Geen categorie

Paasgedachte

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd293 gelezen

Pasen. Mijn schoonvader vertelde zaterdag dat hij deze dagen elke dag naar de kerk ging en het klonk heel warm en liefdevol. Wij zouden daarentegen op tweede paasdag eieren gaan zoeken met vrienden in een park. Met een picknick. Ik dacht niet aan een laatste avondmaal, maar aan een geruit kleed, groene weides, scones, dikke klodders jam en veel lol. Daar stak corona bij mijn vriendin een stokje voor.

Beteuterd keken we elkaar aan. Luc vond het dan wel een goed idee om naar een rc-wagen bijeenkomst te gaan in Nieuwegein. Hmm, stond niet echt bovenaan onze wensenlijst. Maar we hadden nog wel een lijstje nodig van de bouwmarkt. Combineren dan maar. Wat een slecht plan. De Hornbach dan. File om de parkeerplaats op te komen. FILE. Geen grapje. Ergens hoopte ik nog dat ze dan ergens gratis bloembollen ofzo zouden uitdelen. Niet dat ik bloembollen nodig had, maar je snapt mijn punt. Niks gratis, behalve een kijkje wat de rest van Nederland doet als hij niet bij zijn schoonmoeder op de koffie zit of eieren zoekt. Dan zoek je mortel en bouten. Gauw weg daar. Lekker gaan kijken hoe ons mannetje met zijn auto over een zandvlakte scheurde. En zo makkelijk contact legde met zijn racebroeders, hij praatte op hetzelfde niveau als de grotendeels volwassen autoliefhebbers die daar rondliepen. Grote kerels leenden hun karretje uit aan ons ventje. Met een glimlach van oor tot oor liet hij die wagens over de schans springen. Er was muziek en alleen maar vriendelijkheid. Met mijn neus en schoenen vol zand reden we blij weer naar huis.

Zullen we dan na het eten nog een ijsje halen? Op de fiets? Het fijne aan je fiets uitlenen aan je kinderen is dat er daarna een slag in je band zit, een hap uit je zadel is genomen, je versnellingen het niet meer doen en je rem (en daarmee je leven) aan een zijden draadje hangt. Living on the edge is één van mijn vele motto’s, dus laten we wild doen en de fiets pakken. 

Luc genoot met overvolle teugen. Terwijl hij zoveel mogelijk ledematen los van zijn fiets hield en bijna op zijn hoofd op zijn zadel balanceerde, hield ik mijn stuur en mijn hart goed vast. Tussendoor hadden we grappige gesprekken.

Na het ijsje was het best fris geworden. Beetje de vaart erin. Maar ook genieten van de ondergaande zon, wat is de natuur toch mooi, de vlinders, de bijtjes, de Aaaaaarrrrrggggghhh AAAAAAAAAAAAAAAAAHHHHHHH krijste ik over de dijk. Vogels vlogen verschrikt op. Harm donderde bijna van zijn fiets. ‘WAT DOE JE?’

‘Er ging een beest in mijn schoen!’

Technisch gezien zat hij nog op de rand van mijn sneaker, maar ik zag iets met zwarte vleugels en grote tanden verlekkerd naar mijn enkels kijken. Ik voelde het monsterlijke beestje al bijna aan mijn kuiten knagen, maar tijdens mijn geblèr schudde ik mijn been zo heftig heen en weer dat ik bijna loskwam van mijn fiets en Luc zijn acrobatische toeren bleek te kunnen overtreffen. Het enge insect was nergens meer te bekennen. Evenals Harm, die ik als stipje aan de horizon hoofdschuddend achterom zag kijken. 

Luc zijn energie werd juist gevoed door mijn spasmes en gegil. Hier laadde hij zich mee op. Hij leek een soort polonaise met zijn fiets uit te voeren en nog harder te kunnen zingen dan ik zat te gillen. En elke voorbijrijdende fietser werd door hem begroet en als ze terug groetten, riep hij ‘ja, prima Marco’ naar ze. Dat roepen ze thuis constant na het zien van teveel tiktok-filmpjes. De oude garde die voorbij fietste snapte het niet. Je zag ze denken ‘wie is Marco?’ 

Dat weet niemand.

Toen kwam er een motorrijder voorbij. Luc maakte een gebaar met zijn hand en ja hoor, de motorrijder gaf extra gas en maakte daarmee mokertjeveel herrie. Luc straalde. Ik vroeg hem hoe het hem toch altijd lukt mensen zover te krijgen dat ze wat voor hem doen.

