Kinderen

Een warme bruine trui cadeau

doorPosted on 1 Comment5min. leestijd247 gelezen

Luc is er de hele dag druk mee. Gek he, hoe je er naar uit kijkt en er vervolgens zo van kan balen. Zindelijk worden. Hij begon (op mijn stimuleren, dat wel) vorig jaar in de zomer netjes buiten te plassen op het potje. Soms op de wc en we lieten het allemaal wat verslappen. Maar tijd zat. Dat kun je blijven roepen, maar dat is uitstel van executie. Volgens de juf van de crèche gaat hij het echt wel doen voor zijn 18e. Ik heb het toch liever iets eerder. Voordat hij naar school gaat bijvoorbeeld. En dat gaat sneller dan we denken. Dus begonnen we Luc te vragen of hij moest plassen. De aandacht en stickers die hij kreeg, bevielen wel, dus blij vertelt hij nu om de 5 minuten dat hij moet plassen.

Poepen is een andere zaak. Dat is letterlijk iets groots loslaten. Ik begrijp hoe lastig dat is. Dus beloven we dat hij Liftie (van Bob de Bouwer) krijgt. Die wilde hij graag hebben en had ik al in huis. Gekocht met een overschot aan cadeautjes voor zijn verjaardag en Sinterklaas. Dit is dus een handige left-over. Maar het stimuleert zijn kringspier niet genoeg. Want ik verschoon nog steeds zo’n 3 dampende pindakaasluiers per dag. Best knap als je zo weinig eet. Dit moeten we slimmer aanpakken. Hij mag mee naar de supermarkt (hij vindt het echt een uitje, dat snap ik, ze verkopen er speelgoed, dus ik neem de kinderen zelden mee). Daar mag hij een mooie auto uitzoeken en die mag hij openmaken als hij zijn boodschap heeft laten vallen.

Die bewuste dag riep hij nu ook om de paar minuten dat hij moest poepen. Mijn schoonouders waren er en die bleven het hem ook inpeperen, met zorgvuldig gekozen woorden. ‘Drukken op het potje’. Daar krijg ik nou aandrang van, dat soort woorden. Hij moet gewoon kakken, bouten, poepen, een bruine trui breien en dan dus het liefste op de wc. Die luiers ben ik na 3,5 jaar wel weer zat. Nu roept hij dus de hele dag dat hij moet poepen, of drukken als hij in de buurt van opa en oma is geweest. Daar word ik dus doodmoe van. Want de helft van de keren doet hij niets. Ik weet het, het is een proces. Geduld, blabla. Had ik daar maar wat meer van. Mijn zoon heeft dat in overvloed. Blijft op zijn gemak zitten en zegt letterlijk ‘het kan wel even duren’ met een glimlach. Maar afgelopen maandag durfde hij het aan op de crèche en de volgende dag daar weer. Nu mocht hij eindelijk zijn supermarktauto uitpakken die op de kast naar hem stond te roepen. Woensdag was ik toch lichtelijk teleurgesteld toen ik hem al vanaf een afstand rook. Maar vrijdag maakte hij het thuis helemaal goed. Hij stond in bad en kreeg onbedaarlijke aandrang. ‘Ik moet plassen’ gilde hij, terwijl ik een meter verderop stond. Dat plas ook bruin en dik uit je kont kan komen, is nieuw, maar hé ik accepteer het. Ik jubelde hoe trots ik ben. Hij straalde en kreeg hij zijn felbegeerde Liftie.

Nu wil ik het wel zo gauw mogelijk afgerond hebben. Alsof het een project is. Ik weet het. Maar ik ben er serieus de hele dag mee bezig. Als hij na een paar keer roepen dat hij moet plassen niks doet, zakt de moed in mijn schoenen. Elke keer weer rennen en in recordtempo broek, boxershort en luier naar beneden rukken. En vervolgens niks doen. Ik vertel Luc dat het geen spelletje is. ‘Waarom niet?’. Leg dat maar eens rustig uit. Dus soms roep ik terug, ‘ga maar zelf Luc’. Meestal wil hij dat niet, maar blijkbaar was de drang echt groot. Ik ren toch maar naar beneden om hem te helpen. Als hij mij ziet kijken naar een veeg bruin in zijn luier, zegt hij blij dat hij moet poepen. Kijk, dat laat de moed weer uit mijn schoenen omhoog komen. Net als een verdachte geur. En als ik achterom kijk, terwijl ik gebukt voor Luc zit, zie ik een dik plakkaat stront onder mijn nieuwe laarzen zitten. Was blijkbaar uit zijn luier gevallen bij het uittrekken van zijn pamper.

Of die keer dat hij alleen ging plassen en hij wel erg lang wegbleef. Bij aankomst was heel de vloer van de wc nat en daar lag zijn broek, boxershort en sokken in. Hij probeerde zijn plas op te ruimen met een snipper wc papier. Het zal vast aan mezelf te wijten zijn, maar geloof me, daar denk ik op dat moment anders over. En waarom kan hij niet gewoon middels het opstapje op de wc gaan zitten? Maar klimt hij erop alsof het de Mount Everest is? Eerst zijn knietjes, dan gaan staan en vervolgens in de spagaat op de wc-bril landen. Ondertussen toch zijn luier al besmeurd hebben en zodoende nu ook het deksel van de wc-bril en de bril zelf. Ook laat hij zich standaard op zijn gemakje met zijn natte slurf van de bril glijden. En ben ik dus de hele dag de wc met chloor aan het behandelen.

