All Posts By joyce

Oudheid kent geen tijd

doorPosted on 0 Comments5min. leestijd86 gelezen

Voordat ik kinderen kreeg had ik geen beeld hoe ze later ‘moesten’ worden. Ze hoefden niet mijn dromen waar te gaan maken of dokter te worden. Daar hield ik me niet mee bezig. Wel had ik een beeld hoe ik zou zijn als moeder. Lief, geduldig, veel knutselen en koekjes bakken. Actief op school. Dus toen mijn dochter die leeftijd bereikte, was ik extatisch dat ze graag wilde knutselen en cakejes bakken in dit geval. Jammer was wel dat dan heel de keuken overhoop lag en ze na 5 minuten dacht, ik ga wat anders doen. Of nog beter, ‘wat gaan we nu doen?’. Dat ik daar na een tijdje niet meer zo lief en geduldig op reageerde, vond ik logisch. Ik stond dan vaak de stukjes klei tussen de groeven van onze houten vloer uit te pulken of het bakmeel tevergeefs van ons granieten aanrechtblad te schrobben.

Ik ben toch niet zo’n fantastische moeder als ik dacht te gaan worden. Op school heb ik welgeteld 1 keer geholpen. Toen Lina in groep 1 zat heb ik die frummels bijgestaan bij het kruidnootjes bakken en spelletjes spelen. Alhoewel ik deze momenten toch ook allemaal graag wilde vastleggen en zodoende alles  van achter mijn camera gadesloeg. Maar ik suste mijn schuldgevoel met het feit dat de meeste activiteiten plaatsvinden tijdens de dagen dat ik werk. En sinds Luc er is, kan ik ook niet op de andere dagen, want ik heb geen oppas in de buurt en kinderopvang is schreeuwend duur.

Maar toen een moeder mij vroeg of ik niet mee wilde rijden met het uitje van de meesters verjaardag, omdat ze dat gezellig vond, dacht ik, het wordt nu echt weer eens tijd. Harm regelde dat hij kon thuiswerken en ik ruimde mijn auto eens op. Lina was door het dolle en dat maakte mij weer heel blij. En de reactie van een andere moeder die hoorde dat ik mee zou rijden: ‘JIJ?’, deed mijn rug rechtten. Ja, ik. Dat we naar een museum gingen, moest ik alleen nog even zien te verwerken. Ook nog het oudheidsmuseum. Als cultuurbarbaar kon ik hier vast nog meer van opsteken dan die kinderen.

Ik kocht chocoladekoeken en zorgde dat ik op tijd was. Ik kreeg een briefje met het adres, maar zou achter de andere moeders aanrijden. Voor ik TomTom ook maar kon bekijken, scheurden ze al weg. Gauw erachter aan, fuck het leek wel een Formule 1 parcours. We vlogen over drempels, sneden vrachtwagens af en remden alleen af, daar waar de App van moeder nr 1 aangaf dat er geflitst werd. Maar binnen een half uur waren we in Boxtel. Waarschijnlijk rijd een normaal persoon hier minstens drie kwartier op. De kinderen hadden niks in de gaten, waren helemaal uitgelaten.

Jassen uit en een zaal in om een filmpje te kijken. Ijskoud daar. Een slimme moeder gaf aan dat die kou goed was voor het bewaren van de fossielen. Laat ze die dan lekker een sjaal omdoen. Oh ja, wel even bij de les blijven. Wat een kinderachtig filmpje over een uitroepteken en vraagteken die een bot vinden. Maar goed, de kinderen lachen, dus het zal wel leuk zijn. Als het filmpje is afgelopen kunnen we aan het echte werk beginnen. Een speurtocht met allerlei vragen over de dino’s en andere oude dingen in het museum. De meester vroeg ons wel of we de kinderen wilden helpen, met de moeilijke vragen. Voor de vorm keken we ook een beetje rond.

De ene übermoeder hielp alle kinderen, maar de rest liep een beetje doelloos rond. Ik keek kwijlend naar de oude parelmoeren schelpen. Zou er eentje in mijn tas passen? Gaap, waar zijn de anderen? Boven, ook maar een kijkje nemen dan. Leuk geprobeerd die nepdino’s op het nepgras, maar hé een aluminium trap erachter laten staan is echt te stom. Ach dat zien die kinderen vast niet. Die rennen alleen heen en weer om als eerste de vragen te beantwoorden. Wij zoeken een plek om op te warmen. Onze racemoeder steekt haar hoofd om de hoek ‘Joehoe, hebben jullie ook koffie?’. Met onze warme mokken lopen we terug.

Ik leer nu meer over sterilisatie dan over de oudheid. Heerlijk verder, die herkenbare verhalen van moeders. Waarom heb ik dit niet eerder gedaan? Buiten schijnt het zonnetje, lekker hoor. Hier kan ik ook naar hartenlust foto’s maken. Het bordje ‘Eigen consumpties niet toegestaan’ negerend eet ik met de moeders en meester de chocoladekoekjes op. De kinderen spelen in de speeltuin. De moeder die wel van musea houdt geeft aan toch wat geleerd te hebben ‘dat een oude drol, coliet heet’ ofzo, het kan ook composiet geweest zijn. Ik gaf aan dat ik dacht dat het meervoud van een dino, dinosaurussen was, dit bleek dinosauriërs te zijn. Ze keek me aan alsof dat logisch was. Had ik toch beter naar Jurassic Park moeten kijken.

