All Posts By joyce

Het feest dat kinderverjaardag heet

doorPosted on 5 Comments8min. leestijd355 gelezen

Een kinderverjaardag is altijd weer spannend. Niet alleen voor het kind, maar ook voor de ouders. Of laat ik gewoon voor mezelf spreken, voor mij dus. Lina is in juni jarig en begint na het vertrek van de oude mannen met baarden in december al af te tellen naar haar verjaardag. Het lijstje van Sinterklaas ligt verfrommeld in de hoek. Een nieuw vel wordt ingericht. Na Pasen, vind ik het een mooi moment om het lijstje er eens bij te pakken en dan slaan bij mij ook de zenuwen toe. Op welke dag valt het? Wanneer vieren we het? En het kinderfeestje? Wat gaan we dan doen? Wie nodigen we uit? Wat trakteren we op school? En op de naschoolse opvang? Data blijken zo geprikt, nu de rest nog.

Kinderfeestje my little pnyUitdelen is een apart verhaal. De eerste keer, op de crèche toentertijd, kon ik nog aankomen met een gezellig tasje, met rozijntjes, Nijntje koekje, schepje of bad speeltje. Kaartje eraan en klaar. Totdat bleek dat ik zo origineel niet was en Lina er niet meer bij paste in bad, door de overkill aan plastic meuk. Exit badeend. Maar aan creativiteit geen gebrek. Nou was Lina er met haar 2 jaar ook niet bepaald mee bezig, dus ik kon doen wat ik wilde. Het werden poppetjes. Nee, niet van wc-rolletjes, ik wilde mijn moeder niet na-apen. Die had ik zelf al uitgedeeld met de troetelbeertjes (wie kent ze niet) en een jaar later met my little pony. En omdat zij er vroeger veel tijd aan kwijt was geweest, vond ik dat ik daar een voorbeeld aan kon nemen. Ik herinnerde me hoe ik de blits maakte met muizen (Raiders, tegenwoordig Twix genaamd, in zilverfolie), horloges en andere originele knutsels.

Kinderfeestje poppetjeDus ik beplakte 22 pakjes drinken met gekleurd papier, maakte 44 trappetjes in bijpassende kleuren en bond een ontbijtkoekje in telefoonvorm en rietje met diertje op de rug, met een matchend lintje. Gezichtje en haren of hoedjes van papier (zelfgevouwen uiteraard) erop en klaar waren de kezen. Ik kan me het niet meer precies herinneren (verdrongen denk ik), maar het zou me niet verbazen als ik hier vele uren zoet mee ben geweest. Wat ik me achteraf pas realiseerde dat een kind van 2 zo’n traktatie echt niet op waarde weet te schatten. Dat ze elkaar aanstoten ‘goh, die moeder van Lina heeft zichzelf overtroffen dit jaar’.

Kinderfeestje MAMA
Artikel MAMA, mee eens, maar lukt nog niet helemaal

Bij het naar school gaan, moet je wel weer uitpakken natuurlijk. Ik herinnerde me dat nog goed van vroeger. Hoe leuk. Wat mij is bijgebleven, dat de ‘nerds’ stokjes met fruit, kaas en worst uitdeelden en de rest moeders knutsel/frutsels. Hoe ouder Lientje werd, des te meer inspraak kreeg ze. Zo maakten we al eens soepstengels met snoepwormen aan een snoeptouwtje, hoedjes met popcorn en vaak op de kinderopvang ijsjes. Dit jaar wilde ze stokjes uitdelen…met worst en kaas. Ik kreeg flashbacks en pakte mijn map met verjaardag ideetjes erbij, maar wilde me niet opdringen. De sneeuw was ook pas net van de stoep, dus we hadden geen haast. En niks zo veranderlijks als een kind. Ik las intussen het magazine MAMA, over gezonde traktaties en ben het er eigenlijk wel mee eens. Hoeveel verjaardagen/feestjes niet gevierd worden met een vreetfestijn. Het stokje kreeg al iets meer voet aan de grond. En na maanden dacht Lina er nog steeds hetzelfde over. Na wat research, blijken niet alleen ‘nerds’ gezonde dingen uit te delen. Ik probeerde het nog 1 keer met een uitdeelcadeautje (tattoopennen of andere rommel), maar ze rolde met haar ogen ‘dat doet niemand mam’. Met de nadruk op mam. Ik legde me erbij neer.

Stokjes in de maak
Stokjes in de maak

Tijdens een gezellige shopsessie kwamen we grote parapluutjes tegen bij de Hema. ‘Zullen we het daar dan aan doen?’ vroeg ik voorzichtig. Want zoals Lientje graag hetzelfde doet als de rest, krijg ik daar recalcitrante jeuk van. Gelukkig vielen de parapluutjes in goede aarde en bedachten we wat eraan geprikt kon worden. Na ellenlange debatten waren we eruit; druifjes, een roomsoesje en een marshmallow. Half gezond/half ongezond. Een mooie middenweg. En omdat het op de 18e tropische temperaturen aannam, werd ook de watermeloen volledig naar binnen gewerkt. Iedereen blij!

Het weer is namelijk ook altijd een dingetje. Want vier je het kinderfeestje buiten, is het toch wel fijn dat de ballerinaatjes niet gevuld worden met hagelstenen. Dus de eerste kinderfeestjes vierden we thuis, was je flexibel qua binnen vs buiten. Het eerste feestje begon met cadeautjes verstoppen en cakejes versieren. Dit werd uiteindelijk traditie (I like!). Het tweede deel hadden we een speurtocht in gedachten. Harm had een schatkaart in puzzelvorm geknipt en een route buiten uitgezet. Half door de tuin (lees oerwoud) van de buurman, want die was er zelden. Spannend dat ze het vonden. Totdat meneertje wijsneus bedacht, dat je ook alvast vooruit kon rennen, zonder de opdrachten uit te voeren. En zo zat de schatkaart binnen 5 minuten al in elkaar. Hier hadden we 1,5 uur voor uitgerekend. Beduusd keken we elkaar aan. Gelukkig was Harm de beroerdste niet en wierp hij zich op als doelwit. Voor de waterballonnen (altijd handig om in huis te hebben, bleek maar weer eens). Terwijl iedereen zeiknat achter Harm aan rende, hoorde ik ze tegen elkaar zeggen ‘dit is het beste feestje ooit’.

Nou zou je denken dat we het jaar daarop alleen zakken waterballonnen hadden aangeschaft, maar dat is onze eer te na. Na de misselijkmakende ronde met cake, hadden we een heel programma met originele spellen. Bijvoorbeeld dobbelen en bij een 6, moest je handschoenen (van Harm) en een muts aantrekken en dan mocht je zoveel chips eten als je wilde. Totdat de volgende 6 gooide. Laten we het erop houden dat uiteindelijk iedereen onder de tafel tussen de chips lag te rollen, alsof ze rechtstreeks uit een Derde Wereldland waren overgevlogen. De vetvlekken in onze houten vloer waren al een prachtige herinnering op zich, totdat Harm riep ‘wie wil er een ijsje?’. Terwijl het grut mijn huis omtoverde tot een plakkerige druipsteengrot, greep ik naar mijn valiumpot. Harm daarentegen, greep vol blijdschap de waterballonnen en zijn kans omringd te zijn door velen kinderen. Terwijl zij buiten ‘het beste feestje ever’ ervoeren, boog ik me over de plakkerige klonten chips in de groeven van de vloer.

Omdat ik na zo’n feestje nog een week nodig heb om te revalideren, probeerden we bij Lina te polsen, hoe ze tegenover een ‘extern’ feestje stond. Vet cool, vond ze. Maar een zwembad of klimparadijs, vonden wij geen optie. Een schilderworkshop dan? Lekker kliederen met verf. Bij een ander thuis. Topidee. Na de traditionele start van het feestje reden we naar het pittoreske Heusden. Hier werden we ontvangen door een artistiek stel, wat waarschijnlijk kinderloos was. De kinderen kregen ‘ranja’ met een rietje, wat uitleg en een vel papier om eerst te tekenen. Lina had alleen een kereltje uitgenodigd met een bepaald soort creativiteit. Hij tekende mensen in zulke standjes, dat de Kamasutra er inspiratie uit kon putten. Helaas gaf hij er ook toelichting bij, hardop. En als hij dacht dat je het nog niet gezien had, liep hij er mee langs en wreef het even onder je neus. Zo ook bij de kunstenaars. Die liepen rood aan (ik dacht dat die kunstenaars altijd zo vrijgevochten waren?) en stamelden dat dit niet de bedoeling was. Maar het schilderen was top. De dolfijntjes en hartjes (wat meneertje viezerik heeft geschilderd, is me ontschoten) mochten drogen. Wij nuttigden nog wat pannenkoeken in het restaurant in de buurt en haalden na afloop de kunstwerkjes op.

Vorig jaar gingen we nog een stapje verder in de uitbesteding. De kids mochten survivelen bij de Kurenpolder (strandje). Onder netten doorkuipen, commando’s uitvoeren, een vlot bouwen en er uiteindelijk mee varen. En dat met een zelfgemaakte hoofdband met camouflagevlekken. Hoe stoer. Na afloop marshmallows roosteren boven een vuurtje en de dag misselijk eindigen met friet. En wij hoefden er alleen omheen te rennen met fototoestel en camera. Prima, met hoofdletter P! Dit uitje was voor iedereen wel een hoogtepuntje.

Weer iets origineels bedenken, bleek niet moeilijk, na een dagje Duinoord. Een soort all inclusive speeltuin met echt gave toestellen en eten pakken zoveel je wilt. Met als klap op de vuurpijl, een klimparcours hoog in de bomen. Met touwladers en kabelbanen. Met Hemelvaartsdag was het ook zo extreem warm en bedacht half Nederland in de touwen te willen hangen, met als gevolg dat Lina 2,5 uur moest wachten totdat ze de bomen in kon. Dat zou vandaag vast anders gaan, het is tenslotte een gewone woensdagmiddag. Maar voor de zekerheid sloegen we een keer de traditie over en reden we snel naar Helvoirt. All you can eat blijkt een enorme trigger voor de oer-Hollandse meiden. Gratis is gratis. Lientje begint met een zelf belegd broodje gezond, maar eindigt met 2 ijsjes, 2 slushpuppies en een cakeje. Ach, ze is maar 1 keer per jaar jarig. En het kan erger, blijkt. De pizzapunten en borden vol snoepjes zie ik naar binnen verdwijnen. ‘Als jullie maar niet misselijk worden’, hoor ik ons herhaaldelijke malen verkondigen. Als ik ineens door een vriendinnetje wordt gegrepen dat ze NU naar de wc moet, twijfel ik geen moment. Vorig jaar zat ze tijdens Lina’s feestje ook al aan de schijterij, dus ik sleepte haar het gebouw door. Bij de aanblik van de toiletpotten (en de spetters eromheen) bleek ze niet de enige te zijn met darmkrampen.