Maar vandaag zaten we in de tuin. En deed hij net als een jaar geleden weer een plas op het potje. Heel goed. Blij kijkt hij terug. Terwijl ik denk, waar ga ik dat nou weer laten, blijkt Luc zich niet druk te maken om zoiets basaals. Hij pakt de pispot en geeft de inhoud een zwieper door de tuin. Ik sta gelukkig net buiten zijn bereik. Heel rustig (want zo ben ik, uch), vertel ik hem dat dat niet helemaal de bedoeling is. En terwijl ik trots moet zijn dat hij ook op dat vieze witte potje een drol heeft gedraaid, probeer ik snel te zijn, voordat hij hem de bomen inschiet. Tsja, wat moet ik er nou mee? Toch maar oppakken met een doekje en in een luierzakje deponeren. Bah, wat is dit toch vies allemaal.

Uiteindelijk loopt Luc er op zijn comfortabelst bij, in zijn nakie. Hij trekt aan zijn pielemuis alsof hij er later geen plezier meer mee wil beleven. Als hij mij vervolgens wil aaien, pas ik even. Gelukkig rent hij weer gauw naar zijn potje om er eens lekker op neer te ploffen. Als we zijn straal horen kletteren, is het tijd om op te staan vind hij. Hij plast alsof hij boven een Frans toilet hangt. Alleen zet hij er zijn handjes ineens bij op de grond. Dat zal niemand snel in zo’n pisgrot in Frankrijk langs de snelweg doen. Maar Luc kijkt eens gemakkelijk toe hoe hij naast het potje mikt. Maar goed, als hij recht naar voren had gemikt, had het hem letterlijk een vieze smaak in de mond gegeven. Das ook zo lullig…

Ik vind het dus gewoon een hoop werk. Luc graait bijvoorbeeld graag tussen zijn warme bruin geworden billen, op zoek naar zijn poepgaatje. Om vervolgens raar op te kijken als ik zijn hand wegtrek en daardoor de poep ook aan de muren zit. Ik kan het gewoon niet meer zien, ruiken en al helemaal niet voelen. Asjeblieft. Luc verwacht nu na elke bruine rakker in de pot, weer een cadeautje. Eigenlijk vind ik, dat ik na het opruimen/schoonmaken ervan elke keer een cadeautje verdien. Als het maar niks bruins is…

Deel

Kuiken zoekt (zich) lam

doorPosted on 2 Comments4min. leestijd359 gelezen

Pasen is meestal relaxter dan Kerst. Je bent niet al weken bezig je huis te versieren en recepten aan het uitzoeken, om vervolgens 3 dagen in de keuken te staan en volgevreten het nieuwe jaar in te rollen. Maar toch wil je met het paasfeest wat lekkers op tafel zetten voor je familie. We maken allemaal wat. Mijn man mag het vlees kiezen (ik zoek het toetje uit, maar dat spreekt voor zich). Manlief kiest voor het enige schattige stuk vlees wat door de wei huppelt. Juist, een lammetje. Maar omdat ik graag ook een keer de vrouw-van-het-jaar-award wil winnen, zet ik het op mijn boodschappenlijstje.

Vandaag ben ik vrij vanaf 12 uur. Gauw race ik naar de makelaar, haal spullen op voor de open huizen route en de volgende stop is AH. Hier hadden ze allerlei lamlendig vlees, maar niet de lappen die ik zocht. Nou stond het recept ook in een boekje van de Jumbo, dus maak ik vanmiddag nog een ommetje. Eerst de boodschappen thuis afslingeren en op tijd komen bij Lina’s school. Die heeft paasuitvoering (vandaar de vrije middag). Heel de school treedt op. Ik smelt bij de kleutertjes en zie Lucje er al helemaal tussen staan volgend jaar. Maar langzaam kak ik in.

Mobiele paparazzi
Mobiele paparazzi

Zal ik even mijn mobiel checken? Nee, dat kan echt niet. Dus ik zet mijn glimlach weer op en kijk om me heen. Lientje zit ergens achteraan te wachten op haar beurt. En omdat ik niet de eerste was, zit ik niet vooraan. Dat wordt straks lastig fotograferen/filmen. Ik voel me wel heel ouderwets met mijn spiegelreflex camera. Ik zie bijna alleen mobieltjes de lucht ingaan. Alsof we naar een concert van een celebrity kijken. Maar je eigen kind zien optreden vervult je natuurlijk met trots. Als je haar überhaupt kunt zien natuurlijk. Wat duurt het lang. Mijn blik blijft hangen op een achterhoofd. Kalend, of beter omschreven, ik kijk tegen een vleespet. Maar de haartjes die er nog zitten worden overschaduwd door een pluimpje. Hoe noem je het anders? StaartjeEen staartje? Alsof er een witte rochel in zijn nek is gelegd. Waarom groeit dat daar? Voor de warmte? Om een steenpuist te verbergen? Of gewoon trots laten zien, dat er ergens nog wel haar groeit? Zucht, dat krijg je als ik moet wachten, dan ga ik me onzinnige dingen zitten afvragen. Ik moet me tegenhouden om niet op zoek te gaan naar mijn minischaartje, in mijn grote grabbeltas. Eén knipje en mijn uitzicht is gelijk een stuk verbeterd. Of er moet echt een steenpuist zitten natuurlijk. Wie weet groeien daar ook haren op…

