All Posts By joyce

Koningsdag

doorPosted on 4min. leestijd142 gelezen

Fear of missing out. Dit is een nieuwe rage (of ziekte, zo je wilt) onder SM-lovers (social media liefhebbers). Nou ben ik meestal niet zo bang om iets te missen, maar op Koningsdag heb ik wel altijd het idee dat het overal leuker is. Je ziet op Facebook oranje gecustomizede vrienden in een sloepje dobberen, voorzien van een perfect zonnetje en lekkere hapjes. Op Instagram zie je rommelmarkt vondsten, waar je zelf al jaren kringloopwinkels voor afschuimt. Ook krijg ik zelfs spontaan zin in het bezoeken van een festival vol vrolijk hossende mensen, als ik daar foto’s van voorbij zie komen.

Jaren geleden bezochten we nog weleens een vrijmarkt. Tegenwoordig is het lastiger om (met het gezin) heel vroeg op te staan en dan nog minimaal een uur in de auto zien leuk te houden. En met dit druilerige weer ziet de meuk op allerhande armoedige kleedjes er ineens verlept uit. Alsof ze gewoon een met modder overstroomd bejaardentehuis hebben leeg gekieperd in een kraampje. Met een zonnetje erop zou je het ineens bestempelen als een uniek brocante antiekstuk. Tel daarbij op dat ons huis al dichtslibt met allerlei rommel en we doen de kinderen ook geen plezier met slenteren langs kapotte puzzels en worstenmakers uit grootmoeders tijd.

Maar wat dan? Ik bekeek de dorpskrantjes ineens met interesse, op zoek naar een gaaf programma voor Koningsdag. Waarom beginnen ze altijd met Aubade? Ik vroeg Harm of dat iets met zingen te maken heeft en hij knikte een beetje lacherig. Het lachen verging hem toen ik uit volle borst begon te galmen ‘Komt allen tezamen…’, toen onderbrak hij me dat het dit niet helemaal was. Prima joh. Dan niet.
Poederoijen is trouwens vandaag de dag vertegenwoordigd met een goed georganiseerde oranje vereniging (ja,ja geen sarcasme dit keer). Onze eerste Koninginnedag waren er nog maar drie kraampjes, te weten eentje met de grootste witte opa onderbroeken ooit gezien, een kraampje met zelfgemaakte ranja en de laatste verkocht elastiekjes en speldjes met snoezige rozenknopjes om alle beeldige krulletjes van kerkmeisjes mee in bedwang te houden. Tegenwoordig krijgen we een heel programma voorgeschoteld. Vorig jaar zat ik in een Tesla en crosten Lina en ik op Segways, terwijl Luc een parcours aflegde met een laserpistool. Niets te klagen dus, zou je zeggen. Maar je kent me. Immer tevreden mens dat ik ben. Maar eerlijk is eerlijk, het hagelt hier de laatste dagen, dus de kans was aanwezig dat we vandaag sneeuwpoppen konden maken. En buiten zijn terwijl het koud is, staat niet in mijn productomschrijving.

Daarom bedachten we ruim op tijd, dat we dit keer het ruime sop zouden kiezen. Maar nou liggen de binnendeurse uitjes niet voor het oprapen hiero. Bij het woord museum begint Lina al vroegtijdig te braken en aangezien het vakantie is, kunnen we het één en ander ook al afvinken (de bioscoop en bowlen). Gelukkig vonden we gisteravond nog een indoor midgetgolf baan. Nou heb ik niet zoveel met gewoon golf (alhoewel de truttige ruitjesbroeken me vast kittig zouden staan). Om het leuker te maken zouden ze de holes kunnen vullen met M&M’s en wanneer je dan je balletje erin knalt ontstaat een chocolade regen. Kijk daar zou ik met plezier mijn best voor doen. Net als bij midgetgolf. Vind ik echt enig. Bochtjes, heuvels, bruggetjes, ik neem het allemaal uitermate serieus. Let’s go!

Luc en de piramide
Onze hooligan

Indoor betekent blijkbaar zoiets als een hele grote schuur met aftandse Oosterse tapijten en het ontbreken van enige vorm van verwarming. Het was buiten warmer. Serieus. Dan maar warm slaan. Luc mocht beginnen en waarschuwde ons met ‘aan de kant voor jullie eigen veiligheid’ en vervolgens viel hij de ‘piramide’ aan naast de eerste baan. Het ding zag eruit alsof meerdere kinderen hun koningsdag-agressie erop hadden gebotvierd. Vanuit mijn ooghoek zag ik Harm een plastic bamboe neer maaien met zijn golfstick. Het stof dwarrelde om hem heen en ik knipoogde naar hem. We hebben een geweldig vermogen om altijd op de meest versleten plekken te belanden. Op de een of andere manier krijg ik het liedje (of eigenlijk alleen deze zin) niet uit mijn hoofd ‘Hoe zijn we hier beland?’

Harm geniet van midgetgolf
Dat gezicht 😉 Genieten

Terwijl Lina de puntentelling aan het husselen was rende Luc als een wilde baviaan rond, al brullend ‘ik ga jullie tokken’. Zijn golfclub suisde daarbij gevaarlijk door de lucht. Harm sloeg een bal bovenop mijn dijbeen en ik probeerde een verstopte heater aan te zetten door op alle knoppen te drukken, trekken en slaan. De kinderen speelden vals (terwijl ik zo mijn best deed, verder niet fanatiek, hoor) door de ballen erin te vegen. Harm zette zijn capuchon op, want de schuur was niet he-le-maal waterdicht. Juist op dit soort momenten hebben wij de grootste lol. En gelukkig was het bijbehorende restaurant wel verwarmd. Terwijl de kinderen een ijsje (serieus) bestelden, besloten wij op deze dag onze vaderlandsliefde ook te uiten door geen Belgische wafel te bestellen, maar een portie echte Hollandse bittergarnituur. Hier kan geen brocante sloep of festival tegenop. Zo’n gekke dag met mijn even gekke gezin, ik had het voor geen goud willen missen.

