Fear of missing out. Dit is een nieuwe rage (of ziekte, zo je wilt) onder SM-lovers (social media liefhebbers). Nou ben ik meestal niet zo bang om iets te missen, maar op Koningsdag heb ik wel altijd het idee dat het overal leuker is. Je ziet op Facebook oranje gecustomizede vrienden in een sloepje dobberen, voorzien van een perfect zonnetje en lekkere hapjes. Op Instagram zie je rommelmarkt vondsten, waar je zelf al jaren kringloopwinkels voor afschuimt. Ook krijg ik zelfs spontaan zin in het bezoeken van een festival vol vrolijk hossende mensen, als ik daar foto’s van voorbij zie komen.
Jaren geleden bezochten we nog weleens een vrijmarkt. Tegenwoordig is het lastiger om (met het gezin) heel vroeg op te staan en dan nog minimaal een uur in de auto zien leuk te houden. En met dit druilerige weer ziet de meuk op allerhande armoedige kleedjes er ineens verlept uit. Alsof ze gewoon een met modder overstroomd bejaardentehuis hebben leeg gekieperd in een kraampje. Met een zonnetje erop zou je het ineens bestempelen als een uniek brocante antiekstuk. Tel daarbij op dat ons huis al dichtslibt met allerlei rommel en we doen de kinderen ook geen plezier met slenteren langs kapotte puzzels en worstenmakers uit grootmoeders tijd.
Maar wat dan? Ik bekeek de dorpskrantjes ineens met interesse, op zoek naar een gaaf programma voor Koningsdag. Waarom beginnen ze altijd met Aubade? Ik vroeg Harm of dat iets met zingen te maken heeft en hij knikte een beetje lacherig. Het lachen verging hem toen ik uit volle borst begon te galmen ‘Komt allen tezamen…’, toen onderbrak hij me dat het dit niet helemaal was. Prima joh. Dan niet.
Poederoijen is trouwens vandaag de dag vertegenwoordigd met een goed georganiseerde oranje vereniging (ja,ja geen sarcasme dit keer). Onze eerste Koninginnedag waren er nog maar drie kraampjes, te weten eentje met de grootste witte opa onderbroeken ooit gezien, een kraampje met zelfgemaakte ranja en de laatste verkocht elastiekjes en speldjes met snoezige rozenknopjes om alle beeldige krulletjes van kerkmeisjes mee in bedwang te houden. Tegenwoordig krijgen we een heel programma voorgeschoteld. Vorig jaar zat ik in een Tesla en crosten Lina en ik op Segways, terwijl Luc een parcours aflegde met een laserpistool. Niets te klagen dus, zou je zeggen. Maar je kent me. Immer tevreden mens dat ik ben. Maar eerlijk is eerlijk, het hagelt hier de laatste dagen, dus de kans was aanwezig dat we vandaag sneeuwpoppen konden maken. En buiten zijn terwijl het koud is, staat niet in mijn productomschrijving.
Daarom bedachten we ruim op tijd, dat we dit keer het ruime sop zouden kiezen. Maar nou liggen de binnendeurse uitjes niet voor het oprapen hiero. Bij het woord museum begint Lina al vroegtijdig te braken en aangezien het vakantie is, kunnen we het één en ander ook al afvinken (de bioscoop en bowlen). Gelukkig vonden we gisteravond nog een indoor midgetgolf baan. Nou heb ik niet zoveel met gewoon golf (alhoewel de truttige ruitjesbroeken me vast kittig zouden staan). Om het leuker te maken zouden ze de holes kunnen vullen met M&M’s en wanneer je dan je balletje erin knalt ontstaat een chocolade regen. Kijk daar zou ik met plezier mijn best voor doen. Net als bij midgetgolf. Vind ik echt enig. Bochtjes, heuvels, bruggetjes, ik neem het allemaal uitermate serieus. Let’s go!
Onze hooligan
Indoor betekent blijkbaar zoiets als een hele grote schuur met aftandse Oosterse tapijten en het ontbreken van enige vorm van verwarming. Het was buiten warmer. Serieus. Dan maar warm slaan. Luc mocht beginnen en waarschuwde ons met ‘aan de kant voor jullie eigen veiligheid’ en vervolgens viel hij de ‘piramide’ aan naast de eerste baan. Het ding zag eruit alsof meerdere kinderen hun koningsdag-agressie erop hadden gebotvierd. Vanuit mijn ooghoek zag ik Harm een plastic bamboe neer maaien met zijn golfstick. Het stof dwarrelde om hem heen en ik knipoogde naar hem. We hebben een geweldig vermogen om altijd op de meest versleten plekken te belanden. Op de een of andere manier krijg ik het liedje (of eigenlijk alleen deze zin) niet uit mijn hoofd ‘Hoe zijn we hier beland?’