Hé, daar komt Lina het podium op. Ik zwaai. Nu al trots. Kan ik mijn camera gebruiken, waarvoor ik hem heb meegenomen. Ze dansen en zingen op kuikentje piep en iedereen lacht en klapt. Ik niet, ik fotografeer en film. En geniet. Dit is overduidelijk de leukste act. Verder ben ik niet bevooroordeeld. Als de kuikens niet meer piepen, worden er nog wat rijmpjes opgedreund, met een zuur gezicht. Een schattig jongetje leest op een grote stoel een verhaaltje voor. Zo goed, dat ik de paardenstaart voor me moeiteloos negeer. Wat jongens doen een videoclip van Michael Jackson na, waarbij ze elkaar te lijf gaan met messen van hout en de paashaas een zombie is. Die de andere jongens duwt en schopt. Zogenaamd dan, maar de paasgedachte is ver te zoeken. Gelukkig mag mijn meisje het optreden met haar klas nog een keer doen. Fijn.

Hét lamme recept
Hét lamme recept

Als ze mee naar huis mag vertel ik haar hoe leuk ze waren. Ik zal haar thuis de film laten zien. Maar eerst langs de Jumbo voor Lam. Lina vindt het zielig. Grappig he, hoe dat werkt. Je kunt haar niet blijer maken met filet american, spek of een frikandel. Ook al vertel je welke rommel het is. Maar een lam, dat is zielig. Ik snap dat (niet dat ze het andere vlees wel lust). Maar je moet wat over hebben voor een ander. Helaas zie ik hier helemaal geen lam in het schap liggen. Twee giechelmeisjes gaan erover in discussie, terwijl ik heen en weer sta te wippen. Van ongeduld en pijn in mijn rug. Een uur op een houten stoel stil zitten is niet fijn. Maar ik klaag niet, ik kan tenminste zitten. Ben opgegroeid. Je zult maar lam zijn, dan word je afgeslacht tijdens een van de leukste periodes van je leven. Joyce, zet die emoties nou even aan de kant. Straks vraag je nog een zakdoekje aan de winkelmeisjes. Alhoewel ze niet echt aandacht aan me besteden. Als de slager me later komt helpen en me haarfijn uitlegt wat het verschil is tussen lamfilet en lamlappen, wil ik eigenlijk gewoon weglopen. Ik wil niet horen dat het vlees van zijn ruggetje zo lekker mals is, want hij heeft er maar even op gelegen. Mijn lip begint te trillen. Hij hoort te huppelen en lekker op zijn rug te liggen, terwijl zijn vader hem op zijn buikje kriebelt. Oké, bij wijze van spreken dan. De slager vraagt wat ik wil. Ik twijfel of ik nog even langs een ‘echte’ slager zal rijden. Maar mijn kuikentje naast me staat wit en slap tegen het wagentje. Ze is moe van het piepen. Dus ik bestel lapjes van een klein schaapje (klinkt nog erger), om zaterdag nog een keer langs de slachtbank te moeten.

Als laatste even langs de Emté, want ik heb nog steeds geen holle paaseieren voor die kinderen kunnen vinden. Of zou de winkel ze al verstopt hebben? Nee hoor, gewoon uitverkocht. De kerstkransjes liggen waarschijnlijk morgen al in de winkel. Wat moet ik mijn kinderen nu laten zoeken? Stukjes lam? En terwijl ik het typ denk ik, doe niet zo moeilijk. Verstop gewoon wat gewone chocolade paaseitjes. Heb je zakken vol van…in de winkel. Oeps, vergeten.

Deel

I kissed a fish

doorPosted on 5min. leestijd82 gelezen

Voorjaarsvakantie klinkt als lente. Bloemetjes in bloei. De eerste lentezon op je bol. En vrij zijn. Klinkt heerlijk. De realiteit is anders. Het is koud en grauw. Maar het is wel vakantie. En omdat het voor Lina niet leuk is als ik de hele dag onder mijn dekbed kruip, gaan we op pad. Gisteren samen naar de film en vandaag met het hele gezin naar de dierentuin. Het wordt Blijdorp.

Niet echt een fris gezicht
Niet echt een fris gezicht

In de auto komen we alvast in de stemming als we proberen mee te zingen met ‘Het kuikentje Piep’. Wat onmogelijk is. Maar wel gezellig. Half 12 komen we aan. We beginnen bij de Okapi’s, een soort kruising tussen zebra, giraf en geit ofzo. De zebra dacht vast ooit, verandering van spijs doet eten en voilà, ziedaar de Okapi. De naam slaat dan nergens op, maar blijft wel goed hangen. Op naar iets bekends, de ijsberen. Het jammere van dit weer, of eigenlijk seizoen is dat alles er zo belabberd uit ziet. Alles is vies, grauw en grijs. Niks geen groene beplanting of bloemen. Zelfs de ijsberen leken smoezelig. Maar misschien zijn ze dat altijd wel. Op plaatjes zijn ze altijd wit, maar vandaag gewoon vaalgeel. En toch maak je er een foto (of 10) van.

Dat vind ik best een dingetje. Al die foto’s. Ieder jaar maak je ze weer. Van dezelfde dieren. Eigenlijk hoef je dus niet eens te gaan, kun je net zo goed de foto’s van vorig jaar erbij pakken. Toen hadden we nog zon ook. En toch kunnen we het niet laten. De halve dag loop je achter dat toestel, hopend op een lucky shot. En oh ja, de kinderen moeten er ook nog bij, dus die staan er vaak met de rug op. Maar eigenlijk wil je gewoon een uniek plaatje schieten. Dus terwijl de kinderen aan je jas trekken, om naar het volgende dier te gaan, probeer je al wankelend op je hurken nog 12 foto’s van ibissen te maken. Want dan zit er vast eentje tussen die niet bewogen is.