Kinderfeestje vandaagNa dit fijne moment en nog wat geklim binnen, trokken we ze om half 3 naar het parcours. En jawel, daar had zich een prachtige rij gevormd. We werden al gewaarschuwd dat het nog wel 2 uur kon duren, maar de bikkels hadden het ervoor over. Had ik al verteld dat de temperatuur gestegen was tot een luttele 30 graden? Uit de rij warme kinderlichamen in soppende gympen, kwam een onbeschrijfelijke geur tevoorschijn. Ik zal het toch proberen. Stel je een terrarium in een dierentuin voor. Juist, zo eentje waar het altijd bloedheet is en de dieren aan de ruiten geplakt zitten met uitdrogingsverschijnselen. Achter zo’n raampje zitten zo’n 100 leguanen met tenenkaas, in een hokje van een vierkante centimeter, de helft is dood en ondergepoept en de andere helft scheidt een soort zeewierachtige lucht uit. Daar moest ik aan denken toen ik op een bankje een knijper voor mijn neus zocht. Maar we voorzagen het kroost van drinken en spraken ze moed in. En we kregen vermaak op locatie, door oververhitte moeders die dachten dat er voorgedrongen werd. Hoe vaak ik ze ook wel niet tegen een medewerker heb horen zeggen; dat je bij de efteling in rij staat, snap ik, maar daar wordt niet voorgedrongen. Haal die stront uit je ogen moeke, dat gebeurt overal. Ga lekker de steunkousen uit je slippers uitwringen. In de efteling. Maar  het wachten werd beloond! Vol overgave schreeuwden de meiden elkaar bemoedigend toe en renden wij eromheen met camera’s. Een luttele 270 foto’s verder, staan ze weer voor ons. Helaas is er geen tijd meer voor het 2e parcours, maar nog wel voor een herhaling van het schanspartijtje vanmiddag. Met een mond vol frikadellen, snoepvissen en slush puppie, kwam het er gelukkig weer uit; ‘dit is echt het beste feestje ever’. Burp.

Deel

Asociaal

doorPosted on 6 Comments5min. leestijd427 gelezen

Bij het woord asociaal denk ik toch meestal aan een soort ma Flodder. Een vadsige vrouw, met ongewassen haar, of juist gewassen in frituurvet. In haar mondhoek een zelfgedraaide slappe peuk en uit haar kontzak steekt een pakje zware shag. Alles bungelt los in het flodderige shirt en als ze bukt, krijg je aan alle kanten ongevraagd inkijk. De tattoo van tijgetje aan de binnenkant van haar harige dijbeen is het netste wat je er ziet. Ze heeft standaard ruzie met de buren, door de keiharde muziek tot diep in de nacht en de bierblikjes in de tuin en op het dak. Zelfs zonder zatte kop poept ze in de tuin. Op het gras. Van de buren. Afijn, je krijgt een beeld.

Nou herken ik me niet helemaal in dit beeld. Toch ben ik asociaal. Niet sociaal. Ik ben een einzelgänger en graag alleen. Als ik me dan toch onder de mensen moet begeven, dan toch het liefste mensen die ik al langer ken. Liever niet in groepen, dan klap ik dicht. Mensen die me al langer kennen snappen hier niks van. Ik klets toch altijd honderduit? Ze herinnerden vast onze eerste kennismaking niet. Hoe ik met hangende schouders schichtig de veters uit mijn laarzen staarde. Ik gaf vast een stevige (ietwat klamme) hand, omdat ik weet dat dat een goede indruk maakt. Verder glimlach ik af en toe, maar blijf ik op de achtergrond. Laat je me langzaam ontdooien en geef je me de tijd om los te komen, ben ik je eeuwig dankbaar. En zal ik de oren van je kop kletsen.

Mét zonnebril een nog grotere arrogante kop
Mét zonnebril een nog grotere arrogante kop

Verwacht niet dat ik op je afstap. Dit doe ik niet. Nooit. Niet omdat ik denk dat je niet aardig bent, maar omdat ik niet durf. Mijn dank is groot, als jij de eerste stap neemt. Ik bewaar dus bewust afstand. Dit is al zo vaak verwart met arrogantie. Degene die me dit eerlijk opbiechtte, heeft me laten inzien dat mijn verlegenheid vaak verkeerd wordt opgevat. Ik heb bij nader inzien inderdaad best een arrogante kop. En omdat ik niemand een blik waardig gun, denken ze vaak dat ik me beter voel. Geloof me, ik voel me minder, veel minder. Een platgetrapte worm tussen de groeven van de laars van een reus. En daarom ga ik liever niet naar feestjes of andere groepen. Risico-vermijdend noemt mijn vriendin zulk gedrag. Klopt. Ik krijg van tevoren al kolkende oksels, bulten in mijn nek en jeukende oorlellen. De tijd is voorbij dat ik bij mijn moeder achter (of onder) haar rok kon kruipen. Dat je iedereen een handje moest geven bij binnenkomst. Én bij het weggaan. En sommige mensen moest ik dan ook nog kussen, zoals mijn stiefoma, met witte behaarde wangen. Een soort sneeuwwolf. Tegenwoordig zwaai ik even snel in de ruimte, niemand aankijkend en sluip ik soms zonder gedag te zeggen naar buiten. Hoe asociaal. Maar het geeft maar weer eens aan hoe ik geniet van feestjes. Helaas kom ik er niet altijd onderuit.

Met lach wordt het al iets vriendelijker
Met lach wordt het al iets vriendelijker

Maar alleen ga ik niet. Als Harm bij me is, krijgt hij ook vooraf de opdracht mij niet langer dan 5 seconden uit het oog te verliezen. Doet hij dat wel, dan maakt hij bij thuiskomst kans om zijn beide ogen te verliezen. Daar maakt hij namelijk geen vrienden mee. Nou maak ik ook zelden zelf nieuwe vrienden. Daar komt zoveel bij kijken. Uitnodigingen voor verjaardagen en dergelijke. Ik kom nu misschien over als kluizenaar, maar ik heb een vriendinnetje van de basisschool en die heeft dus al jaren ervaring met mijn gedrag. Ze voelt zich ook totaal niet beledigd als ik niet op haar verjaardag kom. Ze laat me daarin vrij. Het heeft ook een hele tijd geduurd voordat we met onze vriendjes erbij afspraken. Wat als de mannen het niet konden vinden samen? Als het gesprek stil viel. Arrggghhh horror. Maar omdat dat (afspreken) er wel een beetje bij hoort, heb ik de stap gewaagd. En spreken we tegenwoordig een paar keer per jaar af om met elkaar te eten. Koken we vaak Italiaans voor elkaar en houden ze zonder morren rekening met mijn eetgedrag. Echt fantastisch lieve vrienden dus.

En zo ken ik er nu wel meer hoor, ik ben geen totale holbewoner. Maar nieuwe mensen ontmoeten blijft lastig. Maar ik ontkom er niet altijd aan. Zoals wanneer ik mijn dochtertje moet ophalen bij vreemden. Als ze met haar vader op een verjaardag van een tante is bijvoorbeeld. Zelfs als ik die 8 jaar geleden weleens heb gezien, maakt dat het niet makkelijker. Als ik naar boven loop en wacht in het portaal, heb ik al 400 keer mijn mantra herhaald ‘feliciteer de mensen Joyce’. Maar als de deur opengaat en ik nog een trap omhoog moet heb ik al spijt van mijn hakken. Voorzichtig beklim ik de steile trap en kijk omhoog. Daar staat iedereen verzamelt om het traphekje. Het helpt ook niet dat daar 2 hondjes tegen op springen en keffen alsof ik een lekker mals bot ben. Ik besluit het hekje toch maar open te doen en kijk schaapachtig naar de keffertjes die tegen me opspringen. Hun nageltjes trekken een haaltje in mij sjaal en ik trek hem zenuwachtig omhoog. Lina moet nog even plassen en eigenlijk moet ik ook, maar de wc is in de gang. Waar iedereen staat. Straks horen ze me klateren. No way. Ik zoek koortsachtig naar woorden en bazel wat, in de trant van ‘ik ben bang dat ik de hond zo van de trap afschop’. Wie zegt nou zoiets? Ik dus. Als we eenmaal buiten het portiek staan haal ik opgelucht adem. Weer overleeft. Kut, nog niemand gefeliciteerd. Ik stamel tegen mijn ex, of hij het wil doen, als hij weer naar boven loopt. Zucht, wat maak ik weer een lekkere indruk. Asociaal. Zo gaat het iedere keer. Het liefste blijf ik op de mat staan. De rest van mijn leven.

Omdat dit niet kan gaf een collega mij de tip om de training (ik werk bij een opleidingsinstituut) ‘Het kleine gesprek te volgen’. Ik wuif het weg, nee hoor, ik vind het prima zo. Maar later bedenk ik dat mijn angst voor mensen en nieuwe situaties niet helemaal gezond is, dus kijk ik toch maar even op de site. Maar het is meer een training voor small talk. Praten over koetjes en onzin kan ik prima. Ook wil ik best de diepte met je ingaan. Maar contact maken kan ik niet. En omdat ik oogcontact ook vaak vermijd, denken bekenden wel eens dat ik ze bewust negeer als ik in een winkelcentrum/ons grand café op de zaak of in de auto in mijn tunnelvisie verblijf. Alleen de weg voor me bestudeer ik met oogkleppen op. Als ik niemand zie, zien ze mij ook niet. Ik ben er niet. Echt niet. Zucht.

Maar als je de moeite neemt om toenadering te zoeken, ben ik na een tijdje best open en gezellig. Als ik je mag dan. Ik ben natuurlijk wel arrogant   😉

Deel

Podotherapeut adviseert winkelen…

doorPosted on 3 Comments7min. leestijd213 gelezen

Podo schoenVandaag mocht ik naar de podotherapeut. Ik griste mijn verwijsbriefje, paspoort en een tas met schoenen mee. Ik twijfelde of ik mijn pumps wel aan zou trekken, maar wilde niet huichelen. Dit ben ik en het hoort gewoon geen pijn te doen. Schouders naar achteren en gaan. Het was in Zaltbommel en mijn grote vriend Tom bracht me erheen. Tenminste, tot aan het wegversperringsbord. Een echte bouwvakker met oranje hesje stond er zijn bakkie pleur bij op te slurpen. Ik deed mijn raampje open en vroeg of in die straat nummer 22 was. Jazeker, en hij wees waar ik kon parkeren. Prima. Ben allang blij dat ik het heb gevonden. Ik schud mijn portemonnee leeg in zo’n verrekte parkeerautomaat en bedank de man met het oranje hesje. Hij lacht wat verontschuldigend, dat in de straat waar ik moet wezen, het parkeren gratis is. Geeft niks zeg ik moedig. Ik maak me namelijk meer zorgen om de hakken onder mijn nieuwe pumps. Die loop ik compleet aan gort op die keiekopjes. Zal ik op mijn tenen lopen? Ik zie nog meer bouwvakkers in de verte naar me kijken. Als luipaarden naar een kreupel hertje. Kut, had ik nou toch maar gewoon mijn ballerina’s aangetrokken.

Maar ik bereik mijn doel. Een groot bord voor het podocentrum. Waarom daaronder een vieze verscheurde boxershort en oude sportsokken liggen, zet me aan het denken. Straks moet ik ook buiten mijn ondergoed en sokken uittrekken en een dansje doen ofzo. In mijn nakie, met mijn string over mijn hoofd en de sokken aan mijn oren. Joyce, toe nou, stop die kronkel terug in zijn donkere krochten. Je hebt niet eens sokken aan. Ik duw mezelf naar binnen. En zie het prototype ‘voetzooltjes-draagster’ zitten. De grote potige vrouw neemt me langzaam op. Met een afkeurend gezicht bekijkt ze mijn pumps, skinny jeans, koraalroze bloesje met strik en mijn trots, mijn nieuwe jasje. Zij kijkt minder geamuseerd. Blikt rond, of ze wel echt in de goede wachtkamer zit. Maar ze ziet mijn tas vol laarzen en ander schoeisel en dan kijkt ze weer naar mij. Alsof ik een strontvlieg ben, die voor de gelegenheid mijn jarretels en naaldhakken heb aangetrokken om vervolgens een dansje te doen op de pukkel op haar neus.