Dat gezicht 😉 Genieten
Terwijl Lina de puntentelling aan het husselen was rende Luc als een wilde baviaan rond, al brullend ‘ik ga jullie tokken’. Zijn golfclub suisde daarbij gevaarlijk door de lucht. Harm sloeg een bal bovenop mijn dijbeen en ik probeerde een verstopte heater aan te zetten door op alle knoppen te drukken, trekken en slaan. De kinderen speelden vals (terwijl ik zo mijn best deed, verder niet fanatiek, hoor) door de ballen erin te vegen. Harm zette zijn capuchon op, want de schuur was niet he-le-maal waterdicht. Juist op dit soort momenten hebben wij de grootste lol. En gelukkig was het bijbehorende restaurant wel verwarmd. Terwijl de kinderen een ijsje (serieus) bestelden, besloten wij op deze dag onze vaderlandsliefde ook te uiten door geen Belgische wafel te bestellen, maar een portie echte Hollandse bittergarnituur. Hier kan geen brocante sloep of festival tegenop. Zo’n gekke dag met mijn even gekke gezin, ik had het voor geen goud willen missen.
MUZIEK – De hit van het resort is toch wel die van Jody Bernal (wie kent em si, que no?). Extra prettig als er alleen nog ligbedjes tegenover de dj beschikbaar zijn. Het geluid knalt op standje ochtendgebed in de moskee mijn trommelvliezen in. Als ik mijn bedje ontvlucht en een duik neem in het water, hoor ik het bekendste nummer van Greace beginnen. Zachtjes hum ik mee. Verveelt me nooit dit nummer. Een puber dobbert voorbij. Hij kijkt zijn mattie misprijzend aan ‘wat een KUTmuziek’.
Ik word oud.
WEER – We genieten extra van de 33 graden op het resort als we horen dat code rood als een storm door Nederland woedt. Medelijden hebben we met de vakantiegangers daar. Ik zie me al met het hele gezin in een tentje samengeklontert zitten. Tussen de modder en mieren. Dat je op je luchtbed drijft, maar dan zonder zon en zwembad. Die avond als de kinderen klagen dat het chocolade ijs op is, zal ik niet preken over Afrika. Maar over Nederlandse thuisblijfkindjes.
Het heeft natuurlijk niet alleen maar voordelen, die zinderende hitte. Zo durf ik echt niet in slaap te vallen. Zelfs niet in de schaduw met factor 50 op mijn bakkes. Straks draait de zon en ligt mijn huid verkoolt naast me als ik wakker word.
Er valt niet tegenop te smeren en ik kom 30 jaar ouder terug van vakantie. Niet alleen met mijn verrimpelde huid, maar ook met de extra grijze haren erbij.
Elke keer dat Luc in het water springt zonder zijn bandjes, ontspruit er een witte lok in mijn haarbos.
Ik huur de fanfare in, als ons spruitje zijn zwemdiploma heeft!
BOOTTOCHT – In de folder stond dat we sowieso schildpadden zouden spotten en 80% kans op het zien van een dolfijn. Tijdens het verkooppraatje werd dat al gereduceerd tot 60% en bij het informatiepraatje op de boot word er met geen woord meer over gerept.
Maar wie denkt er nog aan Flipper als de Macarena uit de speakers schalt. En een stroom schuim uit het plafond spuit. Het piratenschip verandert in een partyboot met schuimparty. De kinderen joelen. Volwassen mannen met teveel lichaamsbeharing zepen er hun borstshag eens lekker mee in.
‘Strandtent’Even later meren we aan bij een strandje. Bloedhete kiezels leiden ons naar doorgezakte strandbedjes onder gescheurde tentdoeken. Waar je nog voor moest betalen ook. Ik verwachtte heus geen Bloemendaal, maar zoals mijn Nederlandse buurvrouw het mooi samenvatte, ’het lijkt hier Afghanistan wel’.
Je kon even zwemmen en daarna varen we weer verder. Met de stampesharde hits uit de jaren 90 die over de boot schallen, vind ik het geen wonder dat de dolfijnen wegblijven. Die liggen natuurlijk wel gewoon te chillen bij een hippe strandtent. Helemaal in de verte zien we af en toe een schimp van een dolfijn als hij door het water springt.
Maar schilpadden? Nergens te bekennen.
Net als ik me afvraag of ik mijn geld terug zal vragen, komt er een schildje aan de oppervlakte. Hij steekt zijn koppie even boven water en schudt hem vol afgrijzen bij het horen van onze muziek. Snel duikt hij weer onder water en dempt het geluid van de mensenwereld.
Check het te leuke ananasjeETEN – Het eten was best gevarieerd, maar de friet houd je gewoon niet knapperig in een warmhoudpan. Gelukkig maakten de platgeslagen oliebollen met kaneelsuiker tussen de middag een hoop goed. Er was ook bananenijs, overal flesjes water en cocktails met geweldige rietjes (die we zijn gaan sparen, tja, je moet wat). Alleen tijdens het avondeten snapten ze de bestelling ‘wasser’ (alles is hier op Duitsers gericht) niet altijd. Blijkbaar zijn Duiters gek op koolzuur, maar dat vinden wij niet te zuipen in ons water, dus kon de ober een keer onverrichte zaken weer terug. De rest van de week werd niet meer aan ons gevraagd of we wat wilden drinken.