Maar goed, op naar het volgende fotomoment. De roofvogels. Mijn toestel stelt zich scherp op het hek in plaats van op de arend. Inwendig vloekend wandel ik naar de ara’s, een soort papegaaien. Mijn batterij geeft aan bijna op te zijn. Gelukkig heb ik voor dit soort momenten een extra batterij aangeschaft. Die uiteraard nog thuis ligt. Bijna hardop vloekend, probeer ik heel selectief mijn fotomomenten te kiezen. En kiek ik 2 kussende ara’s (ik denk tenminste dat ze dat aan het doen zijn, misschien is dit wel heel letterlijk bekvechten). Whoehoe, dit is my lucky shot.
Kussende Ara's

NeushoornsOp naar een ander continent. Daar moet je nog best wat voetstapjes voor zetten. En zagen zo een trein over de brug voor ons rijden. Luc werd helemaal extatisch. Met hem kunnen we gewoon een dagje op het station gaan staan. Zakje snoepjes mee en het kind is gelukkig. Maar omdat we nu dan toch in de dierentuin liepen, had hij wel een doel. De neushoorns. Geen idee waar hij die van kent, maar als we hem ergens van wilden afleiden, zeiden we ‘kom, we gaan op zoek naar de neushoorns’. Maar na de giraffen, kwamen we ze tegen. Op een bordje. Er werd een verblijf voor ze gemaakt, dus ze zijn er op dit moment helemaal niet. Gelukkig kan Luc nog niet lezen en bleef hij chanteerbaar.

Mini krokiIn het binnenverblijf van de reptielen was het lekker warm. Ik bleef verliefd hangen bij een ieniemienie krokodilletje. Bijna alles wat klein is, vind ik vertederend. Er stond een vent voor met profi camera en statief. Heel irritant, al die andere mensen in zo’n park. Ach, we hadden weinig te klagen eigenlijk, het was verder vrij rustig. En ik kreeg nog voldoende tijd met mini-kroki. Hij leek wel nep, bewoog totaal niet. Ik weet niet of hij een spelletje speelde ‘wie het eerste met zijn ogen knippert’, maar dit won hij glansrijk. De leguaan lag ook voor pampus. Alsof hij zo op die boomstronk was gekwakt. Best een grappig gezicht. Twee foto’s zijn genoeg. En straks is hij wel echt dood, wie zal het zeggen. Sta je daar een opgezette leguaan te fotograferen. Misschien toch deze foto’s eens met vorig jaar vergelijken, kijken of hij er toen ook al zo bijlag.

Ligt best lekker zo
Ligt best lekker zo

Buiten of binnenBij de apen was het donker binnen en lastig fotograferen. Jammer, er waren wat baby-tjes en daar gingen mijn eierstokken wel van klapperen. Maar Lina was meer onder de indruk van een dood babymuisje op de grond.
Ik heb het niet zo op die stinkende, muffe binnenvertrekken. Er hing ook zo’n stom bordje. Als je er niet bij nadenkt, zou het dus kunnen zijn, dat er ineens een wolf aan je been hangt.

En buiten wachtte een verrassing op Luc. Je kon meerijden met het treintje (wel 1,- p.p., vind ik echt stom als je al entree hebt betaald). Eenmaal in het treintje rook het overduidelijk naar stront. Nou ruik je dat in het hele park, maar zo dichtbij, moest van onze eigen kleine aap zijn. Dus zijn hoogtepunt, begon met een dieptepunt. Met zijn poepbillen in de lucht, liggend op het treinbankje. Hij gilde nog harder als een antilope die gegrepen werd door een leeuw. Na dit onmenselijke leed, genoot hij met volle teugen van het ritje. Wij namen de teugen iets minder vol, het poepzakje lag immers nog aan onze voeten. Het bleek ook dat het treintje ons helemaal terug bracht naar het begin. Oftewel, we misten nu de dieren, waar we nog langs wilden gaan, zoals de olifanten. En Lina had nog wel graag in het natte en vieze speeltuintje gespeeld. Luc zijn slaaptekort ging ook opspelen. Dus sorry, maar we gingen echt niet weer terug.

Kusje
Kusje

We deden nog een rondje Oceanium, wat altijd indrukwekkend blijft. Als er gewoon een haai boven je hoofd zwemt. Mijn camera was nu echt uitgeteld, maar ik had nog wel een leuk idee voor een foto. Even geduld hebben en zie hier, mijn kus met een piranha. Zijn bloeddorstige ogen smeekten om meer, maar ik liet hem smachtend achter. Hij stonk uit zijn bek. Naar vis. Ik voelde me dizzy. Best claustrofobisch en donker hier. Eenmaal buiten, hadden we het wel gezien. Best vermoeiend, een paar uurtjes slenteren onder een grijze hemel. Luc wilde nog wel op onderzoek uit en wij verstoorden bruut zijn plannen. Al gillend vervoerden wij hem naar de uitgang. Het begon te miezeren. Een mooi einde van deze dag. In de auto vroeg Harm aan Luc of hij het leuk vond in de dierentuin. ‘NEEHEE!’, was zijn duidelijke antwoord. Volgende keer toch maar gewoon een middagje op een perron doorbrengen.

