Kinderen

Intrinsieke motivatie

doorPosted on 5min. leestijd159 gelezen

‘Jij mag, ik ben al zo vaak geweest’, aldus Harm.
‘Niet joh, ik ben de laatste keer nog naar een project wezen kijken over in elkaar geknutselde handigheidjes voor militairen’, was mijn verweer.
‘Ik kan me jou niet herinneren bij de laatste 10 minuten gesprekken.’
Daar had Harm een punt. Ik ben de moeder die vrij neemt om naar paasvoorstellingen, projecten en heel soms uitstapjes te gaan van school. Rapportavonden op de basisschool, ben ik ook veel geweest, bedenk ik me nu. Zittend op zo’n klein houten stoeltje, luisterend naar elke keer dezelfde ‘feedback’. Maar ik wist dat het ‘mijn beurt’ was. De ouderavond.

Ik voelde me een niet zo betrokken ouder, maar ik heb dus niks met ouderavonden. Zet die informatie lekker in één van de vele mails die jullie sturen. Bokkend trok ik mijn jas aan.
Harm keek me stralend aan; ‘Het is daar altijd heel goed verzorgd, met lekkere koekjes enzo. En je mag mijn auto mee’.
‘Er valt daar nooit fatsoenlijk te parkeren’, bromde ik terug.
‘Gewoon in de groenstrook zetten’, riep Harm me na terwijl ik de deur achter me dicht trok. Beter hadden ze lekkere koekjes daar.

Brug dicht. Uiteraard. Straks zou ik te laat binnen komen rennen met de meest uitgekauwde smoes ever. Ik keek op de klok. Het viel mee, want ik ga altijd te vroeg weg. Maar eenmaal in de buurt van de school was er best wat van mijn tijd afgesnoept en wist ik dat parkeren een dingetje zou worden. Er plakten al drie auto’s achter mijn kont, terwijl ik om me heen speurde naar een plekje. Niks te vinden. Die groenstrook zag ik ook niet, dus ik ramde Harm zijn auto de stoep op, recht voor de school. Hop naar binnen, in de rij voor thee uit een plastic recyclebare beker en op naar het klaslokaal met de mentor.

Binnen zaten al flink wat voorbeeldige ouders. Je had degene met de jas en sjaal op schoot, gezellig keuvelend met de buurvrouw en de types die hun jas aanhielden. Des te eerder kon je weg. Jij weet zo ook wel hoe ik erbij zat.
De mentor begon ongemakkelijk te babbelen over het weer, maar toen iedereen binnen was, begon hij over voor mij onbekende zaken. Iets met overdenking/overbrugging? Ouders knikten. Ja, dat hadden ze online al gevonden. Hebben jullie de app al? Weer een hoop knikkende hoofden.
Welke app?
‘Hebben jullie kinderen het al over het schoolfeest gehad?’ was de mentor benieuwd.
Luc is net zo geïnteresseerd als ik blijkbaar, want ook deze informatie was mij onbekend.
Alle data verschenen op het bord. Dat had echt makkelijk in een kort mailtje gepast, bedacht ik me. Misschien eens opperen straks.

‘Hoe willen jullie mij het liefste bereiken?’ vroeg de mentor.
Nou niet.
Een moeder, met haar parka op schoot: ‘via de mail?’
‘Ik heb liever korte lijntjes, dus bij voorkeur per telefoon’, was het stompzinnige antwoord van de mentor. Waarom vroeg hij het dan?
En gaf hij daarna aan dat hij zelf niet te bereiken was, want hij geeft les en deelt zijn telefoonnummer niet. Maar je mag het altijd via de school proberen. Of even mailen of hij kan terugbellen…

‘Zijn er nog vragen?’.
Zo, dat is snel. Ik sta straks binnen 10 minuten weer buiten. Dacht ik.
‘Waar gaan ze dit jaar tegenaan lopen?’ vroeg een muizige moeder.
‘Hetzelfde als vorig jaar’, was het constructieve antwoord van de mentor. ‘Als er geen intrinsieke motivatie is om te leren, dan wordt het lastig’.
Bonkige moeder met stekels; ‘hij moet het zelf doen, ik bemoei me er niet mee.’
De vader achter me was het daar niet mee eens en begon over de nog niet ontwikkelde frontale kwab. Muizenmoeder vulde hem aan dat wetenschappelijk was bewezen dat kinderen op deze leeftijd nog hulp nodig hebben bij plannen.
‘Plannen doet niemand’, antwoordde de mentor luchtig.
Ik nipte eens rustig aan mijn thee en was benieuwd of er nog wat zinnigs aan bod zou komen en of Harm zijn auto inmiddels al was weg gesleept.