Het blijft ons wel verbazen hoe mensen hun borden als uitgehongerde beren vol scheppen en vervolgens de helft laten staan. Terwijl er een Nederlands stel naast ons komt zitten, word de tafel en grond vakkundig door een medewerker van de rijst en andere etensresten ontdaan.
Ik hoor de nieuwkomers iets zeggen in de trant van ‘zwijnen’.
Begrijpend knik ik hun kant op.
Nou. Gelukkig hebben wij enorm netjes etende en welopgevoede kinderen.
Laat Luc ook net op dat moment blijken als hij een Gilles de La Tourette momentje heeft en ineens keihard ‘KONTGAT’ door de zaal roept.
Dus.
AVOND – De bazaar deden we nog een paar keer aan. Zo ook de avond dat ik net uit de douche kwam en naar de kast wilde lopen voor een gezellig jurkje. BAM! Ineens lag ik op de grond. Welke debiel had het ludieke idee opgevat om de kluis (op ooghoogte) open te laten staan?
Mijn benen zaten al onder de blauwe plekken, mijn armen onder de muggenbulten, maar een ei bovenop mijn oog had ik nog niet.
Kon ik ook weer afvinken.
Avondvullende shows waren er ook genoeg op het resort. Gelukkig ging het personeel niet zelf dansen of nog erger; een goochel act opvoeren. En dan een gekleurde slinger uit de mouw blijven trekken. Tenenkrommend.
Nee, hier huurden ze het vermaak gewoon in.
Lenige Chinezen sprongen in en op elkaar en voerden een goede show op.
Klein tipje van mijn kant is om de synthetische pakjes te vervangen. Nu bleef mijn blik gericht op hun micropenissen. Met het volle licht erop, was de afwezigheid van een goed gevulde onderbroek duidelijk zichtbaar.
Dan ook nog gaan touwtje springen, zittend op een eenwieler, laat helemaal niks meer van hun geslacht over.
Toch een klein beetje gênant om naar te kijken. Voorproefje overdag. Oordeel zelf 😉
Elke avond waren er andere shows. Zoals de circusact. Daar kwamen we iets te laat, doordat Lina nog een hennatattoo wilde laten zetten. Dus de kinderen moesten toen op de grond zitten, maar wij hadden nog een rieten stoel. Toen bedacht ik me weer dat een broek zoveel fijner is. Want met een rokje aan zit je uiteindelijk gewoon met je blote reet op de rieten zitting. Niet fijn. Al helemaal niet als de muggen zich ondertussen vol vreten met jouw bloed en je buurvrouw rook in je gezicht blaast.
Maar ik weet niet of het erger is om zo naar de show te kijken, of om hem op te moeten voeren. Voor vermoeide kinderen en verveelde ouders.
Voor Luc was het misschien wel beter geweest om lompe schoenen te dragen…Dus soms gingen we naar het strand. En de kinderen hebben ook nog een keer lekker als enigen in het zwembad gezwommen. Toch bijzonder in het in het donker. Hoogtepuntje was ook wel ons avondje bowlen. Ik heb niks met (bal)sporten, maar dit vind ik leuk. Mijn teamgenoten meestal ook. Ik werp namelijk als een blinde koe. Ik knal die bal rustig op een andere baan of tegen het plafond.
Harm gaf me de tip, dat ik de bal niet rechtstreeks tegen de kegels hoef te smijten. De bal mág de baan raken.
Fijn. Scheelt me ook wat duimpijn.
Maar ondanks mijn lompheid heb ik niet verloren. Lina is een pro en behaalde een welverdiende tweede plek.
Helaas voor Luc, erfde hij mijn genen. Sorry jongen.
Hij dacht dat het beter ging met rollen. Of door zijn schoenen uit te trekken.
Toen kwam het moment dat hij spijt kreeg dat hij weer eens niet luisterde.
De bal was natuurlijk best zwaar. Ik zie hem de bal op de grond leggen en bedenk wat hij gaat doen. Ik waarschuw hem twee keer. Tevergeefs.
Zijn voet raakt de bal al in volle vaart. Die geeft geen sjoege.
Luc daarentegen…
Ken je het gezegde ‘honger maakt rauwe bonen zoet’? Lulkoek natuurlijk, want rauw zijn die dingen kneiterhard en bijt je er je vullingen op kapot. Het gaat om het idee erachter.
Zo heb ik er dan ook nog eentje.
Slaap maakt elk bed comfortabel.
De eerste avond had je me dubbelgeklapt in de kast kunnen parkeren en dan had ik daar ook heerlijk geslapen. Maar gisteravond plofte ik neer op het bed en kwam ik tot de ontdekking dat ze vergeten waren vering in het matras te stoppen.
Dus in plaats van dat mijn kont wegzakte in het matras, ramde ik nu mijn ruggengraat door mijn fontanel.