 

Deel

door

Vakantie ontbijtje

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd97 gelezen
Echt heel lief
Echt heel lief

Om 4.55 uur hoor ik Luc uit zijn bed komen. Na een paar keer terugleggen, gaat Harm douchen en naar zijn werk. Rond half 7 kruipt mijn smurfje nogmaals tegen me aan. Nu laat ik hem liggen en zowaar valt hij weer in slaap. Lina komt vragen of ze op haar tablet mag spelen. Na het douchen gooi ik lekker de ramen open. Het stinkt naar verbrand brood. Of zal het vuurwerk zijn? Lina komt blij vragen of ik al ga ontbijten. Als ik beneden kom heeft ze heel lief een verrassingsontbijt gemaakt mét super schattig briefje.

‘Nu heb je wel lekker vakantie, hé mam?’. Ik neem een hap en knik maar een beetje. Hoe schattig ik zo’n ontbijtje vind, bij vakantie denk ik toch aan iets anders. Aan mezelf op een ligbedje in de zon. Als ik in mijn vingers knip, een lekkere gespierde vent die me een cocktail brengt. En mijn rug insmeert en vooruit het is vakantie, ook masseert. Iemand wuift me koelte toe met een palmblad en vraagt waar hij mijn shoppingtassen zal neerzetten. Ik mompel wat en hij kust mijn hand. Als ik begin te kwijlen ziet Lina dat als goed teken. Ik krijg het verhaal te horen wat schuilgaat achter het ontbijt. Na 2 verbrande boterhammen, was de 3e ongeveer gelukt. Ze heeft de korstjes er maar afgesneden en er dik pasta op gesmeerd. Ik heb hem al op en kijk nu naar het brouwseltje voor me.

Toch maar leeggegooid en niet bewaard voor papa
Toch maar leeggegooid en niet bewaard voor papa

Ik zuig als een olifant aan het rietje, maar het komt er echt niet doorheen. Dan maar een gewoon slokje, de smaak is best lekker en ik complimenteer haar nogmaals. De bonkjes vis ik er uit, terwijl ze helemaal opgaat in haar verhaal over dit gezonde drankje. Inhoud; 2 overrijpe bananen, 1 mandarijn (vandaar de bonkjes en vellen), rode besjes, melk en om het wat dikte te geven (ik citeer alleen) een beetje yoghurt. Helemaal trots is ze. ‘Lekker he, mam?’ ‘Neem zelf ook een glas schat’. Ze nipt eraan en kijkt blij naar de schaal waar nog meer in zit. ‘Voor papa, voor vanavond’, straalt ze. ‘Heel lief schat, maar dat blijft niet goed tot vanavond’. Ik zie een ontploft aanrecht en sta op. Uit mijn ooghoek zie ik Lina haar glas legen in de bak voor papa. Ik glimlach.

Het nadeel van dit soort verrassingen is, dat ik het zelf moet opruimen. Dat hoef ik dus niet op vakantie. Ik pulk de zwart geworden bananenschillen van het broodrooster en trek twee (waarom twee?) messen met een halve pot pasta eraan van het aanrecht. Bij het opruimen van de staafmixer loop ik langs de fruitmand. Hier zie ik nog steeds de ananas die de man des huizes 3 dagen geleden beloofde op te eten. Weggooien was uit den boze. Hij (de ananas, niet mijn man, dat zou nog meer bende geven) ligt op een bak met kiwi’s, die kraaiend van plezier pootje baden in bedorven ananassap. Dat hier niet spontaan fruitvliegjes hun liefde in hebben bedreven is een godswonder. Bij het oppakken van deze ellende, blijken er ook gaten aan de onderkant van het kiwibakje te zitten. Dom. Het weeïge plakkerige sap zit nu overal. Zelfs op mijn sokken, om er extra lang van te kunnen genieten. Yes, wat een heerlijke vakantie ochtend.

Gelukkig krijg ik hulp. Terwijl ik de vaatwasser in- en uitruim, wrijft Luc zijn cracker eens lekker over de tafel. ‘Luc, stop daar eens mee’. ‘Ik maak schoon’, spreekt hij me vermanend toe. ‘Luc, mama verkruimelt nooit crackers op de tafel en zeker niet als ze schoonmaakt’. ‘WEL!’, krijg ik terug.

Dat wordt stofzuigen. Ik begin wel alvast in de woonkamer, waar ik opruim en stofzuig tegelijkertijd. Met als resultaat dat ik ineens een potlood naar binnen zie verdwijnen. Pech, daar hebben we genoeg van. Als ik bij de keuken aankom, geeft de stofzuigerzak aan dat hij vol is. En dat, terwijl er net een nieuwe in zit. Terwijl ik hem eruit trek, poeffff, overal kerstboomnaalden. Het potlood lacht wraaklustig naar me vanuit haar gat in de zak. Top, we beginnen gewoon opnieuw. Wetende dat de rest van het huis ook nog op me wacht. En dat terwijl ik opruim, de kinderen een nieuw spoor van vernieling  achter me maken, voel ik me inderdaad op vakantie. Als onderbetaalde schoonmaakster wel te verstaan. Volgende keer als ik op vakantie ben, zal ik een ontbijtje voor haar maken.

Deel

Sinterklaasfeest

doorPosted on 0 Comments6min. leestijd111 gelezen

Sinterklaasfeest. Ik hou er niet zo van. Vroeger vast wel. Op dat vlak was ik een redelijk normaal kind. Ik kan me herinneren (of zijn het alleen de foto’s van toen die ik voor me zie), dat we fris gedoucht in onze pyjamaatjes met een nette scheiding vol spanning zaten te wachten. Op de sint, of de buurman die hard op de deur bonkte en een zak cadeautjes neerzette. Nu pas weet ik wat hier allemaal aan vooraf gaat. Respect voor alle mama’s.