Deel

door

Of je worst lust

doorPosted on 2 Comments2min. leestijd156 gelezen

Soms hebben we best goede gesprekken ’s avonds…

Eergisteren werd de woonkamervloer geschuurd en geolied. Daar mochten we dan vervolgens 24 uur niet op lopen. Aangezien we nog steeds niet kunnen vliegen en de trap zich midden in de woonkamer bevind, hebben we dat advies een beetje in de wind geslagen. Om het aantal voetafdrukken in de verse olie te beperken, bedacht ik een ingenieus plan. Harm liep met Lina op zijn nek en laptoptas in de hand met grote stappen richting trap, met mij in zijn kielzog. Ik droeg Luc. Dit deden we rond half acht, want het was bedtijd. Niet alleen voor Luc, maar nu ook voor ons.

Ik besloot in bad te gaan en even later kroop ik naast Harm onder de dekens.
Bij het dichtklappen van zijn laptop en mijn avondritueel met allerhande smeersels, voelde ik het al opkomen.
Honger. Of trek, wat jij wilt. Eten moest ik hebben.
Maar ik wilde de vloer niet verpesten en probeerde het knorrende varkentje in me te negeren.
MMM varkentje. Lekker.
Ik ben eigenlijk helemaal geen (varkens)vleeseter, maar soms kun je de meest vreemde etensbehoeften op voelen komen. Zeker als je het niet in huis hebt. Of gewoon tijdens de zwangerschap. Bij het krieken van de dag had ik al behoefte aan een warm dampend bord boerenkool. Op mijn nuchtere maag. Met kuiltje jus en stukjes worst, graag.
Neehee, ik ben nu niet zwanger. Een beetje plofferig misschien. Dit kan te maken hebben met mijn avondlijke intermezzo’s met kruidige noten en taaie poppen.
Tijdens de negen maandelijkse uitbuikigheid mocht de mindfuck bepalen dat ik gezonde boerenkool tot mij moest nemen, maar nu wilde ik maar één ding.
Worst.
Sappige, hete, roze HEMA worst.
Dat wanneer je er een hap van neemt, het vet langs je kin druipt en ergens halverwege je nek stolt.
Ah ja, dat wilde ik! NU.
Ik verwittigde Harm van mijn verlangen en kreeg uiteraard het te verwachten antwoord.
‘Ik heb nog wel worst voor je.’
‘Daar kan ik het velletje niet van aftrekken.’
‘Euh nee, dat is inderdaad eenmalig. Anders hebben we bloedworst.’

En weg was mijn eetlust.

Deel

Ik begrijp het niet

doorPosted on 3min. leestijd223 gelezen

Klassieke muziek vult mijn lichaam. Zuivere klanken spelen in mijn hoofd. Overstemmen mijn nare gedachten. Ik wil ze niet horen. Want ik begrijp ze niet. Nooit gedaan. Mijn ongeloof toen mijn moeder me vroeger waarschuwde voor kinderlokkers, verkrachters en andere duistere figuren. Waarom dan? Waarom zou je een ander bewust pijn willen doen? Ik begrijp het niet.

Luc is zes. Zijn wereld bestaat onder andere uit school, zwemles, eten en knuffelen. Uiteraard overheerst nu de komst van Sinterklaas zijn gedachten. Hij ziet de kleur van de pieten niet. Of ze gouden oorringen hebben of niet. Hij denkt alleen aan het feest. Het taaie snoepgoed in zijn handjes. Zijn verknipte speelgoedboek. Zijn lange verlanglijstje. Geen idee dat volwassen vrouwen elkaar de ergste ziektes toewensen op internet in het kader van de pietendiscussie. Alsof het bij hem op komt dat er volwassen mannen elkaar half dood slaan met een kinderfeest in gedachten. Hoe zou hij dat kunnen begrijpen?

ik begrijp het niet happinezLina is twaalf. Haar wereld draait veel om huiswerk, make-up, verliefdheid, beugels en snoep. Zij is al minder blue. Hoort natuurlijk veel op school, het nieuws en social media. Ze vindt mijn quote van Happinez op Instagram leuk. Maar het is natuurlijk helemaal niet leuk. Of voor haar echt te bevatten wat het betekent.
Tegenwoordig draait bijna alles om hebben. Het hebben van macht. Rijkdom. Gelijk. En mocht je het er niet mee eens zijn, word je onthoofd. Onder het mom van een geloof. Draait niet elk geloof om liefde, respect voor je medemens en een zo goed mogelijk leven leiden (op basis van de eerste 2 genoemde punten)? Dat is wat ik geloof. Maar bij Lina’s godsdienst les komt maandag waarschijnlijk IS ter sprake. Hoe kan ze dat nou begrijpen?

Het nieuws volg ik zelden. Harm praat me vaak bij. Zonder teveel details. Ik ben al visueel genoeg ingesteld. Wel stel ik hem simpele vragen. Na zijn uitleg snap ik het nog niet. Waarom dan? Onschuldige mensen doden, dorpen platbranden en nog zoveel meer ellende die ik niet eens kan typen, omdat het dan levend wordt voor me. Ik steek liever mijn kop in het zand en meng me niet in discussies. Ik leef in angst.
Ik wil geen verwensingen naar mijn hoofd geslingerd krijgen in een land waar de vrijheid van meningsuiting alle grenzen overschrijdt.
Ik wil niet met onbekenden online discussiëren over mensen die gevlucht zijn van wat vroeger ook hun veilige thuishaven was.
Ik wil niet bekvechten over iets wat een feestje hoort te zijn. Liever vier ik het leven. Niet in angst. Want eerlijk gezegd voelde ik hem vandaag op mijn schouders drukken. Keek ik vaak om me heen. Bij de intocht van Sinterklaas. Wat als een stel malloten het in hun zouden hoofd halen? Stiekem ben ik blij dat het voorbij is. En we ons terugtrekken in ons veilige huisje. Ik dank alles waar ik zelf in geloof dat ik zo mag leven. In vrijheid. Niet op de vlucht. Behalve dan soms voor de realiteit. Want die kan toch niet waar zijn? Ik begrijp het niet.
Of beter gezegd:

Je ne comprends pas…

Deel

door

Als de brandweer…

doorPosted on 4min. leestijd124 gelezen

Het duurde even voordat het rond was, maar vandaag was het dus tijd voor Luc zijn kinderfeestje. Het voelde niet eens als uitstel van executie. Dat komt waarschijnlijk omdat ik er verder ook geen verjaardags- en traktatiestress bij had. Kom maar op.