Laat ik je vertellen dat ik me al één week per maand een overrijpe beurse meloen voel en me dan alleen maar in een zachte hoop kussens wil vleien. Nu voelde het alsof ik mijn verbrande zak botten op een steen liet vallen.
Hoe ik me ook draaide, alles deed zeer.
Heb je een klein beetje een idee hoe ik deze ochtend begon.
Ondanks de martelbank waar ik op lag, was opstaan ook niet aanlokkelijk. Ik was gebroken.
Maar het was toch echt tijd voor ‘handdoekje legje’.
Er hingen nu dan wel bordjes in de lift dat het verboden was je handdoek een uur onbemand neer te leggen, ik was benieuwd of mensen zich daar ook echt aan gingen houden.
Bij het zwembad aangekomen bleken de mensen inderdaad ineens massaal Oost-Turkish-blind te zijn.
We sleepten twee eenzame bedjes van heinden en verre en maakten er een stelletje van. En eerlijk is eerlijk, wij maakten er ook echt de hele dag gebruik van. In tegenstelling tot de ontbrekende mensen naast ons. ’s Ochtends hebben ze een uurtje gezwommen en de rest van de dag werden hun bedjes alleen bemand door handdoeken. Kijk, dat vind ik nou asociaal. Daarom heb ik de handdoeken maar gewoon meegenomen. Kost ze 10,- borg. Het zal ze leren.
Van tevoren heb ik natuurlijk alle reviews uit mijn hoofd geleerd (oké bijna, ik heb een document gemaakt met tips) en de Bazaar was een echte aanrader. Ik rook de kruiden, bijzondere thee en Turkse pizza al bijna. Misschien kon ik er nog iets van lokaal handwerk scoren.
Vol goede zin zetten we de wandeling in. Om aan te komen bij een kluwen marktkramen vol dezelfde nep merkkleding. Een deceptie. Maar flexibel als ik ben, heb ik gewoon kleding gekocht in plaats van kruiden.
Luc was er gauw klaar mee.
Op de hoek stond een ijstovenaar iedereen te prikken met een ijsstok en kinderen duwde hij de ijsjes in het gezicht. Echt toveren was het niet, maar de kinderen genoten.
En de tovenaar bleek beter dan we dachten. Uren later toverde hij de citroen ijsbrokken bij Lina om in diarree.
Dacht ik deze nacht beter te slapen dankzij een extra aangebrachte toplaag om onze matras, stak de ijscoman er een stokje voor. De lul. Mijn arme meisje voelde zich zo beroerd. Na twee aspirines viel ze gelukkig na een uur weer in slaap.
En ik? Ik visualiseerde dat ik die zogenaamde magiër een ijstang in zijn reet duwde.
Met een glimlach om mijn mond viel ik uiteindelijk in slaap.
Na een verkwikkende douche (letterlijk door de ongewenste wisseldouches) spoorde ik de kinderen aan om zich klaar te maken voor het zwembad. Maar door de televisie op hun eigen kamer waren mijn smeekbedes aan dovemans oren besteed.
Ik besloot Luc een handje te helpen.
Toen ik hem in zijn zwemshortje hees, viel me op dat de muur in hun kamer iets minder wit was als de dag ervoor.
Luc moet gedacht hebben, we hebben thuis al genoeg witte muren, laat ik die op vakantie eens opvrolijken.
Met tekeningen van een soort kerstcadeautjes.
Nou ik weet al wat hij dit jaar in zijn pakje vindt onder de boom. Een gum.
Bij het zwembad gebeurde verder weinig bijzonders. Maar uiteraard zijn er altijd zaken die mijn aandacht trekken.
Zoals de twee vrouwen met hoofddoek. Ze hadden een compleet lycra pyamapak aan in de meest vreselijke vale kleur paars. Ik had met ze te doen. Misschien was het wel hun eigen keuze om zo’n wanstaltig plakpak aan te trekken, maar de starende blikken wennen waarschijnlijk nooit.
Dus keerde ik gauw mijn hoofd af.
En zag alweer wat anders waar ik je deelgenoot van wil maken.
Stel je voor. Je zit in een peuterbadje op het randje. Met je voeten in het warme piswater en je handen op het rooster achter je. Qua ooghoogte zit je dan dus precies verkeerd. Alle overhellende buiken en te strakke zwemslips glijden dan voorbij je ogen.
Zo keek ik ineens recht tegen een clit piercing aan.
Fier stak hij door de goedkope fluorescerende bikini. Ieder zijn ding, maar ik had het niet hoeven zien.
Later vroeg ik me af of ik het wel goed gezien had. Ja, ze zat onder de tattoos en haar oranjebruine huid stak mooi af bij haar perioxide haar, maar wie weet was dit stereotype gewoon enorm opgewonden. En groot geschapen.
Om 16.00 uur sloot blijkbaar op donderdag het zwembad.
Heel de boel werd verbouwd en versierd. En vanaf 19.00 uur kon je daar dan buiten eten. Lekker knus. Met nog 500 man. Waarmee je eerst in een rij werd gedrukt.
