All Posts By joyce

Nekhernia herstel

doorPosted on 2 Comments8min. leestijd756 gelezen

Time flies when you’re having fun. Nou het tegenovergestelde is ook waar. De dagen rijgen zich aaneen. Als nibbitringetjes aan een dropveter. Dat klinkt dan wel weer lekker. Komt omdat ik weinig doe (werken en rusten), maar rampampam, tromgeroffel etc; dat heeft wel een positief effect op mijn herstel.

De rust helpt, de pijn is afgezwakt. Er zit een kastanje in mijn nek constant op mijn spier/zenuw te drukken, maar de tintelingen zijn afgenomen. En ik voel mijn wijsvinger weer! Hoezeer ik het ook haat om zo weinig te doen, het lijkt wel te werken. Ik krijg via via een hoop lieve tips; van acupunctuur, heftige medicatie en een gaatje in je nek laten boren en zo de uitstulping terug laten duwen. Hoe heerlijk dat ook allemaal klinkt, ik merk dat ik het fijnste vaar als ik mijn eigen koers bepaal. Ik overdenk wel alle opties. Probeerde een tijdje CBD olie (hielp niks). Heb getwijfeld om een ‘spiegel’ op te bouwen met paracetamol, maar 2 joekels van pillen per 4 uur vond ik nog heftig. Ik heb speciale tabletten van 1 gram bij de apotheek besteld, maar die waren zo nodig nog een slag groter. Ik heb een smal keelgat ofzo, want medicatie heeft bij mij de neiging om gezellig aan mijn huig te blijven plakken. Neh, ik sla even over.

Aaibaar en warm!

Mijn lieve herni-maatje waar ik veel mee chat vraagt of een warmtekussen niks voor mij is. Dat doet mij denken aan het elektrische dekentje van mijn moeder vroeger. Die grillde ze alvast een half uur voor, voordat ze naar bed ging, waarbij ik jarenlang doodsbang ben geweest dat ik haar bij het krieken van de dag verkoold in bed zou aantreffen. Nooit gebeurd, dus wat houdt me tegen? Ik bestel er eentje met een nekkraag en de dag erna komt hij me verwarmen. Veels te groot voor mijn kippennekkie, maar ik trek hem er strak omheen en leg mijn koude hand erop. Zowaar ontdooit mijn ijsklompje en voel ik de warmte mijn rug omarmen. Zeker als ik er tegenaan ga zitten. Dit is mijn nieuwe ritueel als ik tegenwoordig vaak vermoeid en met hoofdpijn thuiskom van mijn werk. Nooit gedacht dat ik het van zo’n muf uitziend (en ruikend) ding zou zeggen, maar toch wel een van mijn beste aankopen ever!

Hoe gek het ook mag klinken, ik voelde me ook een stukje lichter na het schrijven van mijn vorige blog. Alsof ik het toeliet. Dat het echt is. Dat ik mezelf niet beter hoef voor te doen. Ook hielp het me meer uit te spreken naar mensen. Plus mijn gesprek met mijn coach. Terwijl ik met haar aan de telefoon zit, stuurt mijn chatmaatje me een psychologische uitleg over onze klacht uit het boek ‘ Zielsoorzaken van ziekte’. (Kort uitgelegd; als je rechtshandig bent en je hebt pijn in je linkerschouder staat dat voor een conflict tussen moeder/dochter en staat schuld centraal. Rechterschouder staat dan weer voor een conflict met de partner). Hoe bizar, daar had ik het net over met mijn coach. Het komt erop neer dat het fysiek vastgezette emotionele pijn is die eruit wil. Zonder er te diep op in te gaan, slaan het boek en de sessie de hamer op de zere plek en kan ik hier verder mee. Note to myself; doen wat goed voelt voor mij, uitspreken als me wat dwars zit en een kleinere tas kopen. Letterlijk en figuurlijk minder onnodige ballast op mijn schouders nemen. Theoretisch gezien, zou het kunnen dat ik die tas-opdracht erg serieus neem. Want waarom zou je genoegen nemen met één nieuwe tas ;-)?

Ondertussen ben ik overtreffende-trap-moe en heeeeel vergeetachtig. De kastanje maakt er soms een kastanjeboom van, uitwaaierend over mijn rug en arm. Maar daar hoef ik geen injectie voor in mijn lichaam te laten knallen. Ik heb daar geen goed gevoel bij. Wat als ik dan (even) compleet pijnvrij ben (hoezeer ik daar ook naar snak), hoe hard zal ik dan over mijn grenzen heen gaan? Want de pijn mag dan gemaskeerd worden, maar de hernia is niet weg. En ik ken mezelf, ik sta morgen gelijk een steigerhouten kast te zagen. De man met de hamer zal dan geduldig op mij wachten en als ik het dan totaal niet meer verwacht, BAM, toeslaan. Mokertje hard. Vol in mijn nek. Genoeg heb ik van die kuthamer, dus die pijnpolikliniek, die heb ik afgebeld. Dit gevecht doe ik op eigen kracht. Ik kan dit.

Facebooktip van mijn nichtje. Ik kocht hem op AliExpress. Misschien helpt het. Of ik krijg er een giraffennek van 😉

Ik ontvang een lief kaartje uit onverwachte hoek en mijn nichtje die ik eigenlijk nooit meer spreek, stuurt me een tip via Facebook. Hartverwarmend. Net als de lieve mensen om me heen die nog steeds vragen hoe het gaat, terwijl het antwoord echt niet altijd doorspekt is van vrolijke anekdotes. Lina die me helpt met koken, Harm die mijn verhalen tot in den treure aanhoort en Luc die dagelijks mijn ‘goede arm’ knuffelt. Daar put ik kracht uit. En voordat je denkt dat ik hier de hele dag lig te genieten, er zijn veel momenten dat ik baal, huil en hele hompen cake in mijn bodemloze put van zelfmedelijden kwak. Maar hè, ik doe mijn best.

Beaty Inn Nieuwegein Floaten review

Dus gun ik mezelf eindelijk een momentje floaten. Dat je dat aan kan schaffen via Groupon zegt waarschijnlijk al wel wat over de kwaliteit. Ik hou van een koopje, maar ook van luxe. Dat dat niet altijd samen gaat bleek maar weer eens. Of je moet van systeemplafonds, verkalkte douchekoppen en oranje mozaïk houden. Ik hoor je denken ‘zeg prinses, je doet je ogen dicht in dat vergeelde ei met ontbindende rubber randen, wat zeur je?’. Je hebt gelijk, excusez moi.

Waarom ik het licht in de ruimte uit deed? Geen idee, maar ik zag niks meer, behalve een streepje licht onder de deur. Het licht ging niet meer aan. De krent in mij wilde mijn kostbare tijd hier nu niet aan besteden en ging voorzichtig in het zoute bad zitten. Pfoe, nu nog de klep dicht doen. Ik keek omhoog en nou ben ik best een lange slungel, maar de functie van spaghetti armen staat tegenwoordig uitgeschakeld, dus ik moest al glibberend weer gaan staan. Ik greep het handvat en probeerde al zittend dat kreng dicht te trekken, waarbij ik uitgleed en er met gestrekt been in ging. Maar huts, de klep zat dicht. En nou deden allebei de schouders tenminste pijn, zo was ik weer eens in balans.

Een houding zoekend begon ik te piekeren. Na deze baddersessie had ik nog 10 minuten om onder andere te douchen had de medewerkster mij verteld. Maar hoe dan? De laatste tijd geniet ik eindelijk weer van de douche. Voelt het niet meer alsof het hete water over mijn opengereten arm stroomt. Dus een gemiddelde sessie kost me zeker 20 minuten. Nu moest ik ook nog het licht weer aan zien te krijgen, mijn haren wassen, al mijn zooi nog opruimen en mijn water drinken. Laat los Joyce, probeer te ontspannen. Ik heb het geprobeerd. Als mantra in mijn hoofd ‘laat het los’ gechant. Misschien zelfs wel gefluisterd. Voor ik het wist begon het lampje in het ei te knipperen en hoorde ik iets zachtjes door de intercom. Euh hallo, ik heb volgezogen oordoppen in! Gauw pulkte ik ze eruit. Het boeide me niks wat ze te zeggen had, ik snapte zo ook wel dat het voorbij was, maar wellicht kon ze me vertellen hoe ik het licht in de oranje kamer weer aan kreeg. Lichtknop naar rechts draaien. Oke.

