar wat uit’. En mompelde tegen niemand in het bijzonder ‘die vragen ook allemaal’. Haha, precies, daar kom je niet voor op vakantie. Heerlijk.

Hallo gestampte muisjes
Hallo gestampte muisjes

Bij het ontbijt op dag 4, ontwaar ik een pak C1000 hagelslag op de tafel naast ons. Waarschijnlijk vertelde ik het Harm met mijn poezelige zachte stem, want toen hij omkeek, was het pak al in de tas met hetzelfde logo gepropt. De gestampte muisjes stonden er nog wel. Echte Hollanders! Zo nam mijn moeder op onze 1e All inclusive vakantie de enige echte Remia fritessaus van thuis mee. Want blijkbaar waren buitenlandse sauzen niet te nassen. Ach, als je gewend bent te kamperen en de hele Nederlandse supermarkt in de je kofferbak mee kunt nemen, snap ik het wel. En wat vonden we het spannend, als mama uit haar jutetasje onze smokkelwaar toverde. Ze propte wat mayonaise in haar supersoaker en keek om zich heen. Wij gaven haar dekking en bogen als medeplichtigen over de tafel. Terwijl wij schichtig het personeel in de gaten hielden, spoot mijn moeder met militaire precisie haar gele goedje in gelijke porties op onze borden. Missie geslaagd.

Lina vermaakt zich prima bij de kidsclub (er zijn wat oudere kinderen bijgekomen) en Luc socializet in het zwembad. Hij groet de kinderen met ‘allybabby axitaxi’. Ze kijken hem verbaasd aan en vragen ‘wat zegt ie?’. Ze halen de schouders op ‘geen idee’ en zwemmen verder. Dat krijg je als je in het buitenland op vakantie bent, dan versta je zelfs de Nederlanders niet meer. Ondertussen rol ik schuddebuikend van het lachen van mijn ligbedje af, met mijn fantastische boek. Als een paar kutjong (dat riepen ze naar elkaar, wie ben ik, om het te ontkennen) bommetjes precies voor mij blijven maken, verzoek ik ze vriendelijk dat elders te gaan doen. Anders wordt mijn boek nat. Geloof me, dat wil je niet.

Als vandaag de waterpolonetten van stal worden gehaald, ben ik goed voorbereid. Mijn dierbare boek gaat onderin de tas. Ik laat Lina mijn achterkant insmeren (we nemen ze niet voor niets mee). Terwijl de eerste alfamannetjes stoer het water inspringen, houden ze het mooie meisje van het animatieteam nauwlettend in de gaten. Ziet zij hun ook? Voor de zekerheid trekken ze hun witte harige buik naar binnen. Ze grauwen als apen en slaan zichzelf op hun roodverbrande borst. Ik laat mijn hoofd zakken en ga proberen mijn melkflessen om te toveren naar chocolademelkflessen. Die hopelijk na teveel zon geen aftrekbaar velletje kweken. Sfsst. De bal suist rakelings langs mijn oor. Hè, ik wilde mezelf net in een hete droom laten zakken, waarin Adonis een duidelijke hoofdrol mocht spelen. Zucht. Ik moet plassen. De weg naar de wc’s is lang, maar mezelf terugtrekken in een hoekje van het zwembad is ook verdacht. Er zijn op vakantie dus grotere dilemma’s dan ‘welke bikini trek ik vandaag aan?’.

Vakantie bandLekker dobberend met Luc op een band, vindt hij het een mooi moment om aan mijn knie te likken. We varen net langs de buren. We moeten ons lekkere imago natuurlijk wel in stand houden. Ik doe alsof ik ze niet zie, maar Luc groet ze alleraardigst met ‘allydabby’. Hij kan prima praten hoor. Als hij een ijsje wil, maakt hij prachtige volzinnen op rijm. Toevallig wil hij er net eentje, laten we maar gaan lunchen. De halve goegemeente stond 10 minuten geleden al te dringen, toen het buffet eigenlijk nog niet open was. Toch een plekje gevonden. Ik kijk naar de ogenschijnlijke incontinentievlekken bij de man naast me en de lekkende lellen van zijn vrouw. Altijd fijn, dat natte zwemgoed. En ineens is daar Adonis en alles vervaagt om hem heen. Luc trekt me ruw uit mijn gemijmer ‘ik heb gepoehoept’. Hij heeft geen luier om. Dussss

In het zwembad speelt Luc graag in het ondiepe gedeelte. Als hij zich vermaakt met een boot of bal, hoef ik alleen maar op te letten of hij niet denkt dat de ronddobberende baby’s zijn harde ballen kunnen opvangen. Met hun handen. Kopballen werden (hoe raar) niet gewaardeerd door de ouders. Ik heb verder genoeg tijd om de moeders te bespieden. Veelal gekleed in monokini, tankini, burkini en jurkjes. Ik heb zelf ook getwijfeld om een badpak aan te schaffen, maar als ik dat zou aantrekken, zou Harm een scheiding aanvragen. Ineens heb ik medelijden met ons vrouwvolk. Constant je lichaam verbergen en buik inhouden. Alsof er ook maar één moeder ongeschonden uit de strijd is gekomen. Ik ken ze niet. Nou ga ik ook niet om met vrouwen die bakken met geld verdienen of krijgen (ik verdien het ook, maar krijg het niet). Zij kunnen zich een personal trainer, dieetgoeroe, plastische chirurgie en dozen laxeerpillen permitteren. Wij eten gewoon wat extra gerechten doordrenkt van de olijfolie, zwemmen achter ons kroost aan en genieten van onze welverdiende vakantie. Dus lieve moeders, haal een keer diep adem, ontspan en laat los. Ja, ook die buik. Laat hem maar lekker tegen je knieën kletsen. Een vlezig buikschort is namelijk helemaal 2013. Kijk maar eens naar je vent…

vakantie luc danstDe avond was ook amusant. In het restaurant zochten we een plekje. Luc gaf een man nog even een boks op zijn arm, aangezien hij zijn vuist niet uitstak (omdat de man in kwestie niet bedacht was op een boks van een voorbijlopende smurf). Ik kon gelukkig Luc zijn tengels net op tijd terugtrekken, voordat hij een stevige bilpartij van een bukkende dame een goedkeurende tets wilde geven. Na het eten is het weer kinderdisco tijd. Lientje vermaakt zich met haar Nederlandse vriendinnetje en Luc vermaakt de rest. Hij klimt op het podium en begint te dansen alsof hij een neger is (dit is geen discriminatie, maar een compliment). De animatieleider Willy zet een vette beat op en samen breakdancen ze het dak eraf. Iedereen lacht zich kapot om ons entertainende mannetje en wij zijn blij dat we achter de camera staan en niet ervoor. Dagen later wordt onze ster nog aangesproken door andere vakantiegangers op zijn moves. Hij heeft het niet van ons. Als hij op ons zou lijken, zou hij de hele dag met een camera lopen.