Nou worden wij standaard al jeukerig van rijen en al helemaal als je niet eens weet waarop je staat te wachten. Ik besloot te gaan kijken. Sushi. Dat stemde Lina vrolijk. Dat voelt toch gewoon een beetje als de Efteling. Lang wachten voor 2 minuten plezier.
Luc en ik besloten een buffet op te zoeken zonder rij. We kwamen daarbij langs complete beeldhouwwerken van doorgekweekte meloenen. Ik had zo’n honger dat ik er ter plekke wat decoratieve happen uit heb genomen.
In mijn ooghoek zag ik taart. Met het meloensap druipend van mijn kin voelde ik mijn stemming opknappen. Lange tafels vol zoete lekkernijen stonden op me te wachten.
Op vakantie gooi ik altijd de woorden gezond en verantwoord overboord, dus kon ik best aan mezelf verantwoorden om een bord vol suikerbommen op te scheppen.
Misschien omdat mijn verwachtingen te hoog waren, vielen de desserts me tegen. Overal zat dezelfde soort room in en alles droop van het suikerwater/honing/plakkende zoete drap.
Jammer.
Het leek zo lekker
Harm was ook geïrriteerd. Omdat we lang moesten wachten. Weggestuurd waren van de plek waar we wilden zitten, want die bleek gereserveerd (zonder bordje). En Luc luisterde natuurlijk nergens naar. Die waren we uiteindelijk voor de 3e keer kwijt die dag. Uiteindelijk vonden we hem ergens bij een popcornkraam. Het was niet echt een ontspannen avond. Gelukkig nog genoeg dagen te gaan!
Om 2.45 uur ging de wekker.
Waarom deden we dit ook alweer? Oh ja, vakantie. Ontspannen.
Nog een lange weg daarnaartoe. De kinderen lijken op mij en slapen niet met adrenaline die door de aderen pompt. Dus toen ik Luc ‘wakker’ ging maken, keek hij me gewoon klaarwakker aan ‘wat is er?’.
Hij hobbelde achter moedergans aan richting de douche.
Douchen is mijn ‘ik-kom-weer-tot-leven’ momentje. Zoiets als wanneer een vampier weer bloed tot zich neemt. Afijn, je snapt wel wat ik bedoel.
Het liefste sta ik in alle rust onder een hete straal. Maar mijn kleine mannetje kan ik echt geen toegang weigeren. Om mezelf niet over de zeik te laten maken, mocht Luc niet met bootjes tegen mijn enkels varen of met een washand het doucheputje afdekken en op zijn glibberbillen door de douchebak heen glijden. Waardoor een overstroming onvermijdelijk is. Doordeweeks prima. Maar nu even niet.
Hij moest toch zijn energiestoten kwijt en als een sprinkhaan sprong hij om me heen. Altijd fijn als je nog wat wilt scheren.
Door de beslagen douchedeur begon nog een blij kinderhoofd tegen me te kwetteren.
Mijn spreekuur was nog niet begonnen.
Wanneer alle lijstjes zijn afgevinkt en we met precisie afgewogen koffers arriveerden op Schiphol, viel het op hoe snel we overal konden doorlopen. Daar hou ik van. Zelfs een bezoekje aan Victoria’s Secret paste nog in het programma. Niet dat ik wat heb gekocht, maar toch. Voelde goed.
De vlucht was te doen.
Ik zat naast de kinderen en Harm in het gangpad daarnaast. Dat had ik niet goed geregeld.
Luc uren verdragen in mijn vermoeide aura, was niet heel succesvol. Hij overschreed constant mijn irritatiegrens. Nu was die grens wel kleiner dan wanneer ik niet midden in de nacht ben opgestaan na een uurtje slaap, maar toch.
We dachten dat de iPad afdoende was, net als voorgaande jaren. Maar spelletjes doen is zoooo 2014.
Zonder WIFI (lees: Freek in het Wild) moest hij zich op andere manieren zien te vermaken.
Lekker met tafeltjes klapperen en de meest vreemde rijmende woorden (met altijd iets van ruk, poep, kut, tuk, snak, kak, erin) als een opgewonden kraanvogel door het vliegtuig krijsen, waren favoriet.
Ik pleit voor een apart, afgeschermd kindergedeelte met animatieteam voor alles onder de 10 jaar.
Net voor de landing kwam de stewardess nog langs met een bak vol chocolaatjes. Luc legde er zijn half afgekloven regenbooglolly bovenop.
Dat bedoel ik.
Fijn.
In de busreis kon ik een beetje bijkomen. De 43 graden werd gelukkig algauw met de airco terug gedrongen naar 38 graden. Vol medelijden keek ik naar de geparkeerde auto’s op straat. Hele Perzische tapijten lagen eroverheen gedrapeerd om de brandende zon buiten te houden. Ze lagen er wel mooi bij. Net als Luc. Totaal van de wereld lag hij te knorren.
