Een briefje. Rij-ouders gezocht voor sportdag en voor een dagje natuur. Op de sportdag heb ik al iets gepland staan (hoe jammer voor mij als sportfanaat). Maar die andere dag kan ik. Lina kijkt me smekend aan. Dus vandaag reed ik met een auto vol meiden naar de Eendenkooi in Waardenburg. Nog nooit van gehoord, maar dat zegt in mijn geval niks. Of juist alles.
In Waardenburg worden we opgewacht door vier enthousiaste boswachters. Jawel, ze zien er precies zo uit, zoals je denkt. Maar goed, ik heb ook mijn best gedaan. Kaplaarzen uit de mottenballen getrokken, anti-teken-smeersel achter de oren en een oude jas opgeduikeld.
Kaplaarzen, check!
Met heel groep 7 & 8 de schuur in. Mijn respect voor de meester groeit met de seconde. De Eendenkooi verandert in een kippenhok. De kippen draaien op hun krukken en hebben de grootste lol. Maar de opperboswachter wil hun aandacht.
‘Wat is het verschil tussen een papagaaienkooi en een eendenkooi?’
‘In de ene zitten papegaaien en in de andere eenden’, klinkt het van alle kanten.
Ik glimlach. Dit wordt een fijne dag. Wil je het ook weten? Papagaaien zitten in een echte kooi met tralies en de eenden hier zijn vrij. Maar waarom bestaat zo’n eendenkooi?
‘Om de eenden te temmen’, roept Lina alsof we in een circustent zitten.
‘Om de eenden op te eten’, roept een hongerig kind.
Het antwoord is simpeler. Ik ben het alleen even kwijt.
Eindelijk, op pad. Ik voel me ook echt een heuse padvinder. Hoe we door de grassen stampen. Met ons groepje meiden van groep 8 en boswachter Cor. Ineens staat hij stil. Vol verwachting kijken de meiden hem aan. Ligt er ergens een eend? Een dooie? Nee, we buigen ons over een zwart drolletje. De quiz begint weer. Van wie is deze drol?
‘Een hert’, ‘een eend’, wordt geroepen. Lekker hoor zo’n stiltegebied.
Maar het zijn waarschijnlijk de uitwerpselen van een vos. Goed zo Cor, breng de spanning er maar in!
En dan moeten we naar boven kijken, naar een of andere vogel. Ook wordt er opgewonden gegild dat ze een libelle zien. De meiden zien van alles. En als ze zich hadden omgedraaid, zouden ze een blinde vink gezien hebben. Ik deed echt mijn best, maar ik zag het vaak echt niet. Wel de hertjes in de verte. Dat was een gaaf moment. Van een nanoseconde. En weg hupsten ze.
‘Wat is dat?’, wees iemand naar een rode tor op een blad. Ja, die zag zelfs ik niet over het hoofd met z’n vuurrode pulserende rode lijf. Bleh. Ik heb het niet zo op insecten. Kreeg spontaan jeuk.
‘Vroeger noemden we dat een bloedzuiger’, begon Cor, maar wat hij verder zei werd overstemd door meisjes gegil.
Laten we maar weer een opdrachtje gaan doen. We leren hoe de substantie van klei geen water doorlaat. De meiden houden met twee vingers de vieze flesjes vast. Ik hoor Lina mompelen dat ze liever gaat winkelen. Oeps. Foutje mijnerzijds. Maar stiekem denk ik hetzelfde. Sorry.
We lopen dieper het bos in. Cor vertelt wat over het eenden-vangnet, maar de meiden focussen zich liever op het balanceren op de ronde balken tussen de bladeren. Een opdracht dan maar weer. Blinddoeken om en ruiken aan een potje. Lina denkt aan appel. Blijkt honing te zijn. Ik moet ook zeggen dat ik Lina vaker appels voorschotel dan honing, dus niet gek.
De opdracht met bellen blazen valt in de smaak. Zo ontdekken we hoe de wind staat. Maar hé, er zijn ook nog kompassen. Noord… Oost. Opletten Joyce. Ik zie Lina op haar mobieltje kijken. Ik haak ook af en maak een foto van haar. Het zit gewoon niet in onze genen, probeer ik mezelf wijs te maken.
Het is vandaag weer extra fijn om volwassen te zijn. Dan hoef je niet naar alles te luisteren en kun je af en toe gewoon weg lopen. Bij terugkomst gaat Cor onvermoeibaar verder over verschillende soorten gras, pluimen en onkruid. Dit is toch een stiltegebied? SSSTTT!
Katinka krijgt ondertussen slierten riet in haar haren geweven. Weer een fotomomentje. Ondanks Cor zijn verhaal over hoe mobieltjes alles stuk maken. Ik geloof je, maar ik maak er ook wat nieuws mee. Herinneringen. Katinka is haar strobos zat en als vlooiende apen ontfermen de meiden zich over de natuurlijke extensions van Katinka en ontvlechten haar haren. Ze zijn er zo druk mee, dus Cor richt zich weer tot mij. De helft hoor ik niet, want een of ander vliegend insect heeft zich een weg gebaand in mijn gehoorgang en als een malle sla ik tegen mijn oor. Van het ene beest bevrijd, vliegt het andere mijn neusgat in. Ik vloek binnesmonds. Ja, ik hou van de natuur. Echt. Maar ik HAAT insecten (behalve vlinders, die zijn lief, oh en lieveheersbeestjes ook). Heeft er iemand zo’n imker-kap voor over mijn hoofd? Of een klamboe? Iemand?
De meisjes hebben nergens last van en plukken bloemen. Cor vertelt een verhaal over een boomstronk. Iets met Deil, kerkhof, windhoos, links, oorlog, richtpunt, rechts pff ik ben hem kwijt. Kan ook komen doordat mijn aandacht wordt afgeleid door zijn wit uitgeslagen oorsmeer. Zijn er ook mensen die niet al deze dingen opvallen? Daar had ik dan vandaag even mee willen ruilen.
Met de eenden wil ik niet ruilen. Als het verhaal begint over het doden van dit schattige dier. Hoe ze dat deden? De meiden raden met glinstering in hun ogen.
‘Met gif?’ ‘Een mes?’ ‘Nek omdraaien?’
Cor weet het. De kooiker (de vanger en brute moordenaar van de eenden) snijdt met een mesje de keel door en dan draait ie de nek en breekt de kop. Het beestje leeft dan nog wel, maar kan niet meer vliegen. Die gooien ze dan in een spartelhok. Lekker Spartaans.
Bij de volgende opdracht gaan ze insecten verzamelen in een potje. Ineens schreeuwt er iemand dat er een beest op haar arm zit. Het blijkt een rupsje. Zachtjes wordt hij op een hand gezet en kan ik er rustig een foto van maken. Kijk daar hou ik van. Niet dat gefladder en gezoem. Of zoals de verzamelde torretjes en spinnen in de potjes. Ik krijg er letterlijk de rillingen van, van al die kriebeldiertjes. Dan vinden ze een mooie mot. Die is fotowaardig. Net zoals deze ochtend. Hij was echt prima. Cor zijn passie snap ik. Maar liever zou ik er alleen lopen. In stilte. Genietend van alles. Maarre, wel in een imkerpak. Want ik zit nu nog te krabben…
Het was herfstvakantie. Luc logeerde bij een vriendje en Lina’s vriendin sliep bij ons. Vanaf 7.15 werd ik gewekt door gegiebel. Klinkt leuker dan het was. Het is namelijk ook mijn vrije dag. Gaap. Uitslapen doen we over 10 jaar weer. En je kunt rotter wakker worden. Luc heeft er nog wel eens een handje van om rond 6 uur over je hoofd te rijden. Met zijn brandweerwagen. Met sirene. En voor het geval de sirene niet duidelijk genoeg is, loeit hij het deuntje op volle toeren mee WHIEHOE WHIEHOE. Maar hij was er dus niet. We hadden afgesproken hem ‘s ochtends op te halen. Maar wat gaan we dan doen?
Dat blijft lastig, iets leuks vinden voor groot en klein. Gisteravond zijn we de zoektocht op internet uiteindelijk maar gestaakt. Maar vanmorgen wachtte dit dilemma nog steeds op ons. Donkere wolken dreven voorbij ons raam. Ik kroop nog verder onder het dekbed. Gatver. Depressief weer. De zin om daarmee in een dierentuin te slenteren, vervloog met de straffe wind die buiten de wolken voortduwde. We pakten allebei onze mobiel, in de hoop dat er afgelopen nacht nieuwe fantastische uitjes online waren gezet.
Een illusie armer, krijg ik via de wordfeud chat nog de tip om naar een subtropisch zwemparadijs te gaan. Ik associeer een jeukende chloor huid, opkomende wratten tussen mijn tenen en piswater in mijn ogen niet met het paradijs. Ik geef het even op, de kinderen vermaken zich nu nog prima met hun vriendjes. Even mijn mail checken. In een automatisme wil ik mijn Groupon mails deleten. Hé, wacht eens, las ik daar nou circus?
Op het Malieveld in Den Haag is deze week circus Renz te bezoeken met korting. Na de site gecheckt te hebben, blijken er voorstellingen te beginnen om 13.00 en 16.30 uur. Ik schiet de douche in en Harm gaat bellen. Eigenlijk bleek de actie al snel vol te zitten. Maar uiteindelijk hadden we mazzel en waren er nog precies vier kaarten voor 13.00 uur. Yes. Maarre, dan moeten we de kaarten wel minimaal een half uur van tevoren ophalen. Dus om 11 uur weg. Het was toen half 11…
Het blijkt dat ik dus ook best in 10 minuten kan douchen. Ik spoor de meiden aan om dit record te verbreken. Snel maak ik ontbijt voor hen, pak een tas en app de ouders. In de auto bel ik ze ook maar even, dat we heel snel langs crossen. Luc staat buiten al klaar te wachten met zijn koffertje. Ons schattebolletje. Hij klimt in de auto en ik app alweer. Sorry, dat we zo moeten wegracen en ik leg onze last minute actie uit. Lina’s vriendinnetje vliegt ook uit de auto en we sjezen door. We hebben 1 uur en 17 minuten om in Den Haag te komen, te parkeren en onze kaartjes op te halen. We redden het precies. De kinderen hopsen op de achterbank bij het zien van de megatent. Jeetje, hoe lang is het geleden dat ik zelf naar het circus ben geweest? Jaaaaaren. Dus toen Luc vroeg wat er bij een circus was, kwam ik niet verder dan een clown. Want zouden er tegenwoordig nog tijgers door brandende hoepels springen? We gingen het meemaken.
In de tent kraaide Lina ‘ik ben in de hemel beland’, met haar ogen strak op de snoepkramen gericht. Iedereen zocht wat uit en Harm vroeg met zijn broodje worst in de mond, of ik ook iets wilde. Neuh.
‘Quinoa-salade hebben ze hier niet,’ grijnsde hij, met saus om zijn lippen. Haha.
Luc rende naar de carrousel en we deden ook nog een rondje wc. Alles tegen betaling. Gelukkig hadden we lekker bespaard op de entreekaarten. Ik hou daarvan. En had net zoveel zin in de voorstelling als de kinderen.