‘Omdat mensen aardig zijn mama.’

Ik dacht aan de corona verdeeldheid, de oorlog die woedt, hoe vaak mensen hard en lelijk tegen Luc doen om wie hij is. Hoe mooi is het dan dat je dan nog steeds zo puur en onbevangen naar mensen kijkt.
Ik hou dus zielsveel van dit kuiken.

#paasgedachte #liefde

Deel

Verliefd, verbouwd, verhuisd

doorPosted on 0 Comments1min. leestijd172 gelezen

Verliefd vanaf de eerste aanblik.

Een jaar geleden kregen we de sleutel. De permissie om je voorzichtig met een moker te bewerken. Of gewoon met volle agressie, dat zal ik niet ontkennen. Wat heb ik mijn frustraties op je gebotvierd. Met woeste en ongekende kracht mijn hamer op je los gelaten. Dat iedereen zijn tanden nog heeft mag een godswonder heten. Krakende koevoeten, 2734 verschillende maten spijkers doorboorden onze voetzolen, rattenkeutel-douches en oneindig veel puin. Twee weken lang hebben we met z’n allen jouw basis afgebroken. In 14 containers afgevoerd. Om je  vervolgens in enkele maanden weer liefdevol op te bouwen. Te verwarmen met jeukende glaswol en nieuwe energie door je kern te laten stromen, met honderden draden verbonden. Voorzichtig weer dichtgemaakt met wanden die de kou buiten moeten houden.

Wat was het een intensief jaar. Wat zijn we ontzettend geholpen. Wat hebben we gewerkt, gehuild, gelachen en geleerd. Herinneringen voor het leven gemaakt. En een rare tic overgehouden aan deze tijd. Elk pand wat ik betreed krijg ik zin om te slopen. Mijn handen en mijn moker jeuken. Ik probeer deze behoefte voorlopig om te zetten naar het rustig afwerken van ons huisje. Mijn roze overall wacht geduldig op een volgende klus. Maar eerst gaan we genieten van wat we hebben gemaakt.

Een warm thuis.

In beton geschreven. Een solide basis

Deel

Weekendje weg

doorPosted on 2 Comments6min. leestijd257 gelezen

Thuiswerken. Niet op vakantie gaan. De dagen rijgen zich aaneen. Tijd om samen weer te connecten. We waren een weekje kinderloos, dus mooi moment om met z’n tweetjes weer eens wat leuks te doen. Dat begon met een ballonvaart en eindigde met een weekendje weg.

Ballonvaart

We waren allebei wel toe aan relaxen. Dus niet overspannen in een stad met een mondkapje winkel in, handgel op. Het werd een weekendje Spa.
‘Laten we dan vrijdag wandelen’, riep ik in een vlaag van verstandsverbijstering. Verbinding met elkaar én de natuur, kleurde ik het allemaal eens lekker rooskleurig in. De Veluwe klonk als de heilige graal voor wandelaars. En lag op de route, dus meant to be…

Laatst keken we de film Outback, waarin een stelletje onvoorbereid de woestijn in trok en hij uiteindelijk koelvloeistof dronk en zijn pis als redmiddel aan zijn vriendin gaf, die niet alleen pis dronk, maar ook gestoken werd door een schorpioen en haar vriend zag dood gaan. Onze wandeling vergeleek ik hiermee. Dus Harm sleepte vrijdag een rugzak vol water en stroopwafels achter zich aan. Ook had ik in een koeltas in de auto flesjes water en een doos bonbons staan. Dat laatste was eigenlijk bedoeld als bedankje voor onze vrienden die op Luc pasten, maar het was fijn om te weten dat we op dit noodrantsoen konden terug vallen.

Lukraak wandelen heeft ons ooit laten verdwalen in de Drunense duinen (ja dat kan. En dat was met kinderen erbij, de rest mag je zelf invullen). Dus Harm koos veilig een route, waar we de auto bij konden parkeren. Voor we begonnen met lopen hadden we al meerdere foto’s gemaakt. Mochten we het niet overleven, zouden deze mooi staan op onze rouwkaart.