Ze veert overeind als ze wordt geroepen en ik zie nog een glimp van haar vormeloze broek, waarin het lijkt alsof ze 3 pakken tena lady tegelijk heeft gemetseld. De tas met gezondheidschoenen sleept ze achter zich aan. Ik krijg behoefte om haar een make over te geven. Niet dat ik iets weet van mode (draag al heel mijn leven een strakke spijkerbroek en bloesjes, whoehoe gedurfd). Maar een beetje model in haar kleding en haar, zou al wonderen doen. Een beetje mascara en lippenbalsem op de droge weerbarstige mond, zou haar misschien zelfs doen glimlachen. Maar de Leco in mij moet wachten, ik ben namelijk zelf aan de beurt. Een meisje van mijn leeftijd doet de deur open. Dat is een verademing. In mijn donkere krochten werd ik geholpen door een kromme man, met grote wrattenkop, een baard en vriendelijke ogen. Dat dan weer wel. Hele gerimpelde zachte handen, die mijn voeten zouden masseren, in zijn donkere stoffige kamer. Maar de kamer is licht, verrassend groot en het meisje loopt kwiek voor me uit. Heeft natuurlijk fantastische voeten, met zo’n beroep.

Ik zie haar eventjes naar mijn hakken kijken, maar ze zegt er niks over. Ik vind haar nu al leuk. Ze stelt me vragen en ik mag vrijuit over mijn voetjes praten. Ik zie haar nieuwsgierig worden. Of ik mijn schoenen en broek even wil uittrekken. Kijk, en dit keer was ik erop voorbereid! Ooit heb ik namelijk ceasartherapie gehad. Mijn houding heb ik namelijk gekopieerd van Quasimodo. En ik heb een deuk in mijn zij. Je kunt het verwarren voor een taille, maar dan maar aan één kant. Ik verwachtte dat ik een stukje moest lopen en een massage zou krijgen, tadaa, opgelost. Helaas was dat een illusie. Niks geen lekker massage, gewoon kleren uit en op en neer blijven lopen. Voor haar neus. In.Mijn.String. Hoe ongemakkelijk was dat. Ik heb verdrongen of ik ook moest bukken, maar dan heb ik vast geprobeerd door de grond heen te duiken en mijn billen te bedekken met aarde. Awkward. Dus, dit zou me niet nog een keer gebeuren. Bedacht ik mij vanmorgen. Ik grabbelde in mijn lingerie-la en zag weinig bil-bedekkends. Alleen mijn mintgroene kanten hipster. Daar zag je dan wel weer alles doorheen, maar goed, kleinigheidje hou je toch. Niet zeuren. Ik propte nog een hotpants van joggingstof in mijn tas en viste deze er op het moment suprême uit. Of ik deze aan mocht trekken. Volgens mij kon ze dat wel waarderen.

Ik was helemaal in mijn nopjes en moest proberen niet te huppelen, van de deur naar mijn therapeut. Heen en weer. En nog een keer. Beetje raar met mijn bloesje eroverheen, maar ik hoefde gelukkig niet (zoals gedacht) zo over straat. Geen dansje doen buiten. Dus blij klom ik op de spiegelbak en bleef naar beneden kijken. Ik stond namelijk voor een megagrote spiegel met zo’n armleuning eraan. Wat je altijd ziet bij ballerina’s in een film. Ik moest mezelf bedwingen mijn been er niet op te leggen en een paar kniebuigingen te doen. Misschien een volgende keer. Zo’n grote spiegel voelt wat ongemakkelijk. Heb er ook niet ingekeken. Niet vanwege mijn onmodieuze combi, maar het is toch raar om jezelf te bekijken, met iemand anders ernaast. Dat doe ik ook niet in een lift, dus staar ik maar naar de spiegel onder me. Wat ook bijzonder is, want ik zie de onderkant van mijn voeten en tegelijkertijd mijn (gelukkig bedekte!) billen. Ze keek met me mee. Niet naar mijn kont, maar naar de onderkant van mijn voetjes. ‘Je hebt helemaal geen platvoeten, ze zijn volkomen normaal. Een beetje smal misschien, maar dat is alles aan jou’. Mijn dag kon niet meer stuk, ik als apart figuur, heb in ieder geval normale voeten. Er is dus wel degelijk een stukje normaal aan mij. Schreeuw het van de daken. Dat deed ze niet. Ze vroeg of ik op de behandeltafel wilde gaan liggen. Ze drukte op mijn voetjes met eerbied, lekker hoor.

Voordat ik er eens lekker voor kon gaan liggen, wilde ze toch nog even mijn onderrug voelen en zien. Ook deze behandelde ze met respect. En ze vertelde over de spanning in mijn bekken. Dat daar mijn rugpijn vandaan kwam. Ze deed ook nog even voor hoe ik liep en om het goed duidelijk te maken, overdreef ze wat. Dat mag ik hopen. Ze knalde bij elke stap haar rechterheup in de ruimte alsof het een eigen spastisch leven leidde. En ondertussen sleepte het linkerbeen erachteraan. Als ik hier zo naar keek, leek het me niet meer dan logisch, dat ik voortaan mijn auto op een invalide parkeerplek zou parkeren. Heb ik geen platvoeten, schijn ik te lopen als een ongecontroleerde aap die teveel gezopen heeft. Ze benadrukte nogmaals dat ze het overdreef. Misschien omdat ze de verschrikte blik in mijn ogen zag. Ik mocht mijn broek weer aantrekken en ik probeerde mijn nieuwe zelfbeeld een plekje te geven. Zou daarom die vrouw in de wachtkamer zo raar naar me gekeken hebben? Ze keek gewoon vol afschuw. Met medelijden.

Aan tafel probeerde ik deze gedachten naar de achtergrond te drukken en mochten mijn schoenen erbij gepakt worden. Ze had net mijn voeten opgemeten en probeerde zo’n maat zooltje in mijn schoenen te wurmen. Kuch, die bleef gewoon bol staan. ‘Maar ik heb toch echt maat 38’, sputterde ik. ‘Je hebt links 39,5 en rechts 39. Vrouwen krijgen na een zwangerschap vaak niet alleen bredere heupen, maar ook de voeten groeien mee.’ Uiteraard. Dom van me. Een uitgelubberde kut, verprutst bekken, haren op je kin, incontinentie en striae; niets is te gek voor ons moeders. Dus geef ons ook nog maar grotere voeten. We worden er lekker aantrekkelijk op, na het baren. Ik probeerde nog tegen te sputteren, dat maat 38 echt goed zit. Terwijl ik de maten ook echt wel had gezien toen ze aan het meten was. ‘Maar anders slip ik eruit’. ‘Dan moet je grotere schoenen kopen in een smalle breedte. In een speciaalzaak’.

Ik voelde me net de andere wachtende vrouw, toen ik weer de deur uitliep. Zonder platvoeten, maar met een lijst vol leveranciers van gezondheidsschoenen. Afhangende schouders en een rechterheup die me bij elke stap aan mijn ouder wordende lichaam hielp herinneren. Misschien ben ik toch geen meisje meer, maar een lompe gebochelde vrouw. Mijn pump bleef vastzitten tussen de doodshoofdkopjes en ik trok hem er met alle geweld weer uit. Wilde de schoen door de straat heen smijten en gillen ‘ik mag jullie toch niet meer aan’. Maar dat zullen we nog wel eens zien. De zomer komt eraan en dan zitten mijn teentjes weinig bekneld in slippertjes. Volgende herfst ga ik wel op verantwoorde-schoenen-jacht. Ik kijk naar buiten. Of is het al herfst? Zo te zien wel. Kop op Joyce, duty calls; tijd om te winkelen!

Deel

Bevalli(n)g

doorPosted on 2 Comments8min. leestijd266 gelezen

Vandaag een appje van een vriendin. Ze is bevallen van een meisje. Ik lees het in de auto en smelt. Kan niet wachten om weer een baby’tje vast te mogen houden. Aan het hoofdje te mogen snuffelen en alle verhalen over de bevalling te horen. Ik hou ervan. Je mag me er nog net niet voor wakker maken. Maar ik heb geen moeite met deze verhalen tijdens het eten bijvoorbeeld. Ik word niet misselijk van klemmen, pompen, tangen en smul van verhalen dat het bloed tegen het plafond spuit. Al gun ik mijn vriendin dit niet en hoop ik voor haar dat het geen mals maar saai verhaal is. Volgens ‘het boekje’. Welk boekje mag Joost weten. Maar in het appje van vriendinlief stond dat het snel is gegaan en that brings back memories…

En dan heb ik het eigenlijk niet over bevalling nr. 1. Die was niet snel, maar blijkbaar wel volgens het boekje. Trots dat ik daarop was. Wist ik veel, ik was 21. Had 12 kilo extra aan mijn buik hangen, een paar dagen te vroeg en kreeg netjes in de ochtend een soort menstruatiekramp. Aangezien ik al een paar maanden niet ongesteld was geweest, moest dit het dan wel zijn. Mijn toenmalige vriend noteerde netjes de tijden van de weeën op een papiertje. Je zult daar nu vast een app voor hebben. Dat je je slimme telefoon op je buik bindt en hij zelf de verloskundige belt als het zover is. Maar we praten over 10 jaar terug. En deden alles nog handmatig. Zoals ook het masseren van mijn onderrug. Of tegendruk bieden, want de pijn die ik voelde wilde ik overheersen. Dus mijn ex heeft er nu nog paarse knokkels van. En ik de deuken in mijn rug.

In de tussentijd kwam de verloskundige even langs, stopte haar vingers even naar binnen (tuurlijk joh, waarom niet) en concludeerde dat ze nog wel even kon gaan eten. Huh? En weg was ze. Ik wilde haar achterna strompelen. Haar vastgrijpen aan haar witte jas en deze tegen me aandrukken. Dat ze me zou vertellen dat het gauw over zou zijn, de pijn. Ze kon me zo toch niet achterlaten? Ik ging dood. Nou ja, ik ben nogal een hypochonder en had ik al gezegd dat ik 21 was? Waar de meeste meisjes nog met barbies speelden, of een poging deden om te studeren tussen het feesten door, wilde ik graag moeder worden. Dat heb ik geweten ook. Maar gelukkig kwam mijn heldin eindelijk terug en constateerde na wat gewroet dat ze nu zou blijven. Ik was blij, alhoewel ik dit woord vast anders had uitgekozen toentertijd. Ik lag op mijn zij, in elkaar gedoken, alsof ik zelf een foetus was. Schreeuwen om mijn moeder had geen zin. Dit moest ik zelf doen. Met vriend en witte jas. Ze hield mijn hand vast. Ik kneep haar vingers tot moes en voelde me een klein ziek meisje. Ik kroop zo in mijn rol, dat ik maar bleef herhalen ‘het doet zo’n pijn mevrouw, het doet zooooooooo’n pijn’. Mijn hersenen konden alleen nog maar pijn registreren, de naam van mijn verloskundige lukte niet meer. Gênant.

