Kinderen

Dagje Efteling

doorPosted on 2 Comments9min. leestijd314 gelezen

De kinderen hebben kerstvakantie. Zullen we naar de winter Efteling gaan? Mmm, wat denk je zelf? Nou geven de behaalde resultaten uit het verleden zelden garanties voor de toekomst, maar in dit geval, durfde ik te wedden dat het ook deze keer bikkelen zou worden voor mij. Ben je nou echt zo’n zeiksnor?, hoor ik je denken. Ja, dat ben ik. Maar ik hou van mijn kinderen en zet mezelf zoals het hoort de kant. Alweer.

DSC07808Harm probeerde zaterdag met een app uit te zoeken hoe druk het zou worden, deze bewuste zondag. Niet te vinden. Moeders checkte ouderwets de site en ontdekte de leugen van de eeuw; de Efteling voorspelde dat het een gezellige bedrijvigheid werd, maar niet druk. Nou is het altijd druk als ik er ben en dat heeft niets met mijn persoontje te maken. Het is gewoon net de Primark. Geen rustig moment te vinden, behalve misschien maandagochtend half 7. Als ze gesloten zijn. Dus. Maar wij gingen op een zondag. Harm probeerde nog mijn gemoederen te sussen ‘de gelovigen gaan in elk geval niet’. Dat zet zoden aan de dijk. Zeker met de enige droge weersvoorspelling voor twee weken. Maar het mocht de pret niet drukken. Harm vloekte nog even bij het afrekenen. We hadden er zin an.

DSC07629Aangezien ik bij voorbaat al een circus aan beren op de weg tref, bemoei ik me verder nergens mee. Harm wil graag na de lunch vertrekken? Prima. We maakten de kinderen nog even gek, met onze hints voor de verrassing van de dag. We gaan de hele dag wandelen. In de buurt van de Drunense Duinen. Een oerkreet ontsnapte uit het keeltje van Lina. Smeekbedes vlogen over de tafel. Alsof ik ons dwaalspoor van de laatste keer vergeten was. Onderweg in de auto verlosten we haar uit haar lijden. We stonden dan wel bij het bord in de file, we moesten nog een stukje verder. Op de radio kwam toevallig een vrouw aan de lijn bij een belspel, die alle tijd had. Ze stond namelijk al ruim 2,5 uur in de file op weg naar de Efteling. Voor de oplettende lezer; ze stond er nog steeds in. Juist. Je halve dag al naar de klote, voordat je het kutpark ook maar met één teen hebt betreden.

Nou nou, niet zo negatief. Gelukkig wonen we dichtbij en duurde onze file maar een half uur extra. Bij aankomst bleken er parkeerterreinen te zijn, waar we nog nooit van geweten hebben. Uiteindelijk was er zo weinig plek, dat het parkeermannetje ons gebaarde op de weg te parkeren. Let the fun begin.

DSC07647Lina pakte blij een plattegrond en wij onze camera’s. Daar gaan we. Mijn eerste voorspelling kwam meteen uit. Luc zag in de verte een trein en begon deze fantastische middag met mantra numero uno ‘ik wil in de trein. Waar is de trein? Ik wihil in dehe TREIN! Whaaaaaa, TREIHEIN’. Afijn, dat in het kwadraat. We beloofden de trein te zoeken. Lientje hoefde niet meer zo nodig door het sprookjesbos en ik volgde gewoon. Uiterst raar, dat hoe je ook liep, je toch in dat fucking bos belandde. Luc moesten we per raampje het sprookje nog gaan uitleggen ook, want die leest alleen Cars/Chuggington/De gouden boekjes en Nijntje. Het sprookje over Langnek ken ik ook niet, maar met fantasie kom je een eind.
‘Waarom heeft hij zo’n lange nek?’
‘Dan kan hij het hele park in 1 keer overzien’.
‘Waarohom?’
‘Omdat hij dan niet net als ons erdoorheen hoeft te sjokken’
‘Wat zit er op zijn neus?’
‘Een bevroren korst snot’.
‘Waarohom?’
‘Klein duimpje heeft zijn zakdoek verstopt’
‘Waarohom?’
‘Hé Luc, hoor jij de trein ook al? We zijn er bijna’
Oké ik overdrijf graag, maar geitjes in jurkjes vallen niet fatsoenlijk uit te leggen. En draken, trollen en heksen schrikken zijn tere zieltje af. Dus we maakten een foto per sprookje en waren opgelucht toen we in de rij konden gaan staan bij het station.

Uitstappen bij Ruigrijk, want Lina wilde in de Python. Harm zijn handige app voorspelde een wachttijd van een uur. Hij hing zijn rugzak op mijn tere schouders en ik zakte bijna door mijn hoeven. Wij kunnen namelijk nooit gewoon op pad. En aangezien de sd-kaart van onze videocamera hedenmorgen stampesvol bleek te zijn, liep ik nu met twee spiegelreflexcamera’s op mijn rug. Één om te filmen en de ander om mee te fotograferen. Zelf vond ik mijn kleine digitale cameraatje juist handig op zo’n dag. Paste makkelijk in mijn overvolle tas. Die puilde uit van koekjes voor onverwachtse honger, droge kleding, natte & droge doekjes, pleisters en flessen water, want hé, we zijn immers op survivaltocht.

De fotograaf
De fotograaf

Met Luc sloot ik aan in de rij voor een duffe walvis. Hij zag er in ieder geval niet misselijkmakend uit. Dat haat ik. Terwijl Luc van hek naar hek slingerde, stonden achter me twee etterbakjes tegen mijn rugzak te beuken. Bruusk hing ik elke keer het hengsel weer terug op mijn schouder en ik gaf ze de blik des doods. Nou voelden die duiveltjes daar niks van. We zaten immers al in de hel. Toen het grootste ettertje zijn broertjes gezicht als slijptol voor de bakstenen muur probeerde te gebruiken, heb ik ingegrepen. Hij brabbelde wat Vlaams terug en ik draaide me weer om. Stak mijn tong uit en mompelde ‘jij ambetante zottekop’. De attractie was voorbij, in een tiende van de tijd die we ervoor in de rij hadden gestaan, maar Luc straalde en daar doe je het dan toch voor.

We ontmoetten gelukkig onze andere gezinsleden per toeval, aangezien mijn telefoon weigerde dienst te doen in deze drukkende mensenmassa. Overal voelde je ellebogen, werd je geschopt en op je tenen getrapt. Ook door mijn eigen kinderen, maar die kon ik tenminste terug schoppen. Mijn humeur werd er niet beter op. Ik moest wat eten. Niks gezonds te vinden natuurlijk. Dan wil ik een warme wafel. Mét chocola. Dit is voor het eerst dat ik iets wilde in dit park vol pret, dus niemand zeurde toen we weer in een ellenlange rij aansloten. Nergens ook plek om te zitten, dus we schoven onze snacks staand naar binnen. We bleken in de buurt van Carnaval Festival te zijn. Juist ja, die met dat zenuwenlied. Maar Luc houdt van Yoki en wij houden van Luc, dus prima om weer een uur te gaan schuifelen. Wat bewogen foto’s verder gaan we weer op zoek naar iets leuks voor Lina. Ta tata ta tatata tata.