Eerst maar eens uit die nagebootste baarmoeder proberen te komen. Had ik al gezegd dat de kracht in mijn handen tegenwoordig vergelijkbaar is met die van een natte kamerplant? Ik kreeg dat dichtgezogen ei niet open. Ondertussen had Truus van de intercom dat ding al op spoelstand gezet. Nee, ik werd niet in een draaikolk het putje in gezogen, maar fris voor mijn nakomer vond ik het niet, dus gaf ik een beuk tegen het deksel en voor ik het wist hing ik over de rand met het zoute water in mijn mond en ogen. Ik kroop eruit en vloekend ramde en draaide ik aan de lichtknop. En toen was er licht. Ik geloof dat ik me niet helemaal aan die 10 minuten heb gehouden. Uiteindelijk ben ik vliegensvlug langs de lieve receptioniste gespurt en kwam ik dampend aan in mijn auto. Zuchtend ging ik zitten. God, wat was ik moe. Nu moest ik nog autorijden ook. Dit had ik niet goed overdacht. Thuis kroop ik op de bank met mijn warmtedekentje in mijn nek en vroeg me af of ik deze niet-enorm-positieve-review zou plaatsen. Ik had immers in mijn enthousiasme gelijk 3 bonnen daar aangeschaft…

Anyway, zou ik het aanraden voor nekherniastrijders? Tsja, met alles geldt, volg je eigen gevoel. Ik vond het in eerste instantie erg pijnlijk, omdat ik juist op mijn nek rustte. Totdat ik besefte dat mijn achterhoofd dieper het water in moest. Mijn armen langs mijn lichaam deed extra pijn. Helaas ging het nl pijntechnisch twee dagen weer wat minder goed. Ook ik heb dipjes . Het is niet ineens over. Het komt en gaat. Maar het is altijd wel ergens aanwezig. Toch geloof ik in mijn herstel. In mijn eigen tempo. Op mijn manier. Dus doe jij dat ook vooral. Ik ga op zoek naar een luxe float-locatie. Met iemand erbij. Die me weerhoudt van lompe acties.

Uitstulping tussen nekwervel C6 en C7

Omdat ik alles uitgeplozen wil hebben ga ik naar de huisarts met mijn MRI scan. Kan hij me uitleggen wat ik daarop zie? Dat mis ik en ik hoop dat zodra het inzichtelijk is, ik dit ook weer kan loslaten. Ik wil niks meer op mijn schouders hebben rusten. Alles loslaten. Op de scan zie je de lange donkere baan in het midden lopen (beenmerg), daaromheen zit een witte rand (vloeistof en vet) en die houdt de nekwervels op afstand van dat beenmerg. Bij de rode pijl zie je dat de witte lijn weg is en er weefsel/tussenwervel uitstulpt en in het beenmerg drukt ter hoogte van waar de zenuwen lopen die naar mijn arm uitstralen. Ik ben ‘blij’ dat ik er nu een plaatje bij heb. We hebben het over mijn herstel en hij is oprecht blij dat hij ziet dat het weer wat beter gaat. Of het wel verstandig is om volgende week weer volledig aan de slag te gaan? Vast wel. Rustig aan en anders weer een stapje terug. Ik ga dit namelijk overwinnen. Ik word het succesverhaal waar ik naar zocht op internet.

Want hè, I do it my way!

Deel

Nekhernia

doorPosted on 2 Comments10min. leestijd652 gelezen

Zodra een diagnose gesteld wordt, denk je dat Google je grootste vriend is. Ik zocht naar tips, positieve verhalen en mede-hernialijders. Dat laatste vond ik. In de vorm van horror verhalen (zinloze operaties, lijdensweg hier, ellende daar, niks helpt, etc). Dit was niet waar ik naar zocht. Dus schrijf ik dit voor mezelf en andere beginnende & zoekende hernia-strijders.

Het begon december 2018 met spierpijn in mijn linkerschouder & borstspier. Een hardnekkige pijn dit keer. Ik besloot rustig aan te doen in de kerstvakantie en lekker naar de Thaise masseuse te gaan. Ik zit wel vaker vast in mijn nek/rug en deze heldin krijgt het bijna altijd voor elkaar dat ik beurs, maar met mijn nek weer 360 graden draaiend naar huis zweef. Dat viel dit keer tegen. Dus ging ik nog drie keer. Ze gaf ook aan hoe vast mijn arm en hand zat en dat voelde ik goed toen ze er eens lekker met haar ellebogen overheen rolde. Alles voor een bevredigend resultaat. Dat bleef uit.

Advil & Naproxen hielpen niet. Spiergel van VSM ook niet. Ineens brandde daar een gloeilampje boven mijn hoofd. Ik had ook al een tijd hiervoor last van mijn spier die vanuit mijn bil aandacht trok tot aan mijn knieholte. Dat weet ik aan mijn slechte houding en dat het tijd werd voor nieuwe eetkamerstoelen, want nu zat ik met mijn weinige kontvlees op het hout. Kussen erop, stoelen besteld en door. Maar die gloeilamp zei; dat was ook

Hernia stoel ;-)
Mijn eetkamerstoel momenteel, zodat ik het een maaltijd volhoud

aan je linkerkant. En staan niet veel klachten synoniem voor iets psychisch? Blokkades, leerlessen, weet ik het? Dus belde ik mijn (spirituele) coach. Links staat voor het verleden. Uiteraard… Verder kwam het erop neer dat ik mezelf geen beter leven gun. Mijn leven kabbelt als een 7 gezapig door en ondanks dat ik daar erg dankbaar voor ben, mag ik ook groeien naar een 8. Dat is iets te kort door de bocht samengevat, maar ik kon er voor mijn gevoel dit keer weinig mee. Nog een keer gebeld, om eventuele blokkades op te heffen en verdere tips. Wat bij haar hielp als ze stijve spieren had; bijengifzalf, magnesiumpillen, Traumeelzalf en magnesiumzout voor in bad. De economie spekken is één van mijn hobby’s, dus vol goede moed slikte ik de megapillen en smeerde mijn pijnlijke linkerkant eens flink in. Niks.

Half februari toch maar eens naar de huisarts. Ik wil geen pillen, ik wil er ‘gewoon’ vanaf. Hij vond niks raars. Gewoon goed blijven bewegen, anders zou ik stijf worden. Dus ben ik lekker een muurtje gaan sauzen bij vrienden. De pijn was de dag erna een graadje erger geworden. Na mijn werk dacht ik verlichting te vinden bij de fysio. Hij dacht aan TOS (beknelling van een zenuw onder je eerste rib). Geef het beestje een naam, maar help me er vanaf. Of hij het mocht proberen los te trillen. Doe je ding. Op mijn buik liggen was al die tijd al niet te doen, maar het geduw en getrek aan mijn schouder vergde een uithoudingsvermogen waarvan ik niet dacht dat die verder op te rekken was. Daar kom ik van terug.

De nacht was een ware hel. De dag erna weer naar de dokter. Geef me A.U.B. wél pillen. Ondanks zijn bezwaren tegen slaapmiddelen, kreeg ik deze toch mee tezamen met het door mij gevreesde diclofenac (iets met Google en maagzweren). Ik stopte mezelf vol pillen. Ging in bad met een halve kilo magnesiumzout. Haalde Voltarengel, want dat scheen geweldig te werken. Niks geen verbetering. Zaterdagnacht ben ik 4 uur lang in een magnesiumbad gaan liggen. Ik kon in bed en op de bank geen houding vinden. In bad een beetje. Ik vulde het bad met mijn hete tranen en belde zondagochtend gelijk de huisartsenpost. Manlief reed me naar Zaltbommel. Ik heb gehuild, dat wil je niet weten. Mijn arm, mijn god, mijn arm, waar moest ik hem laten. De onbekende arts was niet onder de indruk, maar wilde wel Tramadol voorschrijven en verwees me door naar mijn eigen huisarts. Een hellenrit naar Den Bosch om daar mijn verlossende-pijn-pillen te halen. Niks geen verlichting. Niks.

Maandag zat ik weer bij mijn huisarts. Ik wil geen fysiotherapeut die mijn lichaam pijnigt, zonder te weten wat ik nou echt mankeer. Ik wil een MRI. Hij ging kijken waar ik het snelste terecht kon. Misschien over een week al in Tiel. AL? Tsja, andere ziekenhuizen hadden wachttijden van 1 tot 2 maanden voor de afdeling neurologie. Wist niet dat het daar zo populair is. Doe maar dan. En toen kwamen de goden/engelen die ik ’s nachts om hulp smeekte om het hoekje kijken. Er viel een afspraak uit en woensdag kon ik al terecht. Ik had een goede dag. Mijn vriendin ging mee. We hadden ruim de tijd om een medicatie-overzicht en patiëntenpas te laten maken. Het liep uit. Na een uurtje extra wachten, stelde de neuroloog weer de standaard vragen en deed ik weer de bijbehorende oefeningen. Die gingen mij prima af. Ik gaf aan dat de Tramadol niet hielp tegen de pijn. ‘Die moet je ook wel consequent slikken’, was het antwoord. Maar man wat krijg ik letterlijk jeuk van die rommel. En misselijkheid. En nachtelijke zweetbuien. ‘Oké, ik schrijf Oxycodon voor en je kunt een afspraak maken voor een MRI scan, dan zie ik je over een paar weken weer terug’. En ineens stonden we weer buiten. Ik voelde me eerlijk gezegd niet echt serieus genomen.