Het begon met zwoel dansende dames in string en netpanty’s en ik vroeg me af of we wel in de juiste tent waren. Maar zij dienden als opvulling, want er liep ineens een ganzenvanger van Renz door de tribunes, met een clubje wit gevogelte achter hem aan. In de piste liepen ze heen en weer. Gespannen wachtte ik af. Toverde hij ze zo weg? Stak hij ze in de fik en veranderden ze dan in konijnen? Vlogen ze dan omhoog om met lichtgevende vleugels een bijzondere dans uit te voeren in de lucht? Ik verschoof naar het puntje van mijn stoel. Nee, ze liepen gewoon heen en weer. Niet eens synchroon. Oh wacht, er werd een hoepel aangereikt. Nu ging het gebeuren. Pfoe hij hield hem wel hoog in de lucht. Spannend hoor. De ganzen keken er niet eens naar en hoe de man ook omhoog wees, ze liepen er gewoon onder door. Iedereen lachte. Behalve ik. Dit was geen grapje. Die man faalde in zijn werk. Dat is sneu. Poging nummer twee. De hoepel werd nog maar een stukje van de grond gehouden. De artiest gebaarde heftig, maar de ganzen gingen er echt niet door heen. Gelach alom. Maar dit was geen vooropgezet plan. Dat was duidelijk. De hoepel werd tegen de grond gedrukt en na een aantal rondjes, liepen er een aantal ganzen doorheen. Er werd gejuicht. Nog net geen wave gedaan. Waren die mensen serieus?
Maar goed, een show moet je opbouwen. Beetje bij beetje werk je naar het hoogtepunt, dus ik moest gewoon wat geduld hebben. En Lina vond de ‘eenden’ zo schattig, dus ik ontspande. Dikke paarden met koeienvlekken renden de zandbak in. Wauw. Wat een mooie beesten. Hun vachten glommen van gezondheid. En daar was ik blij om. Want hoe graag ik ook een ballerina op hun rug wilde zien dansen, of liever nog, dat ze gestapeld werden en er eentje overheen sprong, toch vond ik het zielig. Die dieren horen niet heen en weer te galopperen in zo’n kleine bak. Rondjes te draaien voor applaudisserend publiek. En vervolgens te moeten knielen daarvoor. Dat ging me echt aan mijn hart. Ik moest het even aan Harm kwijt.
‘Ach joh, ze krijgen er toch een suikerklontje voor.’
Ja, nu voelde ik me echt beter. Naast het verpesten van paardengewrichten, laten we hun gebit ook wegrotten.
Ik schudde het van me af toen er 6 shetlandpony’s rond kwamen dartelen. Ahhhh. Ook zij renden achter elkaar aan en sprongen drie keer over een balkje, om vervolgens overladen te worden met enkele suikerklontjes. Lustten tijgers dat ook? Of voeren ze die onder mijn ogen straks kuikentjes, of stukken darm ofzo? Mijn maag draaide zich om. Maar ik vermande mezelf. Het hoort erbij. En ik verheugde me erop. Het zijn zulke imposante beesten. Daar word je gewoon stil van. Maar ze kwamen niet. Er kwamen wel twee hele lenige dames in sexy pakjes. Met hun benen wijd namen ze ondersteboven plaats op een soort gynaecologenstoel. Luc keek met open mond toe. Nou schijnt hij dat volgens de GGD standaard te doen, maar ik zag alle brave huispapa’s nu ook naar het puntje van hun stoel schuiven. De meiden wisten wel raad met ballen. Dat was duidelijk.
Valt ie…?
Ik vond het knap, dat wel hoor. Maar onder de indruk? Nee nog niet. Gelukkig was daar Milo de dwerg die met een andere man elke keer clowneske acts uitvoerde. Voor we het wisten, was het eerste uur voorbij. 20 Minuten pauze. Tijd om te plassen, te snacken en eventueel lichtgevend, ronddraaiende meuk te kopen bij de artiesten. Nog niet misschien. Een kilo enorm zoute popcorn hield Lina 10 minuten later zoet. We graaiden alsof we in de bios zaten. Deel 2. Nu kon het echte werk beginnen. Lenige mannen sprongen via de wipwap op elkaar en dat was echt knap. Ook was er een act met zo’n halve cowboy die messen naar een meisje gooit terwijl ze een ballon in haar mond heeft. Beelden flitsen door mijn hoofd, van als het mis gaat. Ook bij de balancerende man op ronde vormen, wanneer hij bijna zijn evenwicht verliest hoog in de lucht. De zaal houdt zijn adem in. De man zelf ook. Gelukkig herpakt hij zich. Ben ik enorm morbide, als ik bij elke act bedenk wat er kan misgaan en daar bijna op lijk te hopen?
Is dat de verveling? Ben ik verwend? Want het is eigenlijk hartstikke leuk, alleen verwachtte ik gewoon een Ark van Renz, vol met dansende beren, jonglerende leeuwen en goochelende giraffen. Maar dat dat niet leuk is voor de dieren, snap ik. Maar gooi er dan op een andere manier wat actie tegenaan. Met vuur, cirkelzagen en verdwijntrucs. Mm, misschien hadden we gewoon naar een show van Hans Klok moeten gaan. Maar ik zie de kinderen genieten, dus ik denk dat we de goede keuze hebben gemaakt. Hoewel Luc vijf minuten later vraagt of hij met zijn auto mag gaan spelen. Harm leest ondertussen het AD op zijn mobiel en de mijne valt tussen de stoelen door naar beneden. Lina helpt me met de weg wijzen en een artiest vist mijn mobiel uit het gras. Gelukkig een zachte landing. Je zou bijna vergeten dat je gewoon buiten bent. In een tent. Want het is er zo bloedverziekend heet, dat het joch voor me in zijn synthetische voetbalshirt alleen al zorgt voor extra broeikasgassen in de vorm van zijn zweetdamp. Gatver. En de popcorn begint naar plastic te smaken. Ik krijg steeds meer behoefte aan frisse lucht.
Maar we moeten nog even volhouden. Hoor ik ook de moeder naast me zeggen tegen haar dochtertje. ‘Het is echt bijna klaar. Dan krijg je lekker een ijsje’. Dat klinkt wel enorm als een beloning, alsof het wicht in een strafkamp zit. Zo erg is het nou ook weer niet. Ik richt me weer op de piste en laat me vermaken. Door vrouwen die een soort paringsdans uitvoeren in verenkostuums. Dat blijkt de inleiding voor een papegaaienshow. Ik hoop dat de wulpse vrouwen zo een slurf erbij pakken bij hun dans, ik heb echt zin in olifanten. Maar eerlijk is eerlijk, de papegaaien zijn te schattig. Op hun rolschaatsjes, fiets en auto. Lina wordt er ook helemaal blij van. Wat zijn ze mooi ook.
De volgende act is weer iets met lenige mannen, waarbij er eentje onbedoeld uit zijn broek scheurt en het enige waar ik me nog op kan focussen is zijn witte boxershort. De mannen in de zaal komen ook nog aan hun trekken bij de daaropvolgende artiest. Een super flexibele vrouw doet met haar voeten een hoedje op haar hoofd. Het nut ontgaat me, ze heeft immers handen, maar lenig is ze wel. Wanneer ze haar benen in haar nek legt, gaap ik. Zo begin ik elke ochtend de dag. Oké dan niet. Ik vergaap me gewoon aan haar slangenlijf en wat ze daarmee kan. Nog een dwergen act en eentje met een grote bak water en een spierbundel en zijn vrouwke, die op het natte en het droge hun kunsten laten zien. Dan komen alle artiesten en klappen we hard. Het was toch wel erg knap allemaal, van koorddanser tot acrobaat. Ik hoor Harm iets mompelen over olifanten en ik leg hem het zwijgen op. Sssht, niet klagen, laat de kinderen blij zijn. Enne, daar heb ik een blog voor 😉
Luc is vandaag jarig. En omdat het woensdag is, een prima middag om gelijk zijn kinderfeestje af te tikken. Zoals je weet draai ik daar mijn hand niet voor om. Doorgewinterde feestganger als ik ben. Ik snap dan ook niet dat er al mensen voorzichtig naar een blog begonnen te vragen. Nee schudde ik, dat is voor frustratiemomentjes en dat wordt dit niet. Gewoon kop in het zand en gassen maar. Alhoewel ik echt dacht dat het dit keer mee zou vallen. Heel Luc zijn verjaardag loopt al raar. We vierden het al afgelopen zaterdag, doordat anders mijn ouders niet konden komen. Ik was nog niet klaar met het opknappen van zijn kamertje. De cadeautjes werden gisteren pas 8 minuten voor sluitingstijd lukraak uit de schappen gegrist. We wisten het ook gewoon echt niet. Waar speelt ie nou echt nog graag mee? En om hem nou een iPad te geven…
Luc merkte hier niets van. Was blij met al zijn cadeautjes, traktaties, taart en voelde zich op en top jarig. En als klap op de vuurpijl vandaag zijn kinderfeestje. Een week geleden pas geregeld. En eigenlijk niet helemaal naar zijn zin. In plaats van een piratenfeestje, wilde hij liever een brandweerfeestje.
‘Dan steken we jou wel in de fik en dan mogen de kindjes je blussen’, hoorde ik Harm pedagogisch antwoorden. Ik heb Luc daarna niet meer over een brandweerfeestje gehoord.
Een piratenfeestje is hot. En al vaker gevierd. Dus zochten we een andere plek op. Wel zo leuk voor die knaapjes. We zouden de piraatjes uit school meenemen naar de Kurenpolder, daar pannenkoeken eten, een schat graven en ze daarna weer thuis droppen. Klinkt toch niet echt stressvol, wel?
Maar als je iets te laat opstaat ’s ochtends, na nachten spokerij van de zenuwachtige Luc, blijkt een achterstand in tijd niet handig op de verjaardagsochtend zelve. Zo moet ik de laatste hand leggen aan de traktatie, het opentrekken van cadeaus moet vastgelegd worden, een cakeje als traditie versierd en genuttigd en oh god, het is al kwartover 8. We komen net op tijd op school. Ik sneak aan de zijkant naar binnen, maar ontkom niet aan de felicitaties. Fotografeer ook hier ons hyper mannetje die op de feeststoel staat te springen en zijn vriendjes op de kop mept. Duimend dat de traktatie niet smelt, snellen we weer naar huis. Er is nog een hoop te doen. Na een verjaardagsweekend, wacht er nogal wat op me. Ik was, strijk en zuig als een malle en foeter als ik weer op mijn knietjes de wc vloer ontsmet. Lina wees er ’s ochtends al naar. Zit daar poep, mam? Ik mompelde wat over vieze schoenen, maar het zou me niet verbazen hier. Ook naai ik een hartje (na zorgvuldig mijn handen te hebben gewassen), ruim het huis op en pak mijn strandtas. Met snoetenpoetsers, 7 schone boxershorts, extra korte broeken en voor mezelf een shortje, strandlaken en zonnebrand. Ik heb er zin in. Zeker na de hele ochtend ploeteren in huis, terwijl manlief op deze vrije ochtend de kans niet laat liggen om achter de computer te kruipen. Het is dat ik te druk ben om de scheidingspapieren te tekenen, anders was ik ertoe in staat. Maar ik heb zowaar nog een half uurtje over om in alle rust buiten in de tuin te zitten. Ik probeer mijn schouders weer onder mijn oren te laten zakken. Relax Joyce.