Dag 5
vakantie met oude manLuc viel vannacht uit bed, maar is lichamelijk nog helemaal compleet, dus prima dag voor een boottrip. Bij het ontbijt overhandigt Adonis mij de lunchpakketjes. Met hartjes in mijn ogen lach ik naar hem. In de realiteit gaap ik oncharmant. Een wekker zetten op vakantie doet gewoon pijn. Maar we staan op tijd (half 9) bij de bus. Na een paar extra Griekse kwartiertjes, vertrekken we dan eindelijk. Lina mokt dat ze dan nog wel even in bed had kunnen liggen. Maar eenmaal op de boot ontdooit ze uiteindelijk. Kan ook niet anders, met gevoelstemperaturen van 40 graden. Luc laat het over zich heenkomen. We gingen als laatste aan boord, dus hebben alleen nog plek voor op het schip. Ach, kunnen we mooi foto’s maken. We hebben er pas een paar honderd. Om kwartover 11 komen we aan bij Pserimos. Wij eten en fotograferen en Luc zwemt. Harm en ik zien hem tegelijkertijd. Het karakteristieke mannetje onder een boom. We zijn verliefd, waar is de camera? Harm koopt voor de vorm wat kruiden en vraagt of hij een foto mag maken. Gauw pakt snorremans mij vast en lachen we samen onze tanden bloot.

Beetje wazig, maar dat is maar beter
Beetje wazig, maar dat is maar beter

Veels te snel is het uur voorbij en luidt de bel. Op de boot zoek ik de wc. Die voor de dames is bezet, dan maar bij de heren. Ik mis een wc-bril, maar die blijkt ook in het andere toilet niet aanwezig. En wat is dat toch, dat je de wc deuren nergens kunt afsluiten. Nu sta ik met de deurklink in mijn linkerhand. Met de rechter hou ik mijn rechterbeen omhoog en mik ik op goed geluk richting wc pot. Als iemand nu de deur open trekt, pis ik zo het kastje ernaast onder. Maar zo te zien is dat eerder gebeurd. De 2e keer nam ik mijn camera mee. Dat zijn toch de herinneringen die je wilt vastleggen. Bleek er toch een krakkemikkig schuifje op de deur te zitten. Met de kans dat ik mezelf opsluit in dit pishok, trek ik met alle kracht aan het schuifje. Dit wordt namelijk een hele uitdaging. Om zonder pisvlekken op mijn camera hier vandaan te komen. De pot beleg ik met wc papier. Als een ware Houdini hang ik boven de pot. Ik probeer niet op mijn slippers te urineren, alhoewel dat vast goed zou matchen bij de plakkerige onderkant. Als de boot nu een golf pakt, pak ik de wc pot. Wc papier zoeken en de camera tussen mijn tanden klemmen, vergt al mijn concentratie. Na deze opgave heb ik het verdiend om uit te rusten. Ik kan niet zwoel op het dek liggen, daar is alles bezet. Wij zitten helemaal voorop de boot. Omdat wij druk bezig waren met foto’s maken van omliggende boten, kwamen we als laatste aan boord. Zolang we maar zitten, genieten we van het uitzicht.

Hebben hebben
Hebben hebben

Na een uurtje varen worden we gedropt bij een toeristisch dorp, om de lokale economie te sponsoren. Het liefst letterlijk, met het kopen van sponsen. Lina ziet Spongebob in stukken liggen en we proppen ons al grappend door het zogenaamde (koop koop) museum. Ik kwijl bij het koraal, maar omdat we geen zin heb en in een boete, kiezen we een lekker terrasje. Wij kiezen voor verse jus en de kinderen een mega ijsje. Luc wilde ook een bolletje met chocoladestukjes. Toen hij voor hem stond, bekeek hij het twijfelachtig; ‘er zit krentenbol in mijn ijsje’. Na 3 happen hoeft hij niet meer en drinkt hij Harm zijn jus op. Na het laatste slokje kijkt hij Harm gelukzalig aan ‘ik heb de rest voor jou opgedrinkt’. Alsof hij Harm een enorme dienst heeft bewezen. Als wederdienst eet Harm zijn ijsje op. Als echte Hollander vraagt Luc, wijzend op zijn lege glas, ‘mag ik die meenemen?’.

Vakantie in stadDe winkels boden helaas geen vervanging voor het mislopen van Victoria’s secret. Maar we maken overdreven veel foto’s van vervallen huizen, het liefste met de ramen al half uit de sponning. Uit mijn ooghoek zie ik een oude dikke vrouw op een krakkemikkig krukje babbelen tegen Luc. Als ze haar mondhoeken omhoog krult, wappert haar snor vrolijk mee in de wind. Luc deinst achteruit en loopt gauw verder. Hij grijpt mijn been angstig beet, achterom kijkend of ze hem niet achtervolgt. Dan kijkt hij omhoog en checkt mijn bovenlip. Ik klop geruststellend op zijn klamme bol ‘IPL lieverd, IPL’.

Slenteren in de hitte is voor niemand een groot succes, behalve voor de kroegbazen dan. Aangezien we ruim 2,5 uur moeten zien te overbruggen, bezoeken we 2 verschillen cafeetjes. Bij beiden ga ik plassen. Joepie, een wc bril! Geen slot op de deur, maar je kunt niet alles hebben. Bij café 2 is een meisje net de prullenbakken aan het legen. De strontgeur sloeg in mijn gezicht. Alsof dat niet genoeg was, viel er een prop met bruine klont op de grond, voor mijn voeten. Ik voelde mijn ice tea omhoog komen. Met hand op mijn mond trok ik me gauw terug in de wc. Slecht plan, slecht plan. Een drol ter grootte van een anaconda staat rechtop in de pot. Ik heb wel ff gecheckt of het niet echt een (wellicht) undercover anaconda was. Straks zou ik erboven hangen en zocht hij net een nieuwe zoutgrot. Ik kreeg het ding niet eens doorgespoeld. Luc probeerde de deur in te rammen. Ik duw met een hand terug en probeer mijn evenwicht te bewaren. Bijna schreeuw ik ‘anaconda komt je pakken, hoor’, maar hij zou het toch niet verstaan, aangezien ik een hand voor mijn neus en mond hield. Misschien moet ik gewoon de rest van de vakantie niks meer eten en drinken. Ik krijg nachtmerries van de toiletten hier. En een voordeel is, dan hoef ik na de vakantie mijn buik niet meer in te houden.