Thuis tosti’s eten. Nou dacht ik dat meisjes konden krijsen, maar deze jongens gilden als een schelle brandweersirene. Dan zouden ze wel goed bij de eerste locatie passen van vandaag; de brandweer. Dat was ook de reden dat we het zo verlaat vierden, de brandweer in Zaltbommel doet dit op vrijwillige basis. Alhoewel ik me na dit feestje kan voorstellen, dat ze daar verandering in gaan aanbrengen. De jongen die ons begeleidde zou eigenlijk nog een feestje erna hebben, maar die was verplaatst naar volgende week. En dat vond hij helemaal niet erg, gaf hij toe, met het zweet op zijn voorhoofd. Was het dan zo’n drama?

Tja, het begon met een vaag filmpje, waarbij de meest recente beelden uit 1996 dateerden. Na een paar minuten begon de eerste al. ‘Ik ben een gordeldier’, en liet zich vervolgens voor dood op de grond vallen. Ik moet toch vaker naar Freek kijken denk ik, want ik wist niet dat dit een Gordeldierse-actie was. Maar de rest volgde en kropen vervolgens als de meest vreemde wezens over de grond.

Op naar de brandweerwagens. Super indrukwekkend natuurlijk. Maar boeiend hoe het allemaal werkt. Erin willen ze. Nu. En als ze erin zaten riepen ze al ‘VOLGENDE, VOLGENDE’. En die goeie man ze maar proberen bij zijn verhaal te betrekken. Maar ze hadden ook echt de aandacht spanne van een gordeldier. Niet. Terwijl de man over de historie stond te praten, braken zij bijna de meest historische wagen die er stond af. Overal moest aan getrokken worden. Op gezeten. Geramd. Mijn oksels begonnen te prikken. Deze kudde dieren had nog geen suiker gehad, maar hadden dat niet nodig om op hol te slaan. Wat een zooitje ongeregeld. Het idee dat er iets kapot ging, waar zoveel mensen met liefde aan gewerkt hebben en mensenlevens mee hebben gered…

De planning was dat we 2 uur bij de brandweer zouden blijven. We wisten het te rekken tot anderhalf uur, maar voordat er brokken vielen, zijn we er vertrokken. Ik beeldde me in, dat de vrijwilliger zijn baas opbelde om te zeggen dat hij volgende week niet bij het andere kinderfeestje kon zijn. Hij moest een wortelkanaalbehandeling ondergaan. Met plezier.

We komen dus te vroeg aan bij de volgende locatie. The American Roadhouse. Daar gingen we bowlen. Maar gelukkig was het droog en een speeltuin aanwezig. (G)Razen maar! Wij ploften neer op de houten bank. Die was niet geheel droog, dus ik schoof een verpakking koek onder mijn billen en begon te rillen. Best koud als je stil zit. Buiten. In november. Maar de kinderen konden hun energie kwijt. En ik liep met liefde met ze mee naar binnen naar de WC om daar even op te warmen aan de open haard.

Weer buiten vond ik geen rust. Jongens op een dak. Jongens met te zware balken aan het sjouwen. Ik moest aan het zuurstof. Dit.Is.Zo.Niet.Mijn.Ding. Ik schreef het volgens mij vorig jaar al, die verantwoordelijkheid voor zoveel kindjes op mijn schouders; killing. Gelukkig was het tijd om te bowlen. Iedereen schoenen uit. Oh, de kleine maatjes zijn al in gebruik. Iedereen weer schoenen aan. Bij onze plek aangekomen leek er een limonade-popcornbom te zijn ontploft. Maar goed, ik kon doen waar ik goed in ben. Opruimen. Harm regelde de rest.

Goed bezig jongens!
Goed bezig jongens!

Ze gooiden trouwens echt retegoed. De ene spare na de andere. Ja, met opblaasbanden tegen de zijkant, maar hé zelfs dan lukt het mij niet. Soms rolden ze iets te zacht. Zo zacht dat de bal gewoon midden op de baan stil bleef liggen. Heel strak werd er dan nog een balletje tegenaan geworpen. Om vervolgens geen enkele kegel te raken. Ook knap. Dit alles aanschouwde ik vanaf de houten bank. Nou was het sowieso niet de bedoeling dat de ouders meededen, maar ik kon ook echt niet meer. Was een soort van overprikkeld door de schreeuwende kinderen, overschreeuwende ouders, bonkende ballen en flikkerende lichtjes. De kinderen kwamen me elke keer trots hun score vertellen en dan complimenteerde ik ze uitvoerig. Ze glommen nog harder dan de ballen. Kon ook van het zweet geweest zijn. Het rook er een beetje als zo’n indoor speelhal. Onze favoriet inderdaad.

Na het eten iedereen gauw thuis afgeleverd voor het Sinterklaas journaal. Voor Lina een pizza in de oven geschoven, allemaal ook het Sint journaal kijken. Luc naar bed, Lina haar Frans nog overhoren. Ik pulk de laatste popcorn onder mijn schoenen vandaan en begin aan de sint zijn voorraad pepernoten. Of zal ik toch gewoon een popcorntje pakken?

Mijn kleine E.T. in zo'n groot pak. De dag van zijn leven gehad. En daar doe je het voor.
Mijn kleine E.T. in zo’n groot pak. De dag van zijn leven gehad. En daar doe je het voor.

Deel

door

Honger

doorPosted on 5min. leestijd113 gelezen
Mijn laatste opdracht voor de praktijkdag
Mijn laatste opdracht voor de praktijkdag

Volgens mijn coach is het goed voor mij om weer te gaan werken, zodat ik weer deelneem aan het leven. Ik sta nu een beetje aan de zijlijn. Dat klopt wel, mijn veilige cocon is heel behaaglijk. Maar ik heb ook weer zin in een nieuwe baan. Helaas ben ik niet de enige en volgt afwijzing na afwijzing. Dus verbouw ik ondertussen heel het huis. Ook volg ik drie cursussen, waaronder Interieurstyling. Het is een thuiscursus met twee praktijkdagen. Vandaag was de eerste.