Een kind krijgt een schommel tegen haar gebit. Tijd om te gaan. Dit keer stel ik gewoon eerst mijn navigatie in, om de kinderen veilig bij school af te zetten. Wat voel ik me een goede moeder. En ’s avonds gaan we gewoon verder met de oudheid, op het schoolplein. Het is Fancy Fair en Lina’s grootste droom komt uit. Ze mag hier achter een kraampje staan en echte fossiele rommel zien te verkopen.  Of eigenlijk wij, want zij rende van de grabbelton naar het lootjes trekken en vriendinnen. Luc trok zijn sokken, schoenen en jas uit en krulde zich op in een wipstoeltje met de melding ‘Luc gaat slapen’. Vanuit zijn ooghoek merkte hij iets op met wielen. Weg was hij. Klaarwakker. Met zijn armen vol auto’s komt hij terug bij ‘zijn’ stoeltje. Harm gaat gauw betalen.

Na twee uur blauwbekken (in Luc zijn geval blauwtenen) en  onze portemonnees leeggeschud te hebben, neem ik Lucje mee naar huis. Ik duim dat het gaat regenen, dat de rest van mijn gezin kan volgen. Mijn gebeden worden gauw verhoord. Vandaag was ik wél de moeder die ik voor mezelf voor ogen had!

Deel

Walibi

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd177 gelezen

Mijn man werkt bij een groente en fruitbedrijf. Elk jaar organiseren ze een familiedag. Je krijgt dan toegangskaarten, een parkeerkaart en lunchpakket. Dit bestond vorig jaar uit belegde broodjes, krentenbollen, pakjes drinken én natuurlijk fruit. Ik hoef dus niks van huis mee te nemen. Ideaal.

Dit jaar is gekozen voor Walibi. We zijn er nog nooit geweest. Na een uurtje rijden zijn we er dan eindelijk. Het is 12.00 uur. Ik heb trek. Op naar de stand voor onze kaarten en lunch. ‘Hoeveel personen?’ 4 drinkbekers, appels en kiwi’s (met mes/lepel in een beschermbakje) worden in een tas geworpen. ‘Waarom zoveel appels?’ gilt Lina. ‘Voor ons allemaal eentje’, zeg ik met een kwade blik. ‘Gadver, waren dat kiwi’s?’ gaat ze onverstoorbaar verder. Snel weg bij de stand met het schaamrood op mijn kaken. Een collega van Harm moet lachen. Hij wel.

Je komt binnen in een soort dorp met winkels met synthetische knuffels en alles waar je tanden al van gaan rotten bij de aanblik. Even hard doorlopen en dan ben je eindelijk bij de attracties. De kinderen rennen allebei een andere kant op. Uiteraard. Dat heb je met zo’n leeftijdsverschil. Luc mag niet in de attracties waar Lina in wil en zij vindt zijn attracties saai. Dus om en om. Luc snapt niet dat hij niet gewoon kan blijven zitten in tractor, vliegtuig of trein. Zodra we hem loslaten rent hij terug. Zijn gehuil trekt een hoop aandacht. Vast hilarisch om naar te kijken. Behalve voor ons dan.

Laten we gaan eten. We zetten Luc vast in zijn kinderwagen en blijken de lunch aan het begin van het park op te kunnen halen. Niks gezonds dit keer. We hebben een bon voor friet met snack en frisdrank. Als tegenhanger voor de kiwi’s denk ik. Maar goed, ik heb honger, dus ik zeur niet. Zo ben ik. En ja, het is echte honger, mijn bloedsuikerspiegel heeft zijn irritatiegrens bereikt. Ik grabbel in de tas, fruit is voor vanmiddag en de drinkbekers blijken ongevuld. Top. Om half 2 hebben we het gevonden. We zijn helaas niet de enigen  die ‘zin’ hebben in een late lunch. Er staan 4 rijen van 5 mensen, dus zo lang zal het niet duren.

Helaas zijn de 6 (???) picknicktafels bezet. Niet dat ik de buggy ook maar een centimeter bij Harm vandaan mag rijden van Luc. Dus sta ik van de sigarettenrook te genieten van de wachtende achter Harm. Mijn gezonde lunch begint hier. Na 20 minuten paars aangelopen te zijn, laat ik mijn adem ontsnappen en ga een rondje lopen. Luc krijst alsof zijn voeten op zijn minst tussen de wielen zitten. Al gauw staan we dus weer naast Harm. De meneer achter Harm heeft zijn stinkstok gelukkig gedoofd. Toch vindt Luc het na 35 minuten naast papa ook niet grappig meer. Hij wacht op een milkshake die ze hier uiteraard ook niet hebben. Evenals dienbladen en servetjes. Op. Verder zijn ze goed ingespeeld op grote groepen mensen. Ik verlos ons maar van de oorpijn, door Luc heel pedagogisch een zakje snoepjes te geven. Lina wil ook. Nog pedagogischer blijkt dat ik er maar eentje onderin mijn tas had zitten.