Vakantie in de zeeOp de boot is het heerlijk. Na een tijdje mag er gezwommen worden. Het water is echt prachtig. Zo helder dat het in een brochure kan. Om me heen duiken mensen in het water. Ik hoorde ze zeggen dat het water erg zout is. Dus ik verschuil me achter mijn camera. De kleine druppels opspattend water branden al gaten in mijn tere lipjes. En er zit net nieuwe lippenbalsem op (2 stuks, biologisch, gescoord bij de apotheek). Eenmaal mijn zoute gezin weer aan boord, zit Luc binnen no time bij een bemanningslid op schoot. Onze (alle)mans vriend.

vakantie muggenbultIneens bedenk ik me dat Harm gelogen heeft. Hij maakte me wijs, als ik zou afvallen, ik weg zou waaien met windkracht 2. Hier op de boot, met minimaal windkracht 10, zit ik prima. Nou scheelde het misschien, dat ik met touwen aan de mast zat vastgebonden. Soms, als de stroming te sterk werd, fungeerde ik als peddel. Niets aan het handje. Leugen nummer 2; tijdens het inpakken van de koffer zei Harm dat Deet niet nodig zou zijn, aangezien er op Kos geen muggen zitten. Ik liet de klamboes dus maar thuis. Onze 1e avond samen op het terras, werden we opgegeten door de muggen. Als dwazen sloegen we ze ook binnen kapot op muren en glazen. Leugen nummer 3, ‘deze muggen prikken niet’. Harm kon de bulten op mijn rug en knie nog wel negeren. Maar Luc’s lichaam reageerde iets minder goed op de Kosse muggen.

Om half 10 lagen de kinderen net op bed, toen de stroom uitviel. Meteen werd ik aangevallen door een mug. Met mijn handige zaklamp-app houden we een klopjacht door de kamer. Uiteindelijk klapt Harm hem kapot. Aangezien het bloed niet alle kanten op spat, terwijl we allebei net zijn gestoken, is Harm er niet gerust op. Ik hoop nog op een snelle muggenspijsvertering, maar zodra ik mijn lampje uitzet, zit muggemans al op mijn oor. En ineens floepen daar de lichten aan en begint de airco te loeien. Ze blijken niet van de koude luchtstroom te houden, dus Harm legt zich ter ruste. Ik ben er niet gerust op. Volgens mij zoekt Muggie zo een lekker warm onderkomen in mijn oorschelp of knus bij me onder bet laken. Ik vlijde mijn hoofd ook op het uitermate platte kussen. De kamer begon te draaien. Dat blijft een apart, maar ook fijn gevoel. Net alsof ik weer bloedarmoede heb. Zo leeg zullen de muggen me nog niet gezogen hebben. Het is gewoon net alsof ik nog op het schip dobber. Cool, ik heb het namelijk nog nooit op een Grieks schip gedaan. Weer een hoogtepunt om af te vinken.

Dag 6
’s Ochtends helemaal brak. Naast mijn interne boottocht, bleef de stroom uitvallen. En weer aanslaan. Met loeiende airco als gevolg. Het eerste wat Lina zegt als ze naar beneden strompelt ‘ik ben 6 keer gestoken’. Meneertje mug wilde waarschijnlijk geen pottenkijker zijn, of baalde ervan dat ik niet stillag. Sorry Lien. Gelukkig had ik afterbite bij me. Dat beet alleen zo goed, dat de buren ook gelijk wakker waren.

Juf Bulstronk (Roald Dahl) in vol ornaat
Juf Bulstronk (Roald Dahl) in vol ornaat

Het is heiig buiten. Aanschouw ik al vroeg vanaf mijn ligbedje aan het zwembad. Een mooi moment om mensen te begluren. Een fijne bezigheid van ons, waarbij we hele verhalen verzinnen bij de bespiedde figuren. Ach, je moet wat met je fantasie. Zo zagen we een iel menneke, beetje kalend, op de badrand zitten. Als een spichtig muisje keek hij om zich heen. Het grappige is, dat wij bedachten dat hij zich verstopte voor zijn vrouw en wellicht kinderen. Ik twijfelde of ik hem geen betere verstopplek moest wijzen. De afvalbak bijvoorbeeld. Hoewel een paraplubak beter dienst zou doen, maar die hadden ze hier vast niet. Maar hoe leg je dat uit, als die vent Deens blijkt te zijn? ’s Avonds bij het diner zien we hem aan tafel zitten, mét kind en vrouw. En ze is precies zoals we dachten. Een soort juffrouw Bulstronk. Alsof ze een rugbypak heeft ingeslikt, haar haren in een pot rode verf heeft gedoopt en vervolgens haar vingers in het stopcontact heeft gestoken. Aangezien we de namen van deze aardige mensen niet kennen, doop ik ze tot sprietje & buffel.

Dan hebben we ook nog Popi & Jopi. Geen idee of ze elkaar ook kennen. De ene ontmoetten we terwijl we op de bus voor de boot stonden te wachten. De ene flauwe grap na de andere kotste hij eruit. ‘De bus is al vertrokken hoor’. Gelukkig lachte niemand. Al helemaal niet toen hij snel voordrong, zodat mensen (lees wij) die er al langer zaten, nog een bus moesten afwachten. De andere popiejopie zie ik weer als ik wat e-mails voor Hart & Huis vanaf de receptie probeer te versturen. Een übersociale man, zo eentje die iedereen na één dag kent in het restaurant en bij wijze van spreken het hele zwembad even een high five moet geven. Bij de receptionist vraagt hij ook lekker amicaal ‘zware nacht gehad? Veel gedronken? Je hebt zulke kleine oogjes’. Kweenie, misschien is hij gewoon super sociaal en dus mijn tegenpool. Maar je hoeft echt niet met iedereen (die een beetje Nederlands spreekt) te babbelen op vakantie. Zeker niet met mij. Bij terugkomst aan het zwembad, heb ik al bijna de iPad in een rugzak gestopt en Harm vanachter op zijn bol gekriebeld, totdat ik terugschrik. Of Harm zijn haar is ineens aangegroeid, of ik sta met mijn hand boven een vreemde man. Harm had het leuker gevonden voor het verhaaltje, als ik wel aan het vreemde hoofd had gezeten. Misschien een ander keertje.

’s Avonds op bed smeren we onze gehavende lichamen in. De vorige dag kwamen we witter van de boot, dan we erop gingen. Zo goed hadden we gesmeerd na angstverhalen van vorige bootgangers. Blaren op de kop, vellen kapotte huid en een zonnesteek, ons zou dat niet overkomen. Maar de dag erna dachten we dat onze huid wel wat gewend was. Smeerden we ’s ochtends nog braaf, daarna pas weer toen we het pijnlijk voelden branden. De kok kon zijn gehele maaltijd op mijn dij bereidden.