Tijd om de boys uit school te halen. Ik was even vergeten hoe speels dat grut is. Lina heeft al zo’n lekkere feestjesleeftijd. Maar deze 4 en 5-jarigen rennen alle kanten op, terwijl moeders me tasjes met cadeautjes, schone kleren en een autostoeltje in de handen drukken. Maar uiteindelijk rijden we met twee auto’s de 7 stuiterballen richting Kurenpolder. De jongens vliegen daar op de speeltuin af en wij melden ons voor de pannenkoeken. Het is 13.00 uur en het feestje begint om half twee, dus we liggen perfect op schema. Uiteraard willen we buiten eten met dit weer. Zullen we dan aan 4 losse tafeltjes in de volle zon gaan zitten of aan een grote houten tafel met hoge krukken? Geen van beiden trekt me aan, maar ik ben allang blij als we alle tasjes neergezet hebben onder de parasol bij de grote tafel. Die wordt dus gedekt door de serveerster. We roepen de jongens en helpen ze op de krukken. De zorgvuldig neergelegde kussens pleuren ze onder de tafel en cadeautjes worden uit tassen getrokken. Luc glundert van zoveel moois en wil het liefste meteen zijn dominobaan hier gaan opzetten. Na een kleine driftbui, ontdekt hij ineens zijn bestek. Grote-mensen-bestek. Chill. Met zo’n mes kun je heel goed groeven bij krassen in zo’n tafel. En met de vork kun je de haren kammen van je buurman. Terwijl we Luc vermanend toespreken horen we naast ons nog meer messen hun weg vinden in het hout. Waar blijven die pannenkoeken nou? Dat vragen de uitgehongerden aan tafel zich ook veelvuldig en hardop af. Ik zie dat ze zich elk moment van hun krukken willen laten glijden om weer de speeltuin in te glippen, maar daar steek ik een stokje voor. Ze komen echt zo.
13.40 Uur loop ik toch maar even naar binnen. En vraag aan een duffe muts hoe laat ons feestprogramma eigenlijk begint.
‘Half twee.’
Ik kijk demonstratief op mijn horloge.
‘Maar de pannenkoeken komen zo.’
‘En waar moeten we ons daarna melden? Weten zij dan ook dat we later zijn?’
‘Ik weet het niet. Ik denk het wel.’
Ik trek mijn wenkbrauwen omhoog en geef haar De blik.
‘Ikik ga het ze wel even vertellen,’ snel stiefelt ze uit mijn gezichtsveld.
Lijkt me verstandig. Anders stuur ik mijn roedel wilde jongens op je af.
Vijf minuten later werden grote borden met overheerlijk ruikende pannenkoeken voor de jongens neergezet. En naast poedersuiker en stroop, verschijnen schaaltjes met smarties, ijs, slagroom, spikkels en blauw uitziende shizlle op tafel.
Het blauwe chemische goedje mist zijn uitwerking niet op Luc. Als ik opkijk van het pannenkoeken-snijden van zijn vriendje, zie ik hem een grote hand troep naar zijn mond brengen. De helft blijft aan zijn zwetende grauwklauwtjes plakken en ongegeneerd veegt hij beide handen af aan zijn broekje. Een witte broek is natuurlijk altijd stom, maar ik dacht meer aan zandvlekken, dan aan smurfensnot.
De pannenkoek blijft onaangeroerd. Ik negeer het maar. En focus me op alle verzoekjes rondom me.
Ik heb nog geen hap van mijn broodje genomen, maar al wel 100 pannenkoekenstukjes gesneden, als er een medewerker nepijsjes bij het grut uitdeelt. Van die wegschiet dingen.
Pannenkoek, welke pannenkoek?
Ik begin net aan mijn broodje als het animatieteam komt vragen of we er klaar voor zijn. Met de eiersalade op mijn lippen maak ik duidelijk dat vijf extra minuten gewaardeerd worden. Sloper Luc heeft het nog lang volgehouden met zijn wegschietijsje en omdat hij jarig is krijgt hij gewoon een nieuwe. En kan dan eindelijk het grote spelen beginnen. Dat begint in de recreatieruimte. Hé bah, binnen. Weet je wel hoe mooi weer het is sinds weken. Maar misschien pakken we alleen de schatkaart en gaan ze dan lekker graven met z’n allen. Terwijl ik mijn handdoekje op ruime gehoorafstand uitspreid. Patience my dear.
De jongens vallen als wilde dieren aan op de bakken met snoep op tafel. Mmm, je zou toch denken dat ze vol zaten, aangezien er weinig pannenkoeken zijn opgegeten.
Tussen het suikervreten door, wordt er geschminkt en piratenhoeden geknutseld. Lijm blijkt nog steeds een grote aantrekkingskracht te hebben op Luc en zijn doodskop is er zo van doordrenkt, dat als hij zijn hoed opzet, de druppels lijm over zijn voorhoofd glijden. Het is dat ik ingrijp, anders plakten zijn oogleden nu nog aan elkaar.
Als het geluid af en toe mijn trommelvliesmaximum overstijgt, loop ik even naar buiten. Haal diep adem en voel de zon op mijn gezicht. Zou iemand het merken als ik ertussenuit piep? Tja, Luc zou dan alleen een filmpje hebben, aangezien Harm de filmer is en ik de fotograaf. Op deze topdag. En ik hou van foto’s, dus ga ik weer terug en doe wat er van me verwacht word.
Pff, hoeveel spelletjes kun je binnen doen? Veel blijkt. Ik kan mijn geluk niet op, als we eindelijk naar buiten mogen om de speurtocht te beginnen. Ik laat het grut nog maar een keertje plassen en zo huppelen we naar de eerste aanwijzing. Terwijl ik al multitaskend de muggen van me afsla en de hinkelende jongens fotografeer, kijk ik de zon tussen de bomen door. Ik denk dat ik straks wel rood thuiskom, niet van de zon, maar van de muggenbulten. Klerelijers. Wensend dat ik meer handen heb om te krabben, volg ik lijdzaam de krijsende piraten. Verlekkerd kijk ik naar vrouwen die op een handdoekje een tijdschriftje lezen in de zon. God wat ben ik toe aan ontspanning. De laatste weken waren een gekkenhuis op het werk, met Hart & Huis en oh ja een verjaardag van Luc, waarbij ik nog snel een muur verf, hout haal, een tent maak en internet afspeur naar stoere items voor zijn kamer.
Ho, focus Joyce. De piraatjes zijn eindelijk toegekomen aan het uitgraven van de schat. Eén piraatje distingeert zich van het uitgraven. Nou hou ik ook niet van vieze handen, maar dit is toch wel het punt waar je de hele middag naartoe leeft, niet? Als het animatiemeisje vraagt of hij komt helpen hoor ik zeggen dat hij zich verveelt. Seriously? Gelukkig vindt de rest het spannend en trekken ze de gevonden kist met al hun kracht uit de kuil. Voor mij zou het daar ook wel klaar zijn, maar nee, dan blijkt er een slot op te zitten. En gaat de speurtocht verder. Op zoek naar de sleutels. Geef ze nou maar gewoon, ze zitten vast in je zak. Denk ik. Maar ik sjok achter de rood aangelopen piratenbolletjes aan. Ik ben blij voor hun dat het kabelbaantje in de schaduw is. Ik schiet van iedereen een actiefoto en ook maar eentje van de zon die door de bomen schijnt. Zucht. Ik ben moe.
Via een soort vlot gaan de jongens naar de overkant en moeten dan weer terug naar de recreatiezaal. Waar de sleutels verstopt blijken te liggen. Bij binnenkomst vergeten ze heel de schat en klokken 3 glazen limonade de man naar binnen. Het restant snoepjes erachteraan en ze hebben weer energie voor tien schatten. Ik verwacht heel wat als eindelijk de kist van de schat opengaat. Maar geen zakjes chips. Wat een domper. Had op zijn minst een setje piratenrommel bij de Action gehaald en het ding gevuld met munten en een aandenken aan deze dag ofzo. Maar een zakje chips, terwijl ze al zoveel bagger op hebben? Beetje jammer. Daar denken de boys anders over. Zakjes worden open getrokken en wij verzamelen onze tassen weer. Op naar het speeltuintje. Kunnen de jongens nog even spelen, Harm betalen en ik nog een zonneschijntje meepakken. Wanneer ik op een stoel neerplof en zie hoe lief de jongens in de speeltuin spelen, bedenk ik alvast het kinderfeestje van volgend jaar. Dan droppen we de boys gewoon in een speeltuin met afsluitbaar hek eromheen en gooien gewoon af en toe een versnapering over de schutting. Tevreden met mijn besluit, verzamelen we de troepen weer + wat moed om in een snikhete auto zonder airco te stappen. Die van Harm is kapot en die van mij is pas op temperatuur als we bijna thuis zijn.
Vanaf de achterbank hoor ik dan ook of de airco aan mag. Euh, die staat aan.
Met verhitte hoofdjes maken ze nieuwe speelafspraakjes en hebben totaal niet in de gaten als er in de file een ouder echtpaar mijn bumper aantikt. Ik kijk de verrimpelde lijken via mijn achteruitkijkspiegel nors aan met mijn grote zwarte zonnebril. Ik zie het vrekvel haar kippennekje tussen haar broze schoudertjes trekken en ze houdt zich voor dood. Het gaat haar makkelijk af en ik kijk maar weer voor me uit. Ik heb gelukkig toch een oude auto. Een kras erbij merkt niemand. En nog niet misschien dat ik op de snelweg ga uitstappen met dat kleine grut bij me in de auto. Daar ben ik me namelijk ook enorm van bewust. Harm vroeg me voordat we gingen rijden, wat er nou zo erg is aan zo’n dag. Ze waren toch lief geweest? Zeker. Absoluut. Maar naast de drukte die ik slecht kan handelen, overheerst er een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Ik verlies ze geen moment uit het oog. NIET bij het water komen. HIERRRRR blijven. Niet vooruit rennen. Gordels om. Voorzichtig rijden. Het idee dat er wat met die kereltjes overkomt, benauwd me. Ik moet er niet aan denken. Volgend jaar in die speeltuin, behang ik de hekken met matrassen en wikkel ik de mannetjes in kussens. Of ik zet ze achter de iPad…
Dit keer begon ik al in januari naar vakanties te zoeken. Het grote aanbod werkte verlammend, waardoor we in mei pas weer echt door de vakantiesites begonnen te scrollen. Nu was er weer te weinig aanbod. Tenminste voor al onze wensen. Totdat ik op een mooie dag alles vind wat we zoeken (2 kamerappartement, airco, zwembaden, all inclusive, dichtbij het vliegveld en aan het strand) met als bonus een Welness centre. Inpakken maar Harry! Totdat ik zie dat er Bulgarije bovenstaat. Ik denk daarbij aan woestijn, kartonnen huisjes met golfplaten daken, mannen met tulbanden zonder tanden maar met dorre baarden, oorlog en eigenlijk niets wat met een frisse vakantie te maken heeft. Rondje internet leert me dat het naast Griekenland ligt, er geen oorlog is én de reviews over het vijfsterren hotel zijn lovend. Toch schaam ik me een beetje om mensen te vertellen waar we naartoe gaan. Ik vermoed al dat het een blog gaat opleveren. Bij deze.
We vliegen vanaf Weeze. Heerlijk hoe makkelijk je daar door loopt. Geen doolhof zoals Schiphol. Gewoon binnenstappen en gelijk voor je incheckbalie staan. Hoe relaxt is dat. Ik zal me nog relaxter voelen als ik een sanitaire stop heb gemaakt. Ik schiet de wc in en zie in mijn gauwigheid naast de tamponautomaat een automaat met mini vibrators. Makkelijk voor in je handtas. Straks maar even beter bekijken. Mijn blaas staat op knappen. Maar bij een betere blik blijken ze gewoon mini gekleurde tandenborstels te verkopen. A dirty mind is a Joy(ce) forever zullen we maar zeggen.
Na alle lippenstiften getest te hebben in de Taxfree shop zoeken we ons plekje in het vliegtuig. Ik zit aan het gangpad naast twee vreemden. Ik vraag me af waarom ze zo naar zweet stinken. Ik heb nog uitgebreid gedoucht voordat we vertrokken. Dat had ik dus niet hoeven doen. Ik twijfel of ik mijn oorpluggen niet in mijn neus zal draaien, maar de dagen met oorpijn die zullen volgen zijn het niet waard. Dus ik slik een Advil, spray Otrivin en plug de oordopjes lekker diep. Dat tempert meteen het geluid om me heen. Ik denk dat ik ze nooit meer uit doe.