Maar na drie kwartier kunnen we eindelijk beginnen aan ons eten. De grote klodder fritesaus wordt door Luc afgekeurd en belandt op zijn blouse. Lina eet 3 happen friet, de half ontdooide frikandel ziet er ook niet echt fris uit, dat moet ik haar nageven. Verder is ze ook veel te druk om een dans op te voeren met de wespen om haar heen. Met mijn kop vol wespen kauw ik onverstoorbaar verder. Eten zal ik. Misschien willen de kinderen dan een ijsje vraagt Harm. Lina kiest toch voor een suikerspin. Ik voorzie een hele hechte vriendschap met kleine gestreepte vliegertjes. Luc neemt een hap van zijn ijsje en zet hem weg om naar de bootjes te rennen. Gevolgd door een gillende Lina, die blijkbaar niet haar zoetwaar met haar nieuw verworven vriendjes wil delen. Gelukkig maken we deze dag wel 100 foto’s om later te kunnen laten zien dat we zulke leuke dingen deden…

Deel

Consultatiebureau

doorPosted on 0 Comments5min. leestijd111 gelezen

Lina wordt opgehaald door haar vader van school vandaag, dus ik hoef niet op de tijd te letten. Lekker is dat. Dus Luc en ik rommelen lekker aan tot half 10. Ik ben druk bezig met hartjes maken en draai me om, zodat ik de schaar kan pakken en zie een brief liggen. Oh ja, die is van het consultatiebureau. Voor een afspraak. Die zal ik wel weer moeten bellen om de datum te verzetten, het is altijd op een dag dat ik werk. Wanneer was het ook alweer, de 27e toch?

Ik vouw hem open. Wij verwachten u op 7 september om 11.25 in Nederhemert. Dat is grappig, vandaag is het ook de 7e! Gadver, het kwartje valt en ik kan het echt niet maken om af te bellen , dat heb ik vorige 2 keer ook al gedaan. Slechte moeder, ik weet het. Ik heb gewoon niet zo heel veel met het consultatiebureau. Ik moet dan altijd denken aan mensen die me gaan vertellen hoe ik iets moet doen. Mijn kinderen grootbrengen in dit geval. Ik hou niet van bemoeienissen en als ik vragen heb, google of bel ik wel. Het enige leuke is het meten en wegen, hop weer 20 foto’s erbij.

Aangezien verzetten een soort uitstel van executie is, kleden we ons toch maar fatsoenlijk aan. Schone luier om, anders weegt hij 3 kilo extra. Misschien ook maar niet doen, dan zit hij misschien wat meer op gewicht, scheelt weer gezeur. Kind schoon, check, Groeiboekje, check. De brief met het adres voor in de TomTom. Fijn, er valt een vragenlijst uit. Of je die ook mee wilt nemen. Ingevuld neem ik aan. Dat doe ik voor de helft. Vragen als ‘Is uw kind een moeilijke eter en heeft u daar problemen mee’, licht ik liever even toe, voordat het ergens een dossier in gaat. Ja, mijn kind eet amper en nee daar heb ik geen problemen mee. Dus halfbakken vragenlijst erbij, check.

Wat ik dan wel weer doe, is op tijd weggaan. Te vroeg zelfs, ik hou niet van te laat komen en ook niet van laatkomers. Vreselijk irritant. Bij aankomst duikt Luc op de auto’s en probeer ik de weeg- en meetmevrouw (hoe noem je zo iemand) te verstaan boven het gekrijs van net geprikte baby’s. Volgens mij mag ik Luc alvast uitkleden. Tuurlijk, hij is net aangekleed. Even wegen, zo schattig, mijn ventje op zo’n weegstoel. 12,7 kilo, ben benieuwd hoe dit in de curves past van de arts/consultatiebureauzuster.

Al snel mogen we naar de arts. Luc laat zich niet meesleuren, dus de grote vrachtwagen nemen we maar mee naar binnen om een scene te voorkomen. We praten over koetjes en kalfjes (of ons huis al verkocht is, weet ik nog dat ze bij ons op bezoek is geweest 1,5 jaar geleden blablabla) en ik vraag me af waar dat voor nodig is. Luc ook, hij denkt, als jullie het zo gezellig hebben samen, knijp ik er even tussenuit. Zachtjes doet hij de deur achter zich dicht. Twee tellen later staat hij weer binnen, mét auto’s. Vakkundig stopt hij ze in zijn vrachtwagen. Ik lach lief naar hem en kijk die mevrouw aan, hier kwamen we toch voor? Get to the point dan. Ik zette me al schrap, maar ze veerde helemaal met me mee. Heel goed, dat ik er geen ‘eet’probleem van maakte etc etc.

Zou ik dan toch een goede moeder zijn? Mooi, doel bereikt, we gaan weer. Toch niet, Luc moet op schoot. ‘Luc, wil jij een spelletje met mij doen?’ Nee, zegt hij en wil zich weer van mijn schoot laten glijden. Tsja, misschien moet je er geen vraagvorm van maken. Mijn zoon speelde met een auto, dan moet je hem zeker niet storen om een spelletje te gaan doen. Stug volhoudend pakt ze er een vormenstoof bij. Ze gooit ze eruit. ‘Stop ze er maar weer in Luc’. Hij stapelt de vormpjes op elkaar en is trots op zijn ‘huisje’. Deze vorm van creativiteit wordt beloond met dezelfde opdracht. Luc propt ze er snel in en wijst haar erop dat ze een vormpje mist. Ze legt uit dat kinderen van drie nog geen driehoek kunnen onderscheiden, omdat ze nog niet driedimensionaal kunnen kijken. Grappig al die woorden dan met een 3 erin. Ik hou wijselijk mijn mond en slik wat stukjes tong door. Kunnen we nu verder?