DSC07728Vogelrock werd het. Het enige fatsoenlijke verder in de buurt was Monsieur Cannibale. Luc wilde wel in zo’n kookpotje. Ik drukte hem op zijn hartje, dat mama het niet ging waarderen als hij probeerde te ‘sturen’. Voor Luc ging het gelukkig zo al hard genoeg. Ik probeerde foto’s te maken en mijn maaginhoud binnen te houden. De kannibaal mixte mijn wafel met mijn ingewanden en Luc gierde het uit. Ik wilde ook gieren; met gierende banden naar huis. Maar ik was in de minderheid. Dan wilde ik eten. Luc had een nieuwe mantra: IK.WIL.PIZZA. Laten ze dat nou nergens maken, waar wij langskwamen. Harm vond de restaurants te druk. JOH?! Bij de derde vreetschuur dwong ik mijn geliefden in de rij te gaan staan. Dat deed ik immers al de hele dag voor hun. Ik keek de mensen van hun tafeltje en Lina en ik ploften zuchtend neer. Zitten. Warmte. Eten.

Ik schraapte de resten van de erwtensoep uit de pan en genoot er de rest van de avond van. Jak. Tijdens onze voedselinname verscheen er een blij hoofd aan onze tafel. Dat kon geen bezoeker zijn. Klopt. Het was een medewerkster. Gail. Zij was één van de animators op Kos en kwebbelde er vrolijk op los. Waarom we de drukste dag van het jaar uitgekozen hadden om te komen, vroeg ze zich af. Uhh… Er bleken met ons nog zo’n 25.000 domme mensen door het park te huppelen. ‘Allemaal hier?’ Lina keek rond in het restaurant. Het was afgeladen. Net als de wc’s. Luc had buikpijn. Gelukkig was de mannen wc rustiger. En negeerde ik de pislucht en blote piemels in pisbakken. Lucje pakte blij de wc-bril beet (iewh), waar ik zijn krampen richting persgat probeerde te masseren. De keutels schoten gaten in de pot en we konden weer verder.

Fata Morgana...best spannend
Fata Morgana…best spannend

Luc wilde nu toch echt schaatsen (langlaufen op zo’n sneeuwbaantje). We lulden als Brugman, maar ons vermoeide ventje trapte er niet. Wat nou ‘we hebben geen schaatsen bij ons’. Dat kind was niet achterlijk. Zucht. Lina en Harm verdwenen richting Joris en de draak. Bedachten dat Fata Morgana wel wat voor ons was. Luc liet zich overhalen van schaats naar boot. Jammer was het wel dat hij niet mocht sturen. En dat het er donker was. Er mannen met grote geweren stonden. Er een hek naar beneden kwam. BAM. Er slangen met lichtgevende groene ogen waren en tijgers die om de hoek kwamen brullen. Mijn prulleke wist niet hoe gauw hij hierna bij de wc’s moest komen. Terwijl ik bij de hokjes stond te wachten, wiebelde hij van voet naar voet ‘het was wel errug spannend he mama’. Nou. De nood was zo hoog, dat Luc me meetrok naar een pisbak ‘doet papa ook’. Hij hield hem al met twee handjes vast (dubbel ieuwh). Ik rukte alles naar beneden (nou ja, je snapt me) en tilde hem op. Duwde zijn onderlijf in de pisbak, voordat hij ons zeiknat zou spuiten. Terwijl ik hem weer neerzette keek ik zoekend rond ‘waar is het pleepapier hier?’ Blijkbaar hoort dat niet bij een pisbak. Luc sjorde het spul met pisdruppels erbij weer omhoog en de andere piemels weer proberend te negeren sopte ik onze handen flink in. Het ijskoude water voelde warm aan op onze rode bevroren handjes. Handschoenen weer aan en naar de spot om de watershow te kijken. Dat is papa zijn ding. We hadden een mooi plekje gevonden, Luc en ik. Om ons heen verzamelden de overige Die Hards (het was inmiddels 20.00 uur) en het water begon te roken. Harm was niet te bereiken. Kuttelefoon. Ik smeet hem nog net niet tegen de grond. Ik appte hem waar we staan en hoorde de mensen achter me mopperen over ons karretje. Maar Luc was er helemaal groos mee. Hadden we speciaal voor hem geconfisqueerd aan het einde van de dag, dus deal ermee zeikerds. Ik heb de hele dag ook tegen jullie kutkoppen aan moeten kijken en daar heb je me ook niet over gehoord.

Wachten op de show
Wachten op de show

‘Mama, ik moet plassen’.
‘Alweer? We zijn net geweest. Wacht maar even. Papa komt zo, dan kan hij op ons plekje staan’.
Aaarrghh, waar blijft Harm? Een appje; wij staan voor fata. Een mooi plekje.
‘Ik moet heeeeel nodig mama’, Lucje wiebelde heen en weer. Ik borg mijn telefoon en fototoestel maar weer op en reed de zeikerds achter me over hun lange tenen met ons karretje. We sjeesden naar de wc en gelukkig was er een hokje vrij. Ik was net te laat met het vragen of hij zijn slurf ín de pot wil hangen en zag Luc alles onder sproeien. Zijn boxershort, spijkerbroek, trui, jas en pot. Neeheee. Met dikke proppen wc papier hielp ik Luc van zijn pisdruppels af. ‘Geeft niet he mama?’
Tuurlijk niet, ik heb toch al een topdag. ‘Mama wil ook nog even plassen nu we er toch zijn. Niet de deur open doen!’
Ik zat nog niet koud of Luc duwde de knip al omhoog. Gelukkig ben ik kampioen-plassen-afvegen-omhoogtrekken, want 1 seconde later gooide hij blij de deur open. We herhaalden ons sopritueel en zochten Harm en Lina op. We fotografeerden de mooie show en ik keek Harm smekend aan. Ja, we gaan. Het was inmiddels 21.00 uur. Een dag vol krijsende kinderen en zeikende ouders ‘pas op, kijk uit, hier blijven, niet rennen, voor je kijken, niet klimmen, kijk eens hier, lach eens, zeik, zeur, snauw, bla etcetera’. Nu verscheen er een krakende lach op mijn ijsgezicht. We gingen naar huis. Dat is pas een attractie. De volgende rij was voor de parkeermunt-automaat. Een lange stoet mensen schuifelde vervolgens naar de uitgang. Wij met hun. Richting onze auto. Met verwarming. In de file om hier weer weg te komen. Wie huppelde daar op haar Primark gympies tussen die meute makke schapen? It’s me. Finally. Home is where my heart is!