Op bed kletsten we weer eens bij. Overdag is Harm met name druk met de kinderen vermaken. Hij speelt kroko & dillie en wegwerper van Lina en consorten met verve. Ik geniet ervan, liggend op mijn bedje. Ik bewaak de camera’s, smeer in en begeleid wc-bezoekjes. Soms wisselen de rollen om, maar veel tijd samen brengen we niet door. Behalve in bed. Hoe kun je na een dag nietsdoen zo moe zijn? Nou hebben we ook nog geen volle nacht slaap kunnen pakken. Afgelopen nacht kregen we nieuwe buren. Door het houten plafond, leek het alsof ze een basketbalwedstrijd naast ons speelden. Gelukkig viel de stroom ook nog een paar keer uit. Wanneer hij weer aansloeg, deed hij dat op volle toeren. Als ijsklontje, droomde ik ook over het doodgaan van mijn dierbaren. Weer een bewogen nacht dus.

Dag 7
Ik ben al een hoop lookalikes tegengekomen. Zo lag ik vandaag achter Boris Becker en vindt Lina het meisje van de animatie op Lieke van Lexmond lijken. De boot werd bestuurd door een Griekse Jan Kooijman. Prima uitzicht kan ik je vertellen. Wat lopen er een hoop Griekse goden rond. Vrouwen zien we weinig. Kijk ik ook graag naar. Behalve naar miss snorremans. Die was vast lief, maar verder weerzinwekkend.

Wil jij een knuffel?
Wil jij een knuffel?

Ook vandaag krijgen we weer tips uit dit Nederlandse dorp. We moeten echt in de Taverne, of daar en daar gaan eten. Naar Kos stad. Een auto huren. Fietsen. Ondersteboven, in je nakie. Met de kinderen balancerend op je voeten. Oké, dat laatste is gelogen, maar ik vraag ook helemaal niet om alle onuitvoerbare tips. De heuvel opklimmen, om bij het zwembad te komen, levert me al twee bokkende en zuchtende kinderen op. We hebben het echt ooit geprobeerd. Ik vergeet nooit dat we met Lientje in Kreta de eerste winkel bezochten. Heel de weg ernaartoe zuchten en steunen ‘ik heb zware benen’. En echt ideaal zitten was het voor Harm niet, op zijn roodverbrande nek. Toch bedankt voor de tips. Vast goed bedoeld. Vandaag even gekletst met het kinderanimatieteam. Probeerden ze eerder deze week nog hun verkoopwaar aan ons te slijten; ‘wil jij deze knuffel Luc? Ja? Dat is dan 10 euro’. Mijn gezicht maakte vrij duidelijk dat we niet geïnteresseerd waren. Maar inmiddels waardeerde ik ze wel enorm. Ze spraken Nederlands en waren creatief en lief voor de kids. Vandaag kwamen ze even bij ons aan het zwembad zitten. Zij gaven de tip om naar de thermen te gaan. Terwijl ik kwijlend luisterde, zag ik Harm ook blij knikken ‘dat moeten we doen’. Yeah right. We zitten hier met de kinderen weet je nog? Dat is het enige wat ik miste. Een oppasservice. Misschien een tip voor het hotel?

Na de lange tocht terug naar ons huisje, blijken de nieuwe buren op de ligbedjes voor ons huisje te liggen. Daar hadden wij ons ook op verheugd…

Dag 8
Het vakantieseizoen is nu echt losgebarsten. Je moest nu ’s ochtends echt vroeg je handdoeken op de bedjes neerleggen. Dan nog bestaat de kans dat de nieuwe lading Nederlanders je bedje inpikken tijdens je afwezigheid. Zo kwam een moeder aan me vragen, of ik gezien had wie hun bedje had gejat. Terwijl ze hun zoon op de laatste dag entertainden, werd hun bedje gepakt en de handdoeken + boek in het water gemikt. Hoe asociaal. Maar deze tip onthield ik voor onze nieuwe buren.

Spuiten...
Spuiten…

Maar wij hadden niks gezien van het hele verhaal. Wij hielden Luc namelijk nauwlettend in de gaten. Hij mocht alleen zijn spuiter (soort waterpistool) in het water meenemen, als hij beloofde niet op mensen te spuiten. Harm verduidelijkte zelfs nog ‘ook niet op mama, zij is ook een mens’. Braaf herhaalde Luc alle beloftes. Hij zet een teen in het water en spuit rechts van zich een meisje in het gezicht, dan richt hij links in het oor van een jongetje. Zo fijn.

Daar kwamen de meiden van het animatieteam aan. Ze begroetten Luc al met ‘takkie’. Zo begroet Luc hun (en de rest van de nietsvermoedende vakantiegangers) en prikt daarbij ook standaard in de buik. Respect voor het animatieteam. Ze vermaakten de kinderen met een educatief waterspel. Ik keek tegenover me en mijn blik bleef hangen. Lag daar nou gewoon een enorme vent, of een topless vrouw? Ik haalde Harm erbij en na enige tijd beoordelen, dachten we toch dat ze van het vrouwelijk geslacht moest zijn. Je ziet weinig blote boobies de laatste tijd. Topless zonnen is en beetje uit denk ik. En plein public is het voor mij ook al jaren geleden op vakantie. Ik vergeet nooit dat een blond jaloers mokkel een klap tegen haar vent zijn kop gaf, omdat ze dacht dat hij naar mij keek. En erbij foeteren in het Frans. Wat hebben Harm en ik toen gelachen. Ook hier verzonnen we hele verhalen bij.

Nou was ik ook benieuwd naar alle verhalen van de medewerkers in het hotel. Vooral het restaurantpersoneel intrigeerde me. Waarom zou de Italiaanse, knipogende kok Antonio hier zijn overheerlijke pizza’s en pasta’s maken? En de vriendelijke Adonis? Zijn familie woont op Kreta. Luc doet hem aan zijn (oudere) zoons denken. Vandaag sprak ik Willy. Hij is van het animatieteam. Geboren in Tunesië en werkt hier nu al 5 jaar in het hoogseizoen. Heeft een prachtige dochter, die vaak meedanst in de kinderdisco. Hij vindt dat Luc talent heeft (die heeft een avond met hem staan breakdancen). Vol liefde praat hij over zijn Duitse vrouw. Zo mooi. Ik vertel hem dat ik me soms bezwaard voel, dat ik lig te relaxen en hun zo hard werken. ‘Maar jij hebt toch ook hard gewerkt, om hier te kunnen liggen?’. Dankjewel lieve Willy. Nu voelde ik me een stuk beter. En ben gelijk een massage gaan boeken.

Dag 9
Luc heeft een heel lief Belgisch vriendje Alexander. Hij heeft ook een broertje, maar Alex (ik mag vast tutoyeren) heeft tegen zijn moeder gezegd dat hij nog een klein broertje wil, ‘maar dan precies zo één als den Luc’. Om te smelten. Wat Luc ook bij hem doet, alles vindt hij goed. Alex helpt hem bij alles, ook als hij op zijn opblaaskrokodil klimt ‘ga maar goed zitten op den poep’. Nu maar hopen dat Luc dat niet letterlijk neemt.