Lina gelooft niet meer. Wilde wel heel graag haar schoentje zetten. Harm keek me aan met die blik ‘je bent een harteloze moeder als je het niet doet’. Dus gisteravond stonden Lina’s laars en Luc’s kaplaarsje bij de open haard. Harm zat klaar met de videocamera, hoe ze een liedje zouden zingen. Dat werd ‘Zwarte Pieten Stijl’ en daar hoorde een dansje bij, dat eindigde in op elkaar springen en gillen. Sinterklaas kreeg er hoofdpijn van. Maar Lina had wel heel lief aan het paard gedacht. Aangezien de mandarijntjes op waren, stopte ze in beide laarzen een sinaasappel. Die van Luc kreeg ik er bijna niet uit. Leek wel aangestampt. Als tegengrapje leek het me leuk de sinaasappel te persen en dat terug te gieten in de laarzen. Een gezond cadeautje. Harm gaf me weer die blik en zuchtend stopte ik netjes chocolademunten in de laarzen.

Verder blijft het niet bij 1 keer feest vieren. Nee, het wordt gevierd op het kinderdagverblijf, school, thuis, bij Harm op het werk en bij mijn vader op zijn werk. Lina heeft de mazzel het ook nog bij haar vader te vieren. Vandaag hebben we het eerste feestje overleefd. Georganiseerd door Harm zijn werk. Een hele organisatie hoor, diep respect hiervoor. We moesten hiervoor uitwijken naar Bleiswijk. Bij aankomst om kwart voor 2 zat de kantine al helemaal vol. Ik fluisterde Harm in zijn oor; ‘zullen we weer gaan’ en hij gaf me een geruststellend klopje op mijn rug. Zucht, ik kan niet tegen al die prikkels. De drukte, het geluid, de geuren, alles zet me helemaal op scherp.

Drukte…

De eerste hobbel gelijk maar nemen, een hand geven aan Harm zijn leidinggevende. Luc rent weg en verlost me van een verplicht praatje. Als enorm sociaal dier kijk ik liever naar de grond. Op de wc. Alleen. Tot het is afgelopen. Maar dat doe je niet. Dus je keert terug naar de kantine, waar we luisteren naar een vriendelijke man op het podium. Ik denk dat hij een grapje maakt als hij vertelt dat Sinterklaas in Barendrecht staat in plaats van in Bleiswijk. Maar deze demente man heeft zijn briefing gewoon niet goed gelezen. Uiteraard. Gelukkig zijn er geweldige spelletjes te spelen voor de kinderen.

Een grote vier op een rij, blokken stapelen en boogschieten verder, begint het irritant te worden dat Luc de spelletjes niet snapt. En vindt hij eenmaal iets leuk, moet hij weg en leg dat maar eens uit aan een driejarige met de sterke wil van zijn moeder in zijn genen. Helaas ook mijn stemgeluid. Nog een slechte eigenschap waar hij nu al aan begint; emo-eten. Dan maar kruidnoten uit de vloerbedekking pulken. Waar ze net met zandzakken aan het gooien zijn. Tussendoor zijn we uiteraard weer overdreven paparazzi aan het spelen. Ik met digitale camera en videocamera, Harm met zijn spiegelreflexcamera. Standaard vragen mensen hem op feesten of partijen of hij nog wat foto’s wil maken. Vandaag geen uitzondering. Grrr. Maar goed, tussen het fotograferen van de kinderen van zijn collega’s door, probeert hij ook Luc in de gaten te houden, die wegrennen als nieuw spelletje op de kaart heeft gezet.

Ik wil Lina fotograferen als ze geschminkt wordt. Uiteraard is een clowntje niet meer van deze tijd. Nu ben je pas echt cool als je eruit ziet alsof je net met een mes hebt geknuffeld. De snijwond kwam op haar hand en ze was er megatrots op. De vlekken op haar shirt maakten het extra realistisch. Gelukkig zag je geen verschil tussen de afgegeven ‘bloed’vlekken en de ‘kijk-ik-kan-mijn-suikerspin-op-mijn-rug-houden’-vlekken. Top.

Om 4 uur zou die oude man ongeveer toch nog even langs komen. Dus met z’n allen terug in de kantine. Ik riskeer mijn leven, door een dansje te doen met Luc. De tegelvloer is spekglad. De fijngetrapte kruidnootjes en mijn hakken helpen daar niet aan mee. In mijn hoofd zet ik nieuwe platte laarzen op mijn prioriteitenlijstje. Eerst nog maar even een rondje draaien met Luc, die echt niet alleen durft te dansen, bij al die grote zwarte krullenbollen in de buurt. Als ze zijn bekertje vullen met snoepgoed, durft hij dat nog net aan, als ik hem back-up geef. Maar op het nummer van Kabouter Plop als een gans dansen, doet hij toch het liefste met zijn moeder. Tijdens het Hop-Hop-Hop pieten lied is ook hij er wel klaar mee. Hij klimt op het podium met een aantal andere vandalen om met pakjes te gaan gooien. Neppakjes wel te verstaan. Dat had ons heel wat overredingskracht gekost. Leg jij maar eens aan zo’n smurf uit dat ze nep zijn. Af en toe pakte hij er toch eentje op en rende er gauw mee weg. Hij mocht ze niet openmaken van ons. Dus dan maar zijn bendeleden opgetrommeld en een beetje rellen. Zucht, waar blijft die baardemans?