Zo’n dag is eigenlijk voor mij ook wel alsof ik uit mijn comfortzone stap. Geen idee wat ik kon verwachten, want dat werd nergens aangegeven, maar het was toch alweer maanden geleden dat ik in een groep actief diende te zijn. Verder zag ik geen problemen, ik wist alleen de locatie en tijden. Een bevestiging heb ik nooit ontvangen. Met al mijn huiswerk, boeken, tekengerei en tussendoortjes in een tas vertrok ik ruim op tijd naar Leiden.

Tien minuten te vroeg zag ik het pand in de verte, met een slagboom. Mooi, kon ik lekker dichtbij parkeren. Dat ik daarbij over een fietspad moest en bijna een fietsende moeder met kind schepte, deed me weer beseffen dat ik in een stad was beland. Ogen kwam ik tekort. Op het bord naast de slagboom stond dat je je online moest registreren en ja daar raakte ik van in de stress. Was ik net gewend aan een chipknip, werd hij afgeschaft. Maar wat is er mis met kleingeld? Ik zou wel ergens anders proberen te parkeren, dacht ik, de klok negerend. Altijd fijn, als er dan ondertussen een auto achter je is komen te staan en achteruit rijden (wederom over een stoep en fietspad) niet je hobby is.

Oeps...
Oeps…

Overal waar ik keek zag ik borden voor vergunninghouders en wielklemwaarschuwingen. Wanneer ik een parkeeragent voorruiten zag checken, draaide ik gauw mijn raampje open. Ik had nog geen zin gezegd, of ik zie ineens in de hoek een auto uit zijn parkeerplek rijden. Whoehoe, die was voor mij. Ik propte hem in de krappe plek en in de haast gooide ik de deur open. BAM. Daar was een ijzeren reling. Fijn. Ook dat het was begonnen met regenen. De dagkaart kon ineens niet aangeschaft worden, dus ging er een tientje down the drain in de parkeerautomaat. Niet aan denken. Hollen.

Nat en verwilderd stamelde ik bij de receptie dat ik voor de cursus Interieurstyling kwam. Eerste verdieping lokaal 6. Boven begon de gang met 1.6 en eindigde met 1.1, dus ik sjeesde uiteindelijk weer terug naar de eerste kamer. Ik zocht gewoon te letterlijk naar een ruimte met een 6 erop. En wat me normaal nooit gebeurd en waar ik zo’n hekel aan heb is als laatste een volle klas inlopen. Uiteindelijk was ik maar twee minuten te laat, maar normaliter ben ik rustig een half uur te vroeg. Ik schoof gauw aan.

Het voorstelrondje begon en ik zou de laatste zijn. Bij elke cursist die dichterbij zat, klopte mijn hart harder onder mijn huid. Als een olifant die begon te gabberen bonkte hij bij mijn beurt tegen mijn ribben. Ik was er bijna van overtuigd dat iedereen het kon horen en stelde mezelf met 500 woorden per seconde voor. Gelukkig was de cursus verder prima. De olifant had alleen wel de beer in mijn buik laten ontwaken. Die brulde om eten. Ruim een uur lang keek ik om de vijf minuten hoe laat het was. Maar ik wilde ook niet mijn koekje tijdens de uitleg uit zijn krakerige plasticje frunniken. Om half 12 hield ik het niet meer. Voorzichtig kauwend genoot ik van mijn koekje.

Om 13.00 uur kondigde de docent de lunch aan. Ik vroeg waar die was. Nou, blijkbaar kon je buiten even een luchtje scheppen en anders kon je gewoon blijven zitten. Zou de lunch rond gebracht worden? Hoe ongewoon, maar prima. Totdat ik mensen hun bammetjes met kaas uit een plastic zakje zag halen. Huh? Hoe moest ik nou weer weten dat je zelf voor je lunch moest zorgen? Ik vroeg het voorzichtig aan mijn buurman. Blijkbaar stond dat ergens verstopt op een van drie leeromgevingen, die bij deze cursus hoort. Tja, die had ik niet meer bezocht afgelopen week, aangezien mijn laatste opdracht was ingestuurd en ik pas dinsdag hoorde dat ik vandaag mocht meedoen. Handig.

Mijn buurman depte zijn broek, hij had vinaigrette van zijn quinoa salade op zijn broek gemorst. Dacht hij. Het was in werkelijkheid mijn kwijl. Als ik niet op tijd eet, krijg ik aanvallen, dus ik pakte mijn appel en laatste koekje erbij en ik heb nog nooit zo mindfull gegeten…

Om half vier zat ik trillend op mijn stoel. Misschien dachten ze wel dat ik aan vervroegde Parkinson leed, maar een vreemd beeld vormden ze sowieso van me. Ik vroeg aan de docent of ik haar boek ook online kon kopen, want dat haar boek tijdens de les met korting gekocht kon worden, was mij ook niet meegedeeld. Gelukkig kon dat, want ik moest echt weg. Een hele lieve behulpzame cursist tipte me op de pinautomaat naast het pand. De hongerige blik in mijn ogen en de kloppende ader op mijn voorhoofd lieten haar weten dat ik een andere automaat nodig had. Uiteraard is er dan in het hele pand geen snackautomaat te vinden.

Gatver
Gatver

Wegwezen. Navigatie aan. Al mijn zintuigen stonden op scherp en de stadse drukte overspoelde me en verzoop me bijna. Eenmaal op de snelweg werd ik iets rustiger en kon ik weer een beetje helder denken. Ik vond nog een paar verdwaalde snoepjes in mijn tas. Daar ben ik al niet zo’n fan van, maar de oranje variant smaakte voor mijn gevoel extra chemisch. Ik heb het nog niet eerder echt gegeten, maar ik vermoed dat gesmolten plastic ook zo smaakt. Ik spuugde het eruit en voelde mijn boosheid stijgen. Een auto toeterde wanneer ik hem snel inhaal. Hij mocht blij zijn dat hij in de auto zat, anders beet ik zo zijn kop eraf. Dat is wat honger met me doet. Zelfs de ruitenvloeistof zag er appetijtelijk uit.

Overal zag ik vrachtwagens met groente en fruit bedrukt. Op de radio was een discussie over de lekkerste snack in de voetbalkantine. Ineens klonk een gehaktstaaf me heerlijk in de oren. Gauw duwde ik er een cd in. Omdat ik me niet geheel aan de snelheid hield, zag ik een tankstation uit mijn ooghoek voorbij flitsen. Mijn kans op eten. Gemist. Total loss kwam ik thuis aan. De gang omsloot me als een warme deken. De geur van stamppot kwam me tegemoet. Ik verdween in Harm zijn armen. Dag lieve mensen, ik kruip weer in mijn cocon.

Deel

door

Apenheil…apenheul…

doorPosted on 0 Comments4min. leestijd160 gelezen

Bij het instappen van de auto sneed de wind al door mijn vijf lagen kleding. Naïef dacht ik dat ik later op de dag wel gewoon in mijn shirtje zou eindigen. Want de zon scheen. En we reden richting Apeldoorn. Een rit van ruim een uur is wat veel gevraagd van mijn eigen kibbelende apen. Dus ik was blij dat we het hadden overleefd. Blij sjorde ik de kinderen uit de auto. We waren er.
‘Is dat nou de apenbeul?’ vroeg Luc. Of zei hij nou wat anders?
Ik heb volgens mij ja geknikt. De moed zonk me lichtelijk in de schoenen toen ik de mensaap in groten getale als een kudde schapen in de rij zag staan.
We waren niet alleen.
Gelukkig hadden we vrijkaarten en konden redelijk snel doorlopen.
Zo het apenbos in. Weer eens wat anders dan het sprookjesbos.

Apenheul aapjes
Zag ik daar een buggy? Wegwezen…

Vooraf was Luc bang voor het idee dat de apen los zouden lopen, maar de doodshoofdaapjes klinken enger dan dat ze eruit zien. Drommen mensen negeerden de uitleg dat je ze niet mag aaien. Zelfs Luc deed een poging.
Alleen waren de kleine beestjes gefocust op buggy’s. Geef toe, daar valt meestal wel wat aan etenswaar in te vinden. Half uitgekotste koekdrap, daar doet een aapje een moord voor. Weet ik nog van toen Lina klein was. Denk dat ze zo’n 1,5 jaar oud was, toen ze snikkend op mijn arm naar een aap op haar kinderwagen wees: ‘ISSE MIJ’.
Ze keek ook nu op haar hoede rond. Luc vond het machtig mooi. Harm schoot achter elkaar apenfoto’s. Ik zocht een uitgang. Allemachtig, wat deden al die mensen hier? Hadden ze niets beters te doen op hun zondag?
Claustrofobisch naar adem happend, werkte ik me door de mensenmassa. Op zoek naar lucht. En naar zon.
Ik snap dat apen moeten kunnen slingeren, maar zoveel bomen neerzetten dat ze de zon volledig blokkeren, is gewoon wreed. Daar had ik niet op gerekend. Niemand eigenlijk. Ik zag iedereen ineen gedoken in hun te dunne jassen.
Bij ons tweede eetmoment bestelde ik een erwtensoep. Luc vroeg om een ijsje. Lik maar aan je bevroren snottebel.
Mijn paarse knokkels had ik in mijn vestje gewikkeld, dus ik kon echt niet op mijn horloge kijken. Harm vertelde me dat het één uur was. WAT? Zo vroeg pas? Wat erg.
Ik was totaal niet geïnteresseerd in de apen. Ik hopte van zonnestraal naar zonnestraal, met Lina in mijn kielzog. Soms staarde ik daardoor naar een veld waar geen beest te zien was en kwamen er mensen bij staan, want wat zou ik aan het bekijken zijn? Zucht.
Wippend van de ene op de andere voet wachtten we totdat de deuren voor de show (lees Gorilla’s voedertijd) open gingen. Ik hoorde mensen gnuivend voorbij lopen ‘dan gooien ze een krop andijvie en dan is het klaar’. Het zal toch niet. Ik bad voor een plekje in de zon. Dat hadden iets teveel mensen gedaan. Wildvreemden klommen bij elkaar op schoot om maar een glimp van de warmte op zich te voelen. Die aantrekkingskracht hebben vreemden niet op me, dus belandde ik uiteindelijk op de betonnen trap. Waar de kou op zijn gemak door mijn bilpartij mijn botten in trok. Maar het was het waard. Er kwam geen andijvie aan te pas.
De grote apen kwamen al borstkloppend het veld op gerend en vochten een beetje of slingerden aan een tak. Er was zo’n schattig kleintje bij, die heel stoer begon te stoeien met zijn grote broer. De rangorde was meteen duidelijk. Een Bokito achtig beest dat Jambo bleek te heten ging heel demonstratief in het midden van het veld tegen een boomstronk aan liggen. Hij krabde wat aan zijn kruis en kwam alleen in beweging wanneer hij de kans had een stuk wortel van één van zijn zes vrouwen of kinderen af te pakken. Het is nationale meisjesdag Apenkop! Maar iedereen schikte zich in zijn lot en kreeg genoeg te eten. Wij gingen ook weer op zoek. Maar hoe ik mijn handen ook probeerde te warmen aan een kartonnen bekertje thee, het werkte niet. Ook niet dat we in het holst van het bos in het pikkedonker in een speeltuin stil zaten met een gierende wind om onze oren. Je hebt wat over voor je kinderen.
Volgende keer gaan we in de zomer. Als iedereen aan het werk is. Nu huppelde ik bijna naar de auto. Die had de hele dag wel vol in de zon gestaan. En omhelsde me als een warme deken.
Luc draaide zich nog een keertje om en ja ik hoorde het toch echt goed, terwijl hij zwaaide naar de uitgang, ‘dag apenlul, dahaag’.