Alex (en zijn broertje) begeleiden Luc zelfs naar de wc. Harm loopt ook maar even mee en wordt ondertussen aangehouden door mannetjes of hij met hun een watergevecht komt houden. ‘Vraag dat maar aan je vader’. Mijn assertieve man vraagt bij terugkomst of er ‘Grote kinderanimator’ op zijn rug staat. Nou is hij ook wel echt een kindervriend. Met 1 druk op zijn neus, vermaakt hij het hele zwembad. Als hij wil.

Vakantie nageltjesEn vrienden van Luc zijn ook Harm zijn vrienden. Alex ondersteunt Luc bij het bommetjes maken en duwt kinderen van de kant, als hij ziet dat ze Luc nat spetteren. Harm voert ondertussen goede gesprekken met ze. ‘Wat wil je later worden?’ Alsof het potentiële relatiekandidaten zijn. Twijfelen de Belgische broertjes nog, Luc weet het wel; ‘een raceauto’. Hij voegt daad bij woord en gaat onder een handdoek op de iPad zitten racen. Lina heeft haar nagels laten doen. Voorzichtigheid is nu geboden bij het ter water gaan. Maar als ze met een nieuw vriendinnetje gaat duiken, neemt ze het risico. Luc neemt ook graag risico’s. Stiekem trekt hij zijn zwembandjes uit. Daar is zijn chaperonne al ‘pas op Luc, subiet verdrinkt u’.

Het was weer mooi geweest voor vandaag. Tijd om naar het huisje te vertrekken. We willen vanavond natuurlijk wel fris bij de Taverne (soort BBQ restaurant) arriveren. Vanmorgen gereserveerd bij de receptie. Gelijk om een nieuwe douchekop gevraagd. Deze sproeide ineens ook een harde straal over het douchegordijn. Recht in mijn medicijn toilettas. De ORS hoefde bij diarree niet meer aangelengd te worden. Eenmaal bij het huisje gaat er een mannetje met douchekop bij de overburen naar binnen. Of hij ging de buurvrouw verwennen, of ze hadden last van hetzelfde probleem. Wat me ook opviel, is dat er weer mensen op de ligbedjes recht voor ons huisje liggen. Ik vertel Harm mijn gedachte. Dat ik ineens het bedje verticaal kantel en hun zo met handdoek en al het zwembad in laat glijden. Harm verzucht ‘er staat nergens jouw naam op’. Wat niet is, kan nog komen.

vakantie douchekopDan maar even ontspannen onder de douche. Ik checkte de kop. De ring stak er niet meer uit. Maar bij het aanzetten, spuit hij nu niet twee richtingen, maar alle kanten op. Droog merkt Luc op ‘deze is niet nieuw, denk ik’. Hij waardeert de circusdouche ook niet. Waar hij ook gaat zitten in bad (we gaan samen, gezellig), het water spuit van alle kanten in zijn oogjes. Daar was hij na een dag zwemmen wel klaar mee. En ik met de douche. Zo kreeg je al, een hele koude of een hete straal bij het aanzetten. Koos je voor de koude, kreeg je toch als verrassing af en toe een gloeiend hete straal op je rug. Normaal al niet zo fijn, met een roodverbrande rug al helemaal niet. Het was een korte douchebeurt. Mijn moeder zou trots op me zijn.

Verhaaltje schrijven
Verhaaltje schrijven

Buiten schreef ik mijn douche frustratie van me af. Luc geeft de buren een warm welkom, door bij het zwembad voor hun neus door zijn boxershort heen te plassen. Welkom. Ik keek maar even de andere kant op. En zag daar een zonderling figuur langs sjokken. Een jongen met zwart lang haar, alsof hij daaraan naar dit oord was meegesleurd. Zo liep hij erbij. Ik had hem vanmorgen bij het ontbijt ook al gespot met zijn broer. Ik verstond ze niet. Kon te maken hebben met zijn kleding; ooit witte all-stars, daarin hoog opgetrokken blauwe vale sokken. Een kleurloze driekwart spijkerbroek. Daarop een Angry Birds shirt met de tekst (vandaar dat ik zijn woorden niet begrijp): Bird is the word!

Dag 10

Dag vieze prullenbak
Dag vieze prullenbak

Laatste dag, joepie! Op vakantie gaan is fijn, maar naar huis nog veel fijner. Wat waardeer je dan weer je eigen bed en douche. En bij alles wat je zo’n laatste dag doet, geniet je extra. Kwiek sprong ik uit bed. Lekker de koffers opnieuw indelen, alsmede de prullenbak. Ik neem het liefst zo min mogelijk mee terug. We hadden de kamer extra bijgeboekt, zodat we tot 18.00 uur konden blijven. Fijn hoor. Gaat Lina nog even lekker knutselen, is Luc er ook wel een beetje klaar mee. Hij piept, huilt en kreunt om alles. Als hij om half 11 zijn eerste ijsje (na een huilbui) achter de kiezen heeft, komt hij terug gelopen. Met papa-gans voorop en 6 kleine eendjes erachter aan. De jongetjes zijn idolaat van hem en behandelen Luc als held. En dat, terwijl hij ze constant prikt en duwt. Huilend klimt hij bij me op schoot. Vermoeid druppen de traantjes op zijn nieuw verworven schram. Piepend komt eruit ‘ik wil alleen met papa zwemmen’. Want voor Luc is er maar één held. En dat is zijn papa.

Ik ben benieuwd wie er nog meer naar huis gaan. Er zijn al wat ‘bekende’ gezichten verdwenen. En bijgekomen. Zo kent iedereen (echt een Nederlandse enclave) de mensen met de 3 (!) zoekgeraakte koffers. Ik grapte tegen de man ‘iets teveel drugs erin gestopt?’. Hij grapte terug ‘nee, dit keer niet’. Dacht ik ook wel leuk uit de hoek te komen bij Adonis, begreep hij mijn humor niet. Ik zat alleen aan een tafeltje, terwijl de rest eten haalde. Standaard kwam Adonis dan even langs, de lieverd. ‘Ah, you are alone, again?’. ‘Maybe I smell bad’, grapte ik. Hij keek me vreemd aan en liep hoofdschuddend weg. Ik kon niet zien of dat met een lach op zijn gezicht was. Had ik Harm voor me gewonnen met mijn gekkigheid (omgedoopt door Harm tot gekkegeit), zou ik bij Adonis een andere tactiek moeten bedenken.

vakantie harm de krokodilNa een duik in het water voeg ik me bij Luc en zijn vriendjes. In het peuterbadje vraag ik me af of de jongetjes Luc nou zo leuk vinden, of de papa van. Die speelt met verve krokodil, of dat hij de zogenaamde emmers ijs van hun heel lekker vindt. Als moeder van, krijg ik kopjes thee. Ik speel het spelletje mee en Harm moet om het tafereel lachen. ‘Je maakt gelijk een knappe vriend’, knikt hij in de richting van het witte, dikke jongetje met oranje haar, zonder voortanden. Of in ieder geval met grote naar binnengekeerde bovenlip. Och arm, hij stond niet vooraan, toen de knappe gezichtjes werden uitgedeeld. Terwijl Harm met zijn lippen naar binnen mij aan het lachen probeert te maken, geef ik mijn lach aan mijn nieuw verworven vriendje. Ik hou wel van dikkertjes die thee voor me maken.