De stekelmoeder had niet voor niks haar jas uitgetrokken. Zij wilde nog wel weten hoe het zat met de beschuldigingen van plagiaat jegens haar zoon, die echt niet alles klakkeloos had overgeschreven van internet. Nadat ze het verhaal 17 keer in net iets andere woorden had verteld, snapte de mentor dat hij actie moest ondernemen ‘misschien kan ik eens contact opnemen met de leraar?’ probeerde hij vragend.
Zou iemand het opmerken als ik me schuifelend langs de wand richting de deur zou begeven?

‘Hoe vindt u de sfeer in de klas?’, wilde een moeder weten. Haar dochter vindt het namelijk nogal druk (er zitten maar 2 meisjes in de klas van het technasium).
Deze vraag had de mentor niet verwacht. Geen enkele vraag eigenlijk.
‘Ja, nou, gewoon, goed’, wilde hij het mee afdoen.
Moeder bleef herhalen hoe druk dochterlief het vond.
Ineens schoot hem te binnen; ‘nou, we waren laatst tijdens mentorles aan het wandelen en er waren wel wat jongens met stenen aan het gooien. Ze zijn wel erg speels, dat ben ik niet gewend. Eentje kroop zelfs onder een hek door’.
Wat ik begrijp, hij had waarschijnlijk de intrinsieke motivatie om te vluchten.
Net als ik die avond.

Toch ook maar een vraag stellen.
‘Luc vindt de wiskundeleraar niet fijn, hij kan daar niet bij terecht met vragen en sluit zich dan af en doet niks meer. Hij wil bijles volgen en heeft dit ook aan u gevraagd, maar je kunt je daar nog steeds niet voor inschrijven. Wanneer kan dat?’
‘Weet je, ik begrijp gewoon niet dat er leerlingen zijn die het niet snappen. In deze tijd. Waarbij ze alles op kunnen zoeken op internet. Overal zijn filmpjes van te vinden. Niemand leest tegenwoordig meer handleidingen’, was zijn antwoord.
Echt alles aan deze uitleg schoot in mijn verkeerde keelgat. Dat ik misschien ook last van PMS had, kan niet meegeholpen hebben in de formulering van mijn reactie richting deze ‘mentor’. Maar ik kreeg bijval van een moeder. En ineens herinnerde hij zich dat hij net voor deze bijeenkomst een mail had gezien over bijles. Hij stamelde dat hij dat naar me door zou sturen.

De avond was toen wel afgelopen. Ik beende boos naar buiten. Voor deze weggegooide tijd. Zonder koekjes.
Een week later had ik nog geen mail van de beste man ontvangen. Zelf maar een mail sturen dan. Daar heb ik nooit reactie op gekregen.
Luc haalde een 2,6 voor zijn wiskunde.
Over twee weken zijn de 10-minutengesprekken op school. Ik denk dat we samen gaan. Ik voel daar ineens enorme intrinsieke motivatie voor.

Deel

door

Start van de vakantie

doorPosted on 3min. leestijd45 gelezen

25-7-2017

De koffers worden al een week aangevuld, maar vandaag is de finishing touch. Alles wordt ingesnoerd en aangestampt. Eenmaal dicht blijken alle koffers en handbagage overgewicht te hebben. Obesi-tas…

De komende uren ben ik aan het herverdelen en neem ik afscheid van zes paar boeken (ja ik lees graag old-skool), een pot nutella, twee verpakkingen jodekoeken en zonnebrand met glitters. De glans van het inpakken is er nu wel af.