De show must go on...zonder ons
De show must go on…zonder ons

Deel

Streetdance

doorPosted on 7min. leestijd86 gelezen

Heb ik je al eens verteld over mijn sportieve vermogen? Nee? Dat zal dan wel komen, omdat dat ontbreekt. Ik heb geen gen wat blij wordt van (het idee dat ik moet) bewegen. In de buurt van anderen. Dat is natuurlijk ook nog een dingetje. Zweten haat ik ook. Behalve als ik naar de sauna ga en me daarna door een lekkere masseur onder handen laat nemen en zijn handen mijn zweterige lichaam laten ontspannen. Als mijn zweet doordrenkt is met lekkere olie, duik ik met alle liefde in een zwembad waar ik een beetje ronddobber. Ook zwemmen is teveel moeite. Ik heb vroeger aan wedstrijd zwemmen gedaan. Je verslikt je in je drinken? Logisch. Dat deed ik ook na alle happen chloorwater. Maar mijn broertje zat er ook op, dus als volgzaam schaap ging ik gemakshalve mee. Je werd dan ingedeeld in een leeftijdscategorie. Mijn eerste keer werd ik al gelijk tweede. De keren erop ook. Er zaten namelijk maar twee meisjes in onze categorie; Yvette en ik. Yvette was vast heel lief, maar zag er reusachtig uit in haar zwarte badpak. Ik visualiseer er ook een zwarte duikbril en strakgetrokken knot onder een badmuts bij. Dit beeld kan ook later ontstaan zijn, sinds ik in een bijbelbelt woon. Anyway, walvis Yvette zat al een jaar langer op het wedstrijd zwemmen en won dat jaar van zichzelf. Daarna won ze steevast van mij. Met mijn sprieten-armpjes had ik net genoeg kracht om te blijven drijven en proestend de nooduitgang in de gaten te houden. Ik HAAT ook het gevoel van een nat lichaam (wat meurt naar de chloor) in een broek wurmen. Of erger nog, een maillot. Die kriebelde en prikte en kreeg je met geen mogelijkheid omhoog in dat kleine kut badhokje. Het aankleden duurde langer dan het zwemmen zelf. Om vervolgens met natte slierten haar (horror) in je nek naar huis te fietsen. In de winter.

Oké, je hebt een beeld. Wil je ook nog dat ik vertel over Hapkido? Een zelfverdedigingssport waar mijn overbuurmeisje op zat. Haar vader was politie agent en logisch dat hij het mooie meisje zichzelf wilde laten verdedigen. Ik ging ook een paar keer mee. Een beetje hetzelfde verhaal als bij het zwemmen. Ik moest standaard sparren met Siem. Zie je bij die naam ook gelijk een Barbapapa van een kerel voor je, met bierbuik, fluizig haar en handen als kolenschoppen? Nou dit was zijn zoon. Probeerde ik mijn saté prikker armpjes ongebroken te laten, door zacht een tik uit te delen, had Siem no mercy. Hij ging standaard met zijn volle gewicht op mij liggen. Paars aangelopen probeerde ik mijn vingers onder hem vandaan te priegelen om af te kloppen. Zelfgenoegzaam slaakte Siem The Killer dan een kreet en rolde zich van mij af. Ik denk dat ik welgeteld vijf keer ben geweest. Langer had mijn gezondheid geschaad. Ik had hier dan nu niet gezeten.

Op de middelbare school gingen de meiden op Street Dance en jazz ballet. Het verschil weet ik niet, maar ik werd meegevraagd naar jazz ballet. Ik heb het volgehouden tot na de eerste uitvoering en toen vond ik het welletjes geweest. Om in een synthetische legging ritmisch proberen te dansen; niet mijn ding. Ging iedereen links, ging ik steevast rechts. In het dagelijkse leven al, maar met jazz ballet viel het extra op. Omdat ik dan rustig mijn buurvrouw een elleboog gaf. Mijn lompheid werd ook tijdens het gymmen op school niet gewaardeerd. Moesten we met -13 buiten in een korte broek voetballen (wie verzint dat?). Gelukkig werd ik niet als laatste gekozen. Mijn lieve vriendinnetje koos mij gewoon, ondanks dat ze wist dat we nu gingen verliezen. We speelden ook nog eens tegen een topvoetbalster. Dit kleine opdondertje vloog als speedy gonzales over het veld. Mét bal, hé. Toen ik haar zag naderen, wilde ik ook laten zien dat ik meedeed en probeerde de bal bij haar weg te schoppen. Met mijn grote platvoet trapte ik vol op haar enkels. Ze werd gelanceerd en bleef vervolgens kreunend in het veld liggen. De bal had ik geenszins geraakt.

Ook op latere leeftijd maak ik grappen als ‘winkelen is ook een sport’. Topsport wel te verstaan. Een dag lang lopen, niks eten en gewicht heffen met talloze tassen. Ik zie het een gemiddelde man niet doen. En soms probeer ik het wel eens, dan ren ik 3 maanden hard en slaat de bloedarmoede me gewoon weer terug op de bank. Waardoor ik het hardlopen niet meer hervat. Op de crosstrainer dan, ik begin heel fanatiek, maar het kost me teveel tijd. Die ik liever besteed aan het schrijven van mijn blog. Tsja, het is keuzes maken.

Lina wilde wel graag gaan sporten of ‘iets doen’. Met name omdat anderen dat ook doen. We dachten na over iets wat bij haar paste. En vonden musical les. Zo kon ze leren dansen, acteren en zingen. Is goed voor haar creativiteit, sociaal bewustzijn en zo was ze bezig met de dingen die ze leuk vindt. Naast een godsvermogen, kostte het hogere wiskunde om haar op les zien te krijgen (een mens moet nu eenmaal werken) en haar daar weer op te halen, maar dat mocht de pret niet drukken. Lina heeft haar zelfvertrouwen niet van mij, want zij denkt zelfs zonder enige les mee te kunnen doen met The Voice Kids. Een beetje talent of oefening zou toch echt handig zijn, dus ging ze met veel plezier naar de lessen. Na haar eerste uitvoering (en einde van het seizoen) hoor ik haar verzuchtten ‘ben blij dat het voorbij is’. Daar kreeg ik spontaan diarree van.

Streetdance fietsen
Huiselijk vs plafondplaten

Het duurde dus weer even voordat ik mee ging in het verhaal ik-wil-op-streetdance-want-iedereen-zit-daar-op. Nou vonden we het in het begin lastig om Lientje ergens te laten sporten, want straks was ze helemaal ingeburgerd en dan verhuisden we. Na 3 jaar hebben we dat idee maar los gelaten. Maar de streetdance was op woensdagmiddag van 18.00-19.00 uur. Wat een onchristelijke tijd, zelfs voor een heidense. Sorry hoor, maar wij eten dan gewoon. Dus het antwoord was nee. Ik taxi al genoeg, maar niet onder etenstijd. Alsof Lina zich tot God had bekeerd en de goden haar goed gezind waren; de tijd werd verzet. Om 4 uur kon ik haar brengen in Giessen. Op een of ander bedrijventerrein. Harm heeft daar ook wel eens een blauwe maandag zijn zweet laten vloeien. Ik ben toen voor de grap weleens mee geweest, want ze bleken daar een zonnebank te hebben. Het enige wat ik daarvan herinner is dat die in een keuken stond. En zo’n bruin rieten stoeltje voor je kleding. En Harm sportte volgens mij in een soort woonkamer met groene vloerbedekking. Nou, daar zou Lina dus gaan dansen.

Ik was er zelf nog nooit naartoe gereden, dus het adres ging in de TomTom en Harm had me al grofweg uitgelegd hoe ik er moest komen. Gelukkig ging ik ruim op tijd weg, want ik heb uiteindelijk het hele bedrijventerrein rondgecrosst met het zweet op mijn bovenlip. Ik haat te laat komen. Én zweten, dus ik werd steeds chagrijniger. Ik belde de sportschool op ‘waar zitten jullie in godsnaam?’. Ik kreeg een halfbakken uitleg (van een man, need I say more?) en reed weer terug naar het begin. Daar was nummer 1 en aan de overkant nummer 2A. Ik moest zijn op nummer 2, dus Tom Tom bleef maar herhalen dat ik mijn bestemming had bereikt. De stoom kwam ondertussen uit mijn oren. Gelukkig stond ik voor de brandweer. Zwaar geïrriteerd belde ik die ballentent weer op ‘ik sta nú voor de brandweer en ik hang pas op als ik bij jullie ben’. Ik moest nog een stuk tuffen, hoekjes en bochtjes om en daar zaten ze dan, verstopt achter een half bos. Eenmaal binnen bij dit woonhuis achtige gebouw, sta ik voor een soort receptie. Er hangt een laaf boven en volgens mij zie ik rechts een biljart in een kamer. Ik krijg weer flashbacks van mijn zonnebank ervaring. This is the place. Niemand te bekennen. Mijn vinger blijft plakken op de bel. Links gaat uiteindelijk een deur open. De man veegt zijn handen af en komt dus blijkbaar van de wc. Hij geeft mij een hand (iewh) en stelt zich voor. De les begint zo, dus ik wil gewoon gauw de knippenkaart voor Lina afrekenen. Blijkbaar kun je hier niet pinnen. Uiteraard. Stom van mij. Maar het voordeel van zo’n provisorische tent is dat ze het prima vinden als je dan de keer erop pas betaald. Welke volgende keer?