Deel

Zomer indoor

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd105 gelezen

Het is dat het zo’n prachtige herfstige ‘zon’dag is, dat we ons laten vermurwen om naar zo’n indoor speelhol te gaan. Luc zeurt hier elk weekend om.
De laatste dagen zijn we best veel thuis geweest Lucje en ik, dus we gunden hem dit pleziertje. Onszelf gunden we iets anders.
Nou zijn er echt wel verschillen hoor tussen al die terreurhallen. We proberen ook vaak een wat luxere variant uit te kiezen, waar we nog iets van daglicht te zien krijgen. En ze niet alleen friet en kannen limonade serveren.
Harm trok me over de streep met plaatjes van mooie gecapitonneerde zwarte leren banken en een disco bowlingbaan.
Dat je hier bij binnenkomst zo voorbij loopt en mag plaatsnemen in een aftands ingerichte speelkeet, was een letterlijke domper.
De bedompte lucht valt het beste te beschrijven als oude muffe zweetsokken gedrenkt in kinderpis. Alsof ze die sokken voor blowers hingen te drogen en de geur zo constant je gezicht in bliezen.
Nee, nee dat klopt niet.
Er waren echt geen blowers. Dat had ik geweten. Nu kwam ik zuurstof te kort. En als een vis op het droge hapte ik constant naar lucht. Je weet nu welke lucht. Het erge is, je went eraan.
En past je aan aan je omgeving. Je legt je sokken lekker op tafel en krabt de schilfers van je kop en rolt eens lekker over de grond. Je verschuift daarbij wel wat vale bevlekte vloerbedekking tegels. Maar geloof me, dat valt niemand op.
Luc rent in zijn hemdje, met zijn tong op zijn knietjes en een snottebel opsnuivend richting de gekleurde speeltoestellen. Hij gedijt hier prima.

Harm bewerkt foto’s op zijn laptop en na mijn huiswerk, lees ik 6 edities aan Grazia’s. Ik ben weer helemaal op de hoogte omtrent de meest stompzinnige diëten en de vetes en liefdeslevens van Jennifer, Taylor en Sylvie. Mijn dag is weer goed.
Wanneer Lucje zich snikkend in onze armen wierp, hoorden we dat er een achterbaks jong Luc plaagde en hem tot bloedens toe krabde, werd het tijd om de ruimte te verlaten. Ik wilde de zoolafdruk van mijn ballerina inclusief vastzittende steentjes  achterlaten op het gezicht van het rotzakje.
Bij de bowlingbaan ontdekte ik dat de onderkant van de bowlingschoenen waarschijnlijk beter tegen zijn harses zouden kletsen.
Maar ik moest toch echt mijn gedachten verzetten.
Want ging ik echt mijn blote voeten in die oncharmante stappers steken? In één keer erin schuiven over het wrattensap van mijn voorgangers voet?
Niet aan denken. Niet aan denken. En al helemaal niet aan ruiken.

Na het bowlen onszelf verwend met een roze Magnum. We hebben het verdiend. Niet snugger om het op te eten in het speelhol, want de luchtvochtigheid was inmiddels gestegen. Bij binnenkomst voelde het alsof je een klamme zweetwashand in je gezicht kreeg gesmeten, waar net een hond mee was gewassen.
De behoefte aan frisse lucht werd groter en groter.
We renden het pand uit.
Eenmaal buiten ademden we diep in.
We hadden alleen niet gezien dat daar een haag van rokende mensen stond.
Wat een heerlijke frisse zomerdag in Nederland!

Deel

Cursus opdracht

doorPosted on 0 Comments2min. leestijd134 gelezen

Zojuist heb ik de tweede opdracht van mijn cursus ‘Korte verhalen en romans schrijven’ doorgestuurd naar mijn leraar. Mijn eerste opdracht vond ik leuker. Deze maakte ik op het balkon van ons resort in Turkije.

Eén van de allerkortste verhalen uit de Nederlandse literaar is  Hulp van Herman Pieter de Boer:

‘Wat doe je nou, Jochem!’ riep Berend toen hij het huisje binnenkwam.
Jochem stond bovenop een stoel. Van de balk hing een dik touw met een strop. Daar had hij zijn kop in. ‘Dat zie je toch,’zei Jochem nijdig, ‘ik ga mezelf ophangen. Ik zie er geen gat meer in. Wil je me helpen? Schop die stoel dan weg.’
‘Waar leven is daar is hoop,’ zei Berend. ‘Kom op, waar gaat het nou helemaal om. Het is vast niks.’
‘Noem dat maar niks! Al mijn geld vergokt. Alleen maar schulden en niemand leent me geld.’
‘O, als dat het is,’ zei Berend, ‘dan wil ik je wel helpen.’ En hij schopte de stoel weg.

De opdracht: maak een wat langer verhaal tot aan de deur van Jochems huis, met al zijn bedenkingen en gewaarwordingen in ca 200 woorden. Tadaa, in 196 woorden mijn vervolg:

‘Zo, opgeruimd staat netjes’, denkt Berend terwijl hij Jochem ziet spartelen.
Jochem kijkt met uitpuilende ogen terug. Zijn krullen dansen wild om zijn knalrode hoofd. De handen van Jochem grijpen naar de strop.
‘Ggghhellpp’, gorgelt hij richting Berend.
Maar Berend heeft hem al geholpen. Twee keer op een dag wordt een beetje veel.
Berend sluit de deur van de woonkamer achter zich en stapt de hal in.
Het geluid verstomt. Fijn.
De standaard nieuwbouw woning van Jochem heeft uiteraard een mager halletje. Berend is dus met vier stappen bij de voordeur.
Hij heeft zijn hand al op de zilverkleurige klink, wanneer de deurbel gaat.
In een automatisme trekt Berend de deur open.
Flitsen verblinden zijn ogen.
‘Goooooeeeeeddeemorgen’, klinkt een wel hele bekende stem.
Met zijn hand boven zijn ogen kijkt Berend op. Recht in de lenzen van video- en filmcamera’s. Daarnaast een stralende Gaston met een ontzettend grote cheque in zijn handen.
Berend ziet dat het ongeloofwaardig hoge bedrag er met een dikke zwarte stift is opgeschreven.
Staat er echt 1 miljoen euro?
De cijfers dansen voor zijn ogen.
Gaston grijpt zijn trillende hand en zet al een voet over de drempel.
‘Bent u Jochem Myjer?’