Als we aankomen in Bulgarije en wachten op onze koffers, hangt Luc aan mijn been
‘Wanneer gaan we nou op vakantie?’
‘We zijn er nu.’
Zegt hij; ‘Nee joh gekkie, naar Bulgarije moet je rije.’
Hopen dat de busreis van 10 minuten naar het hotel Luc zo zijn vakantiegevoel geeft.
Ondertussen kijk ik om me heen en zie aan de overkant van de loopband Sunnybeach-gangers. Mooiboys en puistenkoppen met petjes, gaten in hun sportbroekje en gympies eronder. Fuck, over een paar jaar staat Lina daar tussen.
Wachten duurt laaaaaaanngg
De bus zet ons als eerste af. Maar uiteraard moeten we dan als langste wachten tot onze caddy ons en de koffers komt halen voor gebouw ‘Eta’. We vermaken ons dan maar met M&M’s knikkeren en tikkertje. Luc gilt en rent als een malle over de marmeren vloeren. Hoe hard het ook galmt, ze komen er niet sneller door. Wachten duurt lang. En zeker om 00.15 uur (lokale tijd een uur later). Om 2 uur ‘s nachts betreden we onze kamer in het uiterste gebouw van het complex. We hebben de hoop dat het nieuw is. Later bijgebouwd. De deur gaat open en een rokerswalm komt ons tegemoet. Wanneer we gaan slapen heb ik het idee dat mijn hoofd in een asbak ligt. Ik inhaleer de niet zichtbare rook en woel rond totdat de slaap me overmand.
Dag 1
Lina wekt ons. Hello Sunshine. Tijd voor het ontbijt en de handdoekenservice. Zelfs om 10 uur scoren we nog ligbedjes aan het zwembad. Een pluspunt. Het water verkoelt heerlijk bij deze temperatuur (32 graden). De kinderen spurten naar de glijbanen. Dan maken we kennis met de badmeester. En zijn snerpende fluitje. Geeft kinderen op straffe Duitse toon te kennen dat ze alleen zittend van de glijbaan mogen. De aangesprokenen knikken angstig. Kan niet met zekerheid zeggen dat wat er tussen hun beentjes naar beneden sijpelt badwater is. En ze spreken niet eens Duits. Maar ik zou ook domweg knikken.
‘Waarom fluit die badman zo?’ vraagt Luc.
‘Omdat hij geil wordt van zijn zogenaamde macht en denkt dat hij Fucking David Hasselhoff is. In zijn goede jaren’, antwoord ik. In gedachten.
Harm; ‘Hij gaat in ieder geval elke dag fluitend naar zijn werk.’
We dopen hem fluitje.
Fluitje
De lunch is prima. Ze blijken er ook schepijs te hebben. Onder andere met bananensmaak. One of my favorites. Na het eten lopen we nog even langs de receptie om te klagen over de rooklucht. Ze vragen housekeeping om het op te lossen. We halen nog wat speelgoed van de kamer en zijn getuige van een schoonmaakster die met wc verfrissers door de kamer loopt te spuiten. Yeah. That will do the job.
Aan het zwembad probeert een animator Harm tevergeefs over te halen voor een potje waterpolo. Hij legt zich er niet makkelijk bij neer. ‘Why not?’ ‘Reason?’
Rot op man, we zijn hier voor onze ontspanning.
Het is altijd dat wanneer je net lekker ligt, je naast je hoort ‘ik moet poepen’. Negeren is geen optie. Luc kleit rustig zijn zwembroek vol. Ervaringen uit het verleden geven soms wel garanties voor het heden. Maar waar is de wc? En mijn pareo? Luc wipt heen en weer op zijn voetjes en ik speur de omgeving af. Lukraak lopen maar. En uiteindelijk stappen we een lobby in en vinden de wc. Wat een contrast. Wij nat met pluishaar en rode wangen tegen een achtergrond van marmer, mahonie en goudkleurige kranen.
Het avondprogramma valt wat tegen. Om 21.00 uur begint een wazig toneelstuk in het Duits. We zijn al jaren verwend met Nederlandstalige animatie/minidisco, dus we houden het om half 10 voor gezien. Op de kamer dringt de rooklucht gecombineerd met wc verfrisser in mijn poezelige neusje. Maar we laten het. Het personeel hier is niet heel vlot en bedreven in het oplossen van problemen. Dus dat het badwater niet meer wegloopt, is ook geen probleem. Positief ingesteld als ik ben denk ik hardop; ‘misschien kan ik er nog een handwasje in doen?’ Lina naast me; ‘Daar heeft Luc in geplast mam.’
Oh.
Uiteraard.
Dag 2
Vandaag besluiten we naar het strand te gaan. Ze hebben daar een opblaasklimpark in de zee. Dat is ook het enige wat Lina leuk lijkt. Verder loopt ze met een sik. Op het bedje is het te warm. In de zee zegt ze een kwal gezien te hebben. Ik zie genoeg kwallen, maar geen doorzichtige met tentakels. Ze laat zich uiteindelijk met de kin op de knieën overhalen nog een keertje het water in te gaan. Het water is gewoon warm en Harm vraagt of Lientje er misschien net in geplast heeft. Ze kan er nog niet om lachen.
Het is heerlijk mensen kijken. Ik geniet van de blote baby’s in de branding. En de roodverbrande oudjes die elkaar ondersteunen. Een verrimpelt mannetje passeert. In te krappe zwembroek. Wat inkijk geeft in het leven van een volgevreten cobra. Wow.
Eindelijk is het moment daar. Kids en Harm gaan glibberen en klimmen. Ik loop op mijn tenen door het zeewier in het water. Ik probeer het als een razende reporter vast te leggen, maar algauw zie ik ze niet meer. Ze mogen er een uur opblijven. Maar voor ik het weet staan ze weer voor me. Lina zag minikwalletjes en schreeuwde moord en kwal. Luc durfde daardoor ook niet meer.
Hier nog helemaal stoer
Na de lunch begeven we ons dus weer naar één van de zwembaden. Ik geef aan Harm toe dat ik het zwembad ook fijner vind. Geen zeewier, zand overal en het stinkt er niet.
‘Moet je mijn oksel eens ruiken’, is zijn antwoord.
Denk niet dat het makkelijk is een beetje zwemmen en lezen op een ligbedje. Allerlei triviale vragen poppen dan bij me op:
– Waarom loopt er een vent met enorm behaarde benen in een rokje en grote Mini Mouse kop over zijn hoofd?
– Waarom willen kinderen met dit gedrocht op de foto?
– En betalen ouders ‘s avonds nog eens grof geld voor deze lelijke foto?
– Waarom piept altijd alleen mijn rechterbil uit mijn broekje?
– Waarom lijken je haren prachtig en sensueel onder water en boven water als een bos klef stro?
– Waarom heeft niemand nog iets bedacht voor de smaak van badwater (chloor & zout, aangelengd met pies)?
– Waarom spelen volwassen mannen ineens waterpolo op vakantie onder namen als de Samoerais en de Ninja’s (met jawel zelfs een witte reep stof om de hoofden geknoopt. Hoort dat niet meer bij Rambo?)?
– Waarom zien middelbare vrouwen die een strakke dansgod proberen na te doen er toch altijd zo sneu uit?
– En sinds wanneer voel ik de behoefte om eraan mee te doen?
– Hoe krijg ik het zand uit mijn dubbellaagse bikinibroekje? Het lijkt nu net schimmel. Op best een lullige plek.
‘s Avonds wil Lina graag haar paardenspelletje spelen op haar iPad. Dus togen we naar de lobby waar er Wi-Fi was. Ik verstuur ook gelijk wat appjes en mailtjes. Ineens juicht Lina. Ze heeft blijkbaar een paard verkocht voor € 26.000,- en zegt dat ze nu zo gelukkig is. Ik heb haar tijdens de vakantie nog niet zo zien stralen. Dat is toch jammer. En zet je aan het denken. We kiezen zo’n all inclusive complex met zwembaden en glijbanen echt voor haar. Luc gedijt prima in een Italiaanse cottage met een klein bad tussen de olijfbomen. Zolang hij er maar wat speelgoed bij geleverd krijgt. Lina heeft meer vermaak nodig, maar wordt toch een beetje te oud voor knutselen met het animatieteam. En het complex is ook wat te groot om heel gemakkelijk een vriendinnetje te maken. Dus wie weet waar we volgend jaar naartoe op vakantie gaan. Als er maar Wi-Fi is…
Dag 3
Luc maakt ons wakker met de vraag; ‘Hebben jullie hier een sigretje gerookt?’
Ik ga hier niet op in.
Harm aka Mr. Positivo, probeert te doen alsof het de airco is. Het zou dan de eerste nicotine-uitlaat-gassen-verspreider in een hotelkamer zijn.
Het water is best koud om half 10. Zelfs de kinderen komen er gauw uit. Ik heb een doosje met ‘vermaak-je-kinderen-kinderen-kaarten’ en Lina vindt ze gelukkig leuk. Het animatieteam haalt de kinderen over om een t-shirt te gaan verven. Uiteindelijk speelt Luc liever met het speelgoed dat daar staat. Toen lagen we ineens samen. Ongestoord. Ahhh vakantie.
Na een uurtje is het grote ontspannen voorbij. De kindjes staan voor ons en Harm is de kamersleutel kwijt. Ik maak me niet zo druk. Het waardevolste staat voor me te hoppen op de hete tegels. Ik neem mijn schatjes mee naar het restaurant en Harm loopt langs de receptie. En schuift even later opgelucht (mét sleutel) aan.
Vanavond gaan we na een wandeling nog even naar de mini disco. Waar Luc heel graag naar toe wilde, maar zeker niet aan mee gaat doen. Lina kijkt verveeld ‘kunnen we naar de lobby?’
Nou gezellig. Ik haal herinneringen op over toen zij zo oud was en ook niet durfde te dansen. En dat we toch elke avond gingen, zodat ze op de laatste avond een paar pasjes mee durfde te doen. Het interesseert haar geen reet. Ik zie het aan haar ogen. Daar staat WI FI
Dag 4
Another day at the pool.
Ik vraag Harm waarom deze vakantie anders voelt. Waarschijnlijk omdat het al zo gewoon is dat we dit doen. Misschien komt het ook doordat we elke avond afsluiten op de oranje vale bank van ‘ons huisje’, zoals Luc de hotelkamer liefkozend noemt.
De animatie stelt weinig voor. Het strand is al snel donker en verlaten. Het waait en ook op het balkon is het niet knus. Om nou elke avond in de supermarkt voor het hotel door te brengen? Meer vertier is er niet. Vanavond maar eens kijken of we naar een stadje kunnen.
Een hotellid deelt vouchers uit. Special offer for massage. Ik zag inderdaad laatst iemand gemasseerd worden door een vrouw in doktersjas, onder een grote parasol bij het zwembad. Als dat de Welness moet voorstellen? Ik geloof niet dat ik me daar kan gaan ontspannen. Waarom niet op een rustig stukje strand, waarbij witte doeken zachtjes wapperen in de wind? Een gebronsde god, die heerlijk mijn dijen masseert. Zucht. Waarom ben ik ook zo’n verwende prinses?
Na de lunch kopen we voor Lina een nieuwe duikbril. Luc krijst alles bij elkaar, want hij mag de ‘sjofel’ niet hebben. Hij heeft gisteren wel al een Transformerauto gekregen. En Harm beredeneert; wat moet je hier nou met een sjofel?