Maar ach, je ligt daar toch al niet op je voordeligst. Want zoals je van tevoren denkt, wil je eerst de boel down under nog even bijsnoeien. Alhoewel het woordje ‘bij’ hier overbodig is. Ik zag mijn tenen amper, laat staan mijn venusheuvel. Hoe gezwollen ook. De mooie landingsbaan was verdwenen. Gelukkig was deze ook niet meer aan te bevelen voor de piloot de laatste tijd. Toch schoor ik. In het wilde weg. Alles weg. Maar dat stond die ochtend nog op het programma. Maar ik had nog niet gedoucht, laat staan geschoren. Hebben we het nog niet eens over keurig gelakte teennagels. Stonden ook op mijn lijstje, voor als het moment aan zou breken. Dat ik dat moest bereiken door als een wijdbeense boeddha het nagellakkwastje te bedienen met mijn tanden, had ik er graag voor over. Helaas. Nu lag ik ongewassen, zonder lenzen, met stoppels en afgebladderde nagellak te zweten bij een verloskundige die ik nog nooit had gezien. En hierna hopelijk ook nooit meer ZOU zien. Want na een paar uur werden mijn jammerkreten harder en moesten de slaapkamerramen dicht. En dat met 30 graden. Er zal een lekkere frisse lucht in die kamer hebben gehangen.

Maar eigenlijk mag ik natuurlijk niet klagen. Ben gewoon ‘heerlijk’ in mijn eigen bed bevallen. Alleen niet zo bevallig als ik had gehoopt. Maar ik hield er een heel klein meisje aan over. Ze leek een beetje op een Chinees, met haar zwarte haartjes en spleetoogjes, maar al was ze blauw, ze was van mij. Gemaakt door mijn lichaam. Wauw, wat een wonder. Op het moment zelf was ik minder euforisch. Na een gigantische brandende pijn (alsof iemand je doos heeft ingesmeerd met vicks en tijgerbalsem en er vervolgens een paar meloenen doorheen probeert te duwen en een olifant een dansje doet op je buik en wespen je rug tot moes steken), legde de witte jas een hoopje op mijn borst. Trok gewoon mijn shirt omhoog (alsof ze nog niet genoeg van me gezien had) en daar lag ze dan. Ik vroeg of ze niet eerst schoongemaakt moest worden. Wist ik veel. Had geen filmpjes, yogalessen of zwangere vriendinnen gezien om te weten hoe het eraan toe ging. Wel een beetje gelezen, maar dan vooral waar je de leukste jurkjes kon scoren.

Daar lag ze dan. Mijn popje. Voorzichtig raakte ik haar aan. Dit intieme moment werd ruw verstoord door de vrouw zonder naam. Er moest blijkbaar nog meer uit mijn doos komen. Een baby was niet genoeg. Dus nam ze een aanloop en bokste met haar ellebogen in mijn pijnlijke pudding. Ik huilde, en niet van geluk. De hechtingen wil ik het niet eens over hebben. Maar mijn beul keek triomfantelijk. Ze leek de ingewanden van een walrus (lees: mij) omhoog te houden. Probeerde uit te leggen dat mijn kindje daarin gezeten had, maar ik vond haar alleen maar walgelijk. En focuste me weer op mijn prulletje, wat eindelijk op, in plaats van in mijn lichaam zat. Mijn meisje.

En ondertussen nog even bevallen
En ondertussen nog even bevallen

En toch was dit alles volgens een of ander boekje. Alleen heb ik er geen hele fijne herinneringen aan. Maar ik ben dan ook niet zo’n kloeke oermoeder, die met een kind aan de borst en de was te schrobben in een tobbe, een kind tussen mijn rokken vandaan pers, deze aan de andere tepel vastnagel en de was op mijn heupen vouw. Dus jaren later, toen de kinderwens groeide met de dag, gaf ik me eraan over. Dat ik zwanger raakte na 9 maanden, daar was ik al heel dankbaar voor. Dat ik na 6 weken alweer mocht genieten van bekkeninstabiliteit, stemde me treurig. Dit zouden lange maanden worden. Door de zomer heen. Dus ik vrat me vol aan ijsjes. 18 Kilo magnums verder, kon ik niet meer. Ik was depressief. Belde zelfs de verloskundige dat ik het niet meer trok. De pijn, het niks meer kunnen en die harde buiken. Man, die harde buiken. Alsof ze ineens via je gat helium naar binnen spoten, totdat je op knappen stond. En dan moest ik nog beginnen met bevallen…

Later bleken het al voorweeën te zijn en ik zou het nooit meer zover laten komen. Ik zou gewoon net zolang in de verloskamer gaan gillen, totdat ze me eindelijk zouden toucheren. Nu verlangde ik ernaar. Voel dan, ik ben allang begonnen. Maar ik liet me op mijn dikke olifantspoten naar huis sturen. Waar ik nog maar een ijsje at. Ik raakte overtijd, terwijl ik dacht te vroeg te gaan bevallen. Mensen gaven me ongevraagd tips. Alsof ik de fabeltjes over seks, ananas en ginger ale niet kende. Ik had aan geen van allen behoefte, maar voerde het uit, vrat het op en kotste het uit. Als jullie het dan allemaal zo goed weten, help me dan. Snikkend wentelde ik me in mijn medelijden. Achteraf kijk je erop terug en denk je, wees blij dat je zwanger bent. Van een gezond kind. Wat doen die paar dagen er dan toe. En die pijn? JE KRIJGT ER ZOVEEL VOOR TERUG. Klopt. En ik was er klaar voor. Dus ik zette de muziek op volume 25 en heb de kasten voor de 5e keer uitgesopt. Met als verschil dat ik er nu bij probeerde te dansen. Als een koe, die in een brandnetel heeft gestapt. Ik loeide en ik stampte. Of het heeft geholpen, weet ik niet, maar ’s avonds op bed begon het.

Mijn buik, weer strak als een overvolle opgeblazen ballon. En aandrang. Ik waggelde in sneltreinvaart naar de wc. Leegde mijn darmen en verloor vruchtwater. Ik kroop terug naar bed en piepte tegen Harm dat het niet goed ging. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en belde de verloskundige. Die vroeg naar mij. Heel rustig (alsof boeddha himself in mijn buik was gekropen) vertelde ik dat er bloed bij het vruchtwater zat en dat ik al 2 keer had gepoept. Maar dat ik geen weeën had, maar de meest pijnlijke pijn die ik ooit had gevoeld. Alsof mijn buik elk moment ging ontploffen. De verloskundige (een andere, want inmiddels verhuist) besloot geen risico te nemen en sprong in haar kar. Na 20 minuten racen door de polder, bereikte ze eindelijk onze stal. De kribbe stond klaar. Ik ook. Harm deed de deur open en ik krijste dat ze allebei naar boven moesten komen. Ik wilde ook nu niet alleen zijn. Help me toch. Ik was zo blij dat ze er was, nu kon mijn zoontje komen. Ik schreeuwde ‘hij komt, hij komt’ (en ik bedoelde niet Harm of Sinterklaas). Ze wuifde mijn woorden weg, maar ik zag haar ogen schotelvormig worden toen ze mijn onderkant wilde betasten. Dat hoefde niet eens. Ze zag al haar en dit keer was ik perfect geschoren (ik nam geen risico en werkte alles 2 keer per dag bij), dus Luc diende zich aan. Voor ik het wist had ze haar handschoenen aangetrokken en wurmde ze haar vingers naast het hoofdje. Omdat ik toch al dacht dat ik doodging (alweer ja, ik kreeg ook een soort deja vu), liet ik haar begaan. Erger kon het niet worden.

Opgelucht & gelukkig
Opgelucht & gelukkig

Maar de hemel ging open (vanonder) en daar vloog mijn engeltje eruit. Geholpen door mijn lichaam. En nadat mijn blauwe wolkje op mijn borst werd gelegd, leek hij daar perfect te passen. Hij krulde zich om mijn Pamela Anderson meloenen en ik knuffelde hem terug. Hij was er. Eindelijk. Weg depressie. Hallo geluk. Toen ze hem weer van mijn rondingen plukte en onderzocht, was de kraamverzorgster er nog niet en kleedde de verloskundige hem gelijk maar aan. Eer hij zijn schattige pakje aanhad en alles gecontroleerd was, moest er blijkbaar ook nog gehecht worden. Ik vond het niet nodig, maar ach, welke moeder komt er ongeschonden uit de strijd? De één heeft Tena Lady nodig bij het trampolinespringen, de ander krijgt een applaus van haar klappende schaamlippen bij een nies. Dus zolang ik geen totaalruptuur heb, knijp ik mijn onderkant zelf wel samen. Het is maar 1 prikje, suste de verloskundige. Aangezien mijn adrenaline, net als ik wilde gaan slapen, sprong ik tegen het plafond toen de naald zich in mijn vlees boorde. Ook dit keer gold letterlijk; bloed, zweet en tranen.

Mijn kleine kroost
Mijn kleine kroost

Toen ik eindelijk fris gewassen met mijn slapende knulletje op mijn arm, mijn slaperige dochter zag aankomen (die sliep wonderbaarlijk genoeg door mijn gekrijs heen), was ik meer dan gelukkig. Mijn man klom ook weer op het bed. Mijn gezin. Compleet. Nooit meer bevallen. Zo gezegend met mijn twee gezonde kindjes en nooit geen polonaise meer in, aan en uit mijn lijf! En om mijn bevallingen ‘volgens het boekje’ en ‘in vogelvucht (3 kwartier)’ te verwerken, staat het nu hier. Maar ik vertel er ook graag over hoor, met alle details. Vertel jij mij dan jouw verhaal? Pak ik de chocola.

Deel

Een warme bruine trui cadeau

doorPosted on 1 Comment5min. leestijd261 gelezen

Luc is er de hele dag druk mee. Gek he, hoe je er naar uit kijkt en er vervolgens zo van kan balen. Zindelijk worden. Hij begon (op mijn stimuleren, dat wel) vorig jaar in de zomer netjes buiten te plassen op het potje. Soms op de wc en we lieten het allemaal wat verslappen. Maar tijd zat. Dat kun je blijven roepen, maar dat is uitstel van executie. Volgens de juf van de crèche gaat hij het echt wel doen voor zijn 18e. Ik heb het toch liever iets eerder. Voordat hij naar school gaat bijvoorbeeld. En dat gaat sneller dan we denken. Dus begonnen we Luc te vragen of hij moest plassen. De aandacht en stickers die hij kreeg, bevielen wel, dus blij vertelt hij nu om de 5 minuten dat hij moet plassen.

Poepen is een andere zaak. Dat is letterlijk iets groots loslaten. Ik begrijp hoe lastig dat is. Dus beloven we dat hij Liftie (van Bob de Bouwer) krijgt. Die wilde hij graag hebben en had ik al in huis. Gekocht met een overschot aan cadeautjes voor zijn verjaardag en Sinterklaas. Dit is dus een handige left-over. Maar het stimuleert zijn kringspier niet genoeg. Want ik verschoon nog steeds zo’n 3 dampende pindakaasluiers per dag. Best knap als je zo weinig eet. Dit moeten we slimmer aanpakken. Hij mag mee naar de supermarkt (hij vindt het echt een uitje, dat snap ik, ze verkopen er speelgoed, dus ik neem de kinderen zelden mee). Daar mag hij een mooie auto uitzoeken en die mag hij openmaken als hij zijn boodschap heeft laten vallen.