De ambiance op de gang
De ambiance op de gang

Ik volgde de meiden de trap op en verbaasde me over de vloerbedekking overal. De vele gangen en deuren. Het kleurenpalet? Groen en geel, afgetopt met een toefje oranje. Even serieus, vloerbedekking en strepenbehang in een sportschool? Beelden en stoffige nepplanten? Mocht ik het al overwegen, no way dat ik hier zelf ooit ga sporten. Ik hou van wit, strak en clean. Gelukkig ziet de danszaal er lekker ruim uit. Met veel spiegels en een glitterbol. Lina is tevreden. En komt helemaal blij terug van dansles. Ze laat thuis haar moves zien. Ze is al net zo flexibel als haar ouders en ik glimlach. Ze doet me aan iemand denken…

Deel

door

Blunder op eerste schooldag

doorPosted on 2 Comments6min. leestijd457 gelezen

Vandaag was het dan zover, Luc gaat voor het eerst naar school. Nou ja, hij is er al heel vaak geweest, als we Lientje gingen ophalen en dook dan de speelhoek al in, maar vandaag gaat hij voor het echie. Ik keek er stiekem een beetje naar uit, om straks de woensdagochtend helemaal voor mezelf te hebben. Maar hoe dichterbij deze maandag kwam, hoe meer de twijfel toesloeg. Hij is nog geen 4 jaar en altijd al wat klein voor zijn leeftijd. Gelukkig is hij wel op tijd zindelijk. Dat was wel een doelstelling die ik moest behalen voor zijn schoolgang.

Maar op school kun je niet gewoon opspringen en naar de wc rennen. Dan moet je het vragen en een ketting omhangen en dan mag je pas. Redt hij dat wel? Of piest hij al bij het vragen zijn broek onder? En volgens mij vindt hij het ook best een beetje spannend. Gisteren was hij heel huilerig. Hij had bijvoorbeeld niet genoeg vlokken naar zijn mening over zijn vla. Nou zag je de vla niet eens meer, dus hij had pech. Als grapje zei ik ‘anders eet ik je toetje wel op hoor’. Hij stortte zich ter aarde en lag vervolgens hysterisch schuimbekkend met zijn bol op de grond. Gillend als een speenvarken raapte ik hem van de grond. Ik nam zijn bevlekte gezichtje in mijn handen en kuste heel zijn bol. Nog nasnikkend at hij zijn toetje, terwijl ik hem stevig tegen me aandrukte. Mijn schatje. Mijn baby. Met zijn tere hartje. Nog helemaal niet klaar voor de harde boze buitenwereld.

Door het schoolhek
Door het schoolhek

’s Nachts komt hij er ook nog eens uit, zodat wij ’s ochtends geradbraakt zijn. Maar Lina staat al in vol ornaat fris en fruitig om half 7 naast mijn bed te jumpen ‘ik ben klaaaahaaar’. Ze keek zo uit naar deze dag. Want groep 7 is het moeilijkste, je krijgt Engels en mag meespelen met de musical. Ze had er nu al zin in. Ik niet. Ik sleepte mezelf naar de douche. Toen ik aangekleed was, hoorde ik Luc zijn dribbelvoetjes die met zijn slaapkopje de deur opentrok. Lina stortte zich op hem ‘je gaat naar school VANDAAG!’. Blij pakte hij zijn nieuwe tas van het haakje. Hij zou zo door zijn gelopen in zijn boxershortje. Eerst maar gewoon even aankleden. Nieuwe broek aan en ik had een shirt gekocht met ‘I’m the boss’, zodat de juf voorbereid zou zijn, maar die wilde hij niet aan. Lina had haar ‘apenshirt’ (van Paul Frank, zo’n grote apenkop) aan en wilde dat Luc die ook aan zou trekken. Maar kritisch om een goede eerste indruk te maken koos hij een nette donkerblauwe polo. Zijn mooie door Lina aangebrachte nagellak paste er prima bij. Daar dacht papa anders over, dus die boende ik er nog maar even af. Hij gaat zowaar akkoord om gympen aan te trekken. Zonder sokken, maar goed, je moet ergens beginnen.

Schooldag stoeltjeBroodtrommeltje, pakjes drinken, (schone kleren), gymschoentjes en de tekening voor de juf mee. Op school rent hij gelijk de speelhoek in. Zachtjes dirigeren wij hem de klas in. Je ziet hem verbaasd kijken. School = spelen toch? Ondanks onze uitleg wat je er echt doet, heeft hij zijn eigen beeld gevormd. Maar hij past zich aan en geeft zijn tekening aan de juf. Hij zoekt een stoeltje uit en Harm & ik fotograferen alsof hij net is geboren. We zijn ook de enige paparazzi. Boeiend. ‘Ik moet plassen’, schalt er ineens door de klas. Juf Mariska wijst op de kettingen ‘eerst een ketting omhangen’. Alsof het de normaalste zaak is, hangt Luc hem om en laat ik hem zien waar de wc is. Als hij op de mini wc kruipt, ketst de grote blauwe kralenketting tegen zijn slurfje. Wat is hij toch nog klein. Lucje dan he, niet zijn piemel. Die is natuurlijk enorm…

Schooldag wcNetjes hangt hij de pisketting terug aan het haakje, om vervolgens aan de juf te vragen waarom ze geen rode ketting heeft. Daar heeft ze geen antwoord op. Dat begint al goed. En wij maar zeggen bij moeilijke vragen ‘vraag maar aan de juf’. De bel gaat. Luc hangt relaxt achterover op zijn stoeltje. Maar als we weggaan, rent hij toch nog even terug voor een knuffel en een kus. Ik hield me groot en heb niet gehuild. Een prestatie. Maar wat verheugde ik me erop om hem   ’s middags weer uit school te halen. Normaal praat ik niet veel over mijn kinderen tegen mijn (kinderloze) collega’s, maar dit moment moest ik even met ze delen. En natuurlijk vertellen dat ik eerder weg zou gaan om de kinderen zelf uit school te halen.