Ze pakt 4 gekleurde blokjes en legt er 3 naast elkaar en eentje er rechtsbovenop. ‘Kun jij dit huisje ook zo maken Luc?’ Ik weet niet waar zij de vorm van een huis hierin ziet, maar misschien zien 30jarigen dat niet meer of nog niet. Luc ook niet, zal toch iets met die 3 te maken hebben. Alhoewel, dat is hij pas over 2 weken. Mijn mannetje stapelt ze allemaal op elkaar. De vrouw zucht en herhaalt alles in slow motion, alsof mijn kind achterlijk is. Luc kijkt haar aan. Zou ze boos zijn? Hij schuift gauw de 3 blokjes tegen elkaar aan. Door zijn wimpers kijkt hij naar haar, zou ze in zijn voor een grapje? Langzaam, om haar terug te pakken denk ik, zet hij het laatste blokje er bovenop. Aan de linkerkant.

Ik lach en leg uit dat mijn kinderen alles op hun eigen manier doen en zich niet snel laten opleggen hoe ze iets moeten doen. Mij negerend kijkt ze Luc indringend aan. Zuchtend schuift hij het blokje naar rechts. Zijn ogen verraden ‘nou tevreden?’, maar hij lacht zijn ‘ik-wind-je-met-3vingers-in-mijn-neus-zo-om-mijn-vingers-lach’ en ze doet de blokjes gauw terug in het bakje.

Nu de klapper van de dag; de ogentest. Hij gaat op 3 meter afstand van een lichtbak met ouderwetse plaatjes zitten en zij wijst iets aan. Luc brabbelt wat en ik leg uit dat hij de fluitketel niet herkent omdat dat niet meer van nu is, heeft ze misschien ook een plaatje van een waterkoker? Gauw wijst  ze een herkenbaar plaatje aan. Een schoen, goed zo. Na een paar plaatjes staat de mevrouw op en pakt een witte 3D bril. Huh? Er is 1 kant afgeplakt. Ook dat nog. Luc een bril op zijn hoofd proberen te zetten. Hij glijdt van zijn stoel en zegt resoluut: ‘Luc is klaar!’. Niet dus. Bril op, bril af. Zoals een goede moeder betaamt, maak ik foto’s en moet ik hard om hem lachen. De mevrouw lacht niet mee.

Zo goed en zo kwaad als het gaat noemt hij eens wat op en pakt ondertussen een auto. De vrouw focust op het lichtgevende bord en vraagt wat hij ziet. ‘Auto’. ‘Goed zo Luc’. Dat hij daarbij naar de auto in zijn handen kijkt, laat ik maar even zo. Zij laat het er ook bij en we mogen weer gaan. In de wachtkamer rent hij weer op de garage af. Ik had beloofd dat hij er nog even mee zou mogen spelen als hij nog 2 plaatjes zou raden/opnoemen. Chantage, opvoedtip nr 1 van mij. De mevrouw zei er niks van, ze duimde volgens mij ook dat het moment snel voorbij zou zijn.

Na 10 minuten (oké het kunnen er ook 5 geweest zijn) kleed ik hem al tegenstribbelend  aan. Ik excuseer me alvast voor het gekrijs en ik neem mijn zoon blootsvoets onder mijn arm gillend mee naar buiten. Ik denk dat ze alsnog een dossier opbouwen…over mij.

Deel

Hier krijg je honger van

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd121 gelezen

Tijdens een van onze weinig voorkomende gezamenlijke winkelsessies kocht Harm een broek. Hij had deze broek al in een aantal kleuren, dus deze hoefde niet gepast te worden. Daar houdt hij al helemaal niet van. Thuisgekomen wil ik het altijd wel graag aanzien. Kan ik naar zijn lekkere strakke kontje kijken in zijn nieuwe broek. Dat gebeurde niet bij deze broek. Ik keek wel naar zijn kont, maar daar ging die broek niet overheen passen. Zijn enkel kwam net door de pijp heen. De tijd zou toch niet  aangebroken zijn dat hij weer een maat groter moet pakken?

Ik kijk op het kaartje, er staat toch echt XL. De binnenkant van de broek zegt het tegenovergestelde, namelijk XS. Dus we moeten hem ruilen. Geen probleem, een extra reden om weer dicht bij de winkels te zijn. En eenmaal binnen wil ik toch ook wel weer heel graag naar buiten, mét tasje welteverstaan. Dus we stappen blij in de auto. Dit wordt een prachtige dag. Nog even tanken. Ik heb toch wel trek en besluit alvast een broodje te kopen. Bij de corner, of hoe het ook mag heten, kijken de uitgedroogde frikadellen me aan. Alsof er een stuk oude  paardenpoot in een bakje is gelegd. Het zal er niet ver naast zitten.

Ik bekijk de bakjes waar de ingrediënten in zitten voor de ‘vers’ belegde broodjes. De kipkerriesalade lijkt zo weg te gaan lopen en de salami heeft een vreemde kleur. Normaal lust ik het al niet, maar nu wordt ik al misselijk als ik ernaar kijk. Dus loop ik een rondje door het kleine station, me afvragend waarom dit een tankstation heet. Bij een station denk ik aan een plek waar je staat te wachten op de trein. Zie ik mezelf hier niet doen. Mijn maag rommelt en brengt me weer terug naar de broodjes. Het meisje loopt vanachter de kassa naar de snijplank en vraagt me of ik een keuze heb kunnen maken. ‘Heb je ook eiersalade?’  hoor ik mezelf vragen. Ik had nergens iets geligs gezien, dus bij negatief antwoord had ik een makkelijke reden om alleen voor chocola te kiezen. Maar ze knikte en begon al een broodje voor me te beleggen met een witte brei. Nog steeds snap ik niet waarom ik om sla en komkommer erbij vroeg.  Alsof mijn broodje nu gezond zou worden.