Wij dachten dat het in een bos koel zou zijn. Dat bleek een kleine misvatting. Maar klagen, daar houden we niet van. Dus richtten we ons op de omgeving. Want blijkbaar was het niet ondenkbaar om everzwijnen, herten en zwarte adelaars of iets dergelijks te spotten. Na drie kwartier waren we nog niks tegen gekomen. Harm had zijn zoomlens constant in de aanslag en vermeldde gezellig; ‘we gaan niet weg voordat ik een beest een karkas heb zien leegpikken’.

Het leek wel een bomenkerkhof. Verzengende hitte. Gieren boven ons hoofd. Ik denk dat ze afwachten totdat ze mijn gebakken hersenen uit mijn oogkas konden zuigen. Wij goten ons vol met water en probeerden niet dood te gaan. Van verveling of een zonnesteek, dat is om het even. Ik zong mijn nieuwe mantra hardop ‘hydrateren kun je leren’ en Harm danste als een bezeten bizon over het pad. Zolang het schuim nog niet op zijn lippen stond, was hij niet door een schorpioen gegrepen, dus liet ik hem maar begaan.

Nadat we onze dolle minuut hadden beleefd vroegen we ons af of het altijd zo lekker rustig was hier. Kijk, ik hou daarvan, dat weet je. Ik was in eerste instantie als de dood dat we overlopen zouden worden door fervente stappers die elke keer hun poolstokken in onze enkels zouden prikken omdat we te langzaam gingen. Maar dit was het andere uiterste. Ik wilde wel gevonden worden als we dit niet overleefden. We hadden niet voor niets mooie foto’s gemaakt. Eens checken waar we op de route zaten.

Je behoorde dus bij 1 te beginnen…

‘Euhhh Harm waarom staat dat pijltje (lees: wij) niet op de route?’
Het antwoord liet zich raden.
Kwam daar ineens van links een reddende engel in de vorm van een bonkige man met vaalblauw hemdje en een schattig vrouke ernaast. Ik klampte ze op anderhalve meter aan of we toch echt wel op een wandelpad liepen. ‘Ja hoor, gewoon de bordjes volgen’.
Bordjes. Juist. De man keek ons hoofdschuddend na. Jambers klonk in mijn hoofd; overdag bewandelt hij de begaande paden, bij volle maan eet hij verdwaalde wandelaars, gehuld in zijn zelf gestroopte bizon huid.
Zucht, mijn fantasie nam een loopje met me. Mijn schoenen ook. Die waren voornemens een dikke blaar op mijn kleine teen te creëren.

Even stoppen. Bleek dat ik bij het uittesten van 4 tasjes (je wilt er toch een beetje fashionable bijlopen) mijn pleisters te hebben achter gelaten in één van die tasjes thuis. Gelukkig had ik wel zakdoekjes bij me (en een Zwitsers zakmes, lippenbalsem, haargel, spiegel, snoepjes, pillen en natuurlijk lipgloss). Zakdoekje om de teen. Enkelsokje weer aan. Hmm, nog niet optimaal. Gelukkig had ik ook nog gewone sokken bij me (en een vest en een sjaal), dus ondanks de 30 graden, nog lekker een extra sok aangetrokken. Ik liep weer als een kievit. Of eerlijk gezegd sleepte ik mezelf achter Harm aan. Volgens mij volgden wij een paardenpad, want waarom zou je wandelaars anders door het rulle zand laten stappen? We mixten onze route met blauwe en groene bewegwijzering pijltjes. Echt een topidee! Maar ik bekeek het positief: Gelukkig waren de kinderen niet mee.

Zijn we er al? Ik heb zware benen, mag ik op je rug? Hebben we nog drinken? Waarom hebben we alleen water? Waar staat de auto? Ik kan niet meer. Heb je wat lekkers? Zijn we er al? Nee, ik ga daar niet zitten, daar zijn rode mieren! Ik heb een blaar. Hoezo heb je geen pleisters bij je? Hé, hier liepen we net ook al. Mijn voeten doen pijn. Ik moet poepen.

Helemaal blij dat dit zich alleen in mijn hoofd afspeelde, pakte ik Harm zijn klamme hand en besloot dat als we dit overleefden, ik wel weer eens een blog ging schrijven.

Google maps redde ons op het moment dat ons water op dreigde te raken. Bij de auto aangekomen hoefden we niet aan de koelvloeistof te likken. Voor het verhaal was het leuk geweest als we Harm zijn shirt hadden uitgewrongen boven onze monden, maar er was een ijscoboer zo lief om bij onze auto zijn handeltje op te zetten. Na bananenijs en frisse flesjes water gingen we monter op weg naar onze eindbestemming deze dag; de Havixhorst.