Wat ik niet zal missen, is het opvoedkundige geschreeuw de hele dag van de ouders om ons heen ‘pas op, kijk uit, ik had je nog zo gewaarschuwd, hou op, anders gaan we naar huis’. Tijdens onze laatste lunch, waren wij ook op ons best. Lientje at met de kidsclub, dus we konden niet zien of ze haar frieten weer in een bakje mayo liet zwemmen. Dus lag de focus op Luc. ‘Niet iedereen in de buik prikken Luc. Nee, ook niet in hun …euh..kruis. Luc laat de mensen met rust. Blijf nou even zitten. Niet in je drinken blazen. Nog één keer en ik pak je rietje af. Dat is geen suiker. Luc, mama wil geen zout in haar water. Waarom niet? Dan pak ik wel een slok zeewater. Nee, ze hebben alleen ’s ochtends knakworstjes. Aangezien je geen pizza wilt en verder niets lust, heb je nu friet. Ik weet niet waarom je patatjes slap zijn. Niet met je vork tegen het glas tikken. Nee, ook niet tegen de mijne. Ook niet met je mes. Nee, je hoeft mama’s haar er niet af te snijden.’ En weg istie, moe van het gezeur. Hij gaat standaard naar het speeltuintje tegenover het restaurant. Als zijn vriendjes hem daar niet kunnen vinden en hij ook niet bij het drinken staat te knoeien, gaan we zoeken. Adonis zag hem richting het winkeltje lopen. Daar aangekomen, ligt hij op zijn buik met alle auto’s voor zijn neus uitgestald. ‘Luc, je mag niet weglopen!’. Hij kijkt Harm met zijn Droopy ogen aan, kweelt ‘nee papa’ en gaat ervandoor. Bestemming onbekend.

Om half 4 zou ik mijn massage krijgen. Shit, deo vergeten mee te nemen. Niet dat ze goed werken. Mijn nieuwste hoort me 2 dagen droog en geurloos te houden, maar breekt die belofte al na het 1e uur. Dan maar een duik in het water. Best vies eigenlijk, dat water vol met chloor, plas, zweet en andere vieze sappen. Ik ben er gauw weer uit gegaan. En spoot wat zonnebrand her en der. Om me heen hoorde ik jongetjes vragen ‘waar is Luc?’. Hij was lekker met Lientje en een hoop anderen pizza aan het bakken op de kidsclub. Toen ik hoorde ‘waar ligt Luc zijn moeder?’ smeerde ik hem gauw.

Bij de spa wijst een potig lief meisje naar de tafel. Ik lig nog niet, of ze heeft mijn bikinibandjes al losgetrokken. Who, dat is snel, we kennen elkaar net. Zullen we elkaar eerst even voorstellen? Ik probeer mijn gedachten te laten varen en geniet van haar geduw en (fantastische!) gefladder over mijn rug. Het is bijna orgastisch zoals ze aan mijn vingers trekt. Ik heb deze rug massage gewonnen tijdens een soort tombola. En dat is mijn masseuse; een lot uit de loterij. Ik geef haar een vette fooi, die ze nederig in ontvangst nam. Blijft ongemakkelijk. Maar de winst van mijn dagje rommelmarkt ga ik vandaag uitgeven. Aan fooien, voor deze vriendelijke, hardwerkende mensen. Victoria’s secret moet maar even wachten. En ik met haar.

Al deze hersenspinsels schreef ik bij het zwembad, onder toeziend oog van vreemd kijkende omliggers. Vanaf hun bedje zie je ze nieuwsgierig loeren over hun telefoon. En als ze deze wegleggen, valt me op, hoe onaardig veel stellen met elkaar omgaan. Des te meer besef ik hoe leuk Harm & ik het samen hebben.

Met mijn schatjes
Met mijn schatjes

Blij lopen we de laatste keer door de zinderende hitte naar het huisje. Het is mooi geweest. We sluiten ons laatste avondmaal af met een bedankje aan Adonis. Hij lacht ons weer vriendelijk toe (blij dat we met druktemaker Luc vertrekken?). Nog even met hem op de foto. En de kinderen met het animatieteam. Luc met Alexander. Die kijkt met vochtige oogjes hoe we in de bus stappen. Het is 21.00 uur en al donker buiten. Het wordt een lange nacht. We zitten nog niet koud in de bus, of ik hoor een jongetje naast me ‘Hé Luc zit in de bus, dat is gezellig’…Bij het kleine vliegveld op Kos wijst Harm naar bekende letters. Ik loop alle trappen op en af. Met nieuwe energie zoek ik naar Victoria’s secret. Maar wat ik zag, waren gesloten doorzichtige rolluiken. Gesloten. Het meisje van de tegenoverliggende ‘tax free’ shop ziet mijn pruillip. En laat zien dat ze ook enkele artikelen hebben. Zo vlieg ik straks toch Kos uit, mét een roze tasje. Eind goed, al goed!

Deel

Rommelmarkt

doorPosted on 9min. leestijd381 gelezen
Ik heb mijn wagen volgeladen...
Ik heb mijn wagen volgeladen…

Wij hebben best een groot huis. In ieder geval veel ruimte. Heerlijk natuurlijk, maar we stouwen het dan ook helemaal vol. Het staat te koop en hoe groot mijn vreugde ook zal zijn als we het verkopen, een stukje angstzweet komt daar wel bij kijken. Dan moeten we alles uitzoeken en inpakken. Vind ik heerlijk om te doen, maar omdat nu elk gaatje tot de nok gevuld zit, kunnen we hier rustig een paar maanden voor uittrekken. Dus af en toe maak ik alvast een beginnetje. En mik alle meuk weg. Of de goede spullen zet ik in een hoek in de kelder. Voor de rommelmarkt. Spullen waar je eerst nog iets voor wilt krijgen, voordat het anders naar de kringloop verdwijnt. Mijn moeder vertelde over de kofferbakverkoop in Hoek van Holland. Dat leek me wel wat. Alleen vroeg ik me af of ik nog ergens illegale neptassen of horloges in de kelder had verstopt. Ik bleek een ietwat verkeerd beeld te hebben bij het woord ‘kofferbakverkoop’. Je mag dan voor je auto zoveel rommel storten als je wilt. Dat klonk goed.