Die bewuste dag riep hij nu ook om de paar minuten dat hij moest poepen. Mijn schoonouders waren er en die bleven het hem ook inpeperen, met zorgvuldig gekozen woorden. ‘Drukken op het potje’. Daar krijg ik nou aandrang van, dat soort woorden. Hij moet gewoon kakken, bouten, poepen, een bruine trui breien en dan dus het liefste op de wc. Die luiers ben ik na 3,5 jaar wel weer zat. Nu roept hij dus de hele dag dat hij moet poepen, of drukken als hij in de buurt van opa en oma is geweest. Daar word ik dus doodmoe van. Want de helft van de keren doet hij niets. Ik weet het, het is een proces. Geduld, blabla. Had ik daar maar wat meer van. Mijn zoon heeft dat in overvloed. Blijft op zijn gemak zitten en zegt letterlijk ‘het kan wel even duren’ met een glimlach. Maar afgelopen maandag durfde hij het aan op de crèche en de volgende dag daar weer. Nu mocht hij eindelijk zijn supermarktauto uitpakken die op de kast naar hem stond te roepen. Woensdag was ik toch lichtelijk teleurgesteld toen ik hem al vanaf een afstand rook. Maar vrijdag maakte hij het thuis helemaal goed. Hij stond in bad en kreeg onbedaarlijke aandrang. ‘Ik moet plassen’ gilde hij, terwijl ik een meter verderop stond. Dat plas ook bruin en dik uit je kont kan komen, is nieuw, maar hé ik accepteer het. Ik jubelde hoe trots ik ben. Hij straalde en kreeg hij zijn felbegeerde Liftie.

Nu wil ik het wel zo gauw mogelijk afgerond hebben. Alsof het een project is. Ik weet het. Maar ik ben er serieus de hele dag mee bezig. Als hij na een paar keer roepen dat hij moet plassen niks doet, zakt de moed in mijn schoenen. Elke keer weer rennen en in recordtempo broek, boxershort en luier naar beneden rukken. En vervolgens niks doen. Ik vertel Luc dat het geen spelletje is. ‘Waarom niet?’. Leg dat maar eens rustig uit. Dus soms roep ik terug, ‘ga maar zelf Luc’. Meestal wil hij dat niet, maar blijkbaar was de drang echt groot. Ik ren toch maar naar beneden om hem te helpen. Als hij mij ziet kijken naar een veeg bruin in zijn luier, zegt hij blij dat hij moet poepen. Kijk, dat laat de moed weer uit mijn schoenen omhoog komen. Net als een verdachte geur. En als ik achterom kijk, terwijl ik gebukt voor Luc zit, zie ik een dik plakkaat stront onder mijn nieuwe laarzen zitten. Was blijkbaar uit zijn luier gevallen bij het uittrekken van zijn pamper.

Of die keer dat hij alleen ging plassen en hij wel erg lang wegbleef. Bij aankomst was heel de vloer van de wc nat en daar lag zijn broek, boxershort en sokken in. Hij probeerde zijn plas op te ruimen met een snipper wc papier. Het zal vast aan mezelf te wijten zijn, maar geloof me, daar denk ik op dat moment anders over. En waarom kan hij niet gewoon middels het opstapje op de wc gaan zitten? Maar klimt hij erop alsof het de Mount Everest is? Eerst zijn knietjes, dan gaan staan en vervolgens in de spagaat op de wc-bril landen. Ondertussen toch zijn luier al besmeurd hebben en zodoende nu ook het deksel van de wc-bril en de bril zelf. Ook laat hij zich standaard op zijn gemakje met zijn natte slurf van de bril glijden. En ben ik dus de hele dag de wc met chloor aan het behandelen.

Maar vandaag zaten we in de tuin. En deed hij net als een jaar geleden weer een plas op het potje. Heel goed. Blij kijkt hij terug. Terwijl ik denk, waar ga ik dat nou weer laten, blijkt Luc zich niet druk te maken om zoiets basaals. Hij pakt de pispot en geeft de inhoud een zwieper door de tuin. Ik sta gelukkig net buiten zijn bereik. Heel rustig (want zo ben ik, uch), vertel ik hem dat dat niet helemaal de bedoeling is. En terwijl ik trots moet zijn dat hij ook op dat vieze witte potje een drol heeft gedraaid, probeer ik snel te zijn, voordat hij hem de bomen inschiet. Tsja, wat moet ik er nou mee? Toch maar oppakken met een doekje en in een luierzakje deponeren. Bah, wat is dit toch vies allemaal.

Uiteindelijk loopt Luc er op zijn comfortabelst bij, in zijn nakie. Hij trekt aan zijn pielemuis alsof hij er later geen plezier meer mee wil beleven. Als hij mij vervolgens wil aaien, pas ik even. Gelukkig rent hij weer gauw naar zijn potje om er eens lekker op neer te ploffen. Als we zijn straal horen kletteren, is het tijd om op te staan vind hij. Hij plast alsof hij boven een Frans toilet hangt. Alleen zet hij er zijn handjes ineens bij op de grond. Dat zal niemand snel in zo’n pisgrot in Frankrijk langs de snelweg doen. Maar Luc kijkt eens gemakkelijk toe hoe hij naast het potje mikt. Maar goed, als hij recht naar voren had gemikt, had het hem letterlijk een vieze smaak in de mond gegeven. Das ook zo lullig…

Ik vind het dus gewoon een hoop werk. Luc graait bijvoorbeeld graag tussen zijn warme bruin geworden billen, op zoek naar zijn poepgaatje. Om vervolgens raar op te kijken als ik zijn hand wegtrek en daardoor de poep ook aan de muren zit. Ik kan het gewoon niet meer zien, ruiken en al helemaal niet voelen. Asjeblieft. Luc verwacht nu na elke bruine rakker in de pot, weer een cadeautje. Eigenlijk vind ik, dat ik na het opruimen/schoonmaken ervan elke keer een cadeautje verdien. Als het maar niks bruins is…

Deel

Libelle zomerweek

doorPosted on 8min. leestijd155 gelezen

Aangezien ik na mijn vorige verhaaltje mijn jonge sexy imago teniet heb gedaan (als ik die al had) en mijn afspraak voor de podotherapeut gepland staat, is het tijd dat ik me erbij neer ga leggen. Ik word oud. En burgerlijk (alhoewel ik dat altijd al ben geweest, huiselijk klinkt dan wat vriendelijker). En accepteer daarom belangeloos de vrijkaarten voor de Libelle Zomerweek. Ik kan er niks aan doen, maar als ik aan Libelle denk, zijn de eerste woorden waar ik aan denk; muf, oud, suf en burgerlijk. Bij iedereen eigenlijk als ik vertel dat ik naar de Libelle Zomerweek ga. Ze lachen me uit. Ik probeer me nog te verdedigen dat ik vrijkaarten heb en dat het aan het strand is. Ik zie mezelf al met vriendin in het zand zitten wroeten met onze voeten. Drankje erbij en eindelijk eens bijkletsen zonder kinderen.

libellekaartMaar aangezien de zomerweek gepland is in de lente, krijgen we authentiek Hollands herfstweer. Ik twijfel of ik mijn dikke winterjas aan zal trekken. Ik wil het gewoon niet en de ochtend begint best hoopvol met een waterig zonnetje. Ik neem voor de zekerheid wel mijn handschoenen mee. Het is immers mei. We vertrekken met de noorderzon en komen aan met regen. Ik had gevraagd of mijn vriendin meeging en terwijl we naar de bus liepen, probeerde ik haar Libelle standpunt te peilen. Maar ook zij voelde zich niet thuis bij de (door ons zelf bedachte) Libelle doelgroep. En we namen daarom achterin de bus plaats, ver van de mensen waar wij toch echt niet bij hoorden. Maar de bus raakte langzaam vol en we gingen op in de massa vrouwen. Waarop mijn vriendin hevig verbaasd naar twee mannen wees. ‘Wat moeten die hier nou?’ Maar hoe dichterbij de mannen kwamen, bleken het toch geen mannen te zijn. Dacht mijn vriendin. Ik was er nog niet zo zeker van. Als je als vrouw in een hele grote groene regenjas je snor laat staan, kun je misschien beter in de bus voor het kleiduifschieten plaatsnemen. Maar ze stapten bij ons in en gingen ook op in de massa. Mmm, wat doen wij ook alweer in deze bus?

libellebushalte

De zwarte stipjes zijn muggen...
De zwarte stipjes zijn muggen…

Wel goed geregeld zo. Voor de ingang werden we gedropt. De buschauffeuse probeerde boven het kippenhok gewauwel uit te komen en sprak ons als een juffrouw toe. ‘Pak straks de goede bus hoor, want die mannen laten je gewoon staan!’ Meer vingen we niet op. Kleine kans dat de mannen óns laten staan (grapje hoor), maar we namen voor de zekerheid toch maar een foto van het opstappunt. Al bibberend sloten we aan bij de rij met paraplu’s. Als een soort ontgroening moesten we survivalen tussen de zwermen muggen. Die hingen als bossen bij de ingang, om ons duidelijk te maken dat het om een zomerweek ging. Ook zij lieten zich niet door de regen weerhouden, maar zochten wel een warm plekje in onze sjaals, ogen en mond. Dit wordt een fantastische dag.

1 dwaze dag
1 dwaze dag

Omdat wij geen zin hadden om te zeulen met een paraplu, schoten wij de eerste tent in. Wat een drukte. Alsof bij de bijenkorf de 3 dwaze dagen op 1 dag plaatsvindt en alles gratis was. Geduw en getrek alom. We lieten ons door de massa naar buiten manoeuvreren en spurten naar de volgende tent. Zonnebrillen. Hoe cru. Maar zoals mijn positieve vriendin bedacht; we moeten de zon afdwingen en voor 5,- moet je geen zonnebril laten liggen. Dat is bijna een misdaad. Dat we hem de hele dag niet op zouden doen ook, maar goed, dat wisten we toen nog niet.

libellewijnDe volgende stand was wijn. Vriendinlief had al een glaasje te pakken en omdat ik nooit wijn lust, pakte de verkoopster iets wat  vast in de smaak zou vallen. Hoe vaak ik dat wel niet heb gehoord. Proef dit eens, dit is echt een zoete. En ik me vervolgens afvroeg of ze gewoon wat suiker bij een bittere wijn hadden gemikt. Maar deze kon ik binnenhouden! Lekker is een heel groot woord, maar ik geloof dat ik zonder tegenzin een glas kan wegklokken. Openbaring van de dag. Dat geeft de burger moed.

libellemodeshowWe vervolgen onze weg en zien een haarmetamorfose op het podium van Rob Peetoom. Ondanks dat er van onze vers ingedraaide krullen niks meer over is, peinzen we er niet over om zo’n podium op te klimmen. Het volgende podium wordt bewandeld door modellen in bikini’s. Met witte benen vol paarse vlekken. Van de kou. Hoe charmant. Maar goed, dat matcht wel bij de knalgele badmutsen. Arme meiden. En we worden er niet warm van. Volgende podium misschien? Maar ook daar begrijpt degene op het podium niet wat hij hier doet. Lange Frans schreeuwt het publiek ‘Why, tell me why’ toe. Ik weet het ook niet Frans. Denk maar zo, jij krijgt er voor betaald. Nu we het er toch over hebben, we hebben pas 5,- uitgegeven. Dat kan zo niet langer!

We waaien een andere tent in en zien allemaal vrouwen aan een tafel hun nageltjes lakken. Dat ziet er vrolijk uit. Als we iets verder kijken zie ik een bordje ‘Voeten zomerklaar’. Kijk, een gratis pedicure voor als we misschien ooit weer eens sandaaltjes aan kunnen, spreekt me wel aan. Mijn vriendin kijkt me aan alsof ik een echte Libelle lezeres ben. Ze peinst er niet over om hier haar warme laarzen uit te trekken. Ik ga toch even kijken. En vraag me af waarom ze alleen met doekjes elkaars voeten schoonmaken. Is dit een verkooptruc voor voetendoekjes ofzo? Ik vraag het maar even. Maar het blijkt de bedoeling om elkaars voeten schoon te maken en daarna te masseren. Als ik de gele eeltplekken voor me zie, haak ik ook af.