Havixhorst

Zaterdag on our way to Bad Nieuweschans. Eenmaal in badjas gehuld huppelden we door de lange lange gang. Er liep een medewerker achter ons en zij was zo lief om ons te wijzen op de knoppen op de muur, waardoor de deuren vanzelf open gingen. Hoefde je ze niet aan te raken met je handen. Dat deed ik sowieso niet, daar had ik Harm voor. Maar dat stond hem wel aan, op zo’n knop rammen. De eerstvolgende knop was de zijne. En zo legde hij BAM heel de gang in het donker.

De lichtknoppen verder met rust gelaten, kwam het allemaal goed. Alles was zoals het moest zijn. Bubbelen met je gezicht in de zon. Afkoelen na een opgieting in de regen. Het was heerlijk. Ik wilde ’s middags nog wel het blote voetenbad lopen. Dat was een tip van Josette. Scheen goed te zijn voor je zintuigen, kuiten en nog iets, je darmflora ofzo. Geen idee waar dat was. We zagen op een gegeven moment een soort strookjes met zand, grind, houtsnippers en kiezels. Eigenlijk wat je normaal gesproken probeert te vermijden met je blote voeten. Maar alles voor de zintuigen! Na de zoveelste pijniging dacht ik dat er alleen nog een bak met glasscherven kon komen, maar toen moesten we door een bijna onzichtbaar beekje. Dat bleek uiteindelijk het beginpunt te zijn. Verbaasde me niks. Bij ons gaat zelden iets normaal. Harm nam de moeite niet eens meer en stapte over het stroompje heen en mompelde ‘hoeveel wijn had Josette eigenlijk op toen ze dit pad beliep?’ ‘Euh ze liep het ’s ochtends vroeg’. Harm keek me bedenkelijk aan en verdween in een hangmat. Ik had nog nooit in een hangmat gelegen, maar mijn collega’s adviseerden er een handdoek in te leggen. Dat snapte ik. Mocht er nou iemand met zijn lange harige zak in hebben gelegen en ik zou mijn door-de-masseur-ingeoliede-rug daarin vleien, zou ik de rest van de dag rondlopen met andermans schaamvachtje op mijn rug. Ik kon aan niks anders meer denken toen ik in de hangmat probeerde te stappen. Dat de goden mij goed gezind waren, bleek wel omdat ik er niet gelijk aan de andere kant uit ben gerold. Ook dat Harm me niet een paar keer om mijn as had rond gezwiept. Ik zag deze gedachte weerspiegelen in zijn glinsterende oogjes.

En dat was het idee. Die glinstering weer te zien, bij te kletsen, te verbinden en beseffen hoe goed we het hebben samen. Hoe dom en melig we ons door dat hete, saaie bos heen werkten en dat er geen onvertogen woord is gevallen. Genoeg andere woorden om hier niet te herhalen, maar hé; nog geen rouwkaarten nodig 😉

Deel

Een week verder…

doorPosted on 4 Comments4min. leestijd147 gelezen

Time flies…blijkbaar ook als je geen fun beleeft. Er is alweer een week voorbij sinds je er niet meer bent. In levende lijve dan. Wel volop in ons hart, gedachten en gesprekken. Vorige week schreef ik een blog voor je. Ik besloot hem niet op Facebook te plaatsen, want ik wilde niet respectloos zijn en het ging me niet om likes. Harm deelde hem wel, evenals Kirsten. Omdat het mijn gevoel is en ik dat natuurlijk ook gewoon mag uiten. En voor ik het wist hadden ruim 1.000 mensen jouw verhaal gelezen. Het zegt natuurlijk genoeg over hoeveel mensen je kende en hoe geliefd je was. Dat bleek ook uit de reacties. Die me eerlijk gezegd overvielen. Hoeveel mensen me niet aanspraken. Hoe mooi ze het vonden. Daar deed ik het niet voor. Maar dit is mijn uitlaatklep.

Ik denk dat je het hilarisch zou hebben gevonden, mij te zien zweten, bij iedereen die me tegemoet kwam. Jij wist dat ik mezelf liever niet teveel omring met mensen. En accepteerde dat. Je nodigde me wel uit, voor bijvoorbeeld de kerstborrel bij jullie thuis, ondanks dat je wist dat ik niet zou komen. Ik vond het zeker een eer en vertelde je dat ook. Maar sprak liever één op één met je. Omringd met onze kids, dat wel. Hoe anders was afgelopen week. Toen ik weer bij je thuis was. Vol met je geliefden. Maar zonder jou. Jij had me over de drempel getrokken. Letterlijk en figuurlijk. En me op mijn gemak gesteld. Want dat deed je. Nu zat ik daar. Zonder jou. Dit hoorde niet. Van geen enkele kant.