Schooldag lunch
Links een herkenbaar knulletje

Na de lunch ontvang ik van mijn vriendin (ook eigenares van het kinderdagverblijf) een appje ‘ken jij dit kindje op de foto?’. Ik weet niet hoe snel ik haar moet bellen. Overblijven doen ze toch op school?
‘Wat doet Luc nou bij jullie?’
‘Hahahaha eten, hij was al om 12 uur uit.’
‘Neeeeeeeee, hoe kan dat nou? Maar ze zijn toch op vrijdagochtend vrij? En Lientje, is die ook al vrij?’
‘Nee, die is wel gewoon om 3 uur uit, maar groep 1 is op maandagmiddag blijkbaar vrij. Ze hadden je nog gebeld, maar kregen je niet te pakken’.
‘…ik was lunchen’, zeg ik onnozel. Want dan laat ik mijn telefoon op mijn bureau liggen. Stom stom. Schaam schaam.
‘Wij stonden er toch en hebben Luc meegenomen. Je wist het niet he? Je had je zo verheugd om hem op te halen he?’
‘Ja’, piep ik.
Ik stel nog voor dat ze hem weer mee naar school nemen als ik toch Lina ga halen. Ze moet lachen en stelt me gerust. Luc vond het prima. Ook al had ie tot 3 uur op het schoolplein moeten spelen, had ie ook prima gevonden.
Weet ik wel. Maar ik vind het niet prima. Dit had ik moeten weten. Ik wist niet dat ze in plaats van de vrijdagochtend de maandagmiddag vrij waren. Heb ik vast ook ergens over heen gelezen. Hoe stom. En zo niks voor mij. Wat baal ik hier van. En als het dan eindelijk half 3 is, spring ik in de auto en komen ze alsnog. De tranen.

Ik ben te vroeg op het schoolplein, dat dan weer wel. Gelukkig hing niemand een bordje ‘slechte moeder’ om mijn nek en bekogelden ze me met tomaten en rotte eieren. Ik probeer nog bij de moeders te polsen ‘vroeger waren ze toch op vrijdagochtend vrij in plaats van maandagmiddag?’
‘Nee, joh’.
Dan zit het gewoon in mijn hoofd. Vind het eigenlijk ook logischer. Maar ik moet het nu niet op de school afschuiven. Het is dus gewoon mijn stommiteit. Lina komt uit school rennen ‘zullen we bij Luc gaan kijken?’. Wat fijn, zij wist het ook niet.
Gelukkig pakte de juf het ook relaxt op. Een andere moeder van een kindje uit groep 2 bleek geen brood aan haar kind mee te hebben gegeven, omdat ze nog in het ritme van groep 1 zat. En tijdens het praten kwam een moeder zich verontschuldigen dat ze haar kind vanmorgen te laat bracht. En ineens hangt er een aapje aan mijn been. Het kinderdagverblijf moest toch kinderen ophalen en heeft Lucje weer meegenomen. Ik knuffel hem tot stikkingsgevaar dreigt. Dan wurmt hij zich los om te klimmen.

Thuis vraag ik wat hij heeft gedaan vandaag. ‘Niks’, is natuurlijk het enige gepaste antwoord. Na zijn banaan kiest hij een zakje met snoepjes. Hij klimt weer bij me op schoot en stopt een snoepje in mijn mond ‘jij ben lieffie’, zegt hij erbij. Terwijl mijn ogen weer op sap gaan, vraag ik of hij dus toch nog van mij houdt.
‘Jahaaa, zoveeeeeeeeeeeeel. Mag ik nu de iPad?’

Deel

Pannenkoek op de boot

doorPosted on 0 Comments3min. leestijd137 gelezen

Franse kinderen schijnen als ze 2 jaar oud zijn al een vijf gangen diner naar binnen te werken. Inclusief juist gebruik van al het bestek. Ons zoontje van bijna 4 eet het liefste zonder bestek. Dus totdat we alle (tafel)manieren erin geramd hebben, gaan we niet uit eten met de kinderen. Behalve dan naar de Mac en het pannenkoeken restaurant. Maar dat voelt niet echt uit eten. Eerder als een taakstraf. Vandaag was het weer zover. Vakantie bijna voorbij, dat moet gevierd worden. Het werd de pannenkoekenboot.

Als we via het fietspad ergens asociaal geparkeerd staan in het gras, hoeven we nog maar vijf stappen te zetten en we staan op de loopbrug. We blijken niet de enigen met dit lumineuze idee. Binnen is geen plek meer. Buiten op een soort dek onder een tentdoek vinden we een plekje aan het water. Harm glimt als een kind. Ik rits mijn jack omhoog ‘ik zit hier af te niften. Echt, ik ga kapot’. Harm lacht nog harder. Terwijl hij gewoon in een shirtje zit. Ik kijk de zon tussen de wolken vandaan en Luc gooit de stroop om. Dit wordt weer een topavond.

Pannenkoek LinaLina moet écht een pannenkoek met slagroom en ijs en wij dwingen Luc tot een variant met poedersuiker en kaneelsuiker, want hij eet hem toch niet op en wij hebben dan vast nog wel trek. Altijd denken wij er wel twee op te kunnen. Maar vaak krijgen we er niet eens eentje op. Eerst nog maar even kleuren met de kinderen. Wij doen net zo hard mee. Leuk, dat is een tijd geleden. Luc klokt in één keer zijn fristi naar binnen. Ha, daar zijn de pannenkoeken al. Ik val aan op de mijne en met mijn mond volgepropt zie ik Lina de laatste grote hap slagroom wegwerken. Harm spreekt mijn gedachte uit ‘die is toch voor óp je pannenkoek?’. Ondertussen smelt haar ijs, want die staat nog op de pannenkoek. Harm helpt Luc totaal niet aan manieren, als hij creatief met poedersuiker is. Het levert een leuke handafdruk op Luc zijn pannenkoek op, dat wel. Maar Luc denkt nu dat hij op zijn bepoederde pannenkoek mag slaan. Ik zit nu nog te niesen. Gelukkig veegde hij wel netjes zijn handen af. Aan Harm zijn t-shirt.

Heel pedagogisch
Heel pedagogisch

Veel zin in zijn pannenkoek heeft Luc niet. ‘Bij opa zijn ze niet zo dik’. ‘Hier ga ik van stikken’. ‘Mag ik dan nu mijn vork in het water gooien?’.
‘ETEN LUC!’.
‘Waarohommmm?’.
Zucht, hoe krijgen die Fransen in godsnaam coquilles door die strotjes van de kinderen?
Lina eet wel snel haar bruine lap op. De smulmuntjes wachten. Ondertussen chanteren wij Luc met de muntjes. ‘Nog twee hapjes, dan mag je ook een cadeautje uitzoeken’. Zouden ze daarom die muntjes uitdelen?

Tadaaa
Tadaaa

Gelukkig is het bij een andere tafel al niet beter. Achter ons gillen de kinderen zo hard, dat we prima al Luc zijn ‘waarom’-vragen kunnen negeren. Voor ons zit een stel. Zonder kinderen. Verstoord kijken ze naar de krijsende tafel achter ons. Tsja, zo’n boot is eigenlijk prima om aan kinderen te wennen. De kans is groot dat je na het eten hier, de baan op het kinderdagverblijf afzegt, of zelfs helemaal niet meer aan kinderen wil beginnen. Een ander stel staat serieus kwaad op en verlaat de boot.

Dat het ook echt een boot is, merk ik als er een speedboot de dobberende meerkoetjes naast ons bijna halveert. De golven wiebelen onder mijn stoel en laat de prei-ui-kaas-spek-pannenkoek klotsen in mijn ice-tea buik. Harm ziet mijn gezicht en heeft wel een top avond. Wat nou sterrenrestaurant en manieren? Hij vermaakt zich zo ook prima.