‘Voor als we naar het strand gaan.’
‘Maar je vindt het strand helemaal niet leuk.’
‘Dan bewaar ik hem voor thuis’, houdt Luc vol.
‘Daar heb je al een paar sjofels.
‘Deze kan daar toch bij?’ zo klaar als een klontje voor Luc.
‘Je bent al net je moeder!’
Nou had ik inderdaad net daarvoor bij de lipgloss staan kijken. Maar ik heb er geen een gekocht…Nog niet…
Terug bij de ligbedjes waan ik me net in Holland. De lucht is bewolkt en achter me kibbelt een Nederlands stel of het ‘de deksel’ of ‘het deksel’ is. Ik pleit voor ‘de deksel’, maar besluit me er niet mee te bemoeien. Ik heb al genoeg aan mezelf. Zijn mijn benen goed geschoren? Hangt er geen borst of lip uit mijn bikini? Mijn uitflappende bilpartij heb ik inmiddels geaccepteerd. Nou ben ik ook best tevreden met mijn billen. Dit impliceert natuurlijk niet dat ik ongelukkig ben met mijn lippen. Afijn, je snapt wat ik bedoel.
Harm wappert in mijn gezicht met een flyertje met daarop de bustijden naar Burgas. De laatste bus reed om 20.30 uur, dus we besloten er ook te eten. Als bij een godswonder vonden we de bushalte. De bus was vervallen, goor en meurde naar oud zweet. Een man schoof op, zodat ik naast hem kon plaatsnemen. Alleraardigst. Maar ik piekerde er niet over om knietje aan knietje te gaan zitten met de waarschijnlijke oorzaak van de stank. Waarom had ik me ook alweer opgedoft in dit zwarte mini-jurkje? Straks zou ik nog met mijn blote kont de bekleding aanraken. Wie weet welke ziektes ik daarbij zou oplopen. Ik trok de jurk ver naar beneden en vergrootte daarbij mijn decolleté. Gelukkig zag alleen Lina me, die naast me zat. Voorbijgangers waren er niet. Hoe verder we bij het hotel weg reden, hoe deprimerender het uitzicht werd. Overal stonden betonnen vervallen blokkendozen. De lucht kleurde grijs mee. Soms herrees er een luxe autozaak of bruidsmodewinkel tussen de distels. Met groene loper. Omdat het zo lekker bij het onkruid kleurt? De triestheid overviel me. Je zou hier wonen en elke dag met deze bus naar je werk moeten. En 20 minuten je adem inhouden. God, wat stonk het.
We zaten ook tegenover de wc. De wc-deur interesseerde me ongewild mateloos. Ik kreeg telkens visioenen hoe het er daarbinnen uit zou zien. Maar misschien ging de deur wel niet meer open, lagen er lijken in te ontbinden. Was het helemaal geen zweet wat ik rook…
Burgas was een soort Rotterdam vol Bulgaren. Harm zijn koptelefoon was stuk en scoorde een dr. Deats. Je leest het goed. Vet nep. Maar het geluid is super. Nu nog eten. Wel een hoop barretjes, maar geen leuke eettentjes te bekennen. En ineens stonden we met knorrende magen voor een grote gele M. Lina mocht kiezen. In eerste instantie koos ze voor Fastfood, maar toen het ‘menu’ niet te lezen was, hoefde ze niet meer. We sjokten nog wat verder en toen we het bijna wilden opgeven, vonden we een Italiaans restaurantje. Met een menukaart alleen in het Bulgaars. En geloof me, dat is net Chinees. De lieve eigenaresse deed haar best om Engels te spreken. Harm wilde wel ‘the specialty of the house’.
Vreemde blik van de eigenaresse.
‘Euh…your best dish?’ probeerde Harm.
‘Everything best’, was het antwoord.
Ach mens, haal toch gewoon wat, ik heb honger.
De verse pasta en pizza smaakten te gek en waren een verademing na dagen lauw buffetvoedsel.
Windowshopping
Bij het teruglopen naar de bus, probeerde ik niet naar de grond te kijken. Daar lagen platgetrapte kakkerlakken en dode vogeltjes. Windowshopping dan maar. Want de mensen om me heen keek ik liever niet aan. Ik voelde me een vreemde ongewenste gast. En de mannen hebben een bepaald uiterlijk, wat me een onveilig gevoel gaf. Ik probeerde te doen alsof ik geen kort jurkje droeg, maar een grote onopvallende overall. Daar prikte Mr. Mug zo doorheen. Zoog genadeloos het zoete bloed uit mijn knieholte.
Bij de bushalte waren we weer de enige toeristen onder de locals. Maar deze bus was wel fatsoenlijk. En no way dat ik voor een taxi zou kiezen. Ik geloof niet dat we het daar levend vanaf zouden brengen. Harm vond mijn rijke fantasie enorm vermakelijk. Maar stiekem was hij ook wel blij toen we weer op onze kamer arriveerden. En het stonk er niet meer naar rook! …maar naar gebraden gehakt.
Dag 5 Dikke wolken vullen de lucht. Ze passen bij mijn stemming. Ik heb heimwee. Gisteren zag ik een bus verbrande, volgevreten vakantiegangers met de bus naar het vliegveld rijden. Terug naar huis. Lichtelijk jaloers keek ik ze na. Maar ik neem mijn nieuwe leesvoer mee naar het zwembad. Een boek, achtergelaten door een andere reiziger, over opgroeien in armoede. Misschien dat ik daarna meer waardeer dat ik gewoon op vakantie kan gaan en niets anders hoef te doen dan relaxen.
Het boek las lekker weg en de bewolking met wind zorgt voor een fijne verkoeling. Voor Luc kochten we dezelfde duikbril als die van Lina en gelijk nog maar een nagellakje. Ik voelde me gelijk een stuk beter 😉
Beetje jammer alleen dat ik in het water viel. Zo oncharmant als het maar kan (nee jammer voor jullie, er zijn geen foto’s van). Oorzaak? Een dikke Duitser kwam me tegemoet en zoals altijd voel ik me verplicht om uit te wijken. Alleen liep ik al op het rooster langs het zwembad om niet uit te glijden. Gelukkig was ik nog net op tijd om Harm zijn camera aan de kant te leggen, voordat ik ondersteboven met mijn pareo in het water belandde. Gênant!
Hoe glad het was, merkte ook een klein ventje wat vol op zijn bol stuiterde. Fluitje kweet zich even van het flierefluiten en bleef als een strontvlieg om het jongetje en zijn ouders heen hangen. Heel het zwembad keek toe. Dat zijn een beetje de spannendste belevenissen van een dagje zwembad hangen.
Kijk eens
Pfff, ik zeg het maar gelijk zelf; ik ben een egoïst. Ik vind het ronduit irritant om gestoord te worden tijdens het lezen van mijn boek. Eigenlijk wil ik überhaupt niet gestoord worden. Dat had ik moeten bedenken voor ik aan kinderen begon…
‘Mam, wil je met me zwemmen/van de glijbaan/een ijsje halen…’
‘IK MOET NU POEPEN’
‘Mama, ik ben mijn oorbel kwijt’
‘He mam, waar is mijn boek/bal/slipper/duikbril/snorkel/boot/drinken’ (omcirkelen wat van toepassing is).
‘Wil je mijn iPad aangeven?’
‘Kijk eens wat ik kan?’
‘Nog een keer kijken mam, ik doe het nu echt goed.’
‘Wil je wat rust?’
Oh nee, dat vroegen ze niet.
Kijk eens wat ik kan
Na een paar glijbaansessies, druipen Lientje en ik weer naar onze ligbedjes. Uiteraard heb ik mijn boek opengeklapt op een natte handdoek gelegd. Na welgeteld één bobbelige bladzijde gelezen te hebben, is hij daar weer. De vraag.
‘Mama, ik wil ook zo’n wrap.’
Dus sta ik weer op.
En vraag ik bij een barretje (in het Engels, dat Bulgaars heb ik nog niet zo onder de knie) waar ze die wraps hebben. Het meisje kijkt me aan alsof ik vraag of Aliens mossels lustten.
Ik articuleer overdreven; ‘Wraps. Food. Eat.’ Ook maak ik mezelf belachelijk door de gebaren die ik naar mijn mond maak. Ik beeld uit hoe smakelijk ik de imaginaire wrap vind. Ik smak er nog net niet bij. Ik voel me nog debieler als het niet (Engels) opgeleide schaap vraagt; ‘Foot? Massage?’
Ja, die stop ik meestal in mijn mond.
Domme kut.
Een man naast me ziet me verbijten en zegt: ‘Beta’. Dat is volgens mij ook een gebouw hier ergens. Ik bedank hem, maar weet nu nog niks. Gelukkig vinden we algauw een plattegrond en even later staan we in de rij voor de wrap-kraam. Uiteraard staat er een Russische vrouw tien wraps te bestellen. Waar ze waarschijnlijk de helft van weggooit. Of is dat discriminerend?
Terug bij de bedjes vind de verklede Spongebob-vent het ook echt raar dat ik niet met hem op de foto wil. Drie keer ‘NO’ hielp niet. Ik keek hem strak aan en trok mijn wenkbrauw omhoog. Seriously? Met de spons tussen de benen droop hij af.
Luc wilde zowaar naar de mini club en Lina vond haar oorbel. Zou ik dan toch echt weer even mogen lezen?
En zowaar lees ik mijn boek uit. Ben maar 11 keer onderbroken. Even gezellig zwemmen met mijn meisje. Maar dat is niet voldoende. Kunstjes moet ik aanschouwen. Waarom die altijd precies onder mijn kin uitgeoefend moeten worden is me een raadsel. Lientje geeft me een kus en schraapt daarbij mijn verbrande-neus-vel bijna van het bot met haar duikbril.
‘Oh sorry mam, kusje erop?’
Nee bedankt.
Harm springt er ook in. Als hij niet van de wereld is afgesloten door dr. Deats (ik wil ze nu ook!), werpt hij zich op als grote kinderanimator. Hij is niet zo’n teer poppetje. Gooit de kinderen met gemak door de lucht en laat zijn fantasie de vrije loop. Genietend kijk ik ernaar. Lina wijst naar de (door Harm betitelde) beachboys op de kant.
‘Kijk mam, die in het groene broekje heeft een sixpack, maar zijn broer niet.
Nou dat zijn geen broers hoor. Het groene broekje pakt zijn luipaardtas en zet zijn roze zonnebril op.
Fijn dat hij verder niks aantrekt…
’s Avonds lakken Lina en ik onze teennagels en trekken hetzelfde rokje aan. Op naar de vreetschuur. Fijn om iedereen netjes aangekleed te zien. Ik zit een beetje aan mijn taks voor het aanschouwen van zwetend lillend mensenvlees.
Dag 6
Op mijn nieuwe telefoon schijnt de mogelijkheid te zitten om onder water foto’s te maken. Dat moet ik uitproberen. Maar door het klotsende water stelt hij niet scherp en werkt de afdruk-knop niet. Harm lacht (want het is geen iPhone); ‘kat in de zak gekocht?’
Ik been geïrriteerd de lobby in. Dit moet ik googelen. Op een forum vind ik tips. Als ik het wil uitproberen, zijn de kinderen nergens te vinden en is de batterij bijna leeg. Harm leent zijn voet uit als lijdend voorwerp en hij doet het!