Onderweg naar de vrienden van mama, gaap
Onderweg naar de vrienden van mama, gaap

Zo gezegd zo gedaan, klinkt makkelijker dan het is. Hoek van Holland, ligt vanuit mijn woonplaats ook echt in een andere hoek van Holland. En aangezien je er wel vroeg bij moet zijn voor een plekje, moet je vroeg op pad. Ik sliep dus bij mijn moeder zaterdagavond. Want elke laatste zondag van de maand kun je voor je auto je zooi aan de man brengen. Mijn moeders vriendin en man zouden ook meegaan en daar spraken we af om 5 uur. Toen de wekker om 4 uur ging, vroeg ik me wel heel even af, waarom ik dit ook alweer deed en of ik het heel erg zou vinden als ze vannacht de spullen uit mijn auto zouden hebben gejat. Maar als echte bikkels zetten we door. En bleken we niet de enige te zijn die op dit bizarre tijdstip de drang voelde om de kofferbak te legen op een veldje. Ach, dat schept een band. Terwijl je één been buiten de deur steekt staat de eerste potentiele klant al voor je. ‘Jij heb mobiel? Of schoenen voor man?’. Dit bleek erg gewild, want tijdens het uitpakken van onze spullen, waren er zat mannen die bijna mee gingen helpen, op jacht naar mobieltjes. Tieft op, joh.

Handschoen duim omhoog
Handschoen duim omhoog

Ook jassen waren erg in trek. Nou was het ook echt stervenskoud, maar het bleek gewoon een trending topic te zijn. Mobieltjes, jassen en schoenen. Waarschijnlijk makkelijk te verpatsen. Van Luc hingen er 3 winterjassen, waarvan 1 echt een luxe exemplaar. Man met spraakprobleem schrok van de 5,- die ik ervoor vroeg. Hij had waarschijnlijk 0,50 in gedachten. Ik mompelde achter zijn rug ‘aan het einde van de dag, mag je hem hebben voor 4,50’. Mijn moeder lachte. Mijn gezicht sprak uiteraard weer eens boekdelen. Het was pas 6 uur en je wist gewoon dat de verdere dag zo zou verlopen. Driekwart van het publiek dat afdingt en zeurt. Bleh. Een uur later hipte ik van mijn moeders zeil naar mijn prullen. Heen en weer, om maar warm te blijven. Mijn moeders handen kleurden al aardig paars en af en toe moest je gewoon in de auto gaan zitten om de ijspegels aan je traanbuizen te laten ontdooien. Ik vond nog 1 handschoen in de auto en droeg hem met verve. Kon ik ook nog iemand de nek om draaien, zonder vingerafdrukken achter te laten. Ik heb die neiging nog wel eens moeten onderdrukken.

Rommelmarkt wcVan Hart & Huis had ik ook artikelen mee genomen, valt altijd te proberen toch? Maar aangezien het gros van het kwartjespubliek daar niet op berekend was, deinsden ze gewoon terug als ze de prijskaartjes eraan zagen (variërend van 0,25 tot 7,50). Alsof je ze in het gezicht spuugde en ze nog een klap nagaf. Ik hoorde ze zeggen hoe duur het was. Een stel kwam aanlopen. Type vale kleding en aan alle kanten grauw en zuur. De man vond mijn prijzen dan ook echt belachelijk. Ik legde uit dat het nieuwe artikelen zijn. ‘Ga toch weg’, was zijn antwoord en hij trok zijn vrouw achter zich aan. Goed zo, lompe boer, ga zelf weg! Eikel. Een nette vrouw kwam aan mijn kraam en verontschuldigend vertelde ik maar dat alles wat op de commode stond nieuw was. ‘Maar dat zie je toch zo’. Zij was heel aardig en werd ook moe van al dat rare publiek dat er liep. Ze kocht een fotolijstje voor haar aankomende kleinkind en ik voelde me weer een stuk beter. De koude wind beukte op ons in en ik besloot naar de wc te gaan. Niet in zo’n rood pishokje, maar bij het visrestaurant een stukje verderop. Ik moest even wachten en genoot er gewoon van. Binnen was het warm. En een forse wc juffrouw, speciaal anticiperend op deze dag, dweilde en poetste alsof ze niks liever deed. Daar vroeg ze dan ook 0,50 voor. Dat is best veel toch? Ik twijfelde of ik af zou dingen naar 20 cent en bedacht dat ik besmet was geraakt door de mensen vandaag. Toch maar niet gedaan dus.

Dé slofjes
Dé slofjes

Weer terug op mijn ‘kraam’ vragen een moeder en zoon (denk ik, hoop ik) wat de slofjes kostten. Ze zijn van echt leer en een soort bont, nooit gedragen en überschattig. Dus 4,50. Pakt dat joch die slofjes en blaast ertegen. In een soort Russisch accent hoor ik hem brabbelen dat het geen echt bont is en ze lopen door. Serieus? We hebben hier geen Russische winters van -20 graden hoor. En echt bont voor 4,50? Are-you-fucking-kidding-me?

Grabbelende vrouwen
Grabbelende vrouwen

Mijn moeder pakte het slimmer aan. Die had een groot groen zeil met overal hoopjes kleding. Met een soort tussenpaden, wat ze keer op keer tegen de langslopende vrouwen herhaalde. Die daar nog echt gebruik van maakten ook. Ze zakten op hun knieën en kropen al grabbelend rond. Ze kwijlden er nog net niet bij. Nou verkocht mijn moeder ook gewoon nieuwe spijkerbroeken voor 2,- en ging ze er nog in mee ook als ze wilden afdingen. Met afschuw keek ik ernaar. Dat zijn toch geen prijzen. Maar mijn moeder is niet gek en laat zich niet naaien. Ze had ook van iemand een zak kleding maat 50-60 meegekregen. Een dikke bruine vrouw stond een tent voor zich te houden en had al gehoord dat hij 2,- kostte. ‘Allo, 1 euro?’, riep ze naar mijn moeder. Gelukkig hield die nu haar poot stijf. Dikkertje stond met nog 2 volgepropte ganzen verdacht te doen met hun loopkarretjes. Voor je het wist, zou de broek daar ongezien in verdwijnen. We hielden ze nauwlettend in de gaten. Omdat mijn moeder onvermurwbaar bleek, kwakte de vrouw een handvol kleingeld in mijn moeders hand. Soms vertrouw je erop, maar nu dus niet. Ze gaf ook echt 5 cent te weinig. Hoe triest. Mijn moeder is het gaan halen. Mijn held!