Deel

Het feest dat kinderverjaardag heet

doorPosted on 5 Comments8min. leestijd323 gelezen

Een kinderverjaardag is altijd weer spannend. Niet alleen voor het kind, maar ook voor de ouders. Of laat ik gewoon voor mezelf spreken, voor mij dus. Lina is in juni jarig en begint na het vertrek van de oude mannen met baarden in december al af te tellen naar haar verjaardag. Het lijstje van Sinterklaas ligt verfrommeld in de hoek. Een nieuw vel wordt ingericht. Na Pasen, vind ik het een mooi moment om het lijstje er eens bij te pakken en dan slaan bij mij ook de zenuwen toe. Op welke dag valt het? Wanneer vieren we het? En het kinderfeestje? Wat gaan we dan doen? Wie nodigen we uit? Wat trakteren we op school? En op de naschoolse opvang? Data blijken zo geprikt, nu de rest nog.

Kinderfeestje my little pnyUitdelen is een apart verhaal. De eerste keer, op de crèche toentertijd, kon ik nog aankomen met een gezellig tasje, met rozijntjes, Nijntje koekje, schepje of bad speeltje. Kaartje eraan en klaar. Totdat bleek dat ik zo origineel niet was en Lina er niet meer bij paste in bad, door de overkill aan plastic meuk. Exit badeend. Maar aan creativiteit geen gebrek. Nou was Lina er met haar 2 jaar ook niet bepaald mee bezig, dus ik kon doen wat ik wilde. Het werden poppetjes. Nee, niet van wc-rolletjes, ik wilde mijn moeder niet na-apen. Die had ik zelf al uitgedeeld met de troetelbeertjes (wie kent ze niet) en een jaar later met my little pony. En omdat zij er vroeger veel tijd aan kwijt was geweest, vond ik dat ik daar een voorbeeld aan kon nemen. Ik herinnerde me hoe ik de blits maakte met muizen (Raiders, tegenwoordig Twix genaamd, in zilverfolie), horloges en andere originele knutsels.

Kinderfeestje poppetjeDus ik beplakte 22 pakjes drinken met gekleurd papier, maakte 44 trappetjes in bijpassende kleuren en bond een ontbijtkoekje in telefoonvorm en rietje met diertje op de rug, met een matchend lintje. Gezichtje en haren of hoedjes van papier (zelfgevouwen uiteraard) erop en klaar waren de kezen. Ik kan me het niet meer precies herinneren (verdrongen denk ik), maar het zou me niet verbazen als ik hier vele uren zoet mee ben geweest. Wat ik me achteraf pas realiseerde dat een kind van 2 zo’n traktatie echt niet op waarde weet te schatten. Dat ze elkaar aanstoten ‘goh, die moeder van Lina heeft zichzelf overtroffen dit jaar’.

Kinderfeestje MAMA
Artikel MAMA, mee eens, maar lukt nog niet helemaal

Bij het naar school gaan, moet je wel weer uitpakken natuurlijk. Ik herinnerde me dat nog goed van vroeger. Hoe leuk. Wat mij is bijgebleven, dat de ‘nerds’ stokjes met fruit, kaas en worst uitdeelden en de rest moeders knutsel/frutsels. Hoe ouder Lientje werd, des te meer inspraak kreeg ze. Zo maakten we al eens soepstengels met snoepwormen aan een snoeptouwtje, hoedjes met popcorn en vaak op de kinderopvang ijsjes. Dit jaar wilde ze stokjes uitdelen…met worst en kaas. Ik kreeg flashbacks en pakte mijn map met verjaardag ideetjes erbij, maar wilde me niet opdringen. De sneeuw was ook pas net van de stoep, dus we hadden geen haast. En niks zo veranderlijks als een kind. Ik las intussen het magazine MAMA, over gezonde traktaties en ben het er eigenlijk wel mee eens. Hoeveel verjaardagen/feestjes niet gevierd worden met een vreetfestijn. Het stokje kreeg al iets meer voet aan de grond. En na maanden dacht Lina er nog steeds hetzelfde over. Na wat research, blijken niet alleen ‘nerds’ gezonde dingen uit te delen. Ik probeerde het nog 1 keer met een uitdeelcadeautje (tattoopennen of andere rommel), maar ze rolde met haar ogen ‘dat doet niemand mam’. Met de nadruk op mam. Ik legde me erbij neer.

Stokjes in de maak
Stokjes in de maak

Tijdens een gezellige shopsessie kwamen we grote parapluutjes tegen bij de Hema. ‘Zullen we het daar dan aan doen?’ vroeg ik voorzichtig. Want zoals Lientje graag hetzelfde doet als de rest, krijg ik daar recalcitrante jeuk van. Gelukkig vielen de parapluutjes in goede aarde en bedachten we wat eraan geprikt kon worden. Na ellenlange debatten waren we eruit; druifjes, een roomsoesje en een marshmallow. Half gezond/half ongezond. Een mooie middenweg. En omdat het op de 18e tropische temperaturen aannam, werd ook de watermeloen volledig naar binnen gewerkt. Iedereen blij!

Het weer is namelijk ook altijd een dingetje. Want vier je het kinderfeestje buiten, is het toch wel fijn dat de ballerinaatjes niet gevuld worden met hagelstenen. Dus de eerste kinderfeestjes vierden we thuis, was je flexibel qua binnen vs buiten. Het eerste feestje begon met cadeautjes verstoppen en cakejes versieren. Dit werd uiteindelijk traditie (I like!). Het tweede deel hadden we een speurtocht in gedachten. Harm had een schatkaart in puzzelvorm geknipt en een route buiten uitgezet. Half door de tuin (lees oerwoud) van de buurman, want die was er zelden. Spannend dat ze het vonden. Totdat meneertje wijsneus bedacht, dat je ook alvast vooruit kon rennen, zonder de opdrachten uit te voeren. En zo zat de schatkaart binnen 5 minuten al in elkaar. Hier hadden we 1,5 uur voor uitgerekend. Beduusd keken we elkaar aan. Gelukkig was Harm de beroerdste niet en wierp hij zich op als doelwit. Voor de waterballonnen (altijd handig om in huis te hebben, bleek maar weer eens). Terwijl iedereen zeiknat achter Harm aan rende, hoorde ik ze tegen elkaar zeggen ‘dit is het beste feestje ooit’.

Nou zou je denken dat we het jaar daarop alleen zakken waterballonnen hadden aangeschaft, maar dat is onze eer te na. Na de misselijkmakende ronde met cake, hadden we een heel programma met originele spellen. Bijvoorbeeld dobbelen en bij een 6, moest je handschoenen (van Harm) en een muts aantrekken en dan mocht je zoveel chips eten als je wilde. Totdat de volgende 6 gooide. Laten we het erop houden dat uiteindelijk iedereen onder de tafel tussen de chips lag te rollen, alsof ze rechtstreeks uit een Derde Wereldland waren overgevlogen. De vetvlekken in onze houten vloer waren al een prachtige herinnering op zich, totdat Harm riep ‘wie wil er een ijsje?’. Terwijl het grut mijn huis omtoverde tot een plakkerige druipsteengrot, greep ik naar mijn valiumpot. Harm daarentegen, greep vol blijdschap de waterballonnen en zijn kans omringd te zijn door velen kinderen. Terwijl zij buiten ‘het beste feestje ever’ ervoeren, boog ik me over de plakkerige klonten chips in de groeven van de vloer.