Harm steekt zijn hoofd om de hoek als hij mij met een pruillip sultana’s en een pak crackers uit een koffer ziet plukken. Hij gaat met alle koffers op de weegschaal, maar mijn acties hebben nog niet het gewenste resultaat. Koffers weer open. Harm kijkt kritisch en gaat vernuftig met zijn hand langs de randen. Daar treft hij een tigtal koffieleutjes aan. Als een drugshond met een flinke buit kijkt hij me aan ‘Koffiekoekjes? Serieus? Je lijkt mijn moeder wel!’
Een goed begin van de vakantie, kan ik je zeggen.

Voordat iedereen over me heen valt dat ik deze zooi allemaal mee neem op vakantie en dat je juist als een local moet eten of dat je die spullen daar ook kunt kopen, ik kan mezelf verdedigen;
A. Het is in Nederland goedkoper.
B. De gezinsleden die mij hier het hardste om uitlachen, zijn toch altijd blij als ik ineens rond voedertijd een bus Pringles uit mijn tas tover.
C. Heimwee. Als ik de koffers uitpak en mijn vertrouwde spulletjes opberg in een te kleine kast in een vreemde kamer, voelen dit soort dingen als thuis.

En en en en en (waarom verdedig ik mezelf eigenlijk?), vorig jaar mocht er 30 kg per koffer in het ruim, dit jaar maar 20 (die koffer weegt dat al bijna van zichzelf). Dat is gewoon 20 kg aan bagage minder. Dat moet ik zien kwijt te raken in een paar luttele uren. Terwijl ik alleen maar meer spullen kan bedenken om mee te nemen (nee, mijn reisstrijkijzer laat ik al jaren thuis, die weegt als lood, ik dacht meer aan mijn stijltang. Ik heb het bij de gedachte gelaten).

26-7-2017

We vliegen pas om 14.00 uur, maar vertrekken uit ons pittoreske dorp om negen uur. Mooie tijd. Zo hebben we op Schiphol ook nog genoeg tijd om bij Victoria’s Secret te kijken. Als Lientje en ik eindelijk een keuze hebben gemaakt (hallo, het is SALE!!), komt er net een vent voordringen met 150,- aan slipjes en body-mist voor moeder de vrouw. Superschattig natuurlijk, maar dat moet ook allemaal ingepakt worden. Eer wij weer op onze ontmoetingsplek bij de mannen zijn gearriveerd deelt Harm redelijk kalm mee dat we nu nog 5 minuten hebben voor onze gate sluit. Ik denk altijd dat dat wel mee zal vallen, maar het gas wordt erop gezet. Niet geheel onlogisch, aangezien we bij Gate 1 staan en we naar Gate 56 moeten. Tegen mijn natuur in heb ik gerend. Gezweet. Mijn teen kapot geschuurd. Uiteindelijk hijgend aankomen terwijl iedereen ons in de rij verbijsterd aan kijkt. Ja, ik weet ook niet wat ons bezielde.

Uiteindelijk ploffen Harm en Luc in het midden van het vliegtuig neer en Lina en ik helemaal achterin (iets met vooraf reserveren, non communicatie en geldklopperij #Transavia). Eerst leek het me wel handig zo dicht bij de wc te zitten. Ik zette het op een drinken, maar hoefde teleurstellend genoeg maar 1 keertje. De rest van het vliegtuig helaas ook. Die staan dus in een opstopping naast je stoel en dat afzuigende geluid is ook niet alles.

De busreis is ontspannender…
Mijn ene oor zit dicht, dus ik probeer te doen alsof ik daardoor het gekrijs van de peuter achter ons maar voor de helft hoor. Ondertussen zit Luc als een stuiterbal voor me en Lina kakelt naast me. Ik heb nog niks fatsoenlijks gegeten en ik voel me lichtelijk overprikkelt.

Dit verzin je niet

Het is al donker als we de koffers in ons huisje mikken, slippers aantrekken en een restaurantje opzoeken. We zijn op Cyprus en belanden bij een Mexicaan. Lina straalt achter een bord nachos en terwijl Luc wacht tot zijn pizza is afgekoeld vermaakt hij zich luidruchtig. Denk aan; buikspieroefeningen op de grond, koprollen op de bank en eenzijdig tikkertje spelen met de obers. De oberin (hoe noem je een vrouwelijke ober?) probeert onze tafel in het gareel te houden door ons sombrero’s op te zetten en een foto te maken. Dan weet je zeker dat je vakantie is begonnen…

Deel

door

Cliniclowns

doorPosted on 2min. leestijd47 gelezen

Door Harm zijn werk kunnen we soms bij bijzondere evenementen aanwezig zijn. Zo sponsorden ze appeltjes aan het Circus van de Cliniclowns. Of we daarbij wilden zijn? Het woord circus deed me overstag gaan. Ik heb verder niets tegen de Cliniclowns hoor, integendeel. Mensen met een rode neus zijn meestal beregezellig. Alleen hoe zou het zijn om compleet gezond de wereld van de kindjes met een beperking binnen te stappen? Geen idee waarom ik me daarover schuldig voelde. Maar toch. In mijn hoofd klonk een stemmetje dat fluisterde woorden als ‘uit je comfortzone stappen’, ‘iets in een groep doen’ etc.

Cliniclowns circusIn Dordrecht stond een geweldige tent waar we welkom werden geheten en ingedeeld in team rood. Ieder een sticker met onze naam erop, voelde heel persoonlijk. Zo slim. Elke keer spraken ze de kinderen aan bij de naam en je zag ze glunderen ‘hé, die clown kent mij’. Er waren drie teams en deze groepen gingen omstebeurt naar een losse voorstelling. Wij gingen als eerste naar ‘de wasserette’. De tweelingbroer van (de Taarten van) Abel deed de was in een ballenbak. Een meisje ving een bal en begon te gillen van plezier. Ook werden er bellen de lucht in geblazen, zonder natte plekken op de vloer achter te laten. Alles voor de veiligheid.

Cliniclowns kok
Niks geks aan

Overal was aan gedacht. Er was ruimte, liefde en aandacht voor iedereen. Niemand keek elkaar vreemd aan. Er werd niet gewezen, gefluisterd of uit gelachen. Je voelde een wederzijds begrip en respect door de ruimte zweven.
Er was geen oordeel. Het was goed. Iedereen was goed zoals hij is. Zelfs ik. Niet anders, maar hetzelfde.

20160612_105003


De shows waren bijzonder. Zoals bijvoorbeeld de grote metalen windgongs, die muziek maakten wanneer de medewerkers er met grote waaiers wind heen bliezen. Kinderen genoten volop. Zoals een meisje in ‘ons team’. Zij stal echt mijn hart. Ze had een prachtige vlecht bovenop haar hoofd en mocht heel soms uit haar rolstoel. Ze heeft alleen in het begin even gehuild. De rest van de tijd kraaide ze het uit van plezier. Elke keer een beetje harder. En elke keer werd mijn lach groter. Wat een puur genot om haar zo blij te zien. Als herinnering aan haar kocht ik een blije muis. Om niet te vergeten waar het om draait. En om de mensen te steunen die dit allemaal mogelijk maken. Wat een geduld, creativiteit en liefde geven zij deze kinderen en hun ouders. Een moment zonder zorgen. Ik schrijf dit met een brede glimlach en een traan. Ik ben nog nooit bij zo’n mooi, interactief en intiem circus geweest. Uit de grond van mijn hart kan ik zeggen dat er geen moment van ongemak was. Zelfs niet met Luc die in al zijn drukheid rond rende, overal aan zat en geluiden van allerhande verzonnen dieren uitkraamde. Geen starende blikken. Niks. Eigenlijk voelde ik me hier best thuis 🙂

Deel

door

Koningsdag

doorPosted on 4min. leestijd56 gelezen

Fear of missing out. Dit is een nieuwe rage (of ziekte, zo je wilt) onder SM-lovers (social media liefhebbers). Nou ben ik meestal niet zo bang om iets te missen, maar op Koningsdag heb ik wel altijd het idee dat het overal leuker is. Je ziet op Facebook oranje gecustomizede vrienden in een sloepje dobberen, voorzien van een perfect zonnetje en lekkere hapjes. Op Instagram zie je rommelmarkt vondsten, waar je zelf al jaren kringloopwinkels voor afschuimt. Ook krijg ik zelfs spontaan zin in het bezoeken van een festival vol vrolijk hossende mensen, als ik daar foto’s van voorbij zie komen.

Jaren geleden bezochten we nog weleens een vrijmarkt. Tegenwoordig is het lastiger om (met het gezin) heel vroeg op te staan en dan nog minimaal een uur in de auto zien leuk te houden. En met dit druilerige weer ziet de meuk op allerhande armoedige kleedjes er ineens verlept uit. Alsof ze gewoon een met modder overstroomd bejaardentehuis hebben leeg gekieperd in een kraampje. Met een zonnetje erop zou je het ineens bestempelen als een uniek brocante antiekstuk. Tel daarbij op dat ons huis al dichtslibt met allerlei rommel en we doen de kinderen ook geen plezier met slenteren langs kapotte puzzels en worstenmakers uit grootmoeders tijd.

Maar wat dan? Ik bekeek de dorpskrantjes ineens met interesse, op zoek naar een gaaf programma voor Koningsdag. Waarom beginnen ze altijd met Aubade? Ik vroeg Harm of dat iets met zingen te maken heeft en hij knikte een beetje lacherig. Het lachen verging hem toen ik uit volle borst begon te galmen ‘Komt allen tezamen…’, toen onderbrak hij me dat het dit niet helemaal was. Prima joh. Dan niet.
Poederoijen is trouwens vandaag de dag vertegenwoordigd met een goed georganiseerde oranje vereniging (ja,ja geen sarcasme dit keer). Onze eerste Koninginnedag waren er nog maar drie kraampjes, te weten eentje met de grootste witte opa onderbroeken ooit gezien, een kraampje met zelfgemaakte ranja en de laatste verkocht elastiekjes en speldjes met snoezige rozenknopjes om alle beeldige krulletjes van kerkmeisjes mee in bedwang te houden. Tegenwoordig krijgen we een heel programma voorgeschoteld. Vorig jaar zat ik in een Tesla en crosten Lina en ik op Segways, terwijl Luc een parcours aflegde met een laserpistool. Niets te klagen dus, zou je zeggen. Maar je kent me. Immer tevreden mens dat ik ben. Maar eerlijk is eerlijk, het hagelt hier de laatste dagen, dus de kans was aanwezig dat we vandaag sneeuwpoppen konden maken. En buiten zijn terwijl het koud is, staat niet in mijn productomschrijving.

Daarom bedachten we ruim op tijd, dat we dit keer het ruime sop zouden kiezen. Maar nou liggen de binnendeurse uitjes niet voor het oprapen hiero. Bij het woord museum begint Lina al vroegtijdig te braken en aangezien het vakantie is, kunnen we het één en ander ook al afvinken (de bioscoop en bowlen). Gelukkig vonden we gisteravond nog een indoor midgetgolf baan. Nou heb ik niet zoveel met gewoon golf (alhoewel de truttige ruitjesbroeken me vast kittig zouden staan). Om het leuker te maken zouden ze de holes kunnen vullen met M&M’s en wanneer je dan je balletje erin knalt ontstaat een chocolade regen. Kijk daar zou ik met plezier mijn best voor doen. Net als bij midgetgolf. Vind ik echt enig. Bochtjes, heuvels, bruggetjes, ik neem het allemaal uitermate serieus. Let’s go!

Luc en de piramide
Onze hooligan

Indoor betekent blijkbaar zoiets als een hele grote schuur met aftandse Oosterse tapijten en het ontbreken van enige vorm van verwarming. Het was buiten warmer. Serieus. Dan maar warm slaan. Luc mocht beginnen en waarschuwde ons met ‘aan de kant voor jullie eigen veiligheid’ en vervolgens viel hij de ‘piramide’ aan naast de eerste baan. Het ding zag eruit alsof meerdere kinderen hun koningsdag-agressie erop hadden gebotvierd. Vanuit mijn ooghoek zag ik Harm een plastic bamboe neer maaien met zijn golfstick. Het stof dwarrelde om hem heen en ik knipoogde naar hem. We hebben een geweldig vermogen om altijd op de meest versleten plekken te belanden. Op de een of andere manier krijg ik het liedje (of eigenlijk alleen deze zin) niet uit mijn hoofd ‘Hoe zijn we hier beland?’

Harm geniet van midgetgolf
Dat gezicht 😉 Genieten

Terwijl Lina de puntentelling aan het husselen was rende Luc als een wilde baviaan rond, al brullend ‘ik ga jullie tokken’. Zijn golfclub suisde daarbij gevaarlijk door de lucht. Harm sloeg een bal bovenop mijn dijbeen en ik probeerde een verstopte heater aan te zetten door op alle knoppen te drukken, trekken en slaan. De kinderen speelden vals (terwijl ik zo mijn best deed, verder niet fanatiek, hoor) door de ballen erin te vegen. Harm zette zijn capuchon op, want de schuur was niet he-le-maal waterdicht. Juist op dit soort momenten hebben wij de grootste lol. En gelukkig was het bijbehorende restaurant wel verwarmd. Terwijl de kinderen een ijsje (serieus) bestelden, besloten wij op deze dag onze vaderlandsliefde ook te uiten door geen Belgische wafel te bestellen, maar een portie echte Hollandse bittergarnituur. Hier kan geen brocante sloep of festival tegenop. Zo’n gekke dag met mijn even gekke gezin, ik had het voor geen goud willen missen.

Deel

door

Als de brandweer…

doorPosted on 4min. leestijd40 gelezen

Het duurde even voordat het rond was, maar vandaag was het dus tijd voor Luc zijn kinderfeestje. Het voelde niet eens als uitstel van executie. Dat komt waarschijnlijk omdat ik er verder ook geen verjaardags- en traktatiestress bij had. Kom maar op.

Thuis tosti’s eten. Nou dacht ik dat meisjes konden krijsen, maar deze jongens gilden als een schelle brandweersirene. Dan zouden ze wel goed bij de eerste locatie passen van vandaag; de brandweer. Dat was ook de reden dat we het zo verlaat vierden, de brandweer in Zaltbommel doet dit op vrijwillige basis. Alhoewel ik me na dit feestje kan voorstellen, dat ze daar verandering in gaan aanbrengen. De jongen die ons begeleidde zou eigenlijk nog een feestje erna hebben, maar die was verplaatst naar volgende week. En dat vond hij helemaal niet erg, gaf hij toe, met het zweet op zijn voorhoofd. Was het dan zo’n drama?

Tja, het begon met een vaag filmpje, waarbij de meest recente beelden uit 1996 dateerden. Na een paar minuten begon de eerste al. ‘Ik ben een gordeldier’, en liet zich vervolgens voor dood op de grond vallen. Ik moet toch vaker naar Freek kijken denk ik, want ik wist niet dat dit een Gordeldierse-actie was. Maar de rest volgde en kropen vervolgens als de meest vreemde wezens over de grond.

Op naar de brandweerwagens. Super indrukwekkend natuurlijk. Maar boeiend hoe het allemaal werkt. Erin willen ze. Nu. En als ze erin zaten riepen ze al ‘VOLGENDE, VOLGENDE’. En die goeie man ze maar proberen bij zijn verhaal te betrekken. Maar ze hadden ook echt de aandacht spanne van een gordeldier. Niet. Terwijl de man over de historie stond te praten, braken zij bijna de meest historische wagen die er stond af. Overal moest aan getrokken worden. Op gezeten. Geramd. Mijn oksels begonnen te prikken. Deze kudde dieren had nog geen suiker gehad, maar hadden dat niet nodig om op hol te slaan. Wat een zooitje ongeregeld. Het idee dat er iets kapot ging, waar zoveel mensen met liefde aan gewerkt hebben en mensenlevens mee hebben gered…

De planning was dat we 2 uur bij de brandweer zouden blijven. We wisten het te rekken tot anderhalf uur, maar voordat er brokken vielen, zijn we er vertrokken. Ik beeldde me in, dat de vrijwilliger zijn baas opbelde om te zeggen dat hij volgende week niet bij het andere kinderfeestje kon zijn. Hij moest een wortelkanaalbehandeling ondergaan. Met plezier.

We komen dus te vroeg aan bij de volgende locatie. The American Roadhouse. Daar gingen we bowlen. Maar gelukkig was het droog en een speeltuin aanwezig. (G)Razen maar! Wij ploften neer op de houten bank. Die was niet geheel droog, dus ik schoof een verpakking koek onder mijn billen en begon te rillen. Best koud als je stil zit. Buiten. In november. Maar de kinderen konden hun energie kwijt. En ik liep met liefde met ze mee naar binnen naar de WC om daar even op te warmen aan de open haard.

Weer buiten vond ik geen rust. Jongens op een dak. Jongens met te zware balken aan het sjouwen. Ik moest aan het zuurstof. Dit.Is.Zo.Niet.Mijn.Ding. Ik schreef het volgens mij vorig jaar al, die verantwoordelijkheid voor zoveel kindjes op mijn schouders; killing. Gelukkig was het tijd om te bowlen. Iedereen schoenen uit. Oh, de kleine maatjes zijn al in gebruik. Iedereen weer schoenen aan. Bij onze plek aangekomen leek er een limonade-popcornbom te zijn ontploft. Maar goed, ik kon doen waar ik goed in ben. Opruimen. Harm regelde de rest.

Goed bezig jongens!
Goed bezig jongens!

Ze gooiden trouwens echt retegoed. De ene spare na de andere. Ja, met opblaasbanden tegen de zijkant, maar hé zelfs dan lukt het mij niet. Soms rolden ze iets te zacht. Zo zacht dat de bal gewoon midden op de baan stil bleef liggen. Heel strak werd er dan nog een balletje tegenaan geworpen. Om vervolgens geen enkele kegel te raken. Ook knap. Dit alles aanschouwde ik vanaf de houten bank. Nou was het sowieso niet de bedoeling dat de ouders meededen, maar ik kon ook echt niet meer. Was een soort van overprikkeld door de schreeuwende kinderen, overschreeuwende ouders, bonkende ballen en flikkerende lichtjes. De kinderen kwamen me elke keer trots hun score vertellen en dan complimenteerde ik ze uitvoerig. Ze glommen nog harder dan de ballen. Kon ook van het zweet geweest zijn. Het rook er een beetje als zo’n indoor speelhal. Onze favoriet inderdaad.

Na het eten iedereen gauw thuis afgeleverd voor het Sinterklaas journaal. Voor Lina een pizza in de oven geschoven, allemaal ook het Sint journaal kijken. Luc naar bed, Lina haar Frans nog overhoren. Ik pulk de laatste popcorn onder mijn schoenen vandaan en begin aan de sint zijn voorraad pepernoten. Of zal ik toch gewoon een popcorntje pakken?

Mijn kleine E.T. in zo'n groot pak. De dag van zijn leven gehad. En daar doe je het voor.
Mijn kleine E.T. in zo’n groot pak. De dag van zijn leven gehad. En daar doe je het voor.

Deel

door

Apenheil…apenheul…

doorPosted on 0 Comments4min. leestijd66 gelezen

Bij het instappen van de auto sneed de wind al door mijn vijf lagen kleding. Naïef dacht ik dat ik later op de dag wel gewoon in mijn shirtje zou eindigen. Want de zon scheen. En we reden richting Apeldoorn. Een rit van ruim een uur is wat veel gevraagd van mijn eigen kibbelende apen. Dus ik was blij dat we het hadden overleefd. Blij sjorde ik de kinderen uit de auto. We waren er.
‘Is dat nou de apenbeul?’ vroeg Luc. Of zei hij nou wat anders?
Ik heb volgens mij ja geknikt. De moed zonk me lichtelijk in de schoenen toen ik de mensaap in groten getale als een kudde schapen in de rij zag staan.
We waren niet alleen.
Gelukkig hadden we vrijkaarten en konden redelijk snel doorlopen.
Zo het apenbos in. Weer eens wat anders dan het sprookjesbos.

Apenheul aapjes
Zag ik daar een buggy? Wegwezen…

Vooraf was Luc bang voor het idee dat de apen los zouden lopen, maar de doodshoofdaapjes klinken enger dan dat ze eruit zien. Drommen mensen negeerden de uitleg dat je ze niet mag aaien. Zelfs Luc deed een poging.
Alleen waren de kleine beestjes gefocust op buggy’s. Geef toe, daar valt meestal wel wat aan etenswaar in te vinden. Half uitgekotste koekdrap, daar doet een aapje een moord voor. Weet ik nog van toen Lina klein was. Denk dat ze zo’n 1,5 jaar oud was, toen ze snikkend op mijn arm naar een aap op haar kinderwagen wees: ‘ISSE MIJ’.
Ze keek ook nu op haar hoede rond. Luc vond het machtig mooi. Harm schoot achter elkaar apenfoto’s. Ik zocht een uitgang. Allemachtig, wat deden al die mensen hier? Hadden ze niets beters te doen op hun zondag?
Claustrofobisch naar adem happend, werkte ik me door de mensenmassa. Op zoek naar lucht. En naar zon.
Ik snap dat apen moeten kunnen slingeren, maar zoveel bomen neerzetten dat ze de zon volledig blokkeren, is gewoon wreed. Daar had ik niet op gerekend. Niemand eigenlijk. Ik zag iedereen ineen gedoken in hun te dunne jassen.
Bij ons tweede eetmoment bestelde ik een erwtensoep. Luc vroeg om een ijsje. Lik maar aan je bevroren snottebel.
Mijn paarse knokkels had ik in mijn vestje gewikkeld, dus ik kon echt niet op mijn horloge kijken. Harm vertelde me dat het één uur was. WAT? Zo vroeg pas? Wat erg.
Ik was totaal niet geïnteresseerd in de apen. Ik hopte van zonnestraal naar zonnestraal, met Lina in mijn kielzog. Soms staarde ik daardoor naar een veld waar geen beest te zien was en kwamen er mensen bij staan, want wat zou ik aan het bekijken zijn? Zucht.
Wippend van de ene op de andere voet wachtten we totdat de deuren voor de show (lees Gorilla’s voedertijd) open gingen. Ik hoorde mensen gnuivend voorbij lopen ‘dan gooien ze een krop andijvie en dan is het klaar’. Het zal toch niet. Ik bad voor een plekje in de zon. Dat hadden iets teveel mensen gedaan. Wildvreemden klommen bij elkaar op schoot om maar een glimp van de warmte op zich te voelen. Die aantrekkingskracht hebben vreemden niet op me, dus belandde ik uiteindelijk op de betonnen trap. Waar de kou op zijn gemak door mijn bilpartij mijn botten in trok. Maar het was het waard. Er kwam geen andijvie aan te pas.
De grote apen kwamen al borstkloppend het veld op gerend en vochten een beetje of slingerden aan een tak. Er was zo’n schattig kleintje bij, die heel stoer begon te stoeien met zijn grote broer. De rangorde was meteen duidelijk. Een Bokito achtig beest dat Jambo bleek te heten ging heel demonstratief in het midden van het veld tegen een boomstronk aan liggen. Hij krabde wat aan zijn kruis en kwam alleen in beweging wanneer hij de kans had een stuk wortel van één van zijn zes vrouwen of kinderen af te pakken. Het is nationale meisjesdag Apenkop! Maar iedereen schikte zich in zijn lot en kreeg genoeg te eten. Wij gingen ook weer op zoek. Maar hoe ik mijn handen ook probeerde te warmen aan een kartonnen bekertje thee, het werkte niet. Ook niet dat we in het holst van het bos in het pikkedonker in een speeltuin stil zaten met een gierende wind om onze oren. Je hebt wat over voor je kinderen.
Volgende keer gaan we in de zomer. Als iedereen aan het werk is. Nu huppelde ik bijna naar de auto. Die had de hele dag wel vol in de zon gestaan. En omhelsde me als een warme deken.
Luc draaide zich nog een keertje om en ja ik hoorde het toch echt goed, terwijl hij zwaaide naar de uitgang, ‘dag apenlul, dahaag’.

Deel