We gingen afscheid van je nemen in Zaltbommel. Ze vertelden me dat je er zo goed bij lag, dat jij het echt was. En ondanks dat ik snap wat ze bedoelden, ervaarde ik het niet helemaal zo. Je was het wel, maar toch ook niet. Het was je lichaam, niet je ziel. Je leek een beetje op zo’n pop bij Madame Tussauds. Met een rustig gezichtje, zonder enige expressie. En superzachte gebalsemde handen. Ijskoud waren ze. Zo voelde mijn hart ook toen. Totaal afgesloten. Ik liet het niet binnen. Verwachtte ook dat je even naar me zou knipogen of een grapje zou maken. Je deed het niet. Ik legde ‘onze’ thee bij je neer. Heb je een bekend kopje thee, als je daarboven bent. En misschien kan je je handen eraan warmen.

Jij kon dat soort rauwe humor wel waarderen. Wat zou ik toch graag weer met je lachen. Niet dat we alleen maar aan de oppervlakte bleven. Zeker niet. Maar ik besefte niet hoeveel dit voor me betekende. Ik hoor nu van anderen hoe je me zag. En wou dat ik jou dat levend had verteld. Waarom doen we dat niet? Lijkt alles zo vanzelfsprekend. De dag beginnen en eindigen met een potje Wordfeud tegen jou. Chatten en appen. In Zaltbommel lunchen met jou en de meiden als we elkaar toevallig tegenkomen. Wanneer ik afgelopen zaterdag daar weer aan een tafeltje zit, krijg ik een klap in mijn gezicht. Tranen druppen op mijn broodje, als ik besef dat we dit nooit meer samen gaan doen. Nooit is zo definitief. En beetje bij beetje zie ik in dat het allemaal niet zo gewoon was. Maar bijzonder. Jij was bijzonder. Ik vertel het je nu.

Thuis doe ik het noodzakelijke, maar verder staar ik lusteloos voor me uit. Soms overvalt het verdriet me, soms zie ik het aankomen. Net als toen ik op school wat in het boek ging schrijven voor je. Daar zie ik voor het eerst de rouwkaart. Een kaarsje bij je foto. Bloemen. Alsof er iemand dood is.
Oh ja…
Mijn ogen worden weer nat. Maar ik hou me in. Kinderen spelen op de computer en een potje tafelvoetbal. Terwijl ik probeer te schrijven wat ik voel. Dat ik aan je denk. Dat ik niet weet wat ik in godsnaam tegen Harro en jullie meisjes moet zeggen. Niks zal de pijn verzachten. Ik schrijf dat ik verwacht dat je elk moment naar me toe kan lopen om een hand op mijn schouder te leggen. Ik slik de brok weg en kijk op. Uit het niets gaat ineens het kaarsje uit. Hoe symbolisch. Of is het een teken? Dat je er nog bent om te steunen? Ik geloof daarin. En dat jouw hart groot genoeg is om op meerdere plaatsen tegelijkertijd te zijn. Want zo was je in leven ook.

Dat heb ik gisteren ook een aantal keren voorbij horen komen. Tijdens de plechtigheid. Hoe je er altijd voor alles en iedereen was. Zonder daarmee op de voorgrond te treden. Hoe je verbond. En vrede zocht voor iedereen. Dat werd gewaardeerd door velen. Dat was te zien. Wat was het druk. En hartverscheurend. Om je meisjes te horen huilen. De mooie woorden over je te horen. Ik zat op de achtergrond. Kon daar mijn emoties de vrije loop laten. En wilde het liefst daarna meteen vertrekken. En gunde dat ook je lieve familie en vrienden. Want wie heeft er van hun daarna nog echt behoefte om te condoleren? Je geliefden verdienen nu ook een beetje rust. Na al deze hectische dagen. Waarin ze beslissingen moesten maken over zaken waar ze nog nooit bij na hadden gedacht. En ook niet zouden moeten hoeven. Maar wat hebben ze het mooi gedaan. Met lieve foto’s van je, passende muziek en waardevolle speeches. Wanneer we uiteindelijk wegrijden, miezert het. Ik kijk naar de donkere lucht, vol samengeplakte wolken. Ineens wijken ze uiteen en schijnt de zon vol bij me naar binnen. Harm kijkt me aan ‘zag je dat?’. Ik knik met een glimlach. Bedankt Annette. Voor de zon. Voor wie je was. Dat ik je heb mogen kennen, hoe kort dat ook was. Bedankt voor alles.

Morgen begint een nieuwe dag. Een nieuw leven. Want zoals jij het zo raak hebt gezegd:

‘Het is zoals het is, maar het wordt nooit meer zoals het was’

Nog een theetje samen
Nog een theetje samen

 

Deel

Lieve Annette

doorPosted on 22 Comments4min. leestijd357 gelezen

Ik weet niet of het gepast is om over je te schrijven. Het is niet voor ‘likes’ of sympathie, maar ik weet niet hoe ik me anders moet uiten. En jij las alles op mijn blog. Dus deze is voor jou Annette.

We ontmoetten elkaar op het schoolplein. Onze meiden kwamen bij elkaar in de klas. Werden vriendinnen en zo kwamen we ook ineens bij elkaar over de vloer. Jij nodigde me uit voor de thee en op een gegeven moment nam ik je aanbod aan. Je weet, dat doe ik niet bij iedereen. Maar jij lachte om mijn gekkigheid en ik luisterde naar jouw verhalen.

Op woensdagen werd het vaste prik, een theetje bij jou, de meiden speelden dan samen. En Luc dook dan nog snel naar de Playmobil. Of zeurde bij je om een peer. Maar hij hoefde eigenlijk niet eens te zeuren, je gaf het hem graag. Jij gaf gewoon graag. Je hielp waar het maar kon. Belde ze ’s avonds van je werk, dan ging je dezelfde avond nog werken. Klassen schoonmaken ’s ochtends vroeg in een vakantie? Jij deed het. Was sociaal en onbaatzuchtig.

Het voelt niet goed om in het verleden te schrijven. Maar de realiteit is, dat ik vanmiddag niet onze favoriete Groene Jasmijnthee bij je ging drinken. Om te kletsen over de kinderen, recyclen, groentesmoothies of over de zomervakantie. Je grapte dit jaar wel met ons op vakantie te willen. We hebben het er nooit echt serieus over gehad. En zullen dat ook nooit meer doen. Want je bent er niet meer.

Maandagochtend zag ik je nog. Ik had Luc voorgelezen en nam een vluchtroute door de school, om niet iedereen een ‘Gelukkig nieuwjaar’ te hoeven wensen. Vluchtige zoenen en vage wensen sla ik liever over. Maar ik stapte de deur uit en toen ik snel wegliep, riep je me. Ik liep lachend op je af ‘ik nam expres nog een sluiproute’.
‘Maar zo makkelijk kom je er bij mij niet vanaf’, lachte je terug.
Je kreeg drie echte kussen en ik wenste je met recht een fantastisch nieuw jaar. Je had wel genoeg shit gehad de laatste tijd. ‘s Avonds zag ik dat je een geweldige zet had gedaan op Wordfeud. Ik legde een matig woord terug en complimenteerde je met jouw woord. Ik kreeg geen reactie. Een uur later begreep ik waarom. Je had een hersenbloeding gehad. Ik appte je. Wanneer de vinkjes blauw kleurden, hoopte ik dat jij het nog gelezen hebt.

Gisteravond bleek dat de twee operaties niet zijn gelukt. Maar ik bleef hopen. Je bent jong en fit, jij knijpt er echt niet zomaar tussenuit. Maar als ik vanmorgen word gebeld dat ze bij je zitten te waken, besef ik dat het ernstig is. Ik stel me je voor op een ziekenhuisbed. Aan slangetjes. Buiten bewustzijn. Met je geliefden om je heen. De tranen blijven maar komen. Maar ik wil er gewoon niet aan. Dit klopt niet. Dit mag niet. Ik ben geboortehartjes aan het afronden en het is zo cru. Het leven is niet eerlijk. Of is de dood niet eerlijk?

Want hij kwam. En haalde je om 11.20 uit ons midden. Op dat tijdstip stond ik in de supermarkt. Voor me uit te staren. Naar de aanbieding van de kroepoek. Me af te vragen hoe het leven door kan gaan, terwijl dat van jou stil staat. En ook voor al je dierbaren. Zo heb ik letterlijk een tijd stil gestaan. Mijn maag begon te knorren en ik snapte niet dat zelfs mijn lichaam doorleefde. Mijn geest voelde zich verdoofd. Op het schoolplein kwam daar het definitieve bericht. Met mijn meisje huilend erbij. We vertelden Luc waarom we huilden. Dat zijn lieve Annet er niet meer was. Hij vroeg maandagavond nog uit het niets of we binnenkort weer naar Duinoord zouden gaan. En of hij dan bij Annette in de auto mocht. Dat dat nooit meer gaat gebeuren, dringt bij hem nog niet door.

Bij ons des te meer. Thuis huilen we verder. Het voelt stiekem als ik door je Facebookfoto’s scrol. Maar ik wil nog geen afscheid nemen van je. Ik hoor thee te drinken met je. En de baksels van onze kinderen te proeven. Ik zoek mijn vorige telefoon erbij en sluit hem weer aan om oude foto’s op te zoeken. Omdat deze telefoon achterloopt krijg ik bovenin allerlei meldingen van oude berichtjes. Ook van jou…

Wordfeud gooi ik van mijn telefoon. Ik scrol door onze appjes. Wil alles tot me nemen. Bang dat je verdwijnt. Want je bent toch niet echt weg? Ik wil dan ook eigenlijk niemand condoleren, want dat maakt het definitief en dat wil ik niet. Ik wil het niet. Lieve Annette, ik geloof gewoon niet dat het ‘je tijd’ al was. Ik geloof gewoon niet dat ik je nooit meer zal zien. Verwachtte eigenlijk op het schoolplein dat je ieder moment aan kon komen fietsen. En we zouden klagen over koude handen. Gewoon zoals het hoort. Als je 37 bent en je als moeder op het schoolplein staat. Vol in het leven. Maar je kwam niet. Je laat een leegte achter. Ik zal je missen. En bewaar hier mijn foto’s met jou. Zodat ik een plekje blijf houden waar we samen zijn.
Rust zacht lieve Annette.

Annette in Duinoord Annette fruit snijden

Deel

Kringloop

doorPosted on 0 Comments4min. leestijd127 gelezen

Deze week kreeg ik van een collega de stempel ‘snob’. Hij dacht dat ik gewoon een winkel instapte en lukraak kocht waar ik zin in had. Wat mijn truttige hoofd al niet kan doen vermoeden. Want niets is minder waar. Ik heb altijd hard voor mijn eigen geld moeten werken en geleerd dat je het maar één keer uit kan geven. Dus zomaar iets duurs (alles boven de 5 euro) kopen, doe ik echt niet vaak. Dan moet er eerst gewikt, gewogen en heel internet afgespeurd worden. Want stel je voor dat het ergens anders een euro goedkoper is. Dat scheelt maar mooi. En zo spendeer ik uren op internet. Op zoek naar dat ene koopje. En dat kan van alles zijn; een echte Mason Pearson borstel (de Ferrari onder de borstels, uiteindelijk bij een online hondenspeciaalzaak voor een speciaal prijsje gevonden. Ja gewoon nieuw, zover ga ik nou ook weer niet). Dagcrème (liefst die op natuurlijke basis), mascara (van Clinique, alleen afwasbaar met warm water), een spiegel van steigerhout (in verstek, voor boven de sidetable in de gang) en ga zo maar door. Mijn nieuwste project? Een (leger)kist voor het speelgoed van Luc.

Kringloop kistMarktplaats is uiteraard één van mijn favoriete sites. Maar je moet goed zoeken. Want handelaren bieden hun waar ook aan, voor een belachelijk hoge prijs. Dus ik zoek een particulier. En baal als speelgoed zonder kist, als blijkt dat dé perfecte kist net voor mijn neus weggekaapt is. Ik rijd naar een legerdump in Gorinchem. Een adresje in Meteren. Niets van wat ik zoek. Marktplaats is geduldig en als ik weer kijk, zie ik een geweldig gave kist, met precies de juiste afmetingen. Gereserveerd. Gr#! Ik mail nog, maar het mocht niet baten. En sindsdien check ik Marktplaats elke dag. Twee keer. En uiteraard staan ze er wel op hoor. In Friesland, Groningen, Heerhugowaard, Limburg en Zundert. Zelfs ik, als niet-topografisch-aangelegd-wonder, begrijp dat dat niet om de hoek is. Ook doordat Marktplaats zo vriendelijk is, dat erbij te zetten.