Omdat ik na zo’n feestje nog een week nodig heb om te revalideren, probeerden we bij Lina te polsen, hoe ze tegenover een ‘extern’ feestje stond. Vet cool, vond ze. Maar een zwembad of klimparadijs, vonden wij geen optie. Een schilderworkshop dan? Lekker kliederen met verf. Bij een ander thuis. Topidee. Na de traditionele start van het feestje reden we naar het pittoreske Heusden. Hier werden we ontvangen door een artistiek stel, wat waarschijnlijk kinderloos was. De kinderen kregen ‘ranja’ met een rietje, wat uitleg en een vel papier om eerst te tekenen. Lina had alleen een kereltje uitgenodigd met een bepaald soort creativiteit. Hij tekende mensen in zulke standjes, dat de Kamasutra er inspiratie uit kon putten. Helaas gaf hij er ook toelichting bij, hardop. En als hij dacht dat je het nog niet gezien had, liep hij er mee langs en wreef het even onder je neus. Zo ook bij de kunstenaars. Die liepen rood aan (ik dacht dat die kunstenaars altijd zo vrijgevochten waren?) en stamelden dat dit niet de bedoeling was. Maar het schilderen was top. De dolfijntjes en hartjes (wat meneertje viezerik heeft geschilderd, is me ontschoten) mochten drogen. Wij nuttigden nog wat pannenkoeken in het restaurant in de buurt en haalden na afloop de kunstwerkjes op.

Vorig jaar gingen we nog een stapje verder in de uitbesteding. De kids mochten survivelen bij de Kurenpolder (strandje). Onder netten doorkuipen, commando’s uitvoeren, een vlot bouwen en er uiteindelijk mee varen. En dat met een zelfgemaakte hoofdband met camouflagevlekken. Hoe stoer. Na afloop marshmallows roosteren boven een vuurtje en de dag misselijk eindigen met friet. En wij hoefden er alleen omheen te rennen met fototoestel en camera. Prima, met hoofdletter P! Dit uitje was voor iedereen wel een hoogtepuntje.

Weer iets origineels bedenken, bleek niet moeilijk, na een dagje Duinoord. Een soort all inclusive speeltuin met echt gave toestellen en eten pakken zoveel je wilt. Met als klap op de vuurpijl, een klimparcours hoog in de bomen. Met touwladers en kabelbanen. Met Hemelvaartsdag was het ook zo extreem warm en bedacht half Nederland in de touwen te willen hangen, met als gevolg dat Lina 2,5 uur moest wachten totdat ze de bomen in kon. Dat zou vandaag vast anders gaan, het is tenslotte een gewone woensdagmiddag. Maar voor de zekerheid sloegen we een keer de traditie over en reden we snel naar Helvoirt. All you can eat blijkt een enorme trigger voor de oer-Hollandse meiden. Gratis is gratis. Lientje begint met een zelf belegd broodje gezond, maar eindigt met 2 ijsjes, 2 slushpuppies en een cakeje. Ach, ze is maar 1 keer per jaar jarig. En het kan erger, blijkt. De pizzapunten en borden vol snoepjes zie ik naar binnen verdwijnen. ‘Als jullie maar niet misselijk worden’, hoor ik ons herhaaldelijke malen verkondigen. Als ik ineens door een vriendinnetje wordt gegrepen dat ze NU naar de wc moet, twijfel ik geen moment. Vorig jaar zat ze tijdens Lina’s feestje ook al aan de schijterij, dus ik sleepte haar het gebouw door. Bij de aanblik van de toiletpotten (en de spetters eromheen) bleek ze niet de enige te zijn met darmkrampen.

Kinderfeestje vandaagNa dit fijne moment en nog wat geklim binnen, trokken we ze om half 3 naar het parcours. En jawel, daar had zich een prachtige rij gevormd. We werden al gewaarschuwd dat het nog wel 2 uur kon duren, maar de bikkels hadden het ervoor over. Had ik al verteld dat de temperatuur gestegen was tot een luttele 30 graden? Uit de rij warme kinderlichamen in soppende gympen, kwam een onbeschrijfelijke geur tevoorschijn. Ik zal het toch proberen. Stel je een terrarium in een dierentuin voor. Juist, zo eentje waar het altijd bloedheet is en de dieren aan de ruiten geplakt zitten met uitdrogingsverschijnselen. Achter zo’n raampje zitten zo’n 100 leguanen met tenenkaas, in een hokje van een vierkante centimeter, de helft is dood en ondergepoept en de andere helft scheidt een soort zeewierachtige lucht uit. Daar moest ik aan denken toen ik op een bankje een knijper voor mijn neus zocht. Maar we voorzagen het kroost van drinken en spraken ze moed in. En we kregen vermaak op locatie, door oververhitte moeders die dachten dat er voorgedrongen werd. Hoe vaak ik ze ook wel niet tegen een medewerker heb horen zeggen; dat je bij de efteling in rij staat, snap ik, maar daar wordt niet voorgedrongen. Haal die stront uit je ogen moeke, dat gebeurt overal. Ga lekker de steunkousen uit je slippers uitwringen. In de efteling. Maar  het wachten werd beloond! Vol overgave schreeuwden de meiden elkaar bemoedigend toe en renden wij eromheen met camera’s. Een luttele 270 foto’s verder, staan ze weer voor ons. Helaas is er geen tijd meer voor het 2e parcours, maar nog wel voor een herhaling van het schanspartijtje vanmiddag. Met een mond vol frikadellen, snoepvissen en slush puppie, kwam het er gelukkig weer uit; ‘dit is echt het beste feestje ever’. Burp.

Deel

Bevalli(n)g

doorPosted on 2 Comments8min. leestijd236 gelezen

Vandaag een appje van een vriendin. Ze is bevallen van een meisje. Ik lees het in de auto en smelt. Kan niet wachten om weer een baby’tje vast te mogen houden. Aan het hoofdje te mogen snuffelen en alle verhalen over de bevalling te horen. Ik hou ervan. Je mag me er nog net niet voor wakker maken. Maar ik heb geen moeite met deze verhalen tijdens het eten bijvoorbeeld. Ik word niet misselijk van klemmen, pompen, tangen en smul van verhalen dat het bloed tegen het plafond spuit. Al gun ik mijn vriendin dit niet en hoop ik voor haar dat het geen mals maar saai verhaal is. Volgens ‘het boekje’. Welk boekje mag Joost weten. Maar in het appje van vriendinlief stond dat het snel is gegaan en that brings back memories…

En dan heb ik het eigenlijk niet over bevalling nr. 1. Die was niet snel, maar blijkbaar wel volgens het boekje. Trots dat ik daarop was. Wist ik veel, ik was 21. Had 12 kilo extra aan mijn buik hangen, een paar dagen te vroeg en kreeg netjes in de ochtend een soort menstruatiekramp. Aangezien ik al een paar maanden niet ongesteld was geweest, moest dit het dan wel zijn. Mijn toenmalige vriend noteerde netjes de tijden van de weeën op een papiertje. Je zult daar nu vast een app voor hebben. Dat je je slimme telefoon op je buik bindt en hij zelf de verloskundige belt als het zover is. Maar we praten over 10 jaar terug. En deden alles nog handmatig. Zoals ook het masseren van mijn onderrug. Of tegendruk bieden, want de pijn die ik voelde wilde ik overheersen. Dus mijn ex heeft er nu nog paarse knokkels van. En ik de deuken in mijn rug.