Deel

De rest van de vakantie

doorPosted on 0 Comments6min. leestijd161 gelezen

Compilatie van onze vakantie in Turkije

MUZIEK – De hit van het resort is toch wel die van Jody Bernal (wie kent em si, que no?). Extra prettig als er alleen nog ligbedjes tegenover de dj beschikbaar zijn. Het geluid knalt op standje ochtendgebed in de moskee mijn trommelvliezen in. Als ik mijn bedje ontvlucht en een duik neem in het water, hoor ik het bekendste nummer van Greace beginnen. Zachtjes hum ik mee. Verveelt me nooit dit nummer. Een puber dobbert voorbij. Hij kijkt zijn mattie misprijzend aan ‘wat een KUTmuziek’.
Ik word oud.

WEER – We genieten extra van de 33 graden op het resort als we horen dat code rood als een storm door Nederland woedt. Medelijden hebben we met de vakantiegangers daar. Ik zie me al met het hele gezin in een tentje samengeklontert zitten. Tussen de modder en mieren. Dat je op je luchtbed drijft, maar dan zonder zon en zwembad. Die avond als de kinderen klagen dat het chocolade ijs op is, zal ik niet preken over Afrika. Maar over Nederlandse thuisblijfkindjes.
Het heeft natuurlijk niet alleen maar voordelen, die zinderende hitte. Zo durf ik echt niet in slaap te vallen. Zelfs niet in de schaduw met factor 50 op mijn bakkes. Straks draait de zon en ligt mijn huid verkoolt naast me als ik wakker word.
Er valt niet tegenop te smeren en ik kom 30 jaar ouder terug van vakantie. Niet alleen met mijn verrimpelde huid, maar ook met de extra grijze haren erbij.
Elke keer dat Luc in het water springt zonder zijn bandjes, ontspruit er een witte lok in mijn haarbos.
Ik huur de fanfare in, als ons spruitje zijn zwemdiploma heeft!

Boottrip schuimparty vakantie TurkijeBOOTTOCHT – In de folder stond dat we sowieso schildpadden zouden spotten en 80% kans op het zien van een dolfijn. Tijdens het verkooppraatje werd dat al gereduceerd tot 60% en bij het informatiepraatje op de boot word er met geen woord meer over gerept.
Maar wie denkt er nog aan Flipper als de Macarena uit de speakers schalt. En een stroom schuim uit het plafond spuit. Het piratenschip verandert in een partyboot met schuimparty. De kinderen joelen. Volwassen mannen met teveel lichaamsbeharing zepen er hun borstshag eens lekker mee in.

'Strandtent'
‘Strandtent’
Even later meren we aan bij een strandje. Bloedhete kiezels leiden ons naar doorgezakte strandbedjes onder gescheurde tentdoeken. Waar je nog voor moest betalen ook. Ik verwachtte heus geen Bloemendaal, maar zoals mijn Nederlandse buurvrouw het mooi samenvatte, ’het lijkt hier Afghanistan wel’.
Je kon even zwemmen en daarna varen we weer verder. Met de stampesharde hits uit de jaren 90 die over de boot schallen, vind ik het geen wonder dat de dolfijnen wegblijven. Die liggen natuurlijk wel gewoon te chillen bij een hippe strandtent. Helemaal in de verte zien we af en toe een schimp van een dolfijn als hij door het water springt.
Maar schilpadden? Nergens te bekennen.
Net als ik me afvraag of ik mijn geld terug zal vragen, komt er een schildje aan de oppervlakte. Hij steekt zijn koppie even boven water en schudt hem vol afgrijzen bij het horen van onze muziek. Snel duikt hij weer onder water en dempt het geluid van de mensenwereld.

Ananas rietje
Check het te leuke ananasje
ETEN – Het eten was best gevarieerd, maar de friet houd je gewoon niet knapperig in een warmhoudpan. Gelukkig maakten de platgeslagen oliebollen met kaneelsuiker tussen de middag een hoop goed. Er was ook bananenijs, overal flesjes water en cocktails met geweldige rietjes (die we zijn gaan sparen, tja, je moet wat). Alleen tijdens het avondeten snapten ze de bestelling ‘wasser’ (alles is hier op Duitsers gericht) niet altijd. Blijkbaar zijn Duiters gek op koolzuur, maar dat vinden wij niet te zuipen in ons water, dus kon de ober een keer onverrichte zaken weer terug. De rest van de week werd niet meer aan ons gevraagd of we wat wilden drinken.

Het blijft ons wel verbazen hoe mensen hun borden als uitgehongerde beren vol scheppen en vervolgens de helft laten staan. Terwijl er een Nederlands stel naast ons komt zitten, word de tafel en grond vakkundig door een medewerker van de rijst en andere etensresten ontdaan.
Ik hoor de nieuwkomers iets zeggen in de trant van ‘zwijnen’.
Begrijpend knik ik hun kant op.
Nou. Gelukkig hebben wij enorm netjes etende en welopgevoede kinderen.
Laat Luc ook net op dat moment blijken als hij een Gilles de La Tourette momentje heeft en ineens keihard ‘KONTGAT’ door de zaal roept.
Dus.

AVOND – De bazaar deden we nog een paar keer aan. Zo ook de avond dat ik net uit de douche kwam en naar de kast wilde lopen voor een gezellig jurkje. BAM! Ineens lag ik op de grond. Welke debiel had het ludieke idee opgevat om de kluis (op ooghoogte) open te laten staan?
Mijn benen zaten al onder de blauwe plekken, mijn armen onder de muggenbulten, maar een ei bovenop mijn oog had ik nog niet.
Kon ik ook weer afvinken.

Avondvullende shows waren er ook genoeg op het resort. Gelukkig ging het personeel niet zelf dansen of nog erger; een goochel act opvoeren. En dan een gekleurde slinger uit de mouw blijven trekken. Tenenkrommend.
Nee, hier huurden ze het vermaak gewoon in.
Lenige Chinezen sprongen in en op elkaar en voerden een goede show op.
Klein tipje van mijn kant is om de synthetische pakjes te vervangen. Nu bleef mijn blik gericht op hun micropenissen. Met het volle licht erop, was de afwezigheid van een goed gevulde onderbroek duidelijk zichtbaar.
Dan ook nog gaan touwtje springen, zittend op een eenwieler, laat helemaal niks meer van hun geslacht over.
Toch een klein beetje gênant om naar te kijken.