En hoezo over een paar weken? Gelukkig had ik wederom mazzel, ik kon de volgende dag al terecht voor een MRI scan en de week erop op maandag weer terug voor de uitslag. Dus dat viel mee. De MRI daarentegen vond ik een drama. Ondanks dat ik had aangegeven dat het mijn eerste keer was, werd er alleen wat over het harde geluid verteld. Stuntelig ging ik liggen. Hij stelde een radiozender in en weg was hij. De monotone toeter ging aan en ik voelde paniek opkomen. Begon het al? Maar lag ik wel goed? Mijn handen lagen op elkaar, kon ik die nog bewegen of kon hij daardoor heen scannen? Ik durfde me niet meer te verroeren. Geen idee hoe lang dit zou duren, maar ik probeerde me te focussen op de muziek en niet op de vlijmscherpe pijn in mijn schouder die strak op de harde plaat lag. Zachtjes huilde ik, terwijl de machine me een stukje verder de grot in trok.

Ineens was de man er weer, die klapte van alles weg, maar ik had het idee dat mijn schouder nog helemaal niet gescand was. Ik vroeg het hem. ‘Nee, alleen de nek is gescand’.
‘Maar de pijn zit in mijn schouder en arm,’ zei ik hulpeloos.
‘Op mijn briefje staat alleen de nek’, en daar kon ik het mee doen.
We reden terug naar huis en in de auto belde ik de afdeling neurologie. Die hadden lunchpauze! Doe dat lekker in shifts ofzo, jezus. Ik zat me helemaal op te vreten. Later aan de telefoon gaf een assistente door, dat het meestal vanuit de nek komt, dit soort klachten.
‘Ja, maar als dat niet zo is, moet ik dan nog een keer terug voor mijn schouder?’. Ik voelde me zo onbegrepen.
De dag erna belde de neuroloog me terug en legde uit dat als het iets in mijn schouder zou zijn, ze dat niet zouden zien op de scan en zij me niet verder kon helpen. De MRI was alleen om uit te sluiten dat ik een nekhernia zou hebben. Nou, als ze toch dacht dat er niks te zien zou zijn, hoefde ik daar maandag toch niet voor naar Tiel te rijden? Autorijden stond zeker in mijn top3 van pijngarantie. Prima, ze zou me bellen.

Misschien voelde ik me niet serieus genomen, omdat ik mezelf ook niet serieus nam. Hoe kan de buitenwereld zien dat het niet gaat, als ik gewoon doorga? Ja, ik was een week thuis geweest. Maar ik was daar klaar mee en ging maandag weer aan de slag. Waar ik al snel merkte hoe moeilijk het voor me is om niet te tillen, om hulp te vragen en aan te geven dat het niet meer gaat. Voor wie is die Pokerface? Wie houd je voor de gek?
De neuroloog belt; overduidelijk een nekhernia. Ik was bijna een soort van ‘blij’ dat ik mijn klachten niet verzon. Het was echt. Zo en wat nu? De oxycodon/morfine blijven slikken, eventueel aanvullen met paracetamol en verder moet het lichaam het zelf oplossen. Huh? ‘Ja, ik kan je ook doorverwijzen naar de pijnpoli, maar daar zit een wachttijd op van 6 tot 8 weken, waarschijnlijk is het tegen die tijd wel over.’
‘Schrijf maar in, ik kan altijd tegen die tijd nog afzeggen.’ Verdwaasd hing ik op. Nou was ik ook half stoned van de oxycodon. Maar even serieus, een nekhernia?

Bij een nekhernia puilt een tussenwervelschijf tussen een van de nekwervels uit. Dit staat op internet. Nou dacht ik dat mij was uitgelegd dat het gaat om weefsel tussen de nekwervels dat uitstulpt en op een zenuwwortel drukt. In mijn geval tussen wervel C6 en C7. Wat moet ik hiermee? De fysiotherapeut belt. Hij geeft zelf eerlijk aan dat voor behandelen en niet behandelen dezelfde herstelperiode staat. Het enige verschil is, dat als hij me behandelt, ik onnodig extra pijn zal lijden. Hij geeft me nog wel de tip om mijn zorgverzekeraar te bellen, die kunnen bemiddelen bij de wachttijd bij de pijnpoli. Ook spreek ik nog met mijn huisarts, want als die uitstulping er zit, hoe gaat hij dan ‘ineens’ weer weg? Zijn verhaal was dat zodra de uitstulping de zenuw raakt, mijn lichaam gaat reageren. De zenuw zwelt op en er wordt ontstekingsvocht aangemaakt. Als het lichaam gaat wennen aan de uitstulping, zal de zwelling minder worden en het vocht verdwijnen. De zenuw kan compleet gaan wennen aan de uitstulping en in sommige gevallen verdwijnt de uitstulping. Of hij wordt groter. Dat kan natuurlijk ook…

Het is gewoon niks voor mij om af te gaan zitten wachten. Maar de pijn dwingt me een stap terug te doen. Het voelt alsof er met een brandende hand in mijn borstspier wordt geknepen, een bot mes vanaf bovenaf in mijn schouder wordt geboord en over mijn arm, met name bij mijn elleboog lijkt mijn zenuw bloot te liggen. Mijn huid schaaft daar als schuurpapier constant overheen. Daarnaast zijn er tintelingen, misselijkheid, hoofdpijn en nu zelfs buikpijn. Want de oxycodon stopt mijn pijn niet, maar wel mijn stoelgang. Ik besluit te stoppen met deze rommel, maar neem dankbaar de zakjes Macrogol en Electrolyten aan van mijn

Naast rommel, probeer ik ook op een natuurlijke manier de poep-blokkade op te lossen en maak een cocktail van verse jus d’orange en olijfolie. Baat het niet…;-)

collega’s, zodat ik binnenkort weer normaal naar de wc kan. Niet alle pijn is er tegelijkertijd. Soms wel. Af en toe vergeet ik het en draai ik me verkeerd en als de bliksem door mijn arm schiet, komt mijn soort van Gilles de la Tourette omhoog waarbij AUKUT favoriet is. Soms denk ik dat ik vooruit ga, want hé mijn duim doet vandaag geen pijn meer bij het omslaan van een pagina. Alleen is nu wel mijn wijsvinger zo goed als dood. Joyce, wees nou even serieus. Je hebt een nekhernia. Geen krampje. Ga je ernaar gedragen. Ga leren je grenzen aan te geven en te luisteren naar jezelf. Naar je lichaam. Neem jezelf serieus. Dus ik besluit een paar uur per dag minder te gaan werken. En ik neem de stap om de zorgverzekeraar te bellen. Ja, dat is een drempel. Want ik heb het gevoel dat ik voordring bij iemand die misschien wel meer pijn heeft. Maar ik geloof dat alles gebeurt met een reden. Ik denk dat ik mezelf nu op 1 moet zetten en even niet aan een eventuele ander moet denken. De aardige mevrouw bij Univé gaat mijn verzoek indienen. Kleine stapjes vooruit.

Worstelend met al het pillengeslik, mijn gevoel invalide te zijn, dat anderen denken dat ik me aanstel (of ben ik dat gewoon zelf?), ga ik het internet op. Ik voel me zo eenzaam in dit proces. Ik zoek herkenning. Wat een hoop narigheid lees ik, dat geeft de burger geen moed. Ik typ nekhernia in bij Facebook en lees het 4-weken oude verhaal van iemand. Brutaal stuur ik haar een bericht, zij is al een stuk verder in het proces, misschien heeft zij nog tips? We beginnen te chatten en ondertussen sluit ik me ook aan bij een lotgenoten groep op Facebook. Wat me het meeste opvalt is de verschillende verhalen van iedereen. Verschillende adviezen, zoveel soorten medicatie en iedereen reageert er anders op. De een slaapt graag zonder kussen, ik niet blijkt, maar misschien is een waterkussen wat? Bol.com reviews geven aan dat het koud is. Nee kou kan ik nu niet gebruiken. Een ander heeft baat bij … Zo merk ik langzaam dat iedereen zijn eigen verhaal heeft. Dit is mijn verhaal. Geen wijsheden of advies. Want jij en ik, we hebben allebei een hernia, maar zijn een ander persoon. Waar ik wel wat aan heb is de pijn-meditatie die ik via mijn chatmaatje heb gekregen. Hoewel ik niet alles volg wat die man zegt en ik niet in een wakkere houding ga liggen, maar het gebruik om mee in slaap te vallen, helpt het me soms echt ontspannen. Hierbij het mediabestand ‘Oplossen van pijn’ van Gijs Tecklenburg:

Lieve coach, lieve mezelf, ja ik wil een beter leven. Een leven waarin ik een volle nacht slaap en geen pijn meer heb. Ik ga er hard (of juist zacht) aan werken. Ik ga mezelf verder verdiepen in floaten, want dat lijkt me toch wel erg ontspannend. Ik pak mijn rust en eindig elke dag met minimaal drie dingen waar ik dankbaar voor ben. Voorbeeldjes;

– De lekkere crème die ik mezelf gunde en de hier veel geziene Postnl bezorger mij mee kwam verblijden (tip; gun jezelf wat leuks)
– Het bericht van Univé dat de Optimal Care Pijnkliniek in Rotterdam het snelste plek heeft en ik een afspraak heb gemaakt voor 18 maart (ipv 23 april in Tiel) (tip, bel je zorgverzekeraar voor bemiddeling)
– Gelachen vandaag, met mijn gezin, maar sowieso om mijn dagelijkse portie instagram-grapjassen (@diwmotz, @thebestsocialmedianl) (tip; zoek bewust dingen op waar je wel blij van wordt)

Zo sluit je een kutdag toch positief af. En lukt dat niet? Huil!  Dat lucht ook op. Morgen weer een nieuwe dag, dichterbij onze genezing!

Deel

Jeepsafari

doorPosted on 1 Comment5min. leestijd166 gelezen

Daar sta je dan, lichtelijk (om je heen kijkend of niemand het ziet) beschaamd, te wachten op een terreinwagen vol reclame. Zelfs je hand opstekend (alsof het een taxi is) als er één voorbij komt scheuren. Onze chauffeur komt iets te laat aangeraced. Ziet eruit als smeagol met een paars Adidas shirt. Hij brabbelt wat (Hello precious?) en trekt de kofferbak open. Instappen maar. Het is een soort laadruimte met bankjes met  skyleren zittingen. Een prettig vooruitzicht als het dan al 33 graden is. Als varkens die naar de slachtbank gaan kruipen we erin.

Voor ons zit een Engelse moeder met haar al even Engelse dochters. Hello there. Voorin zit de chauffeur en blijkbaar zijn we compleet. Raar, ik dacht dat Harm zei dat we met z’n tienen in dit vehikel zouden zitten. Ik zal er niet om klagen. Het gaspedaal stevig indrukkend beginnen we de tocht. We rijden rap door de straten van Paphos en af en toe grombelt Gabriel (niet de engel, maar onze chauffeur) wat informatie. We leunen allemaal naar voren om zijn slechte Engels proberen te interpreteren, maar ik geef het al gauw op. Te warm. Bij elk woord wat er uit hem komt, schreeuwt Luc ‘wat zegt hij, wat zegt hij?’. Geen idee, zeker niet als jij er tussendoor kletst en de wind door de raampjes giert.

Jeepsafari LucOh, die wind. Wat klinkt dat als een heerlijk verkoelend briesje. Maar wat er werkelijk door alle raampjes naar binnen stootte was hitte. Verzengende hitte. Alsof er een hand zand met zout omhoog werd gegooid en met drie föhnen naar binnen werd geblazen. Op de heetste stand. Ik wist niet eens dat ik kon zweten vanuit mijn knieholtes. Alsof er een kraantje werd open gezet.

Smeagol aan de telefoon. De Engelse moeder begreep eruit dat hij twee mensen vergeten was en we terug moesten. Met piepende banden keert hij om en laat een bouwvakker als een oranje stipje in een zwarte wolk uitlaatgassen verdwaasd achter zich. Ik zie nog de gezichtsuitdrukking van het oranje vestje. Ik hoopte dat hij mij niet zag door die wolk. Ik ben hier niet. Ik hoor hier niet bij.

Lina ligt ondertussen als een godin op het bankje en Harm en ik fantaseren hardop dat ze zo tegen de harige, bezwete witte bierbuik van een Engelsman aan moet liggen. Ah, die gruwel op haar gezicht, daar doe je het voor. In werkelijkheid zijn het twee ondefinieerbare vrouwen, spierwit, waarschijnlijk moeder en dochter. Afkomst onbekend. Ik dacht Engels, maar Lina gokte Pools. Of Russisch. Ik had niet de behoefte om het te vragen.

De achterstand proberen in te halen, vlogen we over de weg. Het oranje (nu half zwart geblakerde) mannetje zag ik al op voorhand in het gat in de grond springen. Wijs besluit. Uiteindelijk belanden we bij nog twee eensgezinde wagens volgepropt met randdebielen. Eenmaal buiten begint de leider van de roedel (Zijkos, Zakkies, Zikanos o.i.d.) zijn welkomstpraatje. Leuke kerel, spraakzamer en verstaanbaarder dan onze bestuurder.

We bezoeken een bananenplantage, de sea caves, Lara bay (schildpaddenstrand zonder schildpadden) en stoppen abrupt op een bergtop in een stofwolk. De bestuurders stappen uit en beginnen aan takken met gele bloemetjes te rukken. Door onze luchtgaten worden ze naar binnen gepropt. Ruiken. Ahh, beschuit met muisjes, ik heb er meteen trek in. Likkend aan de stengel leer ik dat van anijs ook Ouzo gemaakt wordt. Je steekt nog wat op ook, op zo’n dag.

Wanneer we stoppen bij een plek waar Turkse Cyprioten weer huizen gaan bouwen tussen de Griekse kant en daar uitleg over gegeven wordt, grijp ik mijn kans en schiet ik een leegstaand schuurtje in om mijn bikini aan te trekken. Tussen de keutels en de stro. Zonder deur. Alsof ik niet genoeg uitdaging in mijn leven heb.

Een man in een tanktop trekt deze gehele uitdaging slecht en vraagt of er een taxi kan komen. Euh, op deze ongeasfalteerde berg? Nee, dat kan niet. Ik snap de kale kerel wel. Je voelt je als een tennisbal in een droger vol klam wasgoed. Wat elke keer bijna van de afgrond afdondert. Meneer heeft hoogtevrees en tja, echt veilig voelde niemand zich op de smalle bergpaadjes vol gesteente met diepe dalen naast je. Alle kanten werd je op geslingerd. Ik hield me goed vast aan de reling voor me en trok daarbij af en toe een pluk haar uit een van de Engelse dochters voor me. Ze gaf geen kik. Ik denk dat het in het niet viel met de totale rit, of ze was weer eens flauw gevallen (daar begon de dag al goed mee). Iedereen had zo zijn ontberingen. Bij scherpe bochten had ik ook af en toe innig contact met de Poolse/Russische moeder die in mijn nek schoot en daar vastplakte. Met haar elleboog.

Helemaal geradbraakt, bezweet en met een bos piekerig strohaar kwamen we daar waar het ons allemaal om te doen was; The Blue Lagoon. Alsof je in een verkoelend zwembad stapt met turquoise geschilderde wanden. Zo zie je het alleen in boekjes, op tv of als je zes filters over je foto gooit. En nu dreef ik daarin. Zelfs even met ons duikmasker op zoek gegaan naar visjes. Harm lachte zich kapot toen ik hijgend door dat masker enthousiast probeerde duidelijk te maken dat ik een vis had gezien. Een witte. Daar knapt een mens van op. Vervolgens nog een kudde zwarte visjes gespot en toen bleek iedereen al weer terug in de auto’s te zitten. En wij nog op het gemakje naar de kant zwommen. Glunderend.

Vissen blue lagoon
VISJES!

Ja, we zijn ook nog wezen lunchen (met bruine garnalen, ijs wat smaakte naar parfum en Souvlaki voor Harm die 10 minuten voordat we vertrokken werd geserveerd), aan een dooie tak tijm geroken, naar het bad van Aphrodite en zwemmen in het ijskoude water bij de waterval van Adonis. Leuk, echt, maar die Blue Lagoon…mijn hoogtepunt van de dag.  ‘S avonds in het zwembad zwom ik met mijn pijnlijke zak botten richting Harm.
‘Lieverd, gaan we ooit samen nog eens terug naar de Blue Lagoon? Echt duiken, met van die gasflessen op onze rug?’
‘Tuurlijk schat, maar zullen we eens gek doen en dan gewoon een zuurstoffles gebruiken?’
🙂

Deel

Hoe het zover kwam…

doorPosted on 1 Comment3min. leestijd233 gelezen

Toen we vorige week op Cyprus voor het eerst met ons autootje gingen touren zagen we ook een andere manier.
Denk aan China en hun metro’s die in de spits letterlijk vol gestampt zitten met mensen. Van die mannen met een belangrijk petje op (en vast ook een fluitje om) die Chineesjes opstapelen en aandrukken in een coupé en daar de deuren dan omheen vouwen. Nou dat beeld, maar dan in jeepvorm.
Zo’n blik sardientjes op wielen met volgevreten zwetende toeristen die half uit het raam puilen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd geldt hier zeer zeker niet. Wij keken ze smalend na. Dit doe je toch niet vrijwillig? De rode hoofden nakijkend zetten we de airco nog wat hoger en genoten van onze beenruimte. Wij zouden die toeristische hoogtepunten zelf weleens bezoeken. Want zo zijn we dan weer wel.

Ik bedoel, stel nou dat drie keer (naakt, klein detail) om de rots van Aphrodite heen zwemmen echt eeuwige jeugd brengt? In het kader van de toenemende grijze haren en rimpels is dat zeker het proberen waard. Navigatie op Harm zijn telefoon aan en gaan.

Cyprus zee

Eerst komen we nog langs een mooi strandje, daar moeten we wat foto’s maken. Want wie weet is het water morgen ineens niet meer zo helder turquoise. Nou, daar krijgt een mens dorst van, de aanblik van zo’n bak met fris water. Een wrap gaat er ook wel in. Oké, de kip was zo taai dat ik er mijn vullingen op kapot beet (bijna), maar we konden er weer tegenaan. Op naar mijn nieuwe bestie; Aphrodite.

Hmmm, die telefoon snapt de locatie van de godin niet helemaal, maar goed we zouden eventueel technisch gezien kunnen concluderen dat al die toeristenjeeps daar ook naartoe gaan. Laten we het erop houden dat we het gevonden hebben.

We lopen een houten vlonder op en zien links en rechts een grote rots uit het water steken. Tja, op de linker staat een kruis en er zwemmen verdacht veel mensen omheen, als een haai om een stuk prooi. Geen naakte luitjes voor zover ik dat kan beoordelen, maar het zal de rots van Aphrodite wel zijn. Het idee op zo’n houten plateau strookt niet helemaal met ons bedachte plaatje. Er loopt wel een lange trap naar beneden. De kinderen hangen niet bepaald kwiek tegen de leuning. ‘Zullen we gaan?’, oppert er eentje, niet doelend op een voettocht in de hitte naar het strand vol Aphrodite zoekers.

Nou oké, het hoogtepunt van de dag moest toch de Blue Lagoon worden. Die naam zegt alles. Doe je ogen dicht en je mijmert over het helderste water wat je ooit gezien hebt, ruisende palmbomen en een chemisch blauwe cocktail met parapluutje. Harm zijn telefoon was wel bijna leeg en de kinderen waren al iets te lang afgesloten geweest van WiFi, dus we moesten wel snel wezen. Grote borden met pijlen of iets in die trant was handig geweest, maar ook hier hielpen de jeeps ons uit de brand. De weg was alleen niet geasfalteerd. Nou houdt ons dat zelden tegen. Maar toen de auto gevaarlijk kantelde en bij het grip krijgen met de stenen op het wegdek hoorden we zo’n harde BONK, dat we toch maar besloten onze borg van de huurauto niet op het spel te zetten.

Met de staart tussen de benen dropen we af. De volgende ochtend boekten we een jeepsafari…

Wordt vervolgd…

Deel

Start van de vakantie

doorPosted on 3min. leestijd127 gelezen

25-7-2017

De koffers worden al een week aangevuld, maar vandaag is de finishing touch. Alles wordt ingesnoerd en aangestampt. Eenmaal dicht blijken alle koffers en handbagage overgewicht te hebben. Obesi-tas…

De komende uren ben ik aan het herverdelen en neem ik afscheid van zes paar boeken (ja ik lees graag old-skool), een pot nutella, twee verpakkingen jodekoeken en zonnebrand met glitters. De glans van het inpakken is er nu wel af.

Harm steekt zijn hoofd om de hoek als hij mij met een pruillip sultana’s en een pak crackers uit een koffer ziet plukken. Hij gaat met alle koffers op de weegschaal, maar mijn acties hebben nog niet het gewenste resultaat. Koffers weer open. Harm kijkt kritisch en gaat vernuftig met zijn hand langs de randen. Daar treft hij een tigtal koffieleutjes aan. Als een drugshond met een flinke buit kijkt hij me aan ‘Koffiekoekjes? Serieus? Je lijkt mijn moeder wel!’
Een goed begin van de vakantie, kan ik je zeggen.

Voordat iedereen over me heen valt dat ik deze zooi allemaal mee neem op vakantie en dat je juist als een local moet eten of dat je die spullen daar ook kunt kopen, ik kan mezelf verdedigen;
A. Het is in Nederland goedkoper.
B. De gezinsleden die mij hier het hardste om uitlachen, zijn toch altijd blij als ik ineens rond voedertijd een bus Pringles uit mijn tas tover.
C. Heimwee. Als ik de koffers uitpak en mijn vertrouwde spulletjes opberg in een te kleine kast in een vreemde kamer, voelen dit soort dingen als thuis.

En en en en en (waarom verdedig ik mezelf eigenlijk?), vorig jaar mocht er 30 kg per koffer in het ruim, dit jaar maar 20 (die koffer weegt dat al bijna van zichzelf). Dat is gewoon 20 kg aan bagage minder. Dat moet ik zien kwijt te raken in een paar luttele uren. Terwijl ik alleen maar meer spullen kan bedenken om mee te nemen (nee, mijn reisstrijkijzer laat ik al jaren thuis, die weegt als lood, ik dacht meer aan mijn stijltang. Ik heb het bij de gedachte gelaten).

26-7-2017

We vliegen pas om 14.00 uur, maar vertrekken uit ons pittoreske dorp om negen uur. Mooie tijd. Zo hebben we op Schiphol ook nog genoeg tijd om bij Victoria’s Secret te kijken. Als Lientje en ik eindelijk een keuze hebben gemaakt (hallo, het is SALE!!), komt er net een vent voordringen met 150,- aan slipjes en body-mist voor moeder de vrouw. Superschattig natuurlijk, maar dat moet ook allemaal ingepakt worden. Eer wij weer op onze ontmoetingsplek bij de mannen zijn gearriveerd deelt Harm redelijk kalm mee dat we nu nog 5 minuten hebben voor onze gate sluit. Ik denk altijd dat dat wel mee zal vallen, maar het gas wordt erop gezet. Niet geheel onlogisch, aangezien we bij Gate 1 staan en we naar Gate 56 moeten. Tegen mijn natuur in heb ik gerend. Gezweet. Mijn teen kapot geschuurd. Uiteindelijk hijgend aankomen terwijl iedereen ons in de rij verbijsterd aan kijkt. Ja, ik weet ook niet wat ons bezielde.

Uiteindelijk ploffen Harm en Luc in het midden van het vliegtuig neer en Lina en ik helemaal achterin (iets met vooraf reserveren, non communicatie en geldklopperij #Transavia). Eerst leek het me wel handig zo dicht bij de wc te zitten. Ik zette het op een drinken, maar hoefde teleurstellend genoeg maar 1 keertje. De rest van het vliegtuig helaas ook. Die staan dus in een opstopping naast je stoel en dat afzuigende geluid is ook niet alles.

De busreis is ontspannender…
Mijn ene oor zit dicht, dus ik probeer te doen alsof ik daardoor het gekrijs van de peuter achter ons maar voor de helft hoor. Ondertussen zit Luc als een stuiterbal voor me en Lina kakelt naast me. Ik heb nog niks fatsoenlijks gegeten en ik voel me lichtelijk overprikkelt.

Dit verzin je niet

Het is al donker als we de koffers in ons huisje mikken, slippers aantrekken en een restaurantje opzoeken. We zijn op Cyprus en belanden bij een Mexicaan. Lina straalt achter een bord nachos en terwijl Luc wacht tot zijn pizza is afgekoeld vermaakt hij zich luidruchtig. Denk aan; buikspieroefeningen op de grond, koprollen op de bank en eenzijdig tikkertje spelen met de obers. De oberin (hoe noem je een vrouwelijke ober?) probeert onze tafel in het gareel te houden door ons sombrero’s op te zetten en een foto te maken. Dan weet je zeker dat je vakantie is begonnen…

Deel

door

Moederdag 2017

doorPosted on 1 Comment4min. leestijd179 gelezen

Moederdag vorig jaar. We gingen op pad. Naar het strand, naar moeder & schoonmoeder, maar dat alles met vertraging, door een fiks ongeluk. Laten we dit jaar lekker thuis blijven.

Zodoende.
De dag begon wat vreemd. Harm die het nodig vond om om 7 uur te gaan sporten. Uit mijn slaap gerukt, kwam ik overeind. Wat hoorde ik toch? Alsof een vogelachtig wezen bezig was met bevallen/paren/doodgaan. Tegen mijn raam. Elke keer dat ik dacht dat ik nu toch echt moest gaan kijken viel het stil en uiteindelijk werd er niet meer gevochten/gestreden/geleden en hoorde ik een vrolijk geroekoe. Happy End. Ik hou ervan.

Na het douchen werd beneden een feestontbijt bereid. Ik zat nog niet koud aan tafel of het was tijd voor mijn lied. Zachtjes las Luc het eerste versje op. Mijn moederhart smolt zelfs van deze van internet geplukte woorden. Want de knuffel erna kwam oprecht van mijn ventje. Harm spoorde hem aan ook het tweede liedje te zingen.
Tsja, waarom de meester zoiets wanstaltigs van het wereldwijde web heeft uitgekozen is mij een raadsel. Ja, ik hou van vreemdigheid, gekke woorden, kronkels, alles. Maar spelfouten en mij vergelijken met een pinpas? Bijzonder. Ik vond het nu prima dat Luc deze woordenbrij snel en emotieloos oplas. Ook kreeg ik een tissuedoos in de vorm van een bij geknutseld, omdat ik zo BIJ-zonder ben. Hoe schattig.

Het tweede versje

Lina zat naast me te popelen om haar cadeautje onder mijn neus te drukken. Letterlijk. Een paar weken geleden moest ik er al aan ruiken. Nou vertrouw ik haar PRANK gedrag niet altijd, maar het zakje van Lush stelde me gerust. Vandaag mocht ik het eindelijk open maken. Whoehoe een badbruisbal met het woord MAM erop. Van Harm kreeg ik nog een enorme doos met chocolaatjes van een geliefde chocolatier en na al dat zoets kon ik mijn tanden zetten in een beschuitje met aardbeien en slagroom. MMM.

Ik hoor je denken, so far so good? Juist, totdat ik dacht dat het misschien een goed idee zou zijn om naar Ikea te gaan. Ik wil een fotowand met allemaal dezelfde lijsten en als iedereen bij zijn moeder/schoonmoeder/oma zat, konden wij rustig door de paden lopen, toch? Oké, dat was dom. Rustig lopen is sowieso een utopie wanneer Luc je met een geel steekwagentje op de hielen zit. Wanneer hij deze terug moest zetten, vond hij algauw een grote lompe kar waar hij al skateboardend mee door de ruimtes probeerde te sjezen. Wel irritant al die mensen die voor zijn voeten liepen. Zucht. Harm vroeg zich al af voordat we de winkel in gingen, of we niet gewoon meteen naar de afdeling met lijsten konden gaan.
Domme vraag Harm. Domme vraag.
Natuurlijk kan dat niet.
Inspiratie opdoen. Overal aan voelen. Ruiken. De echte Ikea geur opsnuiven zoals Lina het noemde. Het rook meer naar kartonnen doos, maar ieder zijn beleving.

Harm klaagde niet. Het is moederdag. Dan staan daar lijfstraffen op. Of iets dergelijks. Lekker hoor. Hij sjokte van het ene pad naar het andere, totdat ik hem een keuken in trok. Want onze keukenmuur is kaal nu ik het bordenrek heb weg gehaald. Ik wil een zwevende strakke plank, maar ik vertrouw onze gipsplaten muur niet.
Ooit eerder heb ik zo’n zwevende plank van Ikea gehad. De Lack. Dat zwevende nam hij erg letterlijk, want mijn bloempotjes zweefden er zo vanaf. Dat was natuurlijk niet de bedoeling met mijn kookpotten en andere rommel die ik op zo’n zelfde plank in de keuken wilde stallen.
Maar kijk Harm, hier in deze keuken hangt hij recht.
Harm pretendeerde alsof hij geïnteresseerd was.
Keek er even onder.
Omdat ik natuurlijk overal verstand van heb, gaf ik aan dat hier vals werd gespeeld, want hij zat bij deze ook aan een zijmuurtje vast. Logisch dat al die borden en glazen er strak op staan.
Maar kijk Harm, aan deze kant zit hij niet vast. Zou daar speling op zitten? De hoek van de plank geeft wel iets mee…

BAM!
KlABATS. KLETTER. KRAK. KRRGGGHH. ALLES.

Alles op de grond. Ja hoor, zelfs de dikke hotelglazen waarvan ze volgens mij beweren dat ze niet stuk kunnen, lagen gebroken op de grond.
Harm staarde me verbijsterd aan.
Voorzichtig probeerde ik mijn mondhoeken in een verontschuldigend glimlachje te buigen.
Streng werd ik aangekeken. Ik zag zijn ogen denken: ‘ECHT?’. ‘SERIEUS?’
Lina was gewoon 2 seconden stil vanuit haar mantra ‘kijk mam daar wat leuk, oh dit is echt gaaf, nee dit dan, die kussentjes…’. Maar algauw hervatte ze zich ‘mam, ik schaam me echt kapot, wat doe je?’.
Euh, tja…

Gelukkig was daar de Ikea–engel. Ze excuseerde zich en ik probeerde uit te leggen dat ik van die plank af had moeten blijven en verontschuldigde me. Ze wilde er niks van horen. Die plank zat blijkbaar niet goed vast.
Kijk daar had ze een punt.
Waar was Harm? Dit moest hij horen. Iets in zijn blik zei me dat hij het niet helemaal eens was met de ‘slecht-opgehangen-plank’-theorie. Ik stamelde nog vijf keer sorry tegen de medewerker en stapte uit de brokstukken.
Met niet eerder ontdekte stevige tred bleek ik door de Ikea te kunnen stappen.
Ik denk dat erop uitgaan met moederdag een slecht idee is.
Volgend jaar blijf ik thuis.
In bad. Met Lush, chocolaatjes & tissues.
Meer heb ik toch eigenlijk niet nodig 😉

Deel

Lesbos

doorPosted on 5min. leestijd166 gelezen

Lesbos Joyce schrijftTerwijl ik dit schrijf kijk ik uit over een Titanic-achtige reling, begroeid met exotische bloemen en een uitzicht op zee, zoals je ze ziet in reisbrochures. Ik zit beschut in ‘ons’ prieeltje en de warme wind streelt mijn gezicht. Mijn gedachten gaan terug naar begin januari.

Harm en ik keken elkaar blij aan op de bank. De vakantie was geboekt. Dit keer geen volle zwembaden met dobberende Duitsers en volvretende Russen (oftewel all-inclusive), maar een ‘Eliza was here’ plekje via Sunweb Secrets. Witte sfeervolle kamers, natuurtinten, Cocomat bedden (gevuld met paardenhaar en de snorharen van een ezel oid, ik hou ervan) en dan natuurlijk het adembenemende uitzicht. Dit pareltje bevond zich op Lesbos, voor ons nog onbekend gebied.
lesbos

Niet lang daarna werd het eiland voor ons bekender, als zijnde dichtstbijzijnde EU (ei)land voor vluchtelingen om naar toe te vluchten. Weg was de voorpret.
Ik zag mezelf al zitten met een cocktail aan het strand terwijl er imaginaire dode kindjes rond mijn voeten aanspoelden. Hard? Overdreven? Misschien, maar je begrijpt waar ik heen wil. Niet meer naar Lesbos in ieder geval. Hoe kan ik daar genieten van mijn luxe vakantie, als ik weet dat er op hetzelfde eiland mensen aankomen die vluchten voor oorlog? Dat ik voor mijn plezier in dezelfde zee dobber, als die waarin zoveel tragedie schuilgaat? Omdat ze hoopten op een betere toekomst. Dat er echt geen andere keuze is dan alles achter te laten en voor veel geld in een gammel bootje stappen. Met je kindjes. Zonder dat je kunt zwemmen. Vluchtend voor de hel. Met het risico dat je nooit zou aankomen in een betere wereld. Hoe zou ik dat kunnen negeren?

Ik neem contact op met Stichting Bootvluchtelingen.
‘Wat hebben jullie nodig?’
Het antwoord is simpel: ‘Hier op vakantie gaan helpt al enorm.’
Dat snap ik, want het eiland mag dan volstromen met vluchtelingen, toeristen blijven daardoor weg. Beschaamd denk ik dat als ik een keuze had gehad, mijn vakantie wellicht ook had geannuleerd. Dat is natuurlijk je kop in het zand steken en hypocriet. Daarom voel ik de behoefte om iets te geven. Mijn hulp gaat niet, want ik ben niet alleen hierin. En Luc vind ik hier nog te klein voor. Wat dan?
‘Zonnebrand, kinderzwemkleding en heren zomerkleding & ondergoed’, is het antwoord.

In mijn hoofd visualiseerde ik er al een extra koffer bij. Maar naast de aangeschafte zonnebrand en ondergoed zijn de westerse mannen zo weldoorvoed dat er bijna niet aan smalle maten te komen is. Maar met wat ik verzamel kan ik toch 1/3 koffer vullen. De rest van onze spullen vouw ik hier vakkundig omheen.

Eenmaal aangekomen op het prachtige eiland dragen we ons steentje over aan Elly met wie ik vanuit Nederland contact heb gehad. Ze geeft aan dat veel van de bewoners van Lesbos klaar zijn met de vluchtelingen. Door wat de media ons voorschotelt zit het eiland nu bijna zonder toeristen. Zelfs enkele hulporganisaties schetsen een extra negatief beeld om meer geld te ontvangen. Gevolg is dus dat restaurants en hotels half vol zitten of soms gewoonweg niet anders kunnen dan sluiten. Wij zijn dit jaar dan ook echt ver weg van het massatoerisme. Heerlijk voor ons, maar killing voor de inwoners die hier leven van toerisme.

Elke avond kozen we omstebeurt een ander restaurant. Op de dag dat Lina koos om te eten bij een Nederlands tentje, hoorden we hoe de eigenaren het ervaren.
Schijnbaar zijn er ook (economische) vluchtelingen die hun boot net voor aankomst kapot hakken. Zo zijn ze extra zielig voor de fotografen die aan wal stonden om dit vast te leggen. Dat de mensen die uit angst vluchten in datzelfde bootje zitten (zonder reddingsvest) maakt de gelukszoekers niets uit.
Ze overleven het niet.
De Hollandse vrouw zegt bijna emotieloos dat ze van haar part allemaal mogen verdrinken. Verbitterd kruipt ze in haar slachtofferrol en druipen wij af naar buiten. Ik probeer de bruingrijze drek uit de zelfgemaakte kroket weg te werken, maar de brok in mijn keel verhinderde doorslikken. Dat het smaakte naar opgewarmde rattendarmen, hielp ook niet.
Oplossingsgericht als Harm en ik zijn, zien we legio mogelijkheden om de voorbijlopende toeristen naar binnen te lokken naar deze nu troosteloze, sfeerloze en harteloze zaak. Maar hoe makkelijk is het om de totale schuld bij een vluchteling in zijn natte schoenen te schuiven.

Griekse tekens boven de ingang van mijn favoriete restaurant
Griekse tekens boven de ingang van mijn favoriete restaurant

Wanneer ik die week een restaurant uitzoek op een berg met wederom een adembenemend uitzicht, hebben we daar wel met de eigenaren te doen. Terwijl wij de lucht roze zien worden, zijn er maar twee andere stellen die daar ook van genieten. Zo weinig tafeltjes bezet op zo’n geweldige locatie. Met een vreselijk nederige ober voelen we ons opgelaten. Maar het echte Griekse eten is vol van smaak en we zien de zon langzaamaan verdwijnen. Normaal zou je dit plekje verborgen willen houden voor jezelf, maar nu niet. Ze hadden namelijk ook nog de pech dat de stroom uit viel. Zo sneu en niet verdiend. Dus serieus, ga er eten als je op Lesbos bent (geen idee hoe het er heet, ze hebben namelijk allemaal de naam Taverna en wat Griekse kronkels erbij staan, maar het ligt in Petra de weg op richting de bergen).

De foto die voor mij alles zegt over deze vakantie. De verslagenheid van de eigenaar aan het tafeltje. De prachtige olijfbomen en uitzicht.
De foto die voor mij alles zegt over deze vakantie. De verslagenheid van de eigenaar aan het tafeltje. De prachtige olijfbomen en uitzicht.

Het eiland is namelijk echt een aanrader. Zeker ook de locatie (www.littlebirdlesvos.com) waar wij verbleven. Met super lieve eigenaren. De man bracht me s’ochtends verse vijgen uit de tuin en de laatste avond kletsten we nog met ze over het eiland. De vluchtelingenkwestie. Zij hebben ook een tijd hulpverleners onderdak geboden. Met liefde. Zonder bitterheid over de terugloop van vakantiegangers. Ik vertelde de mooie vrouw hoe bezwaard ik me eerst voelde om hier op vakantie te gaan, terwijl er zoveel mensen lijden. Zij was ouder en wijzer. Want ze had gelijk toen ze me vertelde dat er waar je ook heengaat ter wereld, er altijd rijk en arm zal zijn. Geluk en pijn. Oorlog en vrede.
Dat je dan maar beter kunt genieten van je eigen leven. Van vakantie. Dat heb ik gedaan.
Ik heb mijn ogen niet gesloten, maar volledig de kost gegeven.
Lesbos view Joyce

Deel

door

Cliniclowns

doorPosted on 2min. leestijd173 gelezen

Door Harm zijn werk kunnen we soms bij bijzondere evenementen aanwezig zijn. Zo sponsorden ze appeltjes aan het Circus van de Cliniclowns. Of we daarbij wilden zijn? Het woord circus deed me overstag gaan. Ik heb verder niets tegen de Cliniclowns hoor, integendeel. Mensen met een rode neus zijn meestal beregezellig. Alleen hoe zou het zijn om compleet gezond de wereld van de kindjes met een beperking binnen te stappen? Geen idee waarom ik me daarover schuldig voelde. Maar toch. In mijn hoofd klonk een stemmetje dat fluisterde woorden als ‘uit je comfortzone stappen’, ‘iets in een groep doen’ etc.

Cliniclowns circusIn Dordrecht stond een geweldige tent waar we welkom werden geheten en ingedeeld in team rood. Ieder een sticker met onze naam erop, voelde heel persoonlijk. Zo slim. Elke keer spraken ze de kinderen aan bij de naam en je zag ze glunderen ‘hé, die clown kent mij’. Er waren drie teams en deze groepen gingen omstebeurt naar een losse voorstelling. Wij gingen als eerste naar ‘de wasserette’. De tweelingbroer van (de Taarten van) Abel deed de was in een ballenbak. Een meisje ving een bal en begon te gillen van plezier. Ook werden er bellen de lucht in geblazen, zonder natte plekken op de vloer achter te laten. Alles voor de veiligheid.

Cliniclowns kok
Niks geks aan

Overal was aan gedacht. Er was ruimte, liefde en aandacht voor iedereen. Niemand keek elkaar vreemd aan. Er werd niet gewezen, gefluisterd of uit gelachen. Je voelde een wederzijds begrip en respect door de ruimte zweven.
Er was geen oordeel. Het was goed. Iedereen was goed zoals hij is. Zelfs ik. Niet anders, maar hetzelfde.

20160612_105003


De shows waren bijzonder. Zoals bijvoorbeeld de grote metalen windgongs, die muziek maakten wanneer de medewerkers er met grote waaiers wind heen bliezen. Kinderen genoten volop. Zoals een meisje in ‘ons team’. Zij stal echt mijn hart. Ze had een prachtige vlecht bovenop haar hoofd en mocht heel soms uit haar rolstoel. Ze heeft alleen in het begin even gehuild. De rest van de tijd kraaide ze het uit van plezier. Elke keer een beetje harder. En elke keer werd mijn lach groter. Wat een puur genot om haar zo blij te zien. Als herinnering aan haar kocht ik een blije muis. Om niet te vergeten waar het om draait. En om de mensen te steunen die dit allemaal mogelijk maken. Wat een geduld, creativiteit en liefde geven zij deze kinderen en hun ouders. Een moment zonder zorgen. Ik schrijf dit met een brede glimlach en een traan. Ik ben nog nooit bij zo’n mooi, interactief en intiem circus geweest. Uit de grond van mijn hart kan ik zeggen dat er geen moment van ongemak was. Zelfs niet met Luc die in al zijn drukheid rond rende, overal aan zat en geluiden van allerhande verzonnen dieren uitkraamde. Geen starende blikken. Niks. Eigenlijk voelde ik me hier best thuis 🙂

Deel

door

Sportschool

doorPosted on 3min. leestijd181 gelezen

Het is gebeurd. Niemand heeft dit kunnen voorzien. Ik had dit zelf ook nooit verwacht. Maar eens moest het er van komen.
Ik ben naar de sportschool geweest.
Vrijwillig.

Kleine uitleg lijkt me op de plaats, aangezien ik nooit een stap teveel zet. Misschien alleen tijdens een winkelsessie waarbij ik weer aanbeland bij de eerst bezochte winkel, maar dan nog zie ik dat als uiterst weloverwogen energieverbruik. Een sportschool daarentegen zie ik meer als zinloos bewegen en zweten in een ruimte met andere mensen. Eigenlijk triple horror voor mij dus.
Waarom dan toch?

Mijn dagen zijn gevuld met klussen, klusjesmannen, sollicitaties mailen, het huishouden en de kinderen. Elke dag weer halen, brengen, fruit maken, wc’s schrobben, politieagentje spelen, wassen engazomaardoor. Sleur to the max. Ik vind er niets meer aan. Ik wil gewoon werken en heb thuis wel genoeg te doen, maar te weinig uitdaging. Ik voel me een plofferige bankhangende zeur. Al een jaar. En tuurlijk is het een luxe etc blablablabla, maar het is ook gewoon gezapig. Mijn coach raadde me aan om leuke dingen te gaan doen. Het liefste in groepsverband. Zodat ik weer deelneem aan het leven. Het sociale leven. Ik haat groepen. Mijn coach lachte. ‘Stap eens uit je comfortzone. Doe iets wat je normaal nooit zou doen…’

Juist. Mijn eerste gedachte was niet meteen de sportschool, dat snap jij ook. Afgelopen zaterdag ben ik heerlijk naar een brocantemarkt geweest. Zonnetje erbij. Met iemand die ik heel aardig vind, maar niet zo vaak zie. Is dat een klein beetje uit mijn comfortzone? Nee, ik weet het. Het viel alleen in de categorie ‘leuk’. Het lastige dat als ik uit mijn comfortzone moet stappen, ik al gauw het gevoel krijg dat er een bak met kriebelende beestjes in mijn nek wordt gekieperd. Jeuk all over the place.

Toch was hij ineens daar. Het afschrikwekkende idee om te gaan sporten. Want er is nog iets wat ik haat. Mijn houding. Door onzekerheid loop ik al sinds klein verlegen meisje het liefste schrapend met mijn schouders over de grond. Als niemand me maar ziet. Ondanks dat ik dat meisje steeds meer ontgroei, loop ik nog steeds als een zwangere gebochelde gans. Mijn bekkeninstabiliteit en scheve wervelkolom helpen natuurlijk niet, maar smoesjes om er iets aan te doen heb ik eigenlijk niet meer. Ik heb tijd zat.

Long time no see
Long time no see

Dus daar ging ik. Met mijn weinig gedragen hardloopkleren aan. En zo stond ik dus ineens op een regenachtige maandagochtend op een hardloopband. Ik had al bijna alle apparaten gehad en netjes uitgelegd gekregen door een geduldige instructeur. Er liepen nog twee nieuwe mensen, dus ik was niet de enige onsportieveling. Aangezien de meeste mensen gewoon lekker aan het werk waren, stond ik tussen huisvrouwen en gepensioneerden aan de apparaten te trekken. Ik voelde me er niet meteen thuis zeg maar. Het hielp ook niet dat er een aroma van zweet mijn neus bereikte. Na een okselsnuffelsessie bleek gelukkig ik niet de verspreider van de rauwe uien lucht. Maar toch. Bah.

Op die loopband kwam ook het besef wat er misschien nog wel het ergste is aan zo’n fitnessruimte. De spiegels. Ik liep letterlijk tegen mezelf aan. En wat deed ik? Hoofd buigen. Weg kijken. Plus focussen op mijn minpunten. Want dat strakke hardloopshirt toonde me geen strak lijf. Schaamte overviel me. Ik probeerde mijn buik in te houden. En donderde bijna van de band af. Whooo. Mijn instructeur schoot te hulp. Hoofd omhoog. Dan pas heb je een goede houding. Zo keek ik nog 10 minuten naar mezelf. Deze hele ochtend heeft me al zoveel geleerd. Niet alleen over de apparaten en mijn lichamelijke houding.

Trots stapte ik weer in de auto. Ik had het toch maar mooi gedaan. Zou ik mezelf verwennen met een taartje? Hmmm, toch maar niet. Beter gelijk thuis de papieren van de sportschool doornemen. Want morgen ga ik weer. Trek ik wel een ander shirt aan, want he, ik mag me natuurlijk wel een klein beetje comfortabel voelen buiten mijn zone. Misschien koop ik gelijk wel een complete flitsende outfit. Jubelend nam ik als een kromme zak aardappelen plaats op de bank. Hallo wehkamp.nl. Hallo comfortzone 😉

 

Deel

door

Moederdag

doorPosted on 3 Comments3min. leestijd161 gelezen

Ben blij dat ik Moederdag heb overleefd. Misschien verwacht je nu een klaagzang over verplichtingen, overvolle stranden en stomme cadeaus. Maar dit keer niet. Vandaag een dag zonder klagen. Hij begon ook super met echt leuke cadeautjes en een beetje yoghurt met fruit. We gingen immers brunchen bij Kijkduin met mijn moeder. Voor iedereen ontspannen. Tenminste dat was de bedoeling.

We vertrokken al om 9 uur om nog enigszins kans te hebben op een parkeerplaats binnen een beloopbare afstand van de strandtent. Het liefste natuurlijk voor de deur (voor mijn part op het strand). Dus iedereen goedgehumeurd de auto in. Lina met het cadeau voor schoonmoeders op schoot en Luc met de iPad. Tot zover de normale dag.

Want rond half 10 zie ik links van ons een auto over de kop slaan en tollen, waar een stuntman met eerbied voor zou applaudisseren. Ware het niet dat we ons geenszins op een film set bevonden. Alhoewel dat op dat moment wel zo voelde. Ik riep naar Harm. De auto leek op de A16 te blijven, maar schoot op het laatste moment naar ons op de A15. Harm remde, maar kon niet uitwijken want zag iets in zijn zijspiegel naderen. De klap voelde alsof je achteruit gestoten werd zoals in een achtbaan. Stukken glas vlogen tegen de voorruit. Lina die gilde. En dan die seconde van doodse stilte.

Eindigde triest langs de kant van de weg
Kapot

Wanneer ik besefte dat ik niets mankeerde, zoog ik mijn longen vol lucht. Omdat je in de nanoseconde die alles duurde je adem hebt ingehouden. Harm zette de auto aan de kant en rende richting de auto die totaal aan barrels lag. De kinderen zaten met grote ogen op de achterbank en Lina zei sip ‘het cadeautje voor oma is kapot’. Ze heeft zich gesneden aan de vaas die in stukken aan haar voeten ligt. Haar slippertjes staan in het water en exotische bloemen drijven nog een klein moment op de auto-mat. Wat je allemaal niet opslaat in zo’n korte tijd. Want het volgende moment heb ik de kinderen achter de vangrail gezet, 112 gebeld en een zakdoekje voor Lina’s wondje gehaald.

moederdagvangrailIk trilde en bazelde als een dronken ADHD-er een compleet warverhaal tegen de hulpdienstmedewerker. Waar ik stond? Echt geen flauw idee. In ieder geval niet op het strand waar ik mezelf eigenlijk al had zien liggen. Ik duwde mijn mobiel in de hand van de jongen die voor ons was gestopt. ‘Zeg jij het maar’. Hij nam het gesprek over en al snel stopte de toestroom van verkeer. De weg was toen officieel afgesloten. De kinderen konden weer in de auto zitten, daar was het warmer dan op de vangrail met een handdoek om zich heen. iPads gingen weer aan, ik deelde stroopwafels uit en het leek bijna gezellig zo op onze verlaten rijbaan.

Inmiddels was in ieder geval duidelijk dat de bestuurder van de botsende auto niets mankeerde. Engelen en stof dwarrelden om ons heen. De sirenes doorboorden de stilte. Een stel dat op de motor reed bedankte Harm dat hij niet uit had geweken, want anders hadden zij het niet na kunnen vertellen. Zij waren getuigen van het gehele ongeluk dat begon bij een botsing tussen een witte Skoda en een groene Honda, waarbij de Honda uit het niets leek te komen en waarschijnlijk vervolgens zo hard aan zijn stuur heeft getrokken dat hij over alle rijbanen is heen gevlogen. Uiteindelijk tegen onze auto. Hij kon zich er niets meer van herinneren.

Gelukkig alleen blikschade
Gelukkig alleen blikschade

moederdaginautoSchadeformulieren werden tevoorschijn getoverd. Iedereen werd gecontroleerd op verwondingen en alcoholgebruik. Niemand had wat (op). De kinderen keken wel wat loddig uit de ogen, maar dat zal meer te maken hebben gehad met langdurig iPad gestaar. Zij hadden lol in de auto, ook met de beer die Luc van de ambulancebroeder kreeg. Ik keek naar de strakke blauwe lucht en bedankte. Want wat was ik blij dat de kinderen en Harm niets mankeerden en dat zij ook niet werden blootgesteld aan de bloederige visioenen die ik had gehad. Het ongemak nam ik voor lief. Hun levende lach verwarmde mijn hart. Want hoeveel cadeautjes ik ook heb gekregen vandaag, daar ben ik toch het dankbaarst voor!

Deel