Gelukkig hebben ze een stand van Biodermal. Een normaal merk met superactie. We slaan dan ook eindelijk onze slag bij de zonnebrand. Daarna scoor ik nog een boek en krijgen we proefmonstertjes van Nivea in onze handen gedrukt. En omdat we trek beginnen te krijgen kunnen we de 2 zaken chips voor 1,- ook niet weerstaan. Voor thuis. Want we komen al snel een stand tegen met verse grote muffins met chocoladestukken. Mijn woonhart gaat sneller kloppen van de ouderwetse kantklossen in deze kraam en ik ben alweer een tasje rijker. Terwijl ik mijn muffin uit het papiertje sta te pulken, test ik ook lekker hygiënisch met mijn vinger een bolletje lipgloss. En smeer heel asociaal kleine klontjes chocola in het spul. Of misschien bewijs ik de volgende tester wel een dienst.

libellehengelBij de tent van Grohe kun je letterlijk vissen naar prijzen. Ook hier haakt mijn vriendin af. Ik blijk een kameleon en pas me aan, aan mijn omgeving. We zijn hier nou toch, dan kunnen we ons ook het beste als übermutsen gedragen. En eigenlijk wil ik gewoon wat aan die Grohe vent vragen. Of die waterbesparende douchekoppen ook op onze Engelse klassieke kraan past. Omdat mijn vriendin uitspreekt dat het vaak universeel is, kijkt deze man ons vreemd aan. Mijn vriendin fluistert dat hij denkt dat we pot zijn. Sorry voor het woord, maar het woord lesbisch past hier niet. Hij keek er een beetje vreemd bij. Alsof hij het afkeurde, maar er tegelijkertijd wel opgewonden van werd. Ik twijfelde of ik mijn vriendin een lebber zou geven. Gewoon, om zijn reactie te peilen. Maar hij was zo lief om een foto te nemen van ons, terwijl wij burgerlijk stonden te hengelen, dat ik het idee maar liet varen. We kregen allebei een badeendje mee.

Lekker strandweer
Lekker strandweer

Verder was er weinig gratis te krijgen. Wat toch wel jammer is. Ook stonden er een aantal kramen verspreid die dezelfde kleding verkochten. En de schoenenstands die er waren, verkochten totaal geen charmante schoenen. Het was zoeken naar een hak. Maar ook die oogden allemaal als gezondheidsschoenen voor oma’s. Jammer. De tassen vonden we ook het geld niet waard en al grappend liepen we langs kramen. Niet gratis? Geen euro? Dan lopen we door. Zo de krioelende LaPlace in. Om op te warmen met een theetje. Vriendin veroverde 2 stoelen en ik probeerde geduldig in de rij te blijven. We kletsten en lachten wat af, terwijl onze handen langzaam minder paars werden. Helaas bleef de wind onze benen geselen en leek het ons beter in beweging te blijven.

Ik op mijn best; met tasjes in de hand
Ik op mijn best; met tasjes in de hand

Dus gingen we een grote tent in en liepen algauw tegen een soort masserende warmtestenen in een zak aan. Daar gingen we graag even voor zitten. Als ze niet zo duur waren (we zijn hier wel voor de koopjes natuurlijk), hadden we ze meegenomen. Maar mijn vriendin liep nog wel tegen een heel gaaf jasje aan en ik scoorde nog een sjaaltje. De tassen werden steeds zwaarder en ik haalde mijn vriendin toch over om de Libelle goodiebag-shopper alvast op te halen. Ze verzette zich hevig, maar was toch blij toen alle tasjes erin zaten. Nu was het wel definitief, we zagen er al bijna uit, als de rest van het kuddevolk. Moesten we alleen ons haar nog kortknippen. We vielen wel een beetje uit de toon met onze lange losse lokken. Maar goed, dat deden we ook, toen we onze zakken friet in de Christine LeDuc tent ernaast gingen opeten. Maar het gros van de makke schapen bleef liever buiten voor de frietkot staan te vernikkelen, dan dat ze hun kleine goudgele staafjes zouden oppeuzelen tussen de dildo’s. Of vibrators, ik weet het verschil niet. Had ook niet de behoefte om het daar te vragen.

De buit
De buit

We hadden het supergezellig, maar ook wel erg koud. We bezochten nog enkele stands, onder andere om toch zo’n flesje wijn te halen. Want de naam Moscato, klinkt als Muskiet en zal me tijdens het drinken herinneren aan vandaag. We hebben onze portie  muskieten (Libellen & muggen) wel gehad vandaag. En op weg naar de uitgang stopten we nog even om naar Xander de Buisonjé te luisteren. Die op het einde van zijn ‘Hou me vast’ naar het publiek riep ‘en nou de mannen’. Na de stilte, lachten en klapten de dames alsof ze zijn volgende verovering zouden kunnen zijn. Ik maakte een foto voor dit verhaaltje en we zochten het juiste vertrekpunt. We pakten naast wat muggen, ook de goede bus. Wat een verademing om weer in de auto te zitten. En tijdens de lange file (want hé, het regent weer eens) hebben we een hoop lol. Net als tijdens dit dagje Brasil hahahahahaha (thema Libelle zomerweek). Het was supergezellig om een hele dag samen door te brengen en hebben daarnaast best goeie koopjes op de kop getikt. Maar of we volgend jaar weer gaan?

Deel

door

Platvoet met zijn sexy knobbels

doorPosted on 5 Comments4min. leestijd365 gelezen

Al jaren heb ik knellende kleinzerige minibultige teentjes. Ze voelen zich in elke schoen onderdrukt. Ze staan aan de zijlijn en proberen zich te schikken als ze in de knel komen. En dit gebeurt dagelijks. Ik dacht dat ik de verkeerde schoenen koos, maar plat, met hak of ballerina, het maakt niet uit. Soms drukken ze terug en kun je de vorm in mijn leren laars uittekenen. Ik ben er klaar mee. Nu mijn linkerteentje standaard pijn blijft doen, maak ik toch maar een afspraak met mijn lieve dokter. Ik verzamel nog wat pijnpunten om te bespreken, maar besluit dat deze teentjes de dokters volle aandacht verdienen.

Omdat ik na drie kwartier wachten pas geholpen word, praat ik extra snel in de behandelkamer. Ik verwacht dat hij me uitlacht. En in mijn gedachten kan kijken en ziet dat ik al data aan het prikken ben, om de uitstekende botjes van mijn teentjes te laten afschaven. Misschien handig als ik dat in de zomer doe, dan kan ik slippers aan. Zal ik dan nog wel kunnen autorijden? Maar dan kan ik vast niet naar het strand. Wellicht kan ik in de tuin blijven liggen. Onder een parasol, met mijn voetjes in de schaduw. Terwijl mij drinken en een tijdschrift worden aangereikt door mijn lieftallige gezin. De dokter haalt me uit mijn dagdroom. Of ik op de behandeltafel wil gaan zitten.

Voeten zien er sowieso lelijk uit
Voeten zien er sowieso lelijk uit

Voor dit bezoekje heb ik uiterst makkelijke ballerinaatjes aangetrokken en ik wip ze snel uit. En moet op een bankje voor hem gaan staan. Hij begint over mijn korte spieren aan de buitenkant van mijn voet, waardoor het teentje zich opkrult. Hij doet het in het extreme voor en ik vind mijn teen ineens zo schattig. Net een pasgeboren konijntje zonder pluis. Ik moet me bedwingen er niet mee te gaan knuffelen. De dokter gaat verder met drukken en trekken. Aan mijn tenen welteverstaan. De voorkant van mijn voeten is vrij breed en hij concludeert ‘pes planovalgus’, oftewel platvoeten. Nou zijn mijn voeten al niet de meest aantrekkelijkste lichaamsdelen, maar door ze tot platvoeten te bombarderen, maakt hij ze wel helemaal a-sexy.

Hij verklaart de druk op de kleine teentjes en constateert een slijmbeursontsteking op de linker. Klopt, die voel ik zelfs ’s nachts bonken. En dan heb ik toch echt geen schoenen aan. Het is dan alsof er een kabouter met harde puntmuts onder mijn huid zit, die zijn weg naar buiten probeert te graven en stoten. En geen genade kent. Ik vraag de dokter wat ik ertegen kan doen. Hij kijkt mij eens aan en ziet (in zijn ogen) een ijdel meisje (ja, ik zie mezelf nog graag als meisje). ‘Dat wordt jezussandalen dragen’, lacht hij. Ik mompel wat en hij geeft aan dat een opengeknipte likdoornpleister misschien kan helpen bij de pijnlijke druk. Nog zo’n lekker sexy woord ‘likdoorn’. Ik ben goed bezig. Maar we zijn nog niet klaar met het lijstje om van mijn voeten echte lelijke knakkers te maken.

Hij duwt tegen de uiteinden van mijn tenen en vraagt of ik rook. Snel zeg ik ‘nee’.  En voel bijna de behoefte om mijn zwarte rotte tanden, de gele eeltplekken op mijn vingers en grauwe huid te verbergen. Maar dan bedenk ik me, dat ik ook echt niet rook. Waarom ik dan schuldbewust ‘echt niet, nog nooit gedaan’ zeg? Dat klopt namelijk niet. Ik heb het wel ooit geprobeerd, 15 jaar geleden (toen ik nog echt een meisje was). Maar ik vond het vies. En aangezien ik elke dag van mijn ouders een overschot van nicotinerook binnenkreeg, kon ik mijn portie wel aan fikkie geven.

De dokter kon gelukkig niet echt in mijn hoofd kijken en zag mijn hersenspinsels niet. Wel ‘perniones’ en bij het uitspreken van dat woord, gingen mijn hersens weer op volle toeren. Zouden het schimmeltenen of verrotte kalknagels betekenen? Waarom heb ik dat nooit gemerkt? Ik kijk nog eens goed terwijl hij de topjes van mijn teentjes induwt. Wintertenen, verklaart de dokter (pfiew). En handen, want die checkte hij gelijk ook maar even. Ik gaf aan dat ze het inderdaad bijna altijd koud hebben. Hij lachte weer ‘jij bent de eerste die ik als doktersadvies geef, dat je Uggs mág dragen’. Grappige man, mijn dokter. Ik loop thuis inderdaad standaard op nepUggs, de echte heb ik ooit 5 minuten gehad, maar die knelden (…) en heb ik via Marktplaats verkocht. Vond ze nog duur ook. Binnenshuis volstaan de neppers van de blokker van 8,- ook prima. Buitenshuis loop ik tot in de lente met mijn moonboots. En op zaak heb ik zo vaak pijnlijke koude vingers gehad, dat ik daar wel eens met handschoentjes heb zitten typen.

verwijskaartWat kan ik er tegen doen, dokter? Als je er veel last van hebt, kan ik pillen voorschrijven. Daar haak ik af. En aan mijn platvoetjes? Als je daar veel last van hebt, kun je zooltjes laten maken. Ik zie hem kijken ‘dat doet ze nooit, mevrouwtje ijdeltuit’. Tot zijn verbazing zeg ik ja. Graag zelfs. Ik ben er klaar mee, met die kutkabouters. Dat zei ik niet helemaal zo, maar de strekking werd hem duidelijk. En zo schreef hij een verwijsbriefje voor de podotherapeut. Hoe sexy is dat?