Ja, ik heb de Allerhande meegenomen. Ik verlekker me aan fatsoenlijk eten. Ik verlang zelfs naar mijn groene smoothie ’s ochtends. Elke ochtend een gebakken ei en twee wentelteefjes gaat op een gegeven moment ook tegenstaan. Vanmorgen hebben Lientje en ik er groentesoep bij gegeten. Gewoon omdat het kan. En de yoghurt bonkjes heeft. En de rest drijft in het vet. Om dat te verdrijven drinken we veel water met citroen. Wat de kindjes graag gaan halen. Want zelf halen en klotsend over het kleed (wie legt er nou tapijt in een eetzaal?) is dé attractie van de ochtend.
Lina wordt net als haar moeder kribbig als ze niet op tijd haar shot voedsel toegediend krijgt. Lunchen dan maar weer. Op het trapje wordt de weg versperd door een vrouw met een kont als een megazak gebutste aardappelen. Ze is denk ik net naar het strand geweest, want heel haar achterwerk zit onder het zand. Hoe dichterbij we komen, hoe beter het zicht. En blijkt het geen zand, maar dikke zwarte haren, afgewisseld met een flinke dosis spataderen. Ik wil haar wijzen op IPL of de nieuwe lasertechnieken, maar mijn Bulgaars laat nog steeds te wensen over.
Nou dacht ik dat mijn eetlust weg zou zijn, maar als ik zie dat vandaag de frietjes wel knapperig zijn gebakken, geef ik me eraan over. En ik snap het wel hoor, dat alles droog of juist druipend van het vet en doorgekookt is. Soms kies ik dan gewoon voor een bord fruit. Dat smokkelen we ook weleens mee naar ons bedje. Of we eten van huis meegenomen knappertjes. Ik schaam me daar niet voor. Komt ook doordat ik vandaag bedje aan bedje lig met Amsterdammers die hun koelbox mee hebben. Gevuld met drinken én eierkoeken.
Fluitje is weer lekker op dreef. Hij spreekt een prachtige (Italiaanse?) vrouw aan. Het is moeilijk niet naar haar prachtige voorkomen te kijken. Gelukkig is het makkelijk te veinzen dat je naar haar baby kijkt. Het gedrochtje erft hopelijk later mama’s goede genen. Maar goed, ik dwaal af. Fluitje vertelt de vrouw dat het oranje babybandje waar ‘het’ in zit zogenaamd gevaarlijk is. Dus komt hij met een zwemvest. Waarin het kindje meteen voorover valt met zijn loodzware koppetje. Hmm, zwembandjes dan? Die glijden linea recta weer van de armpjes af. Wat een lijpo. Even later komt hij met een piepschuim staaf aan, waarmee kinderen leren zwemmen. Hij probeert het ding om het kleintje heen te vouwen en verstikt & verzuipt het kleine ding. Bijna. Dat die moeder het allemaal toelaat! Gevalletje mooi, maar niet bijster snugger. Dat boeit Fluitje niet, die loopt alleen zijn fluit achterna. En komt niet veel later met een kinderbootje met van die gaten erin aanzetten. Voor de vorm zet het knappe gansje haar monstertje erin. Als een rietstengel zwiept het jong heen en weer en zet het op een brullen. Dan begint er een hersencel te werken en pakt moeders het aapje op haar arm.
Luc gaat bij de kidsclub ‘Olympische spelletjes’ doen. Dan kunnen wij toch niet anders dan meedoen met de watergym? Als een stel watertrappelende sjappies, slaan we ons drietjes erdoor heen. Maar als we in een kring moeten gaan staan en elkaars handen moeten vastpakken, haken we af. Je kunt het ook overdrijven met je groepsactiviteit. We spelen nog even Lummeltje en gaan daarna verder lummelen op onze bedjes.
De zon likt met haar hete tong de waterdruppels van mijn lichaam. Heerlijk. Zonnebril op en lekker gluren. Er valt genoeg te zien.
– Een van de beachboys die bij de douche rond staat te kijken of iedereen ziet hoe mooi hij is.
– De dunste vrouw, die ik ooit heb gezien, met vlassig geel haar en een kleur alsof ze net uit de oven komt rollen.
– De schattige grootouders die hun kleindochter leren zwemmen.
– Ach,…moet dat nou…, ik kijk naar een vrouw die in het ondiepe deel in het midden van het zwembad haar baby de borst geeft en haar man die ernaast foto’s van staat te maken.
Oké, ik heb genoeg gezien.
Onze eigen beach boy
Lientje en ik gaan naar de kraam met stenen beeldjes om te schilderen. Zij kiest een eekhoorn en voor Luc zoek ik een VW busje uit. De verkoopster kijkt me raar aan als ik zeg dat we hem niet nu ter plekke gaan verven. Wit is it! En Lina krijgt nu eindelijk haar (airbrush) tattoo. Als de man aan komt lopen, verontschuldigt hij zich. Hij moest even een biertje kopen. Een literfles zo te zien.
‘I understand’, antwoord ik. En dat doe ik echt. Je zou toch een hele zomer kinderarmpjes moeten bespuiten met Playboy-bunny’s en peace tekens. Daar zou bij mij meer dan een liter bier voor nodig zijn.
Soms vraag ik me af of Luc wel spoort. Hij is grappig en gek tegelijk. Ik hou ervan. Van hem. Hoe hij in het huisje over de bank heen en weer loopt te glijden.
‘Kijk mam, ik schaats. Wat een lekkere gladde bank hé mam?’
Dat is van het huidvet wil ik antwoorden, maar Luc let al niet meer op mij. Hij is druk bezig met het likken van Harm zijn oorlel.
Even later ben ik weer in the picture. En vraagt Luc of hij wat in mijn oor mag fluisteren. Ik ben wat huiverig. En dreig dat ik hem een hele harde knal op zijn hoofd geef als hij niet fluistert. Niks te ahhh of ohhh. Van de week dobberde ik nietsvermoedend op hem af en knuffelde zijn kleine lichaampje. Toen vroeg hij hetzelfde. Ik drukte hem op het hart om echt niet te gillen.
‘Neehee mam, dat doe ik niehiet.’ Met zijn droopy ogen keek hij me aan, hoe ik dat van hem kon denken. Ik draai mijn oor naar hem toe en voor ik het weet sluit hij heel mijn gehoorgang af met zijn lippen en krijst alsof zijn voet eraf gerukt wordt. Waar ik op dat moment ook echt toe in staat ben. De duizenden naalden die in mijn trommelvlies afgeschoten zijn, overtreffen de oorpijn bij een vliegtuiglanding. Ik moet er nog van bijkomen. Dus vandaar dat ik niet sta te springen bij zijn vraag. Maar we hebben hem goed duidelijk gemaakt dat hij het nooit meer mag doen. Dus ik heb het alweer een paar keer toegelaten (onder bedreiging). En elke keer hoorde ik heel zachtjes ‘ik vind jou lief’. Maar vandaag hoorde ik iets anders fijns in mijn oor kriebelen; ‘Ik vond het een hele fijne vakantie mama’.
Omdat het onze laatste avond hier is, zoeken we het grote podium op. Lina wilde dat graag. Maar man wat was het tenenkrommend. Zo’n vaag liedje met een pierrot die met een gebroken hart en maskers loopt te zwaaien. Asjeblieft. Zij blijkt alleen afleiding te zijn, zodat de ‘dansers’ zich kunnen omkleden. Het is best leuk gedaan hoor, een dansje op Michael Jackson in een legerpakje, maar ik krijg er gewoon een wegtrekker van. Kan het niet meer aanzien als Pierrot met haar sjaaltje wappert en erin verstrikt raakt. Lina vindt er ook geen reet aan en we lopen terug naar ons gebouw. Zolang we muziek horen, danst Lina haar fantasie achterna. Veel vermakelijker om naar te kijken. You go girl!
Dag 7
Helemaal zen de laatste dag
Ik word wakker met een vette glimlach.
Oké, dat is gelogen, ik word wakker met een maandelijks terugkerende buikpijn, maar dat is niet zo’n leuke zin om mee te beginnen. En ik plak alsnog die lach op mijn bakkes. En begin te stralen. Harm wordt er wakker van.
‘Die lach gaat er vandaag zeker niet meer af?’
Dat klopt.
De dag van vertrek is mijn lievelingsdag. Alles opruimen, alles voor de laatste keer doen en er dan volop van genieten. Dus liggen we om 9 uur in het zwembad. Als enigen. Heerlijk. Kan ik op mijn gemak onderwaterfoto’s maken. Blij als een kind zet ik ze op Facebook. Want ineens doet de Wi-Fi uit de lobby het ook bij het zwembad. Potje Wordfeud erachter aan. Voelt al bijna als thuis.
Harm boekt de kamer voor wat extra uren erbij en speelt dan met de kinderen in het water. Love him!
Maar ik ben niet de enige in jubelstemming. Lientje verheugt zich op ons kappersbezoek morgen en glundert net zo hard.
Dan komt Harm voorbij rennen. Naar de glijbaan. Ik zie me al in een aftands Bulgaars ziekenhostel zitten aan Harm zijn bed die met een Brace om zijn nek ligt te creperen. Maar niet hij, maar Luc stuitert over de gladde tegels. Er komt geen brace aan te pas. Gewoon een Fruittella erin stoppen en doorgaan.
Ik neem zelf ook een duik. Het zwemmen voelt vandaag ook extra fijn. Dat er ook andere mensen gebruik maken van het zwembad is wel weer een minpuntje, maar met wat schopjes in het middenrif, drijven ze vaak vanzelf een eind bij me vandaan. Het laatste uur aan het zwembad tikt weg. Terwijl ik lees, zing ik een vaag liedje.
‘Ik heb je de hele vakantie nog niet horen zingen. Behalve op de dag van vertrek,’ hoor ik Harm naast me. Hij krijgt een stralende lach.
Nog een half uur.
De kids duiken onder hun handdoek met de iPads. Harm zondert zich af met zijn muziek & dr. Deats. En ik? Ik kijk om me heen. Eindelijk ontspannen.
Laatste kwartier.
Helemaal opgedroogd. Maar nat van het zweet. Lina en ik kijken elkaar aan. Nog een laatste duik dan. Luc plonst er ook bij.
Maar dan drogen we ons af. En gaan weer op zoek naar het ‘handdoeken-loket’. Dat zit ergens verstopt op het complex. Expres waarschijnlijk.
Het park is groot, best overzichtelijk, maar toch een doolhof. Net als de eetzaal, waar we nu ook onze laatste lunch nuttigen.
Vanmorgen zag Harm daar een Rus zijn omelet op een wentelteefje leggen, omdat hij waarschijnlijk dacht dat het geroosterd brood was. Maar het brood + rooster staan in een hele andere uithoek. Hier kwam ik ook pas na 5 dagen achter. Weer ergens anders was een hoekje met cruesli. En in plaats van de yoghurt, stond de groentesoep ernaast. Deze combinatie smaakte wat raar kan ik je vertellen. Harm maakte ook een lekker ontbijt; hij belegde zijn brood met boter en gebakken ei. Alleen bleek de boter witte chocoladepasta te zijn. Hij vertrok geen spier en at het gewoon op. Nu aten we onze laatste slappe frietjes en taartjes.
Lina vindt het eten hier prima
Op naar onze kamer. Als een militaire missie, deel ik strategisch de koffers in. Ik douche als laatste en mijn lieve reisgenoten hebben de handdoeken opgemaakt, waardoor ik me uiteindelijk sta af te drogen met de badmat. Maar ik ga niet zeuren. Want we gaan naar huis! Luc heeft er ook zin in. Want we gaan met de bus. Eenmaal daarin blijkt mijn lange spijkerbroek ineens geen goed idee meer als we er 10 minuten in zitten te wachten. Zonder airco. Met al een bus vol bier-zwetende-sunnybeach-gasten.