Kringloop kussen
Deze maak ik liever zelf

En is als ik iets in mijn hoofd heb…Juist. Misschien heb ik wel mazzel bij de Kringloopwinkel. In de buurt zitten er twee en die hebben niks. Nou ja, ze hebben genoeg meuk om half Nederland van een oud computerscherm, gebloemd kopje en uit elkaar vallend boek te voorzien, maar geen kist. Niet dat ik niets koop (halloooo!). De ene keer het kaartspel Zwarte Piet (wat gaat om een goochelaar, niks geen racistische inslag), voor 0,20. Geen geld voor zoveel nostalgie. Het kaartspel is nieuw. En dat speelde ik vroeger. Nu spelen wij het thuis. Te leuk. De andere kringloop brengt me een houten ronddraaiplateau (om hapjes of spelletjes rond te kunnen draaien), zinken teil (voor de tuin van mijn moeder) en een wollen deken. Die ik thuis met de hand was en in de buitenlucht heb laten drogen. Kan ik er een kussen van maken. Zag namelijk een hele gave bij een woonwinkel. Voor 85,-! Ik heb hem verschrikt terug gezet. En een foto van gemaakt. Heb ik binnenkort wat te doen.

Gaaf he. Ben hem nog niet vergeten...
Gaaf he. Ben hem nog niet vergeten…

Maar gisteren was ik in Rijswijk en besloot daar ook nog een Kringloopwinkel te bezoeken. Zogenaamd de grootste van Nederland. Nou, dan zal Almkerk wel niet bij Nederland horen, want die is veel groter (en leuker ingericht, met allemaal kamers, vol leuke troep). Luc kroop gelijk achter een soort spelcomputer en ik begon mijn struintocht. Ja, ik kom voor een kist, maar dat wil niet zeggen dat je andere vondsten moet laten liggen. Ik neus wat bij de boeken en vind een oud autoboek, waar ik wel wat uit kan scheuren. Tss, het is hier wel duur hoor. Zag net een houten figuurtje, wat ik van de week bij de Action kocht voor 0,79, hier liggen voor 1,25. Maar even later sta ik te kwijlen bij een typemachine. Veels te duur. Maar die kleur. En die vorm. Ik zie er twee meisjes respectloos op rammen en ik snel ernaartoe. Open alle klepjes en zet alle toetsen terug. De meisjes kijken me vernietigend aan, maar druipen toch af. Ik aai het apparaat en twijfel. Luc komt op me afrennen. Hij had al aan ‘de meneer’ gevraagd hoe het spelletje werkte, maar moest nu naar de WC. Kijk, dat is een pluspunt van deze winkel, ik zag een bordje toiletten bij binnenkomst. Meer dan het bordje bleek het uiteindelijk niet te zijn. Want ik zag bij het naderen op de heren- en damestoilet allebei een papiertje hangen. DEFECT. Kut. Of eigenlijk Lul. Luc kneep zijn friemeltje al bij elkaar. Ach, een klein plasje bestaat eigenlijk alleen uit een beetje water, dus wie zou het merken?

Ik sommeer Luc om stil te zijn en sjor zijn broek naar beneden.
‘Waarom moet ik stil zijn?’ vraagt Luc luid.
‘Sstt, plas nou maar snel’, sis ik terug.
Dan klinkt er een harde diarreebout en ik voel bij mij het zweet ook mijn naad in lopen. Hij zal toch niet nu zichzelf en de pot even onderspuiten? Ik kijk achterom. Nog niemand te zien. Luc blijft onverstoorbaar doorkletsen en ik moet me bedwingen, om niet mijn hand over zijn mond te leggen. Maar dan moet ik de deur loslaten. Toch maar niet.
Plons. Plons. De drollen kennen geen genade en storten zich vol overgave op het water.
De doortrek-knop ontbreekt. Dat zal wel het defect zijn. Shit. Letterlijk. Luc schiet eens op.
Snel lopen we de WC weer uit. Ik kijk om me heen. Volgens mij heeft niemand ons gezien.
Luc versnelt zijn pas en roept naar de man die hem eerder met zijn computerspelletje heeft geholpen; ‘ik heb de WC gevonden hoor!’

En zo eindigt ook dit verhaal met poep. En zonder typemachine. Of kist. Zo marktplaats maar weer eens checken…

Deel