Deel

Vakantie boeken na uren zoeken

doorPosted on 0 Comments6min. leestijd286 gelezen

Elk jaar nemen we voor om er vroeg aan te beginnen. Het boeken van de zomervakantie. Als de eerste kerstkransjes in de winkel liggen (tegenwoordig al in september), kruipen wij achter de laptop en vergapen ons aan mooie vakantieplaatjes. Zonovergoten zwembaden, kinderen die knuffelen met een of ander pluizig groot beest (waarvan je weet dat er een zwetend mens in zit), cocktails en zonsondergangen. Het aanbod is enorm. Niet moeilijk om een keuze te maken zou je denken.

Helaas. Want bij het lezen van die reviews, kom je erachter dat de vloerbedekking in het ene oord beschimmeld is, bij de andere het brood, weer een ander lijkt het niet zo nauw te nemen met de algehele voedsel hygiëne en variatie. Maar soms prik ik door de klaagzangen heen. Want juist de zeikerds plaatsen graag een review. Waarschijnlijk stond de kleur van de zonsondergang ze ook niet aan. En dat je elke dag hetzelfde eten krijgt in een all inclusive resort, daar ben ik inmiddels aan gewend. Om de broccoli van de dag ervoor, vandaag weer door de salade heen te zien, is no big deal. Moeten ze het weggooien dan?

Wc rol onder de arm. Hoogzwanger een dagje op visite op de camping bij mijn schoonouders...
Wc rol onder de arm. Hoogzwanger een dagje op visite op de camping bij mijn schoonouders…

Waar haak ik dan toch af? Eerlijk gezegd ben ik gewoon een verwend nest. Ik vind het raar om een jaar keihard te werken en thuis in een heerlijk bed te liggen, om vervolgens tijdens je vakantie op een luchtbed te kruipen. IN-EEN-TENT! Of caravan, geloof me, dat is mij om het even. Om primitief macaroni met tomatensaus op een gasbrandertje te maken. Ik lust dat niet en wil ook niet elke dag bbq-en. Ik hou niet van vlees en na 1 dag sla, heb ik dat ook wel gezien. Ik wil trouwens niet koken tijdens mijn vakantie. Dat doe ik het hele jaar al.

Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat nou precies de definitie van vakantie is. Dikke van Dale zegt:
va·kan·tie (de; v; meervoud: vakanties)

1. periode waarin geen lessen worden gegeven
2. jaarlijks toegekende vrije tijd voor werkenden
3. reis naar en verblijf elders voor zijn plezier: op vakantie gaan

Lessen leer ik nog elke dag, maar punt 2 & 3: need I say more? Vrije tijd en plezier = ontspanning. Dus kamperen valt af. Dat doet het al jaren. Ik blijf van iedereen maar horen hoe leuk het is voor de kinderen. Ben ik dan echt egoïstisch, als ik denk, maar het moet ook leuk zijn voor mij? En dat betekent dus niet met je auto volgeladen met kaas, hagelslag, krentenbollen en voor alle weergetijden kleding in koffers gepropt tussen de kinderen in, op weg naar een kartonnen huisje op wielen. Wij gaan al jaren naar all inclusive resorts. Dat waar iedereen tegenaan schopt (zoals ik tegen een camping), maar wat ideaal blijkt met kinderen. Lina kan de hele dag ijsjes en drinken halen en ’s avonds is er altijd wel iets bij het buffet wat ze lust. Wat resulteert in komkommer en spaghetti op een stokbroodje en 4 toetjes, maar hé het is vakantie.

Ik wil dit uitzicht nooit meer
Ik wil dit uitzicht nooit meer

Ook een animatieteam is nodig voor Lina. Zichzelf vermaken & vriendjes maken blijft lastig. En na een uurtje zeemeermin spelen, verander ik vanzelf in Cruella de zeeheks. Dus er moet vermaak zijn. En graag airco in de slaapkamer. Ik vind dat we niet heel veeleisend zijn. En toch is het elk jaar weer een crime om iets (betaalbaars) te vinden. Dus dachten we 3 jaar geleden, om toch maar eens naar een stacaravan te gaan. Na al die enthousiaste verhalen van mensen met kinderen. Luc was nog geen 1 en voor hem zou het vast ook heel fijn zijn. Dus we boekten; een nieuwe stacaravan met airco, 3 slaapkamers, badkamer, keuken en woonkamer. Veranda met BBQ en op loopafstand van het zwembad en animatieteam. In Zuid Frankrijk. Harm beloofde veel te koken en vol goede moed gingen we op weg. Laten we het erop houden dat de reis lang duurde, ondanks onze weinige stops (rij nou maar door, des te eerder zijn we er!). Maar vanaf de bijrijdersstoel een strontluier verschonen terwijl je zoon zich wil omdraaien in zijn kinderstoel en de ramen van een bruine zonwerende laag wil voorzien, is niet relaxed. Pap maken met poeder en kokend water terwijl je man net iets te hard een drempel pakt ook niet. Denken dat de kinderen slapen als we vroeg gaan rijden, is ook een illusie. Dus totaal verknatst kwamen we aan. De donderwolken hingen letterlijk boven onze hoofden. En begon dag 1 met een hele dag zeikregen. (Zo zie je het nooit in de brochures). We maakten een uitje naar de supermarkt ver weg (fijn, weer lekker lang in de auto) en kochten een hoop lekkers om te proberen mijn chagrijnige bui weg te eten.

Luc is not amused
Luc is not amused

De rest van de vakantie wisselden buien en een flauw zonnetje zich af. Fijn als het zwembad niet verwarmd blijkt te zien. En je zoontje paarse lippen heeft op zijn vakantiekiekjes in het zwembad. Waar je niet in mocht duiken, of met speelgoed in mocht spelen. Wat de lol voor Lina weer bedierf. Die zwom het liefste binnen, daar was het tenminste warm. Ik haat jeukerige binnenbaden. En koude buitenbaden. En regen op mijn vakantie. En mieren koloniën in mijn kartonnen keukentje. De kou ’s nachts, waardoor Luc gillend wakker werd en ik duimde dat hij zijn enige joggingbroek (!!!) ’s nachts niet zou bevuilen. De bergen wasgoed. Wetende dat je na deze 2 helse weken weer een jaar moest werken voor de volgende vakantie.

En daar ging hij weer
En daar ging hij weer

Dus het jaar erop gingen we naar Kreta. Waar Luc 2 dagen voor vertrek oorontsteking kreeg. Het zwembad op zijn gemakje leegdronk en daarvoor in de plaats een hoop diarree produceerde. Wat niet ongezien langs zijn benen droop. Drie keer per dag. Verder liep hij zelf ook graag weg, naar de zee of de straat, in de ban van de auto’s. Ook heel ontspannen. Gelukkig had Lina de animatie en een vriendinnetje. Nu vermaakte zij zich wel, maar ontspanden wij alsnog niet. Je kon geen kant op kijken of Luc ging de hort op. Gaf vreemde mensen een handje en liep zo met ze mee. Gek werden we ervan. Maar de zon scheen, ik hoefde niet te koken en elke dag kregen we schone handdoeken, ook voor naar het zwembad. Zoiets zochten we vorig jaar weer. Maar we waren te laat en last minutes schijnen niet meer te bestaan. Voor dezelfde reis als het jaar ervoor betaalde je zo € 1000, – extra. Ammenooitniet. Dus bleven we thuis. En gingen om de dag naar het strand. Je wist op een gegeven moment niet meer of het zand in je bilnaad vers was, of verdwaald was ondanks het douchen.

mmm vakantie
mmm vakantie

Dus dat was ook niet ideaal, geen echt vakantie gevoel. Je blijft toch klusjes, het huishouden en boodschappen doen. Bleh. Dus dit jaar moeten we echt weg. En zo lezen we avond aan avond slechte reviews (want die blijven je bij) en klappen met een zucht de laptop dicht. Nee, ik wil niet naast een discotheek slapen in een gehorige kamer met 2 kinderen. Ook wil ik vanaf het vliegveld geen 4 uur rijden in een klamme bus met geïrriteerde medepassagiers (lees: mijn kinderen). Een half uur lopen en bijna rotsen moeten beklimmen om bij het zwembad te komen, lijkt me ook niet ideaal. Arrgghh, het kan toch niet echt zo moeilijk zijn? En dan ineens, een paar avonden geleden, zegt Harm het gevonden te hebben. Hij wijst naar plaatjes met zwembaden en glijbanen, veel kinderanimatie en een redelijk bedrag (wat is tegenwoordig nog wel betaalbaar?). Ik vertrouw het niet en speur internet af. Op zoek, naar het addertje (of salamandertje in dit geval) onder het gras. Na lang speuren vind ik één iemand die een beschimmeld matras had. Verder is iedereen overdreven positief. Ik geloof het bijna niet. Harm wil niet langer treuzelen, straks vissen we achter het net. Dus zo komt het, dat we boeken. 10 dagen naar Kos. Met airco, (Nederlands sprekend) animatieteam, all inclusive, handdoekenservice, laagbouw, nieuw waterpark met glijbanen, strand op 1,5 km en het centrum op 2,5 km afstand. En gratis een boottochtje en 3 dagen fietsen. Klinkt wel erg goed, toch?

Ik kijk er nu al naar uit. Ben wel benieuwd hoe mijn review er uit ziet over een paar maanden. Eerst maar eens op zoek naar een halsband & diarree-dichte zwembroeken voor Luc…

Deel

I WAS HERE – concert Beyoncé

doorPosted on 4 Comments5min. leestijd323 gelezen

Ik heb zojuist de documentaire over Beyoncé gekeken. Wat een geweldig mooie vrouw. Gisteren heb ik haar live mogen meemaken. Hierbij mijn verslag.

De kinderen gaan naar het kinderdagverblijf, waar mijn vriendin ze zal ophalen en op ze zal passen. Bij het weggaan wilde ik nog een kusje van de kinderen. Luc was met zijn matties aan het jumpen op de trampo, maar nam de tijd voor zijn moeder. Ik knuffelde hem en toen zijn vriendjes hem riepen, zei hij letterlijk ‘even wachten, eerst mijn moeder een kusje geven’. Zo lief. Nu staat het zwart op wit en zal ik hier later met weemoed aan terugdenken. Net als het optreden waar we naar toe gingen. Gekregen voor mijn verjaardag. Naar dé artiest. De prachtige vrouw, moeder en zangeres Beyoncé.