Maar nu kwam het…ze pakte met haar blote handen de sla uit de bak en stopte het ertussen. Had ze haar handen gewassen na wc bezoek, of snel haar broek opgetrokken en naar de kassa gerend toen haar belletje ging en ze net haar darmen wilde legen. Ze had sowieso geld aangeraakt. We weten allemaal hoe ranzig geld is. Met haar handen vol ranzigheid propte ze de slappe blaadjes groen en stopte ze bij de brei. De komkommer kreeg nog een strooisel van gedroogde kruiden en klaar was mijn verse broodje. Hier moest ik chocola bij kopen. Ik voel me altijd het minst slecht bij een Balisto, waarschijnlijk omdat er geen caramel in zit en ik denk aan granen. Dus ik pakte het groene reepje en dacht te voelen dat hij wat zacht was. Mmm, vreemd, ik pak toch maar een ander en leg mijn buit naast mijn broodje. In de auto blijkt ook deze helemaal gesmolten en trek ik het geheel uit elkaar, waarbij ik nog wel wat vreemde bobbeltjes op de chocola zie zitten. Gelukkig had ik nog een heel lekker broodje in het vooruitzicht.

Deel

Vraagje

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd114 gelezen

Bestaat God? Of eigenlijk is de juiste vraag, geloof jij dat hij bestaat? Een gevoelig onderwerp, ik weet het. Ga ik gelijk als eerste met de billen bloot; ik geloof in reïncarnatie. Zo dat is eruit. Wat anderen geloven dat respecteer ik. Ik hoop altijd maar dat dat andersom ook het geval is. Ik vind het ook altijd leuk gesprekken aan te gaan met Die Hard gelovigen. Ze kunnen me een hoop vertellen. Het meeste begrijp ik, maar snappen doe ik het niet.

Mijn vader is wel gelovig, op zijn manier, hij is katholiek opgevoed, gaat elke kerst naar de kerk (als het uitkomt) en zegt voor het eten; Here zegen deze spijzen, amen. Mijn vader combineert zijn geloof wel met een stukje spiritualiteit. Maar dat ik zo weinig van het geloof afweet, kan hij niet verkroppen. Als ik weer vergeten ben wat er ook alweer met Pasen is gebeurd (geboorte van de paashaas?), noemt hij me standaard een heidens kind. Stiekem vind hij het wel leuk om mij het hele verhaal weer te kunnen vertellen.

Ik weet gewoon ook weinig van God. Een man met een baard die in 7 dagen de aarde maakte? Mijn gedachten hierover begonnen toen ik mijn klamboe bekeek. Naast het standbeeld van de heer TomTom, mag er eentje gemaakt worden voor meneer Klamboe. Sinds ik ook zo’n lelijk geval heb opgehangen, ben ik makkelijker met ramen openlaten. Ik hoor de muggen niet eens meer. Dat die beesten je prikken is al stom genoeg, maar op je oor gaan zitten zoemen terwijl je net je remslaap instapt, geeft mij moordneigingen. Wild om je heen slaan helpt dan niet, dus ramde ik dan de lichtknop de muur in midden in de nacht. Bril op en zoeken maar, mijn man negerend die slaapdronken ‘wat gebeurt er, wat gebeurt er’ uitkraamt.

Doodmoe erachter komen dat die mug echt niet op de muur naast je bed zit te wachten tot je hem z’n harses inslaat, deed ik het licht maar weer uit. Één keer heb ik uit pure frustratie zo’n knetter/tennisracket op mijn oor gelegd. Ik heb daar toen wel mooi 1 mug mee gefrituurd. Maar ik had toch de angst dat ik mijn eigen oren een optater zou geven en ik de volgende dag met een korst erop naar mijn werk moest. Dus uiteindelijk maar zo’n lelijk gatengordijn gehaald bij de Xenos.

Mijn leven is nooit meer hetzelfde geworden. Wat een rust. Ik vroeg me wel af, als er een God bestaat, waarom hij de mug heeft uitgevonden. Hoorde dit nutteloze insect misschien bij een plaag? Er ging een bijbels belletje klingelen, maar die klepel hangt in de kerk en daar kom ik niet, dus maar eens aan manlief gevraagd. Hij dacht inderdaad dat het een plaag was, die God op de mensen afstuurde omdat ze hadden gezondigd. Hij eindigde met; ‘daarom prikken ze mij niet, maar jou, omdat jij zondig bent’. Van je man moet je het hebben. Eens kijken of meneer Klamboe nog vrijgezel is…

Deel

Met de trein naar…Gambia

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd85 gelezen

Op verzoek van Marleen een verhaaltje over Gambia. Nou, de hoofdstad is Banjul en Gambia heeft ca 1,8 miljoen inwoners, de munteenheid…of bedoel je toch een ander soort verhaaltje? Zo eentje waarvoor ik geen informatie over een land hoef te googelen. Oké.

Vandaag gezellig met vrienden Marleen & Martijn en onze kleine ventjes naar het Spoorwegmuseum. Hop, hop, in en uit een paar treinen en op naar de speelplaats. Speciaal in Chuggington thema. Voor de mensen die geen kinderen hebben, dit is een treintje dat vast veel avonturen beleeft, die wij ook niet kennen, want wij zijn Thomas fans. Ook een treintje inderdaad én gewoon uit te spreken voor de normale burger. Dit terzijde. Dankzij dit thema was het ontzettend druk en konden we niet in de buurt parkeren, hierdoor baalde ik eigenlijk nog meer dat die Chuckie-dinges-trein er was.

Maar we gaan weer even terug naar de speelplaats. Je herkende het thema, doordat er een poster van hing en de speelplek een gebied was vol Little Chuckies, kindertjes en een hek eromheen. De geur die ervan opsteeg is niet te omschrijven. Hier kropen onze mannetjes al kwijlend rond, van zoveel treinplezier. Wij zaten ernaast, genietend van de geur met een kopje thee erbij. Bij Marleen polste ik of je het woord ‘botergeil’ wel of niet op facebook kon gebruiken, misschien toch te heftig. Maar volgens Marleen paste het prima in het verhaal. Dank daarvoor!

Martijn en Harm hadden het over een artikel in de krant, ik viel weer eens halverwege in.  Ik gaf aan de krant niet te lezen onder het mom ‘daar word ik slim van’. Eigenlijk hebben ze gewoon een rukformaat en geven ze zwarte vlekken aan mijn handen en op mijn witte tafel. Ik hoef er niet bij te vertellen dat ik daar niet van hou. Als ik nieuws wil horen, praat Harm mij bij, zie ik het op televisie, of check ik het online (waarbij ik uiteraard als eerste de roddels check).

Zodoende was ik nog niet op de hoogte over het verhaal, van de man die naar Gambia ging met zijn vrouw. Op vakantie, gezellig. Hij ontmoette daar zijn vriendin en kweekte daarbij een kindje. Zijn vrouw vond het allemaal prima, want volgens Marleen boven de 50 en dan seksloos. De man was minder content, kind was analfabeet, lastig, lastig. Ik werd daarna even afgeleid door te checken of mijn kind nog binnen de hekken liep. Maar volgens mij ging die man vervolgens weer terug voor een nieuwe vriendin, maar als ik het goed begreep nam die man ook zijn vrouw en een (analfabeet?) kind mee.

Marleen en Martijn wilden eigenlijk naar Gambia op vakantie en kwamen hierdoor op dit wazige verhaal (zie je nou dat ik helemaal geen kranten hoef te lezen?). Harm liep achter ons ventje aan die waarschijnlijk op zoek ging naar een grotere trein om mee te spelen. Het duurde wel erg lang en ik vermoedde dat Harm alvast naar Gambia was vertrokken. Lopend. Met de trein kon ook, alhoewel hij dan toch niet helemaal op de juiste plek was. Ons knulletje stapte namelijk uit de trein en wilde naar de volgende, want ‘deze doet et niet’. Ik grapte dat Harm (die nog graag meer kinderen wil) alvast op zoek ging naar een vriendin in Gambia. Mocht ze een analfabeet baren, geen probleem, die kon dan het woord botergeil niet spellen. Haha en een lol dat we hadden.

Draait een vent voor Martijn zich om en vroeg bloedserieus of ze van plan waren om naar Gambia te gaan. Ik ben maar even weggelopen, ik piste in mijn broek en om dat nou recht in het gezicht van die man te doen, is ook zo wat. Zelfs ik heb een stukje fatsoen. Marleen en ik besloten elders een goed gesprek te gaan voeren. Daar hoort een lekker Italiaans schepijsje bij. Maar wat een keuze; vanille, aardbei, chocola, yoghurt kers en bloedsinasappel. Een beetje teleurgesteld prevelt Marleen, ik had zin in banaan. De verkoper vindt dit een hele aparte smaak. Vergeleken bij bloedsinasappel wel ja, duh. Marleen vroeg hem de volgende keer meer smaken te hebben en ik kwam niet meer bij. Toen Harm het hoorde zuchtte hij; ‘weer een plek waar we niet terug hoeven te komen’!

Deel

Heet op de fiets

doorPosted on 2min. leestijd110 gelezen

Zou de ijscoboer van de plaatselijke kerk zijn of gewoon na 4-en niet meer werken op zondag? Of hadden we de vorige keer gewoon pech? Harm had Luc een ijsje beloofd. Omdat hij beter met teleurstellingen om kan gaan als Lientje, doen we zonder haar nog een poging om een ijsje te halen op deze rustdag.

Helaas staat de ijsjesman er weer niet, je zou bijna denken dat hij niet bestaat en dat Harm mij op deze manier verleidt om aan lichaamsbeweging te doen. Maar we zijn niet helemaal voor niets geweest, ik zag iets anders lekkers onderweg. Hier ging mijn hart sneller van kloppen. Het zag er als volgt uit; wapperende vette haren onder een baseballcap, houthakkersblouse, oversized spijkerjasje, met een lekkere lubberspijkerbroek. Veiligheidsschoenen met ogenschijnlijk stalen neuzen, altijd handig op zo’n woeste dijk (en lekker koel met 30 graden).

Hij fietste net te snel om te zien of hij ook een pakje shag met bijbehorend versleten plek in zijn kontzak had zitten. Iets anders trok mijn aandacht, namelijk zijn broek-bij-elkaar-bind-klemachtig-dinges (is hier een serieus woord voor?). Botergeil werd ik ervan. Ik zat te soppen op mijn fiets en bedacht dat mijn moeder vroeger ook zoiets charmants had, namelijk een soort omhooghouders voor je blouse. Deze moest je volgens mij op elleboogholte-hoogte trekken, zodat je blouse-mouwen lekker blousten ofzo. Als kind dacht ik dat het een soort blingbling kinky armbanden waren, maar nadat ze de haren uit mijn polsjes trokken bij elke beweging die ik maakte, liet ik ze toch maar bij moeders in de la.