In de tussentijd kwam de verloskundige even langs, stopte haar vingers even naar binnen (tuurlijk joh, waarom niet) en concludeerde dat ze nog wel even kon gaan eten. Huh? En weg was ze. Ik wilde haar achterna strompelen. Haar vastgrijpen aan haar witte jas en deze tegen me aandrukken. Dat ze me zou vertellen dat het gauw over zou zijn, de pijn. Ze kon me zo toch niet achterlaten? Ik ging dood. Nou ja, ik ben nogal een hypochonder en had ik al gezegd dat ik 21 was? Waar de meeste meisjes nog met barbies speelden, of een poging deden om te studeren tussen het feesten door, wilde ik graag moeder worden. Dat heb ik geweten ook. Maar gelukkig kwam mijn heldin eindelijk terug en constateerde na wat gewroet dat ze nu zou blijven. Ik was blij, alhoewel ik dit woord vast anders had uitgekozen toentertijd. Ik lag op mijn zij, in elkaar gedoken, alsof ik zelf een foetus was. Schreeuwen om mijn moeder had geen zin. Dit moest ik zelf doen. Met vriend en witte jas. Ze hield mijn hand vast. Ik kneep haar vingers tot moes en voelde me een klein ziek meisje. Ik kroop zo in mijn rol, dat ik maar bleef herhalen ‘het doet zo’n pijn mevrouw, het doet zooooooooo’n pijn’. Mijn hersenen konden alleen nog maar pijn registreren, de naam van mijn verloskundige lukte niet meer. Gênant.

Maar ach, je ligt daar toch al niet op je voordeligst. Want zoals je van tevoren denkt, wil je eerst de boel down under nog even bijsnoeien. Alhoewel het woordje ‘bij’ hier overbodig is. Ik zag mijn tenen amper, laat staan mijn venusheuvel. Hoe gezwollen ook. De mooie landingsbaan was verdwenen. Gelukkig was deze ook niet meer aan te bevelen voor de piloot de laatste tijd. Toch schoor ik. In het wilde weg. Alles weg. Maar dat stond die ochtend nog op het programma. Maar ik had nog niet gedoucht, laat staan geschoren. Hebben we het nog niet eens over keurig gelakte teennagels. Stonden ook op mijn lijstje, voor als het moment aan zou breken. Dat ik dat moest bereiken door als een wijdbeense boeddha het nagellakkwastje te bedienen met mijn tanden, had ik er graag voor over. Helaas. Nu lag ik ongewassen, zonder lenzen, met stoppels en afgebladderde nagellak te zweten bij een verloskundige die ik nog nooit had gezien. En hierna hopelijk ook nooit meer ZOU zien. Want na een paar uur werden mijn jammerkreten harder en moesten de slaapkamerramen dicht. En dat met 30 graden. Er zal een lekkere frisse lucht in die kamer hebben gehangen.

Maar eigenlijk mag ik natuurlijk niet klagen. Ben gewoon ‘heerlijk’ in mijn eigen bed bevallen. Alleen niet zo bevallig als ik had gehoopt. Maar ik hield er een heel klein meisje aan over. Ze leek een beetje op een Chinees, met haar zwarte haartjes en spleetoogjes, maar al was ze blauw, ze was van mij. Gemaakt door mijn lichaam. Wauw, wat een wonder. Op het moment zelf was ik minder euforisch. Na een gigantische brandende pijn (alsof iemand je doos heeft ingesmeerd met vicks en tijgerbalsem en er vervolgens een paar meloenen doorheen probeert te duwen en een olifant een dansje doet op je buik en wespen je rug tot moes steken), legde de witte jas een hoopje op mijn borst. Trok gewoon mijn shirt omhoog (alsof ze nog niet genoeg van me gezien had) en daar lag ze dan. Ik vroeg of ze niet eerst schoongemaakt moest worden. Wist ik veel. Had geen filmpjes, yogalessen of zwangere vriendinnen gezien om te weten hoe het eraan toe ging. Wel een beetje gelezen, maar dan vooral waar je de leukste jurkjes kon scoren.

Daar lag ze dan. Mijn popje. Voorzichtig raakte ik haar aan. Dit intieme moment werd ruw verstoord door de vrouw zonder naam. Er moest blijkbaar nog meer uit mijn doos komen. Een baby was niet genoeg. Dus nam ze een aanloop en bokste met haar ellebogen in mijn pijnlijke pudding. Ik huilde, en niet van geluk. De hechtingen wil ik het niet eens over hebben. Maar mijn beul keek triomfantelijk. Ze leek de ingewanden van een walrus (lees: mij) omhoog te houden. Probeerde uit te leggen dat mijn kindje daarin gezeten had, maar ik vond haar alleen maar walgelijk. En focuste me weer op mijn prulletje, wat eindelijk op, in plaats van in mijn lichaam zat. Mijn meisje.

En ondertussen nog even bevallen
En ondertussen nog even bevallen

En toch was dit alles volgens een of ander boekje. Alleen heb ik er geen hele fijne herinneringen aan. Maar ik ben dan ook niet zo’n kloeke oermoeder, die met een kind aan de borst en de was te schrobben in een tobbe, een kind tussen mijn rokken vandaan pers, deze aan de andere tepel vastnagel en de was op mijn heupen vouw. Dus jaren later, toen de kinderwens groeide met de dag, gaf ik me eraan over. Dat ik zwanger raakte na 9 maanden, daar was ik al heel dankbaar voor. Dat ik na 6 weken alweer mocht genieten van bekkeninstabiliteit, stemde me treurig. Dit zouden lange maanden worden. Door de zomer heen. Dus ik vrat me vol aan ijsjes. 18 Kilo magnums verder, kon ik niet meer. Ik was depressief. Belde zelfs de verloskundige dat ik het niet meer trok. De pijn, het niks meer kunnen en die harde buiken. Man, die harde buiken. Alsof ze ineens via je gat helium naar binnen spoten, totdat je op knappen stond. En dan moest ik nog beginnen met bevallen…

Later bleken het al voorweeën te zijn en ik zou het nooit meer zover laten komen. Ik zou gewoon net zolang in de verloskamer gaan gillen, totdat ze me eindelijk zouden toucheren. Nu verlangde ik ernaar. Voel dan, ik ben allang begonnen. Maar ik liet me op mijn dikke olifantspoten naar huis sturen. Waar ik nog maar een ijsje at. Ik raakte overtijd, terwijl ik dacht te vroeg te gaan bevallen. Mensen gaven me ongevraagd tips. Alsof ik de fabeltjes over seks, ananas en ginger ale niet kende. Ik had aan geen van allen behoefte, maar voerde het uit, vrat het op en kotste het uit. Als jullie het dan allemaal zo goed weten, help me dan. Snikkend wentelde ik me in mijn medelijden. Achteraf kijk je erop terug en denk je, wees blij dat je zwanger bent. Van een gezond kind. Wat doen die paar dagen er dan toe. En die pijn? JE KRIJGT ER ZOVEEL VOOR TERUG. Klopt. En ik was er klaar voor. Dus ik zette de muziek op volume 25 en heb de kasten voor de 5e keer uitgesopt. Met als verschil dat ik er nu bij probeerde te dansen. Als een koe, die in een brandnetel heeft gestapt. Ik loeide en ik stampte. Of het heeft geholpen, weet ik niet, maar ’s avonds op bed begon het.

Mijn buik, weer strak als een overvolle opgeblazen ballon. En aandrang. Ik waggelde in sneltreinvaart naar de wc. Leegde mijn darmