Vakantie

Weekendje weg

doorPosted on 2 Comments6min. leestijd12 gelezen

Thuiswerken. Niet op vakantie gaan. De dagen rijgen zich aaneen. Tijd om samen weer te connecten. We waren een weekje kinderloos, dus mooi moment om met z’n tweetjes weer eens wat leuks te doen. Dat begon met een ballonvaart en eindigde met een weekendje weg.

Ballonvaart

We waren allebei wel toe aan relaxen. Dus niet overspannen in een stad met een mondkapje winkel in, handgel op. Het werd een weekendje Spa.
‘Laten we dan vrijdag wandelen’, riep ik in een vlaag van verstandsverbijstering. Verbinding met elkaar én de natuur, kleurde ik het allemaal eens lekker rooskleurig in. De Veluwe klonk als de heilige graal voor wandelaars. En lag op de route, dus meant to be…

Laatst keken we de film Outback, waarin een stelletje onvoorbereid de woestijn in trok en hij uiteindelijk koelvloeistof dronk en zijn pis als redmiddel aan zijn vriendin gaf, die niet alleen pis dronk, maar ook gestoken werd door een schorpioen en haar vriend zag dood gaan. Onze wandeling vergeleek ik hiermee. Dus Harm sleepte vrijdag een rugzak vol water en stroopwafels achter zich aan. Ook had ik in een koeltas in de auto flesjes water en een doos bonbons staan. Dat laatste was eigenlijk bedoeld als bedankje voor onze vrienden die op Luc pasten, maar het was fijn om te weten dat we op dit noodrantsoen konden terug vallen.

Lukraak wandelen heeft ons ooit laten verdwalen in de Drunense duinen (ja dat kan. En dat was met kinderen erbij, de rest mag je zelf invullen). Dus Harm koos veilig een route, waar we de auto bij konden parkeren. Voor we begonnen met lopen hadden we al meerdere foto’s gemaakt. Mochten we het niet overleven, zouden deze mooi staan op onze rouwkaart.

Wij dachten dat het in een bos koel zou zijn. Dat bleek een kleine misvatting. Maar klagen, daar houden we niet van. Dus richtten we ons op de omgeving. Want blijkbaar was het niet ondenkbaar om everzwijnen, herten en zwarte adelaars of iets dergelijks te spotten. Na drie kwartier waren we nog niks tegen gekomen. Harm had zijn zoomlens constant in de aanslag en vermeldde gezellig; ‘we gaan niet weg voordat ik een beest een karkas heb zien leegpikken’.

Het leek wel een bomenkerkhof. Verzengende hitte. Gieren boven ons hoofd. Ik denk dat ze afwachten totdat ze mijn gebakken hersenen uit mijn oogkas konden zuigen. Wij goten ons vol met water en probeerden niet dood te gaan. Van verveling of een zonnesteek, dat is om het even. Ik zong mijn nieuwe mantra hardop ‘hydrateren kun je leren’ en Harm danste als een bezeten bizon over het pad. Zolang het schuim nog niet op zijn lippen stond, was hij niet door een schorpioen gegrepen, dus liet ik hem maar begaan.

Nadat we onze dolle minuut hadden beleefd vroegen we ons af of het altijd zo lekker rustig was hier. Kijk, ik hou daarvan, dat weet je. Ik was in eerste instantie als de dood dat we overlopen zouden worden door fervente stappers die elke keer hun poolstokken in onze enkels zouden prikken omdat we te langzaam gingen. Maar dit was het andere uiterste. Ik wilde wel gevonden worden als we dit niet overleefden. We hadden niet voor niets mooie foto’s gemaakt. Eens checken waar we op de route zaten.

Je behoorde dus bij 1 te beginnen…

‘Euhhh Harm waarom staat dat pijltje (lees: wij) niet op de route?’
Het antwoord liet zich raden.
Kwam daar ineens van links een reddende engel in de vorm van een bonkige man met vaalblauw hemdje en een schattig vrouke ernaast. Ik klampte ze op anderhalve meter aan of we toch echt wel op een wandelpad liepen. ‘Ja hoor, gewoon de bordjes volgen’.
Bordjes. Juist. De man keek ons hoofdschuddend na. Jambers klonk in mijn hoofd; overdag bewandelt hij de begaande paden, bij volle maan eet hij verdwaalde wandelaars, gehuld in zijn zelf gestroopte bizon huid.
Zucht, mijn fantasie nam een loopje met me. Mijn schoenen ook. Die waren voornemens een dikke blaar op mijn kleine teen te creëren.

Even stoppen. Bleek dat ik bij het uittesten van 4 tasjes (je wilt er toch een beetje fashionable bijlopen) mijn pleisters te hebben achter gelaten in één van die tasjes thuis. Gelukkig had ik wel zakdoekjes bij me (en een Zwitsers zakmes, lippenbalsem, haargel, spiegel, snoepjes, pillen en natuurlijk lipgloss). Zakdoekje om de teen. Enkelsokje weer aan. Hmm, nog niet optimaal. Gelukkig had ik ook nog gewone sokken bij me (en een vest en een sjaal), dus ondanks de 30 graden, nog lekker een extra sok aangetrokken. Ik liep weer als een kievit. Of eerlijk gezegd sleepte ik mezelf achter Harm aan. Volgens mij volgden wij een paardenpad, want waarom zou je wandelaars anders door het rulle zand laten stappen? We mixten onze route met blauwe en groene bewegwijzering pijltjes. Echt een topidee! Maar ik bekeek het positief: Gelukkig waren de kinderen niet mee.

Zijn we er al? Ik heb zware benen, mag ik op je rug? Hebben we nog drinken? Waarom hebben we alleen water? Waar staat de auto? Ik kan niet meer. Heb je wat lekkers? Zijn we er al? Nee, ik ga daar niet zitten, daar zijn rode mieren! Ik heb een blaar. Hoezo heb je geen pleisters bij je? Hé, hier liepen we net ook al. Mijn voeten doen pijn. Ik moet poepen.

Helemaal blij dat dit zich alleen in mijn hoofd afspeelde, pakte ik Harm zijn klamme hand en besloot dat als we dit overleefden, ik wel weer eens een blog ging schrijven.

Google maps redde ons op het moment dat ons water op dreigde te raken. Bij de auto aangekomen hoefden we niet aan de koelvloeistof te likken. Voor het verhaal was het leuk geweest als we Harm zijn shirt hadden uitgewrongen boven onze monden, maar er was een ijscoboer zo lief om bij onze auto zijn handeltje op te zetten. Na bananenijs en frisse flesjes water gingen we monter op weg naar onze eindbestemming deze dag; de Havixhorst.

Havixhorst

Zaterdag on our way to Bad Nieuweschans. Eenmaal in badjas gehuld huppelden we door de lange lange gang. Er liep een medewerker achter ons en zij was zo lief om ons te wijzen op de knoppen op de muur, waardoor de deuren vanzelf open gingen. Hoefde je ze niet aan te raken met je handen. Dat deed ik sowieso niet, daar had ik Harm voor. Maar dat stond hem wel aan, op zo’n knop rammen. De eerstvolgende knop was de zijne. En zo legde hij BAM heel de gang in het donker.

De lichtknoppen verder met rust gelaten, kwam het allemaal goed. Alles was zoals het moest zijn. Bubbelen met je gezicht in de zon. Afkoelen na een opgieting in de regen. Het was heerlijk. Ik wilde ’s middags nog wel het blote voetenbad lopen. Dat was een tip van Josette. Scheen goed te zijn voor je zintuigen, kuiten en nog iets, je darmflora ofzo. Geen idee waar dat was. We zagen op een gegeven moment een soort strookjes met zand, grind, houtsnippers en kiezels. Eigenlijk wat je normaal gesproken probeert te vermijden met je blote voeten. Maar alles voor de zintuigen! Na de zoveelste pijniging dacht ik dat er alleen nog een bak met glasscherven kon komen, maar toen moesten we door een bijna onzichtbaar beekje. Dat bleek uiteindelijk het beginpunt te zijn. Verbaasde me niks. Bij ons gaat zelden iets normaal. Harm nam de moeite niet eens meer en stapte over het stroompje heen en mompelde ‘hoeveel wijn had Josette eigenlijk op toen ze dit pad beliep?’ ‘Euh ze liep het ’s ochtends vroeg’. Harm keek me bedenkelijk aan en verdween in een hangmat. Ik had nog nooit in een hangmat gelegen, maar mijn collega’s adviseerden er een handdoek in te leggen. Dat snapte ik. Mocht er nou iemand met zijn lange harige zak in hebben gelegen en ik zou mijn door-de-masseur-ingeoliede-rug daarin vleien, zou ik de rest van de dag rondlopen met andermans schaamvachtje op mijn rug. Ik kon aan niks anders meer denken toen ik in de hangmat probeerde te stappen. Dat de goden mij goed gezind waren, bleek wel omdat ik er niet gelijk aan de andere kant uit ben gerold. Ook dat Harm me niet een paar keer om mijn as had rond gezwiept. Ik zag deze gedachte weerspiegelen in zijn glinsterende oogjes.

En dat was het idee. Die glinstering weer te zien, bij te kletsen, te verbinden en beseffen hoe goed we het hebben samen. Hoe dom en melig we ons door dat hete, saaie bos heen werkten en dat er geen onvertogen woord is gevallen. Genoeg andere woorden om hier niet te herhalen, maar hé; nog geen rouwkaarten nodig 😉

Deel

Jeepsafari

doorPosted on 1 Comment5min. leestijd2 gelezen

Daar sta je dan, lichtelijk (om je heen kijkend of niemand het ziet) beschaamd, te wachten op een terreinwagen vol reclame. Zelfs je hand opstekend (alsof het een taxi is) als er één voorbij komt scheuren. Onze chauffeur komt iets te laat aangeraced. Ziet eruit als smeagol met een paars Adidas shirt. Hij brabbelt wat (Hello precious?) en trekt de kofferbak open. Instappen maar. Het is een soort laadruimte met bankjes met  skyleren zittingen. Een prettig vooruitzicht als het dan al 33 graden is. Als varkens die naar de slachtbank gaan kruipen we erin.

Voor ons zit een Engelse moeder met haar al even Engelse dochters. Hello there. Voorin zit de chauffeur en blijkbaar zijn we compleet. Raar, ik dacht dat Harm zei dat we met z’n tienen in dit vehikel zouden zitten. Ik zal er niet om klagen. Het gaspedaal stevig indrukkend beginnen we de tocht. We rijden rap door de straten van Paphos en af en toe grombelt Gabriel (niet de engel, maar onze chauffeur) wat informatie. We leunen allemaal naar voren om zijn slechte Engels proberen te interpreteren, maar ik geef het al gauw op. Te warm. Bij elk woord wat er uit hem komt, schreeuwt Luc ‘wat zegt hij, wat zegt hij?’. Geen idee, zeker niet als jij er tussendoor kletst en de wind door de raampjes giert.

Jeepsafari LucOh, die wind. Wat klinkt dat als een heerlijk verkoelend briesje. Maar wat er werkelijk door alle raampjes naar binnen stootte was hitte. Verzengende hitte. Alsof er een hand zand met zout omhoog werd gegooid en met drie föhnen naar binnen werd geblazen. Op de heetste stand. Ik wist niet eens dat ik kon zweten vanuit mijn knieholtes. Alsof er een kraantje werd open gezet.

Smeagol aan de telefoon. De Engelse moeder begreep eruit dat hij twee mensen vergeten was en we terug moesten. Met piepende banden keert hij om en laat een bouwvakker als een oranje stipje in een zwarte wolk uitlaatgassen verdwaasd achter zich. Ik zie nog de gezichtsuitdrukking van het oranje vestje. Ik hoopte dat hij mij niet zag door die wolk. Ik ben hier niet. Ik hoor hier niet bij.

Lina ligt ondertussen als een godin op het bankje en Harm en ik fantaseren hardop dat ze zo tegen de harige, bezwete witte bierbuik van een Engelsman aan moet liggen. Ah, die gruwel op haar gezicht, daar doe je het voor. In werkelijkheid zijn het twee ondefinieerbare vrouwen, spierwit, waarschijnlijk moeder en dochter. Afkomst onbekend. Ik dacht Engels, maar Lina gokte Pools. Of Russisch. Ik had niet de behoefte om het te vragen.

De achterstand proberen in te halen, vlogen we over de weg. Het oranje (nu half zwart geblakerde) mannetje zag ik al op voorhand in het gat in de grond springen. Wijs besluit. Uiteindelijk belanden we bij nog twee eensgezinde wagens volgepropt met randdebielen. Eenmaal buiten begint de leider van de roedel (Zijkos, Zakkies, Zikanos o.i.d.) zijn welkomstpraatje. Leuke kerel, spraakzamer en verstaanbaarder dan onze bestuurder.

We bezoeken een bananenplantage, de sea caves, Lara bay (schildpaddenstrand zonder schildpadden) en stoppen abrupt op een bergtop in een stofwolk. De bestuurders stappen uit en beginnen aan takken met gele bloemetjes te rukken. Door onze luchtgaten worden ze naar binnen gepropt. Ruiken. Ahh, beschuit met muisjes, ik heb er meteen trek in. Likkend aan de stengel leer ik dat van anijs ook Ouzo gemaakt wordt. Je steekt nog wat op ook, op zo’n dag.

Wanneer we stoppen bij een plek waar Turkse Cyprioten weer huizen gaan bouwen tussen de Griekse kant en daar uitleg over gegeven wordt, grijp ik mijn kans en schiet ik een leegstaand schuurtje in om mijn bikini aan te trekken. Tussen de keutels en de stro. Zonder deur. Alsof ik niet genoeg uitdaging in mijn leven heb.

Een man in een tanktop trekt deze gehele uitdaging slecht en vraagt of er een taxi kan komen. Euh, op deze ongeasfalteerde berg? Nee, dat kan niet. Ik snap de kale kerel wel. Je voelt je als een tennisbal in een droger vol klam wasgoed. Wat elke keer bijna van de afgrond afdondert. Meneer heeft hoogtevrees en tja, echt veilig voelde niemand zich op de smalle bergpaadjes vol gesteente met diepe dalen naast je. Alle kanten werd je op geslingerd. Ik hield me goed vast aan de reling voor me en trok daarbij af en toe een pluk haar uit een van de Engelse dochters voor me. Ze gaf geen kik. Ik denk dat het in het niet viel met de totale rit, of ze was weer eens flauw gevallen (daar begon de dag al goed mee). Iedereen had zo zijn ontberingen. Bij scherpe bochten had ik ook af en toe innig contact met de Poolse/Russische moeder die in mijn nek schoot en daar vastplakte. Met haar elleboog.

Helemaal geradbraakt, bezweet en met een bos piekerig strohaar kwamen we daar waar het ons allemaal om te doen was; The Blue Lagoon. Alsof je in een verkoelend zwembad stapt met turquoise geschilderde wanden. Zo zie je het alleen in boekjes, op tv of als je zes filters over je foto gooit. En nu dreef ik daarin. Zelfs even met ons duikmasker op zoek gegaan naar visjes. Harm lachte zich kapot toen ik hijgend door dat masker enthousiast probeerde duidelijk te maken dat ik een vis had gezien. Een witte. Daar knapt een mens van op. Vervolgens nog een kudde zwarte visjes gespot en toen bleek iedereen al weer terug in de auto’s te zitten. En wij nog op het gemakje naar de kant zwommen. Glunderend.

Vissen blue lagoon
VISJES!

Ja, we zijn ook nog wezen lunchen (met bruine garnalen, ijs wat smaakte naar parfum en Souvlaki voor Harm die 10 minuten voordat we vertrokken werd geserveerd), aan een dooie tak tijm geroken, naar het bad van Aphrodite en zwemmen in het ijskoude water bij de waterval van Adonis. Leuk, echt, maar die Blue Lagoon…mijn hoogtepunt van de dag.  ‘S avonds in het zwembad zwom ik met mijn pijnlijke zak botten richting Harm.
‘Lieverd, gaan we ooit samen nog eens terug naar de Blue Lagoon? Echt duiken, met van die gasflessen op onze rug?’
‘Tuurlijk schat, maar zullen we eens gek doen en dan gewoon een zuurstoffles gebruiken?’
🙂

Deel

Hoe het zover kwam…

doorPosted on 1 Comment3min. leestijd3 gelezen

Toen we vorige week op Cyprus voor het eerst met ons autootje gingen touren zagen we ook een andere manier.
Denk aan China en hun metro’s die in de spits letterlijk vol gestampt zitten met mensen. Van die mannen met een belangrijk petje op (en vast ook een fluitje om) die Chineesjes opstapelen en aandrukken in een coupé en daar de deuren dan omheen vouwen. Nou dat beeld, maar dan in jeepvorm.
Zo’n blik sardientjes op wielen met volgevreten zwetende toeristen die half uit het raam puilen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd geldt hier zeer zeker niet. Wij keken ze smalend na. Dit doe je toch niet vrijwillig? De rode hoofden nakijkend zetten we de airco nog wat hoger en genoten van onze beenruimte. Wij zouden die toeristische hoogtepunten zelf weleens bezoeken. Want zo zijn we dan weer wel.

Ik bedoel, stel nou dat drie keer (naakt, klein detail) om de rots van Aphrodite heen zwemmen echt eeuwige jeugd brengt? In het kader van de toenemende grijze haren en rimpels is dat zeker het proberen waard. Navigatie op Harm zijn telefoon aan en gaan.

Cyprus zee

Eerst komen we nog langs een mooi strandje, daar moeten we wat foto’s maken. Want wie weet is het water morgen ineens niet meer zo helder turquoise. Nou, daar krijgt een mens dorst van, de aanblik van zo’n bak met fris water. Een wrap gaat er ook wel in. Oké, de kip was zo taai dat ik er mijn vullingen op kapot beet (bijna), maar we konden er weer tegenaan. Op naar mijn nieuwe bestie; Aphrodite.

Hmmm, die telefoon snapt de locatie van de godin niet helemaal, maar goed we zouden eventueel technisch gezien kunnen concluderen dat al die toeristenjeeps daar ook naartoe gaan. Laten we het erop houden dat we het gevonden hebben.

We lopen een houten vlonder op en zien links en rechts een grote rots uit het water steken. Tja, op de linker staat een kruis en er zwemmen verdacht veel mensen omheen, als een haai om een stuk prooi. Geen naakte luitjes voor zover ik dat kan beoordelen, maar het zal de rots van Aphrodite wel zijn. Het idee op zo’n houten plateau strookt niet helemaal met ons bedachte plaatje. Er loopt wel een lange trap naar beneden. De kinderen hangen niet bepaald kwiek tegen de leuning. ‘Zullen we gaan?’, oppert er eentje, niet doelend op een voettocht in de hitte naar het strand vol Aphrodite zoekers.

Nou oké, het hoogtepunt van de dag moest toch de Blue Lagoon worden. Die naam zegt alles. Doe je ogen dicht en je mijmert over het helderste water wat je ooit gezien hebt, ruisende palmbomen en een chemisch blauwe cocktail met parapluutje. Harm zijn telefoon was wel bijna leeg en de kinderen waren al iets te lang afgesloten geweest van WiFi, dus we moesten wel snel wezen. Grote borden met pijlen of iets in die trant was handig geweest, maar ook hier hielpen de jeeps ons uit de brand. De weg was alleen niet geasfalteerd. Nou houdt ons dat zelden tegen. Maar toen de auto gevaarlijk kantelde en bij het grip krijgen met de stenen op het wegdek hoorden we zo’n harde BONK, dat we toch maar besloten onze borg van de huurauto niet op het spel te zetten.

Met de staart tussen de benen dropen we af. De volgende ochtend boekten we een jeepsafari…

Wordt vervolgd…

Deel

Start van de vakantie

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd1 gelezen

25-7-2017

De koffers worden al een week aangevuld, maar vandaag is de finishing touch. Alles wordt ingesnoerd en aangestampt. Eenmaal dicht blijken alle koffers en handbagage overgewicht te hebben. Obesi-tas…

De komende uren ben ik aan het herverdelen en neem ik afscheid van zes paar boeken (ja ik lees graag old-skool), een pot nutella, twee verpakkingen jodekoeken en zonnebrand met glitters. De glans van het inpakken is er nu wel af.

Harm steekt zijn hoofd om de hoek als hij mij met een pruillip sultana’s en een pak crackers uit een koffer ziet plukken. Hij gaat met alle koffers op de weegschaal, maar mijn acties hebben nog niet het gewenste resultaat. Koffers weer open. Harm kijkt kritisch en gaat vernuftig met zijn hand langs de randen. Daar treft hij een tigtal koffieleutjes aan. Als een drugshond met een flinke buit kijkt hij me aan ‘Koffiekoekjes? Serieus? Je lijkt mijn moeder wel!’
Een goed begin van de vakantie, kan ik je zeggen.

Voordat iedereen over me heen valt dat ik deze zooi allemaal mee neem op vakantie en dat je juist als een local moet eten of dat je die spullen daar ook kunt kopen, ik kan mezelf verdedigen;
A. Het is in Nederland goedkoper.
B. De gezinsleden die mij hier het hardste om uitlachen, zijn toch altijd blij als ik ineens rond voedertijd een bus Pringles uit mijn tas tover.
C. Heimwee. Als ik de koffers uitpak en mijn vertrouwde spulletjes opberg in een te kleine kast in een vreemde kamer, voelen dit soort dingen als thuis.

En en en en en (waarom verdedig ik mezelf eigenlijk?), vorig jaar mocht er 30 kg per koffer in het ruim, dit jaar maar 20 (die koffer weegt dat al bijna van zichzelf). Dat is gewoon 20 kg aan bagage minder. Dat moet ik zien kwijt te raken in een paar luttele uren. Terwijl ik alleen maar meer spullen kan bedenken om mee te nemen (nee, mijn reisstrijkijzer laat ik al jaren thuis, die weegt als lood, ik dacht meer aan mijn stijltang. Ik heb het bij de gedachte gelaten).

26-7-2017

We vliegen pas om 14.00 uur, maar vertrekken uit ons pittoreske dorp om negen uur. Mooie tijd. Zo hebben we op Schiphol ook nog genoeg tijd om bij Victoria’s Secret te kijken. Als Lientje en ik eindelijk een keuze hebben gemaakt (hallo, het is SALE!!), komt er net een vent voordringen met 150,- aan slipjes en body-mist voor moeder de vrouw. Superschattig natuurlijk, maar dat moet ook allemaal ingepakt worden. Eer wij weer op onze ontmoetingsplek bij de mannen zijn gearriveerd deelt Harm redelijk kalm mee dat we nu nog 5 minuten hebben voor onze gate sluit. Ik denk altijd dat dat wel mee zal vallen, maar het gas wordt erop gezet. Niet geheel onlogisch, aangezien we bij Gate 1 staan en we naar Gate 56 moeten. Tegen mijn natuur in heb ik gerend. Gezweet. Mijn teen kapot geschuurd. Uiteindelijk hijgend aankomen terwijl iedereen ons in de rij verbijsterd aan kijkt. Ja, ik weet ook niet wat ons bezielde.

Uiteindelijk ploffen Harm en Luc in het midden van het vliegtuig neer en Lina en ik helemaal achterin (iets met vooraf reserveren, non communicatie en geldklopperij #Transavia). Eerst leek het me wel handig zo dicht bij de wc te zitten. Ik zette het op een drinken, maar hoefde teleurstellend genoeg maar 1 keertje. De rest van het vliegtuig helaas ook. Die staan dus in een opstopping naast je stoel en dat afzuigende geluid is ook niet alles.

De busreis is ontspannender…
Mijn ene oor zit dicht, dus ik probeer te doen alsof ik daardoor het gekrijs van de peuter achter ons maar voor de helft hoor. Ondertussen zit Luc als een stuiterbal voor me en Lina kakelt naast me. Ik heb nog niks fatsoenlijks gegeten en ik voel me lichtelijk overprikkelt.

Dit verzin je niet

Het is al donker als we de koffers in ons huisje mikken, slippers aantrekken en een restaurantje opzoeken. We zijn op Cyprus en belanden bij een Mexicaan. Lina straalt achter een bord nachos en terwijl Luc wacht tot zijn pizza is afgekoeld vermaakt hij zich luidruchtig. Denk aan; buikspieroefeningen op de grond, koprollen op de bank en eenzijdig tikkertje spelen met de obers. De oberin (hoe noem je een vrouwelijke ober?) probeert onze tafel in het gareel te houden door ons sombrero’s op te zetten en een foto te maken. Dan weet je zeker dat je vakantie is begonnen…

Deel

Lesbos

doorPosted on 6 Comments5min. leestijd3 gelezen

Lesbos Joyce schrijftTerwijl ik dit schrijf kijk ik uit over een Titanic-achtige reling, begroeid met exotische bloemen en een uitzicht op zee, zoals je ze ziet in reisbrochures. Ik zit beschut in ‘ons’ prieeltje en de warme wind streelt mijn gezicht. Mijn gedachten gaan terug naar begin januari.

Harm en ik keken elkaar blij aan op de bank. De vakantie was geboekt. Dit keer geen volle zwembaden met dobberende Duitsers en volvretende Russen (oftewel all-inclusive), maar een ‘Eliza was here’ plekje via Sunweb Secrets. Witte sfeervolle kamers, natuurtinten, Cocomat bedden (gevuld met paardenhaar en de snorharen van een ezel oid, ik hou ervan) en dan natuurlijk het adembenemende uitzicht. Dit pareltje bevond zich op Lesbos, voor ons nog onbekend gebied.
lesbos

Niet lang daarna werd het eiland voor ons bekender, als zijnde dichtstbijzijnde EU (ei)land voor vluchtelingen om naar toe te vluchten. Weg was de voorpret.
Ik zag mezelf al zitten met een cocktail aan het strand terwijl er imaginaire dode kindjes rond mijn voeten aanspoelden. Hard? Overdreven? Misschien, maar je begrijpt waar ik heen wil. Niet meer naar Lesbos in ieder geval. Hoe kan ik daar genieten van mijn luxe vakantie, als ik weet dat er op hetzelfde eiland mensen aankomen die vluchten voor oorlog? Dat ik voor mijn plezier in dezelfde zee dobber, als die waarin zoveel tragedie schuilgaat? Omdat ze hoopten op een betere toekomst. Dat er echt geen andere keuze is dan alles achter te laten en voor veel geld in een gammel bootje stappen. Met je kindjes. Zonder dat je kunt zwemmen. Vluchtend voor de hel. Met het risico dat je nooit zou aankomen in een betere wereld. Hoe zou ik dat kunnen negeren?

Ik neem contact op met Stichting Bootvluchtelingen.
‘Wat hebben jullie nodig?’
Het antwoord is simpel: ‘Hier op vakantie gaan helpt al enorm.’
Dat snap ik, want het eiland mag dan volstromen met vluchtelingen, toeristen blijven daardoor weg. Beschaamd denk ik dat als ik een keuze had gehad, mijn vakantie wellicht ook had geannuleerd. Dat is natuurlijk je kop in het zand steken en hypocriet. Daarom voel ik de behoefte om iets te geven. Mijn hulp gaat niet, want ik ben niet alleen hierin. En Luc vind ik hier nog te klein voor. Wat dan?
‘Zonnebrand, kinderzwemkleding en heren zomerkleding & ondergoed’, is het antwoord.

In mijn hoofd visualiseerde ik er al een extra koffer bij. Maar naast de aangeschafte zonnebrand en ondergoed zijn de westerse mannen zo weldoorvoed dat er bijna niet aan smalle maten te komen is. Maar met wat ik verzamel kan ik toch 1/3 koffer vullen. De rest van onze spullen vouw ik hier vakkundig omheen.

Eenmaal aangekomen op het prachtige eiland dragen we ons steentje over aan Elly met wie ik vanuit Nederland contact heb gehad. Ze geeft aan dat veel van de bewoners van Lesbos klaar zijn met de vluchtelingen. Door wat de media ons voorschotelt zit het eiland nu bijna zonder toeristen. Zelfs enkele hulporganisaties schetsen een extra negatief beeld om meer geld te ontvangen. Gevolg is dus dat restaurants en hotels half vol zitten of soms gewoonweg niet anders kunnen dan sluiten. Wij zijn dit jaar dan ook echt ver weg van het massatoerisme. Heerlijk voor ons, maar killing voor de inwoners die hier leven van toerisme.

Elke avond kozen we omstebeurt een ander restaurant. Op de dag dat Lina koos om te eten bij een Nederlands tentje, hoorden we hoe de eigenaren het ervaren.
Schijnbaar zijn er ook (economische) vluchtelingen die hun boot net voor aankomst kapot hakken. Zo zijn ze extra zielig voor de fotografen die aan wal stonden om dit vast te leggen. Dat de mensen die uit angst vluchten in datzelfde bootje zitten (zonder reddingsvest) maakt de gelukszoekers niets uit.
Ze overleven het niet.
De Hollandse vrouw zegt bijna emotieloos dat ze van haar part allemaal mogen verdrinken. Verbitterd kruipt ze in haar slachtofferrol en druipen wij af naar buiten. Ik probeer de bruingrijze drek uit de zelfgemaakte kroket weg te werken, maar de brok in mijn keel verhinderde doorslikken. Dat het smaakte naar opgewarmde rattendarmen, hielp ook niet.
Oplossingsgericht als Harm en ik zijn, zien we legio mogelijkheden om de voorbijlopende toeristen naar binnen te lokken naar deze nu troosteloze, sfeerloze en harteloze zaak. Maar hoe makkelijk is het om de totale schuld bij een vluchteling in zijn natte schoenen te schuiven.

Griekse tekens boven de ingang van mijn favoriete restaurant
Griekse tekens boven de ingang van mijn favoriete restaurant

Wanneer ik die week een restaurant uitzoek op een berg met wederom een adembenemend uitzicht, hebben we daar wel met de eigenaren te doen. Terwijl wij de lucht roze zien worden, zijn er maar twee andere stellen die daar ook van genieten. Zo weinig tafeltjes bezet op zo’n geweldige locatie. Met een vreselijk nederige ober voelen we ons opgelaten. Maar het echte Griekse eten is vol van smaak en we zien de zon langzaamaan verdwijnen. Normaal zou je dit plekje verborgen willen houden voor jezelf, maar nu niet. Ze hadden namelijk ook nog de pech dat de stroom uit viel. Zo sneu en niet verdiend. Dus serieus, ga er eten als je op Lesbos bent (geen idee hoe het er heet, ze hebben namelijk allemaal de naam Taverna en wat Griekse kronkels erbij staan, maar het ligt in Petra de weg op richting de bergen).

De foto die voor mij alles zegt over deze vakantie. De verslagenheid van de eigenaar aan het tafeltje. De prachtige olijfbomen en uitzicht.
De foto die voor mij alles zegt over deze vakantie. De verslagenheid van de eigenaar aan het tafeltje. De prachtige olijfbomen en uitzicht.

Het eiland is namelijk echt een aanrader. Zeker ook de locatie (www.littlebirdlesvos.com) waar wij verbleven. Met super lieve eigenaren. De man bracht me s’ochtends verse vijgen uit de tuin en de laatste avond kletsten we nog met ze over het eiland. De vluchtelingenkwestie. Zij hebben ook een tijd hulpverleners onderdak geboden. Met liefde. Zonder bitterheid over de terugloop van vakantiegangers. Ik vertelde de mooie vrouw hoe bezwaard ik me eerst voelde om hier op vakantie te gaan, terwijl er zoveel mensen lijden. Zij was ouder en wijzer. Want ze had gelijk toen ze me vertelde dat er waar je ook heengaat ter wereld, er altijd rijk en arm zal zijn. Geluk en pijn. Oorlog en vrede.
Dat je dan maar beter kunt genieten van je eigen leven. Van vakantie. Dat heb ik gedaan.
Ik heb mijn ogen niet gesloten, maar volledig de kost gegeven.
Lesbos view Joyce

Deel

Koningsdag

doorPosted on 3 Comments4min. leestijd4 gelezen

Fear of missing out. Dit is een nieuwe rage (of ziekte, zo je wilt) onder SM-lovers (social media liefhebbers). Nou ben ik meestal niet zo bang om iets te missen, maar op Koningsdag heb ik wel altijd het idee dat het overal leuker is. Je ziet op Facebook oranje gecustomizede vrienden in een sloepje dobberen, voorzien van een perfect zonnetje en lekkere hapjes. Op Instagram zie je rommelmarkt vondsten, waar je zelf al jaren kringloopwinkels voor afschuimt. Ook krijg ik zelfs spontaan zin in het bezoeken van een festival vol vrolijk hossende mensen, als ik daar foto’s van voorbij zie komen.

Jaren geleden bezochten we nog weleens een vrijmarkt. Tegenwoordig is het lastiger om (met het gezin) heel vroeg op te staan en dan nog minimaal een uur in de auto zien leuk te houden. En met dit druilerige weer ziet de meuk op allerhande armoedige kleedjes er ineens verlept uit. Alsof ze gewoon een met modder overstroomd bejaardentehuis hebben leeg gekieperd in een kraampje. Met een zonnetje erop zou je het ineens bestempelen als een uniek brocante antiekstuk. Tel daarbij op dat ons huis al dichtslibt met allerlei rommel en we doen de kinderen ook geen plezier met slenteren langs kapotte puzzels en worstenmakers uit grootmoeders tijd.

Maar wat dan? Ik bekeek de dorpskrantjes ineens met interesse, op zoek naar een gaaf programma voor Koningsdag. Waarom beginnen ze altijd met Aubade? Ik vroeg Harm of dat iets met zingen te maken heeft en hij knikte een beetje lacherig. Het lachen verging hem toen ik uit volle borst begon te galmen ‘Komt allen tezamen…’, toen onderbrak hij me dat het dit niet helemaal was. Prima joh. Dan niet.
Poederoijen is trouwens vandaag de dag vertegenwoordigd met een goed georganiseerde oranje vereniging (ja,ja geen sarcasme dit keer). Onze eerste Koninginnedag waren er nog maar drie kraampjes, te weten eentje met de grootste witte opa onderbroeken ooit gezien, een kraampje met zelfgemaakte ranja en de laatste verkocht elastiekjes en speldjes met snoezige rozenknopjes om alle beeldige krulletjes van kerkmeisjes mee in bedwang te houden. Tegenwoordig krijgen we een heel programma voorgeschoteld. Vorig jaar zat ik in een Tesla en crosten Lina en ik op Segways, terwijl Luc een parcours aflegde met een laserpistool. Niets te klagen dus, zou je zeggen. Maar je kent me. Immer tevreden mens dat ik ben. Maar eerlijk is eerlijk, het hagelt hier de laatste dagen, dus de kans was aanwezig dat we vandaag sneeuwpoppen konden maken. En buiten zijn terwijl het koud is, staat niet in mijn productomschrijving.

Daarom bedachten we ruim op tijd, dat we dit keer het ruime sop zouden kiezen. Maar nou liggen de binnendeurse uitjes niet voor het oprapen hiero. Bij het woord museum begint Lina al vroegtijdig te braken en aangezien het vakantie is, kunnen we het één en ander ook al afvinken (de bioscoop en bowlen). Gelukkig vonden we gisteravond nog een indoor midgetgolf baan. Nou heb ik niet zoveel met gewoon golf (alhoewel de truttige ruitjesbroeken me vast kittig zouden staan). Om het leuker te maken zouden ze de holes kunnen vullen met M&M’s en wanneer je dan je balletje erin knalt ontstaat een chocolade regen. Kijk daar zou ik met plezier mijn best voor doen. Net als bij midgetgolf. Vind ik echt enig. Bochtjes, heuvels, bruggetjes, ik neem het allemaal uitermate serieus. Let’s go!

Luc en de piramide
Onze hooligan

Indoor betekent blijkbaar zoiets als een hele grote schuur met aftandse Oosterse tapijten en het ontbreken van enige vorm van verwarming. Het was buiten warmer. Serieus. Dan maar warm slaan. Luc mocht beginnen en waarschuwde ons met ‘aan de kant voor jullie eigen veiligheid’ en vervolgens viel hij de ‘piramide’ aan naast de eerste baan. Het ding zag eruit alsof meerdere kinderen hun koningsdag-agressie erop hadden gebotvierd. Vanuit mijn ooghoek zag ik Harm een plastic bamboe neer maaien met zijn golfstick. Het stof dwarrelde om hem heen en ik knipoogde naar hem. We hebben een geweldig vermogen om altijd op de meest versleten plekken te belanden. Op de een of andere manier krijg ik het liedje (of eigenlijk alleen deze zin) niet uit mijn hoofd ‘Hoe zijn we hier beland?’

Harm geniet van midgetgolf
Dat gezicht 😉 Genieten

Terwijl Lina de puntentelling aan het husselen was rende Luc als een wilde baviaan rond, al brullend ‘ik ga jullie tokken’. Zijn golfclub suisde daarbij gevaarlijk door de lucht. Harm sloeg een bal bovenop mijn dijbeen en ik probeerde een verstopte heater aan te zetten door op alle knoppen te drukken, trekken en slaan. De kinderen speelden vals (terwijl ik zo mijn best deed, verder niet fanatiek, hoor) door de ballen erin te vegen. Harm zette zijn capuchon op, want de schuur was niet he-le-maal waterdicht. Juist op dit soort momenten hebben wij de grootste lol. En gelukkig was het bijbehorende restaurant wel verwarmd. Terwijl de kinderen een ijsje (serieus) bestelden, besloten wij op deze dag onze vaderlandsliefde ook te uiten door geen Belgische wafel te bestellen, maar een portie echte Hollandse bittergarnituur. Hier kan geen brocante sloep of festival tegenop. Zo’n gekke dag met mijn even gekke gezin, ik had het voor geen goud willen missen.

Deel