Chineze show Turkije
Voorproefje overdag. Oordeel zelf 😉
Elke avond waren er andere shows. Zoals de circusact. Daar kwamen we iets te laat, doordat Lina nog een hennatattoo wilde laten zetten. Dus de kinderen moesten toen op de grond zitten, maar wij hadden nog een rieten stoel. Toen bedacht ik me weer dat een broek zoveel fijner is. Want met een rokje aan zit je uiteindelijk gewoon met je blote reet op de rieten zitting. Niet fijn. Al helemaal niet als de muggen zich ondertussen vol vreten met jouw bloed en je buurvrouw rook in je gezicht blaast.
Maar ik weet niet of het erger is om zo naar de show te kijken, of om hem op te moeten voeren. Voor vermoeide kinderen en verveelde ouders.

Voor Luc was het misschien wel beter geweest om lompe schoenen te dragen...
Voor Luc was het misschien wel beter geweest om lompe schoenen te dragen…
Dus soms gingen we naar het strand. En de kinderen hebben ook nog een keer lekker als enigen in het zwembad gezwommen. Toch bijzonder in het in het donker. Hoogtepuntje was ook wel ons avondje bowlen. Ik heb niks met (bal)sporten, maar dit vind ik leuk. Mijn teamgenoten meestal ook. Ik werp namelijk als een blinde koe. Ik knal die bal rustig op een andere baan of tegen het plafond.
Harm gaf me de tip, dat ik de bal niet rechtstreeks tegen de kegels hoef te smijten. De bal mág de baan raken.
Fijn. Scheelt me ook wat duimpijn.
Maar ondanks mijn lompheid heb ik niet verloren. Lina is een pro en behaalde een welverdiende tweede plek.
Helaas voor Luc, erfde hij mijn genen. Sorry jongen.
Hij dacht dat het beter ging met rollen. Of door zijn schoenen uit te trekken.
Toen kwam het moment dat hij spijt kreeg dat hij weer eens niet luisterde.
De bal was natuurlijk best zwaar. Ik zie hem de bal op de grond leggen en bedenk wat hij gaat doen. Ik waarschuw hem twee keer. Tevergeefs.
Zijn voet raakt de bal al in volle vaart. Die geeft geen sjoege.
Luc daarentegen…

Deel

Dag 3 Vakantie Turkije

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd164 gelezen

Ken je het gezegde ‘honger maakt rauwe bonen zoet’? Lulkoek natuurlijk, want rauw zijn die dingen kneiterhard en bijt je er je vullingen op kapot. Het gaat om het idee erachter.
Zo heb ik er dan ook nog eentje.
Slaap maakt elk bed comfortabel.
De eerste avond had je me dubbelgeklapt in de kast kunnen parkeren en dan had ik daar ook heerlijk geslapen. Maar gisteravond plofte ik neer op het bed en kwam ik tot de ontdekking dat ze vergeten waren vering in het matras te stoppen.
Dus in plaats van dat mijn kont wegzakte in het matras, ramde ik nu mijn ruggengraat door mijn fontanel.
Laat ik je vertellen dat ik me al één week per maand een overrijpe beurse meloen voel en me dan alleen maar in een zachte hoop kussens wil vleien. Nu voelde het alsof ik mijn verbrande zak botten op een steen liet vallen.
Hoe ik me ook draaide, alles deed zeer.
Heb je een klein beetje een idee hoe ik deze ochtend begon.

Ondanks de martelbank waar ik op lag, was opstaan ook niet aanlokkelijk. Ik was gebroken.
Maar het was toch echt tijd voor ‘handdoekje legje’.
Er hingen nu dan wel bordjes in de lift dat het verboden was je handdoek een uur onbemand neer te leggen, ik was benieuwd of mensen zich daar ook echt aan gingen houden.
Bij het zwembad aangekomen bleken de mensen inderdaad ineens massaal Oost-Turkish-blind te zijn.
We sleepten twee eenzame bedjes van heinden en verre en maakten er een stelletje van. En eerlijk is eerlijk, wij maakten er ook echt de hele dag gebruik van. In tegenstelling tot de ontbrekende mensen naast ons. ’s Ochtends hebben ze een uurtje gezwommen en de rest van de dag werden hun bedjes alleen bemand door handdoeken. Kijk, dat vind ik nou asociaal. Daarom heb ik de handdoeken maar gewoon meegenomen. Kost ze 10,- borg. Het zal ze leren.

Van tevoren heb ik natuurlijk alle reviews uit mijn hoofd geleerd (oké bijna, ik heb een document gemaakt met tips) en de Bazaar was een echte aanrader. Ik rook de kruiden, bijzondere thee en Turkse pizza al bijna. Misschien kon ik er nog iets van lokaal handwerk scoren.
Vol goede zin zetten we de wandeling in. Om aan te komen bij een kluwen marktkramen vol dezelfde nep merkkleding. Een deceptie. Maar flexibel als ik ben, heb ik gewoon kleding gekocht in plaats van kruiden.
Luc was er gauw klaar mee.
Op de hoek stond een ijstovenaar iedereen te prikken met een ijsstok en kinderen duwde hij de ijsjes in het gezicht. Echt toveren was het niet, maar de kinderen genoten.
En de tovenaar bleek beter dan we dachten. Uren later toverde hij de citroen ijsbrokken bij Lina om in diarree.
Dacht ik deze nacht beter te slapen dankzij een extra aangebrachte toplaag om onze matras, stak de ijscoman er een stokje voor. De lul. Mijn arme meisje voelde zich zo beroerd. Na twee aspirines viel ze gelukkig na een uur weer in slaap.
En ik? Ik visualiseerde dat ik die zogenaamde magiër een ijstang in zijn reet duwde.
Met een glimlach om mijn mond viel ik uiteindelijk in slaap.

turkije ijstovenaar

Deel