Beyonce here i am

Weken keek ik ernaar uit, draaide haar cd’s (ja ik ben ouderwets) grijs en kreeg bijna de behoefte om onze slaapkamer met posters van haar te behangen. Het concert was binnen no time uitverkocht. Dat was te zien in de lange rijen buiten. Ik keek genietend naar het gezin (incl. vader en zoon) die dit samen gingen beleven. Naar de rest van de mensen, 90% vrouw en gehuld in minirokjes, pailletten, glittertopjes, high heels en vette lipgloss. Ik had er zelfs een knalroze voor aangeschaft. Ook had ik de hele dag ballerina’s gedragen om vanavond te kunnen swingen op mijn hakken. En in mijn superstrakke zwarte bodystocking voelde ik me dichtbij Beyoncé. Net als alle andere wachtenden.

beyonce oordopjesEindelijk binnen dreven we als echt kuddevolk richting de wc’s. Kijk eens goed naar de foto. Are you kidding me? Ga je naar een concert, WTF moet je dan met oordopjes? Het was geen 1 april, dus kon geen grapje zijn. Heel bizar. Alsof ik alleen kom om het prachtige lijf van Beyoncé over het podium te zien bewegen! Dat is 50%, tuurlijk, maar hallo, ik wil haar horen zingen, schreeuwen, de vibraties door mijn lichaam voelen trillen. Oordopjes, hoe verzinnen ze het.

beyonce eva simmonsWe zochten onze plaatsen op, we zaten heel hoog, maar wel recht tegenover het podium, aan het uiteinde van een gangpad. Een hoop geroezemoes en stoelgezoek alom. Gelukkig maar, want mijn hooikoorts had me naar binnen achtervolgd en mijn genies hoorde niemand. Misschien voelden ze wat spetters, maar dat konden ze verwarren met bier. Wat duurt wachten dan lang, als je er al om half 8 zit. En Eva Simons is ook niet verkeerd als voorprogramma, maar vond ik meer thuishoren in een Dance club. Ze kreeg een medium applausje toen ze het podium verliet. De zaal barstte helemaal los, toen het licht daarna uitging. Ook lullig voor Eva, maar wie weet heeft ze Queen B nog gezien in de wandelgangen. Dat maakt alles goed. En zoals het een waardig koningin betaamt, kwam ze te laat. Maar ik begrijp dat ze nogal perfectionistisch is en we willen allemaal een perfecte show, so be it. Om half 10 viel een doek naar beneden met een grote B. Toen wisten we, the show will begin.

beyonce uit podium
Danseressen komen uit het podium

En hoe! Een filmpje begon. Over vrouwen. Who else? Danseressen kwamen uit het podium en Beyoncé kwam naar voren. Gegil steeg op vanuit de zaal en uit mijn eigen keel. Daar was ze dan. Eindelijk. In vol (of eigenlijk weinig) ornaat en zoals een echte vrouw, voldeed ze aan al mijn meisjeswensen. Ze had bij bijna elk nummer een ander pakje aan. In de tijd dat zij zich omkleedde, ging het filmpje verder en waren er fantastische dansers op het podium. En als ze dan weer tevoorschijn kwam, kreeg de hele zaal tegelijk een orgasme. Het was mega. Net als de mini iPad van de gast voor me. Hij ging staan en hield zijn speleding hoog in de lucht, right before my face. Ik heb op het punt gestaan om dat ding uit zijn handen te trekken en hem door de zaal te frisbeeën of op zijn kop mee te slaan. Maar ik werd daarvoor te vaak afgeleid door de ganzen naast ons. Serieus, hoeveel bier kan je drinken tijdens een concert? Met elke tray die ze haalden moesten wij opstaan. Hoe hard ik ook zuchtte, ze bleven dorstig. Ik had er gewoon een keer overheen moeten niezen. Of mijn voet moeten uitsteken toen ze 3 keer achter elkaar heen en weer moesten omdat dat domme wijf haar sporttas (blijf je slapen hier of wat?) in de plee had laten staan. Maar het gevaar was, dat ze misschien hun gele drankje in Harm zijn gezicht zouden spletsen. Dat wilde ik hem niet aandoen. Ze hadden ook al wat alcoholische dranken over de jassen van onze voorgangers gemorst. Maar goed, dat was welverdiend, want die waren van de iPadman.

beyonce onder ons2Beyoncé ging onverstoorbaar verder, wat een performer. Ze kwam uiteindelijk ook recht onder ons staan. Wat is ze mooi van ‘dichtbij’. Verliefd zong ik met haar mee. Net als de rest van de ‘zaal’. Elk moment wilde ik vastleggen. Dus tussen het dansen door, probeerde ik zoveel mogelijk foto’s te maken, van dit unieke moment. Elk nummer schreeuwde ik mee. Heerlijk. Voluit. Nu kan het een keer. In mijn auto met de ramen potdicht kijken mensen me nog steeds raar aan als ik dat doe. Hier zijn we één en we genieten. Ik bedank Harm voor het beste verjaardagscadeau ever en zie hem ook genieten en druk in de weer om te filmen. Gek he, je weet dat de kwaliteit niet echt goed zal zijn en toch doe je het. Wil je dit vastleggen. Bewaren. Herinneren. Het is echt zo gaaf. Ik heb geen bier nodig. Ik ga helemaal los. Het knoopje van mijn bodystocking daardoor ook. Met een glimlach denk ik ‘what would B do?’.

beyonce showJuist, doorgaan. En dat doen we. Met een schorre strot wanen we ons allemaal even single ladies en schudden we onze heupen. Niemand ziet mijn ongecontroleerde bewegingen, waarvan ik zelf denk dat het er net zo zwoel uitziet als Beyoncé haar moves. In my dreams. Ik word helaas wel opgemerkt door de trap-bewaak-mevrouw. Je mag niet van je stoel wijken om een betere foto proberen te maken. Eigenlijk mag je helemaal geen foto’s maken. Staat op het kaartje. Ik geloof niet dat iemand dat in acht neemt. Als het doek valt met het woord Fin, is het ook echt afgelopen, Lichten gaan aan en iedereen haast zich naar buiten. Er is tumult bij de uitgang en ik zie camera’s flitsen. Zou het…? Nee, natuurlijk niet, alsof dat kan. Beyoncé tussen haar fans. Wie dan? Olcay Gulsen. Jezus, laat haar ook lekker van een avondje Beyoncé genieten, stomme geiten. Wil je daar echt per se mee op de foto? Get a life. Was het nou Miss Carter herself, oké dan geef ik toe, dan sluit ik aan in de rij.

Bewonce FINOnderweg naar huis bekijk ik de foto’s (waarvan enkele hieronder) en lees ik wat berichten. De Wifi in Ziggo Dome is namelijk echt ruk. Zoals mijn collega heel nuchter schrijft ‘ze slaapt nu gewoon ergens in Amsterdam’. Inderdaad. Bizar. En ook weer niet. Ze is ook gewoon een mens. Die haar make-up eraf haalt, pyjama aan trekt en Skype aanzet voor man en kind. Ik doe mijn ogen dicht en beleef het concert weer opnieuw. I WAS HERE

beyonce zijkant piano Beyonce young beyonce voor cirkel Beyonce op piano Beyonce op scherm Beyonce sexy ladies beyonce licht beyonce in licht Beyonce geroerd beyonce dress on beyonce confetti beyonce blauw beyonce blauw licht

Deel

Ken je die mop van de worteltjestaart?

doorPosted on 4min. leestijd258 gelezen

Koken, ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Met de weinige ingrediënten die ik lust probeer ik zo creatief mogelijk mijn geliefden wat voor te schotelen. Toen ik manlief ooit vroeg wat hij van mijn kookkunsten vond, mompelde hij dat het wel iets gevarieerder mocht. Je snapt dat ik als control freak vond dat ik heftig tekort schoot. Sindsdien doe ik ook echt wat met mijn uitscheursels uit de allerhande en kook ik de sterren uit mijn oven.

Tenminste, dat probeer ik. Zoals vandaag. Woensdag is mijn vrije dag, dus heb ik meer tijd om te koken. Heb ik ooit bedacht. Dat er op die dag ook kinderen van en naar school en naar vriendjes moeten, de strijk niet vanzelf verdwijnt, evenals de wc sporen van huisgenoten en pakketjes naar het postkantoor moeten, vergat ik even. En omdat er niet genoeg uren in een dag zitten, schrijf ik haastig wat ingrediënten op mijn boodschappenlijstje. Vandaag eten we namelijk wortelkoek.

Als ik aan het recept ga beginnen en alles uitstal op het aanrecht, blijk ik zonnebloempitten vergeten te zijn. Pijnboompitten zullen vast ook lekker zijn. Oeps, ook te weinig crème fraiche gehaald. Bloem blijkt ook 100 gram te weinig te zijn. Normaal heb je er 3 pakken van staan en denk je, dat hoef ik in geen jaren meer te kopen en nu grijp je mis. Ach, dan wordt het koekje maar wat kleiner. Er stond ondertussen toch een jongetje te echoën dat hij geen worteltjes lust. Heel pedagogisch mompelde ik ‘jij lust niks’ en begon al wat harder te praten toen hij met mijn eieren wilde jongleren. Hij zag dat als helpen. Bij het ‘blijf van die eieren af voor de derde keer’ zag ik zijn knuistje om het ei spannen en zette hij zich schrap. Maar mama was sneller en na een sprintje redde ze het ei van zijn ondergang tegen de muur.

Oké, terug naar het recept. De worteltjes zijn schoon en gesneden. Luc mag ze in de pan doen. Schijnt goed te zijn, zeker bij kinderen die weinig eten. Alhoewel ik er niet echt in geloof (Luc bleef herhalen bij elk worteltje ‘wortels zijn vies’), kon ik hem zo wel afleiden van de eitjes. Ik heb me wel voorgenomen voortaan recepten iets beter te lezen, want de volgende stap was deeg kneden. Na gehakt kneden en kip snijden (doe ik nooit meer), is dit echt ranzig. Het plakt, ik krijg nooit een goede bal en het is helemaal lastig, als je niet de goede verhoudingen hebt gebruikt. Dat laatste wist ik op voorhand, zelfs mijn olijfolie was na 6 (ipv 8) eetlepels op. Zucht. Bah. Waarom doe ik dit? Ben ik nou echt zo’n moeder geworden, die zo nodig elke dag wat gezonds aan haar kroost moet voorschotelen? Terwijl het niet eens gewaardeerd wordt.
plakhand

Niet zeuren Joyce, je kan dit. Nou niet dus. Het deeg, wat als dunne plak in het bakblik moet, is een plakkerige bult drek. Maar ik laat me er niet onder krijgen en stomp het tegen de bodem. Die opstaande rand denken we er maar bij. De wortels druk ik er met volle kracht in. Eimengsel eroverheen. Bij het in de oven zetten, drupt mijn bakblik. Ik laat een spoor van eiprut achter op aanrecht, vloer en binnenkant van de ovendeur. Ahhhhhh. Why? Tell me why? De vloekwoorden laat ik maar even achterwege, om mijn reputatie als ontspoorde moeder een beetje te ontkrachten. Maar ik moet mezelf tegen houden om mijn misbaksel niet door de keuken te smijten. Een vel bakpapier onderin de oven moet het druipsel van mijn koek in wording absorberen. 45 Minuten instellen op de oven en na het opruimen van het aanrecht moest ik het even van me afschrijven. Met een blik op de oven.

In de oven

Luc eet er zijn vingers bij op
Luc eet er zijn vingers bij op

Het begint lekker te ruiken. Helaas ziet de nageboorte van mijn moederkoek er iets minder fris uit. Sorry, ik heb het gewoon over de gestolde eibult onder mijn probeersel. Het rijst ondertussen letterlijk de pan uit. Harm komt thuis en vraagt ‘wat eten we?’. Geen idee, antwoord ik. Hij kijkt op het recept. ‘Zo gaat het er niet uitzien’, bereid ik hem maar alvast voor. Ik hoef het eigenlijk niet te vermelden, want mijn bereide eten is meestal erg lekker, maar niet opgemaakt door een foodstylist. Ik heb ondertussen het krokante ei-korst-ding uit de oven gehaald en proef het eens voor de grap. Lekker! Waarschijnlijk als je het ooit zo probeert te maken lukt het niet en nu ligt het als left-over op de bakplaat. Nog fijner, Luc eet het zelfs.

worteltaart
De koek, die toch meer wegheeft van een dikke taart, ziet er nog best aardig uit en smaakt prima. Waarschijnlijk niet zoals het hoort (Lina vraagt of ik er cake doorheen heb gedaan), maar dat zullen we nooit weten. Het recept flikker ik bij deze weg. Maarre; Ken je die mop van de worteltjestaart? Lekker he!

Deel

door