Lina volgde al snel. Ik wilde ook zo graag even mijn ogen sluiten, maar elke keer als ik net begon te knikkebollen, deed Lina dat in overtreffende trap naast me. Headbangend tegen mijn arm.
Niet dat je denkt dat ik overdrijf. Zo ben ik niet 😉
Bij onze aankomst verdween mijn slaap als sneeuw voor de zon. Is er überhaupt ooit sneeuw in Turkije? Ik kon het me met de verzengende hitte om me heen niet voorstellen. Maar de lobby van het mooie Side Star Resort was heerlijk koel.
Of we eerst een hapje wilden eten?
Het was inmiddels 13.45 uur lokale tijd (Nederland + 1 uur).
Ik had zo’n weeïg vliegtuiggevoel in mijn lichaam. Kon ook komen van de fruittella’s, bubblegum en andere mierzoete meuk die ik bleef kauwen tegen de oorpijn. Tevergeefs.
Maar een fatsoenlijke maaltijd ging er wel in.
En die vond ik in bulgur en een kikkererwtensalade.
MMM.
Met vernieuwde energie stonden we binnen no time in onze ruime familiesuite met twee aparte slaapkamers (een must!).
Nog nooit zo snel waren we omgekleed. Onze kamer bleek ook nog eens op maar 50 meter van het zwembad af te liggen. Het was druk, maar een Duitse vrouw stond twee ligbedden aan ons af.
Droomde ik?
Waar was het addertje?
Volledig tevreden dook ik in het zwembad. Zo hoort vakantie te zijn!
Aan het einde van de middag kwamen mijn schatjes glunderend naar me toe gehuppeld. Ze hadden een gedeelte ontdekt waar je panini’s kon laten maken en ook stond er taart, een soort oliebollen, wafels en meloen.
Was dit de hemel?
Terug op de hotelkamer bleek Luc niet te hoeven afkicken van fantastisch jungle nieuws. In de trant van; een spugende cobra heeft twee penissen in zijn staart. Tijdens een ruwe bui kan het vrouwtje er eentje afbreken (dat is pas pikstraf!). Maar gelukkig heeft het mannetje dan altijd nog een reserve piemel. Dankzij de Nederlandse zender was Freek gewoon met deze fantastische informatie achter ons aan gereisd naar Turkije.
Wij genoten ondertussen van de goedgevulde minibar. Heerlijk dat all-inclusive!
Normaal ben ik natuurlijk niet zo positief. Dus een beetje om te kotsen is het dan wel, al deze positiviteit van mijn kant. Wie weet wat de rest van de vakantie nog brengt 😉
En wees gerust, het eerste smetje kwam ’s avonds al om de hoek; opoe moest blijkbaar juist nu op bezoek komen. Bloeddorstig takkewijf.
Het was herfstvakantie. Luc logeerde bij een vriendje en Lina’s vriendin sliep bij ons. Vanaf 7.15 werd ik gewekt door gegiebel. Klinkt leuker dan het was. Het is namelijk ook mijn vrije dag. Gaap. Uitslapen doen we over 10 jaar weer. En je kunt rotter wakker worden. Luc heeft er nog wel eens een handje van om rond 6 uur over je hoofd te rijden. Met zijn brandweerwagen. Met sirene. En voor het geval de sirene niet duidelijk genoeg is, loeit hij het deuntje op volle toeren mee WHIEHOE WHIEHOE. Maar hij was er dus niet. We hadden afgesproken hem ‘s ochtends op te halen. Maar wat gaan we dan doen?
Dat blijft lastig, iets leuks vinden voor groot en klein. Gisteravond zijn we de zoektocht op internet uiteindelijk maar gestaakt. Maar vanmorgen wachtte dit dilemma nog steeds op ons. Donkere wolken dreven voorbij ons raam. Ik kroop nog verder onder het dekbed. Gatver. Depressief weer. De zin om daarmee in een dierentuin te slenteren, vervloog met de straffe wind die buiten de wolken voortduwde. We pakten allebei onze mobiel, in de hoop dat er afgelopen nacht nieuwe fantastische uitjes online waren gezet.
Een illusie armer, krijg ik via de wordfeud chat nog de tip om naar een subtropisch zwemparadijs te gaan. Ik associeer een jeukende chloor huid, opkomende wratten tussen mijn tenen en piswater in mijn ogen niet met het paradijs. Ik geef het even op, de kinderen vermaken zich nu nog prima met hun vriendjes. Even mijn mail checken. In een automatisme wil ik mijn Groupon mails deleten. Hé, wacht eens, las ik daar nou circus?