Laten we het erop houden dat het een flitsbezoek was. Hij was waarschijnlijk betaald tot half 5 en geen nephaar van zijn baard die eraan dacht om langer te blijven. Dus ik heb een foto dat hij aankomt. En een foto dat hij vertrekt. Daarna werden de bakken cadeaus op alfabet neergezet. Ze zouden netjes worden uitgedeeld door de pieten. Na zo’n middag waren de ouders zo op de proef gesteld, dat ze gewoon aanvielen op die bakken. Half in de verdrukking ontvingen wij onze cadeautjes en vluchtten naar onze statafel. Kinderen blij. Ik ook. Tijd om te gaan. Luc denkt hetzelfde en probeert zich met zijn dikke pispamper uit mijn armen te wurmen.

Nee hoor, er moet nog friet gegeten worden. De rij loopt denk ik door het hele bedrijf. No way, dat we daarachter gaan staan. Maar Lientje was er al heel snel in gaan staan en zoals een kind dat doet, neemt ze alleen een bakje voor zichzelf mee. Gelukkig mochten we ook een paar frietjes. Harm moest lachen om mijn gezicht. Ik had alles gegeven, maar nu was de batterij leeg. Ik werd vrijgelaten. Heel galant hielp Harm me in mijn jas. Doettie anders nooit. Maar toch fijn dat de ogen van zijn collega’s dit in hem naar boven brengen. Naar de uitgang snellend kregen de kinderen nog een tasje met versnaperingen. Buiten regende het. Uiteraard. Als echt gentleman rende Harm naar de auto. Gevolgd door Lina en daarachter mij, hijgend met Luc op mijn arm met een grote auto in zijn armen. Aan mijn andere arm een loodzware tas, met camera’s, luiers, drinken, 20 lippenbalsems (ja, strikt noodzakelijk!) en 8 extra batterijen voor de externe flitser van Harm zijn camera. Zodat hij extra veel foto’s van zijn collega’s kon maken. Ik geloof niet dat ik iets aardigs tegen hem zei, toen ik doorweekt aankwam bij de auto.

Ik plunderde Luc zijn tasje en vergreep me aan de mini tomaatjes en komkommertjes. Ondertussen probeerde Luc zijn afstandsbediening uit op Lina. Door de antenne in haar linkeroog te steken. Dit werd niet gewaardeerd door zijn mede passagiers. En dan omschrijf ik het nog netjes. Zijn pruillip was zijn schattige reactie hierop. En omdat de afstandsbediening nog niet werkt op zijn auto, dient hij een ander doel. Een hoger doel. Zijn moeder weer aan het lachen maken. Want weet je, die antenne past best in zijn rechterneusgat. Makkelijk!

Deel

Bed

doorPosted on 5min. leestijd89 gelezen

Het heeft even geduurd, maar Luc kan nu uit zijn bedje klimmen. Lina was daar met 2,5 jaar al aan toe. Zij heeft iets in haar hoofd en dan moet het ook meteen. Dat herken ik. Dus als zij eruit wilde met haar kleine lichaampje, wierp ze zich er overheen, gevolgd door een brul, als ze weer eens op haar hoofd terechtkwam. In deze hoogtijdagen duimde ik elke keer dat ze bij het kinderdagverblijf de politie niet zouden bellen. Mijn meisje kreeg er elke dag een beurze plek bij.

Zo niet mijn mannetje, hij heeft gewoon een jaar zijn tactiek uitgedokterd. Heel bedachtzaam laat hij zich langs de zijkant van zijn bedje zakken. Met een zachte landing komt hij op de grond. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Het moment voor een groter bed.

Maar Harm vindt het zielig om hem uit zijn kleine vertrouwde haven weg te rukken en hem in een eenpersoonsbed te leggen. Bammer. Ik heb al een aantal hele gave bedden op het oog. Moet ik dan voor een jaartje ook nog een peuterbed kopen? Wacht maar, ik heb het peuterbedje van Lina nog en wat steigerhout. Het hele weekend ben ik er druk mee. Het hielp ook niet echt dat de boormachine leeg was en aan de oplader maar 1 schroef per keer erdoorheen drukte. Ik hou niet van wachten.

Harm keek het met lede ogen aan. Voorzichtig begon hij dat ik beter de cirkelzaag had kunnen gebruiken in plaats van de decoupeerzaag. Ik kijk hem aan en snel sust hij: ‘het is jouw projectje, doe het maar op jouw manier’. Dat dacht ik ook, ik ben allang blij dat ik mijn vingers nog heb. Ik heb het niet zo op zagen. Ook niet zo op kleine jongetjes die heel graag komen helpen, terwijl ik in een onmogelijke houding de schroeven door het kneiterharde hout probeer te krijgen. Ik gebruik waarschijnlijk ook niet de goede schroeven, maar no way dat ik het vraag. Straks moet ik nog naar de winkel en dat bed  moet af. NU!

Ik gooi het matras van zolder naar beneden en zoek me rot naar de lattenbodem. Ineens begint me wat te dagen. Wij zijn altijd nogal creatief met materialen gebruiken waar ze niet voor bedoeld zijn. Dus van deze lattenbodem hebben we een tuinhekje gemaakt…

Ik check of Ikea open is. Uiteraard. Maar kan het niet gewoon een dagje wachten? Kan Harm het morgen uit zijn werk ophalen. Ik kijk Harm verontschuldigend aan, ik moet! Hij snapt het, ik kan het anders niet loslaten. Dus rij ik na de lunch nietsvermoedend naar de Ikea. Zonnetje erbij, cd-tje aan, lekker hoor. Ik parkeer hem bij de woonboulevard. Ja, tuurlijk heb ik gecheckt of die vandaag open zijn. Duh. Ik moet natuurlijk ook een dekbedovertrekset en leuke kussens voor op het bedje scoren.

De hoes die ik gaaf vind, is uitverkocht, maar ik heb wel een gaaf kussentje en draadmandje (doel nog onbekend) gevonden. Op naar de Ikea. Ik twijfel of ik mijn auto hier zal laten staan. Dan moet ik wel een stukje lopen. Daar hou ik niet zo van. Blijkbaar houdt niemand daarvan, we rijden met z’n allen rondjes in de parkeergarage. Agressief word ik ervan, al die mensen die de weg blokkeren. Denk toch eens aan een ander schreeuw ik in mijn hoofd. Elke keer ben ik net te laat. Dan maar voor de Ikea, buiten. Ook daar is het een gedrang. Bah. Boos draai ik terug de woonboulevard op en vind een plekje verder weg als waar ik eerst stond. Waarom luisterde ik ook niet gewoon naar mijn gevoel?

Ik laat me er niet onder krijgen en loop ontspannen naar de ingang. Met honderden anderen. In rijen van 3. WTF? Is het gratis vandaag? Ik ga nog sneller lopen. Ik hou van gratis. Binnen aangekomen probeer ik te bedenken hoe ik de banken en andere meuk die ik nu niet nodig heb kan omzeilen. Ik zie gewoon niks en laat me meesleuren door de meute. Ik vind heus nog wel een manier om jullie af te snijden.

Ik neem een sprintje, spring over banken en duik richting de kinderafdeling. Een hoeslaken en onderlaken, check. Lattenbodem vak 20, stelling 24. Dat is de volgende missie. Op mijn weg daarnaartoe blijft er nog een piek in de vorm van een ster, cadeaupapier, lint, opbergbakjes en een (sint)cadeautje voor Lina aan mijn handen plakken. Ook neem ik hier een dekbedset mee voor the time being. Ik sta bij stelling 20, vak 24 en zie spiegels liggen. Dan maar stelling 24 en vak 20 proberen. Banken in platte pakketten kijken me aan. Tussen de stellingen door zie ik gekleurde plastic rommel. Daar moet ik denk ik zijn. Ik twijfel of ik ertussen door zal kruipen. Ik zie mezelf al blijven haken, mijn jas kapotscheuren en dan een uur lang twijfelen of ik iemand moet roepen. Omlopen dan maar. En ja hoor, daar liggen stapels opgerolde plankjes. Goede maat pakken en missie geslaagd!

Zal ik nog kijken of ze minischroefjes hebben voor het bedje? Die liggen altijd bij de rommelhoek. Ik worstel me een weg ernaartoe en gebruik mijn lattenbodem als schild. Achterin geen bak te bekennen. Ik kijk bij de balie om de hoek, ik zag toch net iemand weglopen. Er hangt een fietsbel (geen gein) en ik bel eraan. De jongen vertelt dat deze onderdelen nu bij de klantenservice liggen, om de hoek bij de kassa.

Iedereen lijkt wel naar de kassa’s te rennen, het is dringen voor een plekje. Ik blijk een scankassa gekozen te hebben. Bah, ik wil gewoon mijn spullen op de band leggen, dat een meisje ze scant en ik ze op mijn gemak kan inpakken. Nu probeer ik zelf te scannen, terwijl mijn rol cadeaupapier wegrolt. Met een rij van 30 mensen achter me. Hoe ontspannen is dat? Ik krijg de tip van een ongeduldige klant dat ik hem verder weg moet houden. Als ik klaar ben met scannen en heb gepind, staat de ongeduldige klant al met haar spullen op ‘mijn’ plateau. Hallo, je hoort nog achter de gele lijn te staan, brandt er op mijn lippen. Snel stop ik mijn spullen in de tas. Vanuit mijn ooghoek zie ik een enorme rij bij de klantenservice. No way dat ik daarachter aansluit.

Waar is de snelste weg naar de uitgang? Buiten schijnt de zon. Waarom had ik ook alweer een jas aan? En een sjaal? Het touw van de lattenbodem snijdt in mijn vingers en knelt mijn bloedtoevoer af. Met het zweet op mijn bovenlip bereik ik mijn auto. Ik gooi de spullen in de auto en trek jas en sjaal uit. Waarom heb ik nou geen drinken meegenomen? Ik vis een dropje uit mijn tas die smaakt alsof die daar al heel lang heeft gelegen.

Fijn, ook hier staat een rij, met auto’s dit keer, om naar de weg te kunnen komen. Waarom worden mensen daar zo asociaal van? Niemand laat je er tussen. Ik zet mijn divabril op en gooi hem ertussen. Ritsen heet dat. Ik laat netjes een andere auto voorgaan en we scheuren allebei naar de snelweg. Gelukkig heb ik nog een half uur de tijd om weer een beetje bij te komen van het leed dat koopzondag heet. Je kunt niet mét en niet zonder. Uiteindelijk omarmt de rust van Poederoijen me. Zo slecht is het hier nog niet!

 

Deel

door