Mijn kraam
Mijn kraam

De kraam van mijn moeder bood dan ook van alles, van een mobiel (binnen no time verkocht), bergen kleding, lampen, Laurel & Hardy videobanden, tot meisjesringetjes. Ze verkocht daar een aantal van aan een buitenlandse man, voor 4,-. Hij gaf haar een briefje van vijf en sprak de legendarische woorden ‘jij mij blij maken, ik jou blij maken’. Of hij de reputatie van afdingende buitenlanders wilde opkrikken, of gewoon een goede man was, we waren verbaasd. En fleurden er helemaal van op. Zo kan het dus ook! Nou verdient mijn moeder het ook gewoon. Dat is echt een weldoener eerste klas. Terwijl ik de mensen niet probeer aan te kijken en onder mijn kraam kruip, omdat ik deze dag al mijn sociale capaciteiten (zijn er weinig) moet aanboren, is mama übersociaal. Ze deelt stickers uit aan kinderen en muffins aan voorbijgangers. Mijn verkoopskills en sociale pogingen vreten energie. Dus na de muffin, is het nu tijd voor broodjes. Had ik al verteld dat eten in het openbaar ook geen favoriete bezigheid van me is? Het zal je niks verbazen. Eten en plein public is horror. Ik probeer mijn oogbollen binnenste buiten te draaien, waardoor het waarschijnlijk net lijk of ik met mijn ogen rol. Kom ik weer eens arrogant over. Zolang ze me maar even met rust laten. Want met de sesamzaadjes tussen mijn tanden en de eiersalade op mijn lippen, is het niet sjiek onderhandelen.

In mijn element, met dé jurk
In mijn element, met dé jurk

Qua weer, brak gelukkig op een gegeven moment de zon door en hoorde je een soort YEAH door de menigte galmen. We deden nog net geen wave. Bijna jammer, nu ik eraan denk. Maar we hadden het er te druk voor. Want het werd drukker. En ik verkocht lekker. Maar door de drukte had ik niet in de gaten dat er een fotolijstje van Hart & Huis werd gejat. Wat baalde ik toen ik erachter kwam. Ik hoop dat het glas ervan barst, als ze er een foto in willen stoppen. Dat ze hun vingers eraan snijden en het bloed op hun kleding en muren spuit. Maar de kans is klein dat ze het zelf houden. Het is denk ik voor doorverkoop. Ik heb namelijk ook een rondje over de markt gelopen en sommige kramen zijn verdacht. Wat doet een buitenlandse man achter een kraam met nieuwe artikelen, veelal enkele stuks. Een lipgloss van een goed merk, twee dezelfde kleuren nagellak (‘voor maar 1 knakie’roept hij), ik vertrouw het niet. Ook de gladde gasten achter hun tafel met nieuw parfum niet. Ik ben wel nieuwsgierig wat ze kosten en blijf een beetje hangen. Twee meisjes kletsen wat met de gozer en ik hoor hem fluisteren ‘jullie vaste klanten zijn, jullie krijgen twee voor 30’. Een parfum van rond de vijftig euro per stuk in de winkel kun je hier nooit zo goedkoop aanbieden.

Flats...
Flats…

Als ik terugkom bij onze staanplaatsen, zie ik mijn moeder als een eppo een dansje doen met een grote soepjurk voor zich. Een dikke vrouw kijkt haar bevreemd aan en kan er niet om lachen. We worden steeds meliger. Mijn moeder probeert haar kleding ook aan mij te slijten en dan ineens zie ik hem. De jurk! Die droeg mijn moeder vroeger met de kerst. Ik pas hem en voel me erin thuis. De lengte is niet bijster hip, maar hij mag niet weg. Dit zijn herinneringen, emotie, die gaat mee. Mijn moeder heeft zelf nog veel gevoel bij een door haar gemaakt rokje. Kostte haar bloed zweet en tranen om hem na te maken. Nu mag hij weg. Maar ik wed dat ze hem niet verkoopt, doet toch pijn. Mensen zien niet het werk dat ze erin heeft gestopt. De meeuwen ook niet. Die hebben er letterlijk schijt aan. De flats op het rokje, laat mij naar pen en papier grijpen (nadat ik mijn moeder vochtige doekjes had aangereikt).

Nadat ik klaar ben met aantekeningen maken voor dit verhaaltje, kijk ik naar de medeverkopers. Onze overbuurman intrigeert me. Terwijl wij per uur een kledingstuk uittrekken, zit hij stoïcijns de hele dag met zijn winterjas aan. Gelukkig heeft hij wel een bril met meekleurende bruine glazen. Ik bekijk zijn koopwaar. Van een afstand is niet te zien of zijn schilderijen gewoon goedkope kitsch zijn, iedereen kan schilderen-kunst, of puzzelstukjes. Wanstaltig in ieder geval. Verder ontwaar ik een oude videorecorder, twee verschillende bierglazen (those days are gone?) en een paar roestige kandelaars. De vreemde combinatie van de beat box op zijn auto trekt toch andere oude mannetjes aan. Ze knielen bij hem neer en graaien tussen de cd’s. Soort zoekt soort.

Ik heb ondertussen mijn Hart & Huis spullen weer netjes in mijn kratten gerangschikt en een bordje ‘Te koop’ aan de commode gehangen. Maar niemand heeft interesse. We krijgen oranje bedrukte zakken uitgedeeld, voor de kleding die we overhouden. Kan het door naar de gehandicaptenzorg. Daar hebben ze vast ook behoefte aan een commode. Zou hij in de zak passen? Mijn moeder denkt dat die mensen ook willen lachen om Laurel en Hardy, maar we houden ons toch maar netjes aan het voorschrift. Ik loop nog een laatste rondje en bekijk vanaf een afstandje een verhit vrouwtje. Ze staat met rode konen een vrouw met hoofddoekje uit te leggen dat een nieuw colbert voor 1,50 echt niet veel geld is. Ik geloof niet dat het aankomt. Glimlachend loop ik terug. Het is ook overal hetzelfde. Ik zal ze eens geil maken, die koopjesjagers. Met mijn stift schrijf ik 0,50 per stuk op een bordje en plant dat op mijn kleed. Iedereen die nu nog langsloopt wijs ik op de prijs. En ja hoor, het werkt. Hoewel ze nog steeds afdingen. Een Chinees vrouwtje wil 0,30 geven voor mijn zonnebril. Nee, 50 cent. Opzouten. Ze legt hem op de commode. Demonstratief pak ik hem weer op en leg hem terug op het kleed. Ik richt me tot mijn moeder en de Chinees tot mijn zonnebril. ’40 Cent?’. Ik herhaal mijn eerdere antwoord en ze pakt uiteindelijk toch haar portemonnee. Ze laat 0,45 in mijn hand vallen, want meer heeft ze niet, mompelt ze, terwijl haar portemonnee bol staat van het kleingeld. Mijn rood verbrande kop zwelt op. Ik lach een krakende lach. Draai me om en ga op zoek naar mijn handschoen. Het is tijd om hem te gebruiken…

Deel

door