Op het Malieveld in Den Haag is deze week circus Renz te bezoeken met korting. Na de site gecheckt te hebben, blijken er voorstellingen te beginnen om 13.00 en 16.30 uur. Ik schiet de douche in en Harm gaat bellen. Eigenlijk bleek de actie al snel vol te zitten. Maar uiteindelijk hadden we mazzel en waren er nog precies vier kaarten voor 13.00 uur. Yes. Maarre, dan moeten we de kaarten wel minimaal een half uur van tevoren ophalen. Dus om 11 uur weg. Het was toen half 11…
Het blijkt dat ik dus ook best in 10 minuten kan douchen. Ik spoor de meiden aan om dit record te verbreken. Snel maak ik ontbijt voor hen, pak een tas en app de ouders. In de auto bel ik ze ook maar even, dat we heel snel langs crossen. Luc staat buiten al klaar te wachten met zijn koffertje. Ons schattebolletje. Hij klimt in de auto en ik app alweer. Sorry, dat we zo moeten wegracen en ik leg onze last minute actie uit. Lina’s vriendinnetje vliegt ook uit de auto en we sjezen door. We hebben 1 uur en 17 minuten om in Den Haag te komen, te parkeren en onze kaartjes op te halen. We redden het precies. De kinderen hopsen op de achterbank bij het zien van de megatent. Jeetje, hoe lang is het geleden dat ik zelf naar het circus ben geweest? Jaaaaaren. Dus toen Luc vroeg wat er bij een circus was, kwam ik niet verder dan een clown. Want zouden er tegenwoordig nog tijgers door brandende hoepels springen? We gingen het meemaken.
In de tent kraaide Lina ‘ik ben in de hemel beland’, met haar ogen strak op de snoepkramen gericht. Iedereen zocht wat uit en Harm vroeg met zijn broodje worst in de mond, of ik ook iets wilde. Neuh.
‘Quinoa-salade hebben ze hier niet,’ grijnsde hij, met saus om zijn lippen. Haha.
Luc rende naar de carrousel en we deden ook nog een rondje wc. Alles tegen betaling. Gelukkig hadden we lekker bespaard op de entreekaarten. Ik hou daarvan. En had net zoveel zin in de voorstelling als de kinderen.
Het begon met zwoel dansende dames in string en netpanty’s en ik vroeg me af of we wel in de juiste tent waren. Maar zij dienden als opvulling, want er liep ineens een ganzenvanger van Renz door de tribunes, met een clubje wit gevogelte achter hem aan. In de piste liepen ze heen en weer. Gespannen wachtte ik af. Toverde hij ze zo weg? Stak hij ze in de fik en veranderden ze dan in konijnen? Vlogen ze dan omhoog om met lichtgevende vleugels een bijzondere dans uit te voeren in de lucht? Ik verschoof naar het puntje van mijn stoel. Nee, ze liepen gewoon heen en weer. Niet eens synchroon. Oh wacht, er werd een hoepel aangereikt. Nu ging het gebeuren. Pfoe hij hield hem wel hoog in de lucht. Spannend hoor. De ganzen keken er niet eens naar en hoe de man ook omhoog wees, ze liepen er gewoon onder door. Iedereen lachte. Behalve ik. Dit was geen grapje. Die man faalde in zijn werk. Dat is sneu. Poging nummer twee. De hoepel werd nog maar een stukje van de grond gehouden. De artiest gebaarde heftig, maar de ganzen gingen er echt niet door heen. Gelach alom. Maar dit was geen vooropgezet plan. Dat was duidelijk. De hoepel werd tegen de grond gedrukt en na een aantal rondjes, liepen er een aantal ganzen doorheen. Er werd gejuicht. Nog net geen wave gedaan. Waren die mensen serieus?
Maar goed, een show moet je opbouwen. Beetje bij beetje werk je naar het hoogtepunt, dus ik moest gewoon wat geduld hebben. En Lina vond de ‘eenden’ zo schattig, dus ik ontspande. Dikke paarden met koeienvlekken renden de zandbak in. Wauw. Wat een mooie beesten. Hun vachten glommen van gezondheid. En daar was ik blij om. Want hoe graag ik ook een ballerina op hun rug wilde zien dansen, of liever nog, dat ze gestapeld werden en er eentje overheen sprong, toch vond ik het zielig. Die dieren horen niet heen en weer te galopperen in zo’n kleine bak. Rondjes te draaien voor applaudisserend publiek. En vervolgens te moeten knielen daarvoor. Dat ging me echt aan mijn hart. Ik moest het even aan Harm kwijt.
‘Ach joh, ze krijgen er toch een suikerklontje voor.’
Ja, nu voelde ik me echt beter. Naast het verpesten van paardengewrichten, laten we hun gebit ook wegrotten.
Ik schudde het van me af toen er 6 shetlandpony’s rond kwamen dartelen. Ahhhh. Ook zij renden achter elkaar aan en sprongen drie keer over een balkje, om vervolgens overladen te worden met enkele suikerklontjes. Lustten tijgers dat ook? Of voeren ze die onder mijn ogen straks kuikentjes, of stukken darm ofzo? Mijn maag draaide zich om. Maar ik vermande mezelf. Het hoort erbij. En ik verheugde me erop. Het zijn zulke imposante beesten. Daar word je gewoon stil van. Maar ze kwamen niet. Er kwamen wel twee hele lenige dames in sexy pakjes. Met hun benen wijd namen ze ondersteboven plaats op een soort gynaecologenstoel. Luc keek met open mond toe. Nou schijnt hij dat volgens de GGD standaard te doen, maar ik zag alle brave huispapa’s nu ook naar het puntje van hun stoel schuiven. De meiden wisten wel raad met ballen. Dat was duidelijk.