Op het vliegveld sluiten we aan in de ellenlange rij. God, wat haat ik wachten. Zeker met een Lucje die iedereen over de tenen rijdt met zijn trolley. Maar eenmaal bij de balie wordt het er niet beter op. Eén koffer weegt 2,7 kilo teveel en die Bulgaarse hoer achter de desk blijft maar herhalen dat we overgewicht hebben. Kijk eens in de spiegel. Olifantenkop.
Harm probeert uit te leggen dat het gewoon anders over de koffers verdeeld is. Engels verstaan ze amper. Ook helemaal niet nodig natuurlijk voor zo’n functie. Maar uiteindelijk moet alle handbagage ook op de band, kijken hoeveel het allemaal in totaal weegt. Bij het inpakken thuis heb ik er hele wiskundige berekeningen op losgelaten en alle handbagage woog bij vertrek de gewenste 10 kg per stuk. De eerste trolley weegt precies 10 kilo (pfoe). De 2e is 8 kilo en Harm zijn tas ook. Ik heb zin om Harm een high five te geven. Maar mijn triomfantelijke lach zint haar niet. Ze gooit het over een nieuwe boeg. Heeft Harm zijn tas wel de juiste afmetingen? Ze knikt daarbij naar een meetbak voor handbagage. Ik knik en bluf heftig. Geen wonder dat die rijen niet opschieten zo. Harm vertelt rustig dat we hem ook zo op de heenreis hebben meegenomen. Ze gelooft er geen woord van. Harm moet hem toch echt in dat meetbakje stoppen. Hij propt die tas erin en schiet wortel. Die trut staat uit haar neus te bikken en nog eens naar onze papieren te kijken. Of ze niet nog een foutje kan ontdekken. Ik ben het dan echt spuugzat en krijs (wijzend naar Harm); THE BAG FITS. MAYBE YOU CAN CHECK IT?’
Alle rijen kijken nu naar mij. Swah.
Willen jullie je vlucht halen, of niet?
De Oostblokse kuttekop beent naar Harm en haar andere collega kwakt onze paspoorten en boardingspassen op de balie. Ik gris ze weg en loop briesend lukraak een richting op. Weg hier, voordat ik ze de koppen inbeuk.
Luc wordt nog even serieus gefouilleerd. Ik zweet natuurlijk peentjes, bang dat ze het mes in zijn aars en de wiet in zijn oren ontdekken. Gore randdebielen. Bij de Taxfree shop word ik pas weer een beetje rustig als ik twee lippenbalsems heb gescoord.
Inmiddels zijn we alweer twee dagen thuis. Helemaal genietend van mijn dagelijkse leven en gezonde eten. Maar de vakantie was echt prima hoor. Wil je ook naar Bulgarije? Hierbij 5 tips:
1. Zit je in Sunny Beach? Zuip je helemaal delirium en ontwaak pas uit je coma op de terugreis. Zit je net als ons op een kindervakantie-resort? GA. DAAR. DAN. NIET. VANAF.
2. Ben je eigenwijs? Ga je toch naar Burgas? Verberg je polsbandje (herkenbaar voor all-inclusive-gangers) en trek een overall aan. Laat je camera’s thuis en ga goedkoop winkelen vóór 20.00 uur. Wil je er lekker eten? Ga dan naar het Italiaanse restaurantje Ƶαβ∞§¢ఇ¿
3. Koop dr. Deats (omgerekend nog geen 17,50 en geen last van kinderen die moeten poepen, of luidruchtige Russen. Ik zeg, een koopje voor zoveel rust)
4. Er is eigenlijk maar 1 tip en dat is tip nummer 5.
5. Ga niet naar Bulgarije. DOE. HET. NIET.
Vond ik het vroeger ook zo leuk? Ik weet alleen nog dat ik zo’n buideltasje om had met snoepjes en dat wanneer ik moest plassen, mijn moeder me in een soort vogelnestje vouwde. Waarbij ik alsnog mijn onderbroekje vol plaste. En mijn moeders schoenen. Of was dat op vakanties? Ik weet het niet meer zo goed. Ook niet of ik dat vele lopen wel trok. De avond zwem4daagse herinner ik me nog wel. Blauwbekkend van de kou in een onverwarmd buitenbad baantjes trekken. Waarom eigenlijk? Hier kwam geen buideltasje snoep aan te pas. Want daar draait het toch een beetje om? Lina vindt het geweldig om snoepjes te ruilen, laat op te blijven en te keten met haar vriendinnen. Dat lopen is bijzaak.
In een vlaag van verstandsverbijstering heb ik me ingeschreven dit jaar. Voor de avondvierdaagse. Ik vond het wel weer eens tijd om een bijdrage te leveren aan school. Het liefst zou ik de kinderen afzetten op de locatie en weer naar huis rijden, maar zo werkt dat niet. En terwijl ik nog twijfel hoeveel avonden ik ga lopen, sta ik sowieso de dinsdagavond ingeroosterd. En vrijdag gaan we als gezin. Waarschijnlijk Luc op Harm zijn nek. En ik op zijn rug. Maar goed, laten we eerst eens kijken hoe de eerste avond gaat verlopen…
Dinsdag 20 mei
Op mijn werk gapen ze me verbaasd aan als ik vertel dat ik meeloop. Ik snap ook niet waarom. Ik ben immers het toonbeeld van sportiviteit. Nou verwarde een collega de avond4daagse met de Nijmeegse vierdaagse, maar ik weet eigenlijk ook het verschil niet. Behalve dan dat het niet in Nijmegen is. En hoeveel kilometer het is? Geen idee. Vijf kilometer over 4 dagen of per avond? Het blijkt dat laatste te zijn. Maar er is geen weg meer terug. Ik sla mijn agenda open en zie dat we vanavond in Kerkdriel lopen. Daarom moeten we al om 18.15 uur op het schoolplein staan. Maar ik moet eerst nog twee vriendinnetjes van Lina ophalen. Normaal eten we rond die tijd. Dat wordt een strakke planning.
Ik bel Harm met het vriendelijke, doch dringende verzoek vanavond op tijd thuis te zijn. Na mijn werk haast ik me het centrum in. Eerst een cadeautje halen voor een kinderfeestje voor morgen. Een postzegel voor een kaart. Kaart op de bus. Door naar de Hema. Daar hebben ze brood met ‘pitten’ en ik zie de kinderen al afkeurend kijken. Dan maar wat uit de vriezer trekken thuis. Pakjes drinken zoeken. Oh ja, in deze zaten ‘velletjes’ volgens Lina. Zet maar weer terug. Snoepjes voor vanavond. Mmm, ik geloof niet dat mijn bijna 11-jarige meisje nog rozijntjes van Jip en Janneke waardeert. Ik kijk op mijn horloge. Ja, als ik naar de Kruidvat sprint, red ik het net. Ik gooi daar mijn mandje vol met drinken en snoep. Hé zonnebrand met 50%, ook mee. Rennen naar de auto.
Racen naar het kindercentrum. Daar verzamel ik eerst alle tassen. Luc rent als een jekko door de tuin in een vreemde natte (ik wil niet weten waarvan) onderbroek waar het zand aan vast plakt. Lina ligt met wat meiden in de zon en knipt in haar vingers ‘mam, cocktail’. Ik waardeer het grapje niet en verzoek ze op te schieten. Bij het weggaan krijg ik nog een tas plasgoed mee en ik sommeer Luc om op zijn knietjes in de auto te gaan zitten. Gelukkig wonen we dichtbij.
Terwijl de kinderen tegen me aan kakelen, probeer ik zo snel mogelijk te koken en om 17.40 schuiven we aan tafel. In een kwartier schuif ik mijn noodles met sperzieboontjes en groenteballetjes naar binnen en met mijn mond nog vol trek ik mijn schoolshirt aan. Gauw naar boven. Een plaswas aanzetten. Klein tasje pakken. Waar liggen de poncho’s ook alweer? Flesje water, camera, telefoon en lippenbalsem erbij en het is zes uur. Time to go. Lientje en ik voelen nog even buiten en nemen toch een jasje mee. Harm komt net binnenlopen en wij vertrekken. Meiden ophalen en naar school. Op het schoolplein naar de vloer staren totdat iedereen compleet is en dan bedenken wiens auto ik kan volgen. Ik vraag het nog even netjes en er wordt gelachen. Joh, dat is bij Zaltbommel daar, stukje doorrijden en dan bij die eitjesrotonde bladiebla. Geen idee wat je zegt, klinkt als Hebreeuws. Een taal die ik nooit onder de knie ga krijgen. Ik rij dus gewoon achter je aan. We vertrekken als laatsten en belandden uiteraard achter een vrachtwagen. Ik zie de vader in de auto voor me zich verbijten. Als ik er niet was geweest had hij hem ingehaald. Ik voel me bezwaard. Lina kletst honderduit met de andere 3 meiden en hebben er helemaal zin in. De lucht kleurt steeds donkerder en de eerste spetters slaan tegen mijn voorruit.
‘Hé Lien, wat zou je ervan vinden als we gewoon doorrijden naar het eindpunt en daar wachten en als de rest aan komt lopen als het is afgelopen zeggen we “hèhè, waar bleven jullie nou?”’ Lina vindt het erg grappig en zij en haar vriendinnen denken dat ik een grapje maak. Ik voel de regen al in mijn ballerina’s lopen. Lekker soppen totdat de blaren openploppen. Na het parkeren sluiten we aan bij ons groepje van school. Ik moet eigenlijk plassen. Gelukkig ben ik niet de enige en we wurmen ons door de mensenmassa het gebouw in. In de rij voor de wc’s hoor ik een vader tegen zijn dochtertje zeggen dat ze ook wel op het mannentoilet kan. Nee, dat wil ze niet. ‘Maar ik wel’, zeg ik lachend en loop achter de man aan. Hij wijst op de rij pisbakken en zegt dat ik het dan wel daarin moet doen. Ik kies toch maar voor het hokje. ‘Het is hier nog viezer dan bij jou, ik sta hier in een grote plas’, praat ik door het hokje tegen de klaterende man naast me. ‘Ja, het is wel een mannentoilet he’, is zijn antwoord. ‘Ach, het is thuis niet anders.’ Je hoorde de man zich gewoon afvragen of ik een grapje maakte of niet.
Gewoon de vlag blijven volgen, dan komt er vanzelf een einde aan
Tijdens het begin van de tocht begon het weer te regenen. Hup, spijkerjasje aan en poncho eroverheen. Er pasten nog wel 3 mensen bij. Ik leek wel een wapperende plastic vogelverschrikker. Maar goed, ik zou niet tot op het bot nat worden. Hoe langer ik liep, hoe natter ik werd. Het was bloedheet en het broeikaseffect onder mijn poncho was niet gezond. Het stopte met regenen en alles weer uit. Het lopen ging best relaxed. Ik ging ook bijna rechtop lopen. Voelde me best belangrijk zo, stampend midden op weg. Het verkeer om ons heen werd geregeld met fluitende oranje hesjes en auto’s konden er niet door. Het voelde ook wel een beetje als een begrafenisoptocht daardoor. We kwamen zelfs langs het crematorium. Maar de kinderen renden en gilden er lachend voorbij. Springlevend. Dus nog even doorstappen. De meeste andere ouders waren zo slim geweest om sportschoenen aan te trekken. Ik liep op ballerina’s. Ze zullen wel gedacht hebben.