Vast heel praktisch allemaal, maar zo onsexy. Terugkomend op het fietsverhaal, je snapt dat ik er zelf onberispelijk charmant bij fietste. De zweetdruppeltjes op mijn bovenlip matchten goed met de glimmende gloed op mijn voorhoofd (een gevolg van mijn topconditie). Mijn haar zat als coupe windhoos en met een frons en samengeknepen ogen (wederom mijn zonnebril vergeten), zag ik er vast heel sportief uit. Wie weet wat die hottie dus van mij dacht 😉

Deel

door

Verfrissend

doorPosted on 3min. leestijd166 gelezen

Waarom ik gisteren aan papa dacht. Het was een topvakantiedag in de tuin geweest, lekker met hoofdpijn tegen de loungebank aangeplakt terwijl de kinderen elkaar uit verveling de hersens inslaan. Lina keek al vanaf 7 uur ’s ochtends uit naar 16.00 uur, zodat we een stukje zouden gaan fietsen. Eens kijken of de ijsboer ook doordeweeks werkt. Zoniet, zei Lina wijs, hebben we toch een lekker stukje gefietst. Yeah right.

Vol goede moed op weg, in mijn zomerjurkje op slippers, altijd makkelijk fietsend, bedacht ik me te laat. Toen waren we het halve dorp al onderweg tegen gekomen, terwijl ik mijn benen charmant probeerde te houden. Maar goed, ik had tenminste een rok aan, daar waren ze vast trots op (ook een knot in, ik pas steeds meer in het dorpsbeeld, tijd om te verhuizen). Ik moest gewoon net doen of ik ze niet zag, Harm zwaaide maar naar ze, ik luisterde zogenaamd gebiologeerd naar de conversatie tussen vader en zoon; pap, waars blauwe auto? Ergens op de weg Luc. Huh? Ergens op de weg Luc. Wat zeg je pap? Niks. Huh?

Ik trapte maar even door, even rust. Lekker hoor, windje in je haren, vliegje in je oog, niks meer aan doen. Het ongedierte uit mijn ogen verwijderend, zag ik toch nog steeds geen ijsjes in de verte. Lina’s blik werd steeds donkerder, net als de lucht. Dat viel toch een beetje tegen. Terug naar huis begon het goed te spetteren en dat vond ik eigenlijk best verfrissend. Elke keer bij dit woord denk ik toch aan mijn met liefde eerste gemaakte toetje thuis; citroenkwarkachtig iets en hoe iedereen zuur keek. Maar papa’s maag had voor hetere vuren gestaan en hij vond het best verfrissend. (Misschien heb je daar nu nog het zuur van pap, bestaan daar ook onderzoeken voor?).

Zo kwam het in ieder geval dat ik op een prachtige Hollandse zomerdag al lachend door de stortbui naar huis reed…

Dit stukje schreef ik voor mijn familie al in mijn hoofd op zaterdagavond. Ik bedacht me, wat ik zou schrijven voor jullie en elke keer barstte ik in lachen uit over wat ik zo ga schrijven. Het laat een klein stukje van mijn kronkel zien. We rijden op weg naar de verjaardag van mama en Harm zegt: mijn voorhoofd is echt zacht. Bij het woord voorhoofd denk ik aan voorhuid, weet niet waarom. Harm zegt, voel maar eens. Toch een raar verzoek, om zijn voorhuis te strelen, zo met de kinderen op de achterbank, maar goed, ik ben de beroerdste niet. Oh, hij wrijft over zijn voorhoofd. Goed ik ook dan. Op mijn vraag of hij zich daar dan lekker geschoren heeft trekt hij zijn wenkbrauwen omhoog. Tuurlijk doe ik elke dag even. Komt omdat het verbrand is. Oh, tuurlijk. Dit zijn normale gesprekken voor ons in de auto, maar was hem dus vergeten mee te delen gisteravond. We hadden het ook zo druk met mama’s lekkere eten, diepgaande gesprekken en ondertussen aan Harm bewijzen dat Kronkebonker toch echt een liedje is…en je hier prachtig op kunt dansen. Wat we uiteraard allemaal even moesten laten zien. Moet je nagaan, als ik alcohol tot mij neem 😉 PS. volgende link laat ons zien dat we een stukje van het liedje vergeten zijn http://bit.ly/MsgPM7

 

Deel

door

Kurenpolder

doorPosted on 0 Comments4min. leestijd173 gelezen

Vandaag is een bijzondere dag. Het is sinds 1994 niet meer zo’n tropisch weekend geweest. ’s Ochtends om 9 uur was het al 26 graden. Heerlijk. Op naar het strand. Harm wil niet naar een  strand als Scheveningen, want file ernaar toe en druk. En Harm heeft een tijdje geleden een meertje (of plas, maar dat staat zo raar) ontdekt, met een naam die doet denken aan een Spa waar ze modder uit de polder gebruiken. Dit is niet het geval. Wat ze wel hebben is een binnenbad (nog niet geweest, gezien mijn jeukerigheid ten opzichte daarvan). En dan natuurlijk het water buiten, grenzend aan een zandstrandje en er zijn ook ligweides met gras. Je kunt hier ook kamperen, dus er is ook een campingwinkeltje, daar hou ik dan weer wel van. Mijn zoontje ook, want ze verkopen hier (vracht)auto’s. Hij gaat dus niet vaak mee naar het winkeltje. Aan de overkant van het water liggen prachtige huizen, met allemaal zo hun eigen ligweide met bootje. Dat lijkt me pas lekker, lig je lekker in je eigen tuin en kijk je lachend naar de drukte aan de overkant.