Valt ie…?
Ik vond het knap, dat wel hoor. Maar onder de indruk? Nee nog niet. Gelukkig was daar Milo de dwerg die met een andere man elke keer clowneske acts uitvoerde. Voor we het wisten, was het eerste uur voorbij. 20 Minuten pauze. Tijd om te plassen, te snacken en eventueel lichtgevend, ronddraaiende meuk te kopen bij de artiesten. Nog niet misschien. Een kilo enorm zoute popcorn hield Lina 10 minuten later zoet. We graaiden alsof we in de bios zaten. Deel 2. Nu kon het echte werk beginnen. Lenige mannen sprongen via de wipwap op elkaar en dat was echt knap. Ook was er een act met zo’n halve cowboy die messen naar een meisje gooit terwijl ze een ballon in haar mond heeft. Beelden flitsen door mijn hoofd, van als het mis gaat. Ook bij de balancerende man op ronde vormen, wanneer hij bijna zijn evenwicht verliest hoog in de lucht. De zaal houdt zijn adem in. De man zelf ook. Gelukkig herpakt hij zich. Ben ik enorm morbide, als ik bij elke act bedenk wat er kan misgaan en daar bijna op lijk te hopen?
Is dat de verveling? Ben ik verwend? Want het is eigenlijk hartstikke leuk, alleen verwachtte ik gewoon een Ark van Renz, vol met dansende beren, jonglerende leeuwen en goochelende giraffen. Maar dat dat niet leuk is voor de dieren, snap ik. Maar gooi er dan op een andere manier wat actie tegenaan. Met vuur, cirkelzagen en verdwijntrucs. Mm, misschien hadden we gewoon naar een show van Hans Klok moeten gaan. Maar ik zie de kinderen genieten, dus ik denk dat we de goede keuze hebben gemaakt. Hoewel Luc vijf minuten later vraagt of hij met zijn auto mag gaan spelen. Harm leest ondertussen het AD op zijn mobiel en de mijne valt tussen de stoelen door naar beneden. Lina helpt me met de weg wijzen en een artiest vist mijn mobiel uit het gras. Gelukkig een zachte landing. Je zou bijna vergeten dat je gewoon buiten bent. In een tent. Want het is er zo bloedverziekend heet, dat het joch voor me in zijn synthetische voetbalshirt alleen al zorgt voor extra broeikasgassen in de vorm van zijn zweetdamp. Gatver. En de popcorn begint naar plastic te smaken. Ik krijg steeds meer behoefte aan frisse lucht.
Maar we moeten nog even volhouden. Hoor ik ook de moeder naast me zeggen tegen haar dochtertje. ‘Het is echt bijna klaar. Dan krijg je lekker een ijsje’. Dat klinkt wel enorm als een beloning, alsof het wicht in een strafkamp zit. Zo erg is het nou ook weer niet. Ik richt me weer op de piste en laat me vermaken. Door vrouwen die een soort paringsdans uitvoeren in verenkostuums. Dat blijkt de inleiding voor een papegaaienshow. Ik hoop dat de wulpse vrouwen zo een slurf erbij pakken bij hun dans, ik heb echt zin in olifanten. Maar eerlijk is eerlijk, de papegaaien zijn te schattig. Op hun rolschaatsjes, fiets en auto. Lina wordt er ook helemaal blij van. Wat zijn ze mooi ook.
De volgende act is weer iets met lenige mannen, waarbij er eentje onbedoeld uit zijn broek scheurt en het enige waar ik me nog op kan focussen is zijn witte boxershort. De mannen in de zaal komen ook nog aan hun trekken bij de daaropvolgende artiest. Een super flexibele vrouw doet met haar voeten een hoedje op haar hoofd. Het nut ontgaat me, ze heeft immers handen, maar lenig is ze wel. Wanneer ze haar benen in haar nek legt, gaap ik. Zo begin ik elke ochtend de dag. Oké dan niet. Ik vergaap me gewoon aan haar slangenlijf en wat ze daarmee kan. Nog een dwergen act en eentje met een grote bak water en een spierbundel en zijn vrouwke, die op het natte en het droge hun kunsten laten zien. Dan komen alle artiesten en klappen we hard. Het was toch wel erg knap allemaal, van koorddanser tot acrobaat. Ik hoor Harm iets mompelen over olifanten en ik leg hem het zwijgen op. Sssht, niet klagen, laat de kinderen blij zijn. Enne, daar heb ik een blog voor 😉
Hoi, ik ben Joyce en op mijn blog schrijf ik over mijn dagelijkse beslommeringen. Cynisch, overdreven, maar met een glimlach. Ga er maar eens lekker voor zitten, ik schrijf namelijk nogal uitgebreid. Enjoy the stories!