Lina heeft het wel naar haar zin
Af en toe maakte ik een praatje met een van de andere ouders. Of eigenlijk zij met mij. Waarom is dat toch zo moeilijk? Ik heb gewoon geen idee of ze humor (lees: dezelfde als mij) hebben en hoe ze in het leven staan. Dan maar weer over wat koetjes babbelen. En eerlijk is eerlijk, de eerste 5 kilometer zat er zo op. Net als een kloppende blaar op mijn kleine teen, maar een kleinigheidje heb je algauw. Snel naar de auto met 4 hyper meiden. Doorspekt van de suiker stuiterden ze door de auto. In de file reden we stapvoets van het parkeerterrein af. De suikerbommetjes waren wel zo lief om mij de weg naar huis te wijzen. Te erg, ik weet het. Maar ik leverde de meisjes veilig en wel om 21.15 thuis af. Harm had ondertussen al gebeld, waar ik bleef. Luc kon niet slapen zonder mijn kus. Dus eenmaal binnen, gelijk naar boven. Daar lag mijn kleine man al diep in slaap. In de wetenschap dat mama bijna thuis was met een lading vol kusjes gaf hem de rust om te gaan slapen. Ik overlaadde zijn bolletje met zijn wens en deed de deur zachtjes achter me dicht. De wasmachine zat nog vol. Na alles opgehangen te hebben, plofte ik op de bank. Red ik dit nog 3 dagen? Of wordt het een avond-1-daagse voor mij?
6.00 uur. Harm zijn wekker kwettert me wakker. Ik dommel weer weg in een verkwikkende nachtmerrie. Ik sta op en bij de wc aangekomen zie ik dat hij onder de poep zit. Eromheen liggen tijdschriften en schoon wasgoed. Terwijl ik me net sta af te vragen wat dit te betekenen heeft, maakt Lina me wakker.
‘Mam, mijn rem doet het niet.’ Ze heeft vandaag (fiets)verkeersexamen en meldde gisteravond lekker op tijd dat haar handrem kapot is. En oh ja, haar voorlicht deed het ook niet meer. Manlief heeft gisteravond een hele tijd in de gang zitten knutselen en de voorlamp is nu in een constante staat van verlichting, maar de handrem hangt er misschien nog wel slapper bij als daarvoor.
‘Lieverd, dan moet je maar gewoon gebruik maken van je terugtraprem’, antwoord ik.
‘Oh, maar die gebruik ik toch altijd al,’ en vrolijk huppelt ze weg.
Ik kijk op de wekker en die geeft 6.45 uur aan. Toch maar even echt naar de wc. Hopen dat hij er iets florissanter uitziet dan in mijn droom. Gelukkig krijg ik daar geen déjà vu. Luc bleef namelijk van de week wel heel erg lang op de wc. Zou hij misschien letterlijk met zijn poep zitten te kleien? Ik begon te rennen. Maar nee, ik kon opgelucht adem halen. Hij had de wc schoongemaakt, de lieverd. Dat hij daarbij eerst de wc-borstel in zijn drollen had geprakt, was hem even ontgaan. Dus als je van een bruine, aangekoekte wc houdt, dan kun je wel stellen dat het er heel goed uitzag. Maar deze ochtend had ik een meevaller, er was alleen niet doorgetrokken. Dat doe ik trouwens tegenwoordig standaard met mijn grote teen, zo vies ben ik van mijn eigen wc’s. Hoe vaak ik ze ook poets. Nu eerst maar eens douchen.
Lina sprong als een pingpongbal door het huis. Ze zou niet alleen verkeersexamen doen vandaag, nee, ik zou haar daar ook nog eens op beoordelen. Je weet dat ik altijd blij ben dat ze luizenzoekdagen op donderdagen organiseren. Hè jammer, dan werk ik. Ik had natuurlijk met alle liefde kriebelende beestjes van kinderhoofdjes gekrabd. De meeste verzoekbriefjes van school gaan daarom linea recta de papiercontainer in. Maar dit keer was het verzoek te jureren bij het verkeersexamen op een vrijdagochtend. En Lina vindt het leuk als ik het doe, dus ik twijfelde geen moment. Oké toch wel even dan. Want hoe goed ken ik die (fiets)verkeersregels nou eigenlijk? Niet over inzitten, ik zet gewoon mijn pokerface op en geef alleen Lina’s vriendinnen alle punten. Zo klaar als een klontje. (Grapje natuurlijk, voor het geval je mijn humor nog niet snapt).
Ik kreeg een plattegrond (oh, help!) en heb me drie keer laten uitleggen waar ik moest gaan zitten. Dus de klapstoel met kussen in de auto gemikt en mezelf dik aangekleed. Met mijn onvrouwelijke boots zou ik zo een Siberische sneeuwstorm overleven. Ze zien er zelfs uit, alsof er stalen neuzen in zitten. Altijd handig, voor de kinderen die van het pad afraken en over mijn tenen trachten te rijden. Naast mijn dikke vest, winterjas en sjaal heb ik ook nog een regenponcho bij me. Ik kan namelijk niet schrijven, punten toekennen, foto’s maken en een paraplu vasthouden tegelijkertijd. Nou ben ik natuurlijk niet van suiker (maar van kokosbloesemsuiker), maar ik zie er liever uit als smurf (de poncho is gezellig blauw), dan dat ik nat wordt. Dat duurt namelijk dagen voordat die klamme kou weer uit mijn botten trekt. Zo, nu klink ik wel heel erg als een oud wijf.
Ik bracht gauw Luc naar school (Lina was met de fiets, duh) en croste daarna door Brakel. Fuck, kon ik het toch niet vinden. En ik moest er stipt half 9 zitten. Ik kreeg het nu wel erg warm in mijn Eskimo-pak. Ha, daar zat al een moeder op haar post. Moest ik daar niet zitten? Ik zette mijn auto neer en liep snel op haar af. Ze lachtte, ook zij had drie keer moeten zoeken. Dat schept een band. Ze hielp me mijn plekje te vinden en ik snelde weer naar mijn auto, om mijn klapstoel en scorebord te pakken. Een bouwvakker staarde me aan; of ik mijn auto ff ergens anders neer wil zetten. Ze moesten net nu, precies daar de grond gaan openbreken. Ofzo. Ik geloof niet dat ik daarnaar geluisterd heb. Monter probeerde ik uit te parkeren, onder toeziend oog van de oranje bouwvakker. Waarom lacht hij als ik verder rij? En waarom had ik ook alweer zo’n dikke jas aan? Ik racete weg. De klok tikte immers genadeloos door. Toen kwam ik erachter waarom de man in het oranje lachte. De weg liep hier dood. En nu mocht ik keren, met twéé toekijkende bouwvakkers. Ze zwaaiden met veel plezier toen ik strak vooruitkijkend en ogenschijnlijk kalm voorbijreed.
Yes, twee punten in the pocket voor Lina
Maar het tij keerde. Er was een parkeerplekje vrij, naast mijn post. Ik heb nog nooit zo snel een klapstoel uitgeklapt. Daar zat ik dan. Het duurde nog vijf minuten voordat het eerste fietsertje voorbijkwam. Maar ik zat. En ik had papier om te schrijven. Ook wist ik dat Lina als derde langs zou rijden. Ik zat al klaar met mijn fototoestel. Dat was natuurlijk ook de enige reden dat ik meedeed. Ik ben daarna ook in mijn auto gaan zitten en heb de scorelijst vervolgens ad random ingevuld.
Voor het geval dat je denkt dat ik een grapje maak…
Grapje natuurlijk. Ik nam mijn taak uiterst serieus. Het was eigenlijk best een makkie. De meeste kinderen hadden hun hand al een kilometer van tevoren uitgestoken, maar goed, reken dat maar eens fout. Uiteindelijk kregen ze dus bijna allemaal twee punten. Behalve een jongetje dat zijn arm pas uitstak toen hij de bocht al ruim gepasseerd was. Rijkelijk laat mijn vriend. Ik heb ook nog even getwijfeld of ik een jongen extra punten moest toekennen. Ik was namelijk net een foto van mijn klompschoenen aan het maken toen hij eraan kwam. Een beetje omkopen, zodat hij het niet verder zou vertellen, kon toch geen kwaad? Hij nam genoegen met een snoepje wat ik hem toewierp en hij behendig opving met zijn mond. Dat had hij vaker gedaan. Dat was hem ook wel aan te zien ook. Terwijl ik het karakter van het verzonnen bolle jong verder vorm gaf, vroeg ik me af waar de andere moeders zich mee vermaakten.
Zoveel gebeurde er niet op straat. Het was wel nationaal honden-uitlaat-uur. Terwijl ik net deed of ik druk aan het schrijven was, hield ik die beesten nauwlettend in de gaten. Ik zou mijn zojuist ontvangen plakje cake met thee niet zomaar laten confisqueren. Zou het met hand en tand verdedigen. Maar ik kon mijn stalen neuzen op de grond houden. De honden waren goed afgericht. Chapeau voor de eigenaars. Die ik overigens echt niet verstond als ze wat tegen me zeiden.
‘Habbe botte genne?’
Ik knikte maar wat. Sorry, plat Brakels leerde ik niet op school. Daar kwam een mooie man voorbij gereden. Langzaam reed hij bij mij het hoekje om. Liet zijn raampje zakken en vroeg in prachtig ABN ‘kan ik een beetje rijden?’ ‘Beetje jammer dat je geen richting aangaf’, antwoordde ik bestraffend. Hij lachte. Ik vond het ook twee punten waard en zette hem erbij op de lijst. Ik heb me nog minuten kunnen vermaken met gevatte antwoorden die ik had kunnen geven. Als het ook echt een knappe man was geweest. Als er überhaupt een busje was geweest. Gaap. Hé, daar kwam een echt mooi manneke voorbij. Je zag van een afstand dat hij later zou uitgroeien tot vrouwenmagneet. Met zijn mooiste lach begroette hij me met een stralende ‘hoi!’. Jammer dat ik daar geen punten voor mocht rekenen, hij stak namelijk zijn hand niet uit. Ach, hij kon altijd nog de juf omkopen (en later de politie agentes om zijn vinger winden) met zijn killersmile.
Veel leuker zonder bord, dan wordt het een soort spoorzoekertje 😉
Toen viel er weinig meer te beleven. Daardoor viel het extra op dat mijn kont begon te slapen, mijn botten door konden gaan voor een waterijsje en mijn schoenen begonnen te knellen. Ik moest mijn paars aangelopen vingers in beweging houden. Oké, wat zag ik nog meer? Twee oudjes die met hun rollator en tuinslang hun bolide wilde gaan poetsen. Alleen zat de kop niet goed vast en sproeide de man zichzelf helemaal onder. Ze dropen weer af naar binnen. Het was 9.15 uur. Onvoorstelbaar. Dan heb je geen deadlines meer te behalen en dan voel je nog de behoefte om op dit tijdstip je auto te gaan wassen. Als ik later oud ben, blijf ik elke dag tot een uur of 11 in mijn bed ronken. Ahhh, mijn bed. Wat zou ik daar graag inliggen. Dan zou ik wel de heerlijke geur van pas gemaaid gras missen. Ik hou ervan. En terwijl ik ervan genoot, kwam de hond van de rollatormensen aansloffen. Hij plofte neer in het verse gras en keek me uitdagend aan. Toen hij wegliep van zijn dampende drol keek hij me uitdagend aan. Het is toch niet te geloven? Zo begint én eindigt mijn verhaaltje weer met stront. Zucht. Zou ik toch niet stiekem de lijst in 1 keer invullen en het bord uit de grond trekken?
Hoi, ik ben Joyce en op mijn blog schrijf ik over mijn dagelijkse beslommeringen. Cynisch, overdreven, maar met een glimlach. Ga er maar eens lekker voor zitten, ik schrijf namelijk nogal uitgebreid. Enjoy the stories!