Maar Harm had gelijk, er stond geen file ernaartoe. Om half 10 lagen we op een tactisch plekje, dichtbij het water en achter ons Luc zijn favoriete klimtoestel. Wat betreft de drukte had Harm geen gelijk. Er zijn blijkbaar toch nog mensen die denken; ik hoef niet vroeg op te staan, om een plekje te vinden, ik creeer gewoon een plekje. Dat plekje was rondom ons. Geen grapje, ik kwam terug van het kastelen bouwen en moest gewoon zoeken naar onze parasol. Er stonden er ineens 4 omheen en dan niet op een meter afstand, nee, gewoon echt pal naast ons. Dat het gewoon net lijkt alsof je part of the family bent. Ik had spontaan zin om op te stappen. Misschien was dat ook hun doel.

De vrouw naast ons zwaaide haar memmen bij Harm in zijn gezicht toen ze een greep deed naar haar kinderwagen, die ze achter onze bolderkar had geparkeerd. Ik kon hun gesprekken ook geheel volgen en kwam er dus achter dat er nog meer vrienden van ze kwamen, maar volgens hun paste dat nog prima. Er reed nu gewoon een pendelbus naar dit enorm ontspannen, niet drukke oord. Dat geeft wat aan. Toen er echt nog mensen hun handdoek grenzend aan die van ons ervoor legde gaf ik Harm een blik. Die vrouw ving hem ook op en even later had ze ze toch een stukje verplaatst. Ja koekoek, voel eens aan je hoofd, we konden gewoon niet eens van onze handdoek afstappen om naar het water te lopen. Kreeg al helemaal zin om met onze blubbervoeten eroverheen te banjeren. Helaas zijn mijn kindjes wel zo netjes om om alle handdoeken heen te lopen en alleen hun natte zandvoeten op onze eigen handdoeken te zetten. Ook fijn.

’s Middags was het 33 graden, gevoelstemperatuur: zonnesteek in de woestijn. Het drinken uit de koeltas was in no time op. Misschien toch maar een koelbox aanschaffen, kan meer in. Maar voelt zo burgerlijk, alsof het dan echt is afgelopen met je. Misschien ga ik dan net zoals mijn moeder ook boterhammen met smeerworst/kaas/komkommer meenemen, die tegen de tijd van opeten met elkaar waren versmolten en de kaas zompig was en naar wijn smaakte. Dit in combinatie met een hap zand, maakt een toplunch. Harm heeft dit soort herinneringen ook, maar dan met gebakken ei en broodjes zand/hagelslag. Ik neem wel de gewoonte van mijn moeder over om een zakje op te hangen en ons afval in te verzamelen. Zouden meer mensen moeten doen. Ik hoop dat ze dit lezen.

Dan maar wat te drinken halen bij het winkeltje. Die bleek niet opgewassen tegen zoveel volk (wie wel) en gekoeld drinken was uitverkocht. Evenals de waterijsjes. Dus Harm en kinderen aan de Magnum. Lina was zo slim om te beginnen met eten bij het winkeltje. Luc ging er op mijn handdoek eens goed voor zitten. Bij het openmaken dropen de stukken chocola al richting handdoek. Ik zal hem eens helpen dacht ik. De chocola smaakte naar zacht karton. Niks knapperigs en het was ook nog een limited edition; sea salted caramel chocolat. Krijg je een beeld? Wie verzint dit. Luc boeide het niet, liet zijn ijsje overhellen en druppelde zijn buik onder. Hup, snoeten/toetenboendoekjes tevoorschijn, ik moet echt aandelen kopen hierin. In de doekjes dan, zeker niet de ijsjes.

En toch, afgezien van het zand, de hitte, de wegrennende Luc op zoek naar auto’s van andere kinderen en de drukte, was het een gezellige dag!

Deel

Drunense Duinen

doorPosted on 0 Comments1min. leestijd110 gelezen

Vandaag voelde als onze 1e vakantiedag. Op naar de Drunense duinen. Gelukkig stond overal heel duidelijk aangegeven hoe je er komt, net als in het bos zelf.

Lina wilde graag de bolderkar trekken, na een half uur wilde ze erin. Door de blubber lopen, gebeten/gestoken worden was ook niet echt haar ding.

Na een uur (!) bereikten we de zandvlakte. We waren alleen, iedereen is nog aan het zoeken denk ik. Gelukkig vond ze het daar wel top (voor 1 minuut), totdat ze een rode mier zag en uiteraard verslinden die ons met huid en haar, dus hop weer terug  in de bolderkar.

De terugweg ging beter, met een zware bolderkar achter ons aantrekkend door het rulle zand en alleen maar zand zien en niks horen (behalve die k*tmuggen dan). En dan de spirit erin houden, voor mij niet moeilijk natuurlijk als rasoptimist.

Lucje vond het wel helemaal geweldig in zijn grote zandbak en op papa’s nek, maar Lientje en ik zijn het wel eens, dit doen we niet (snel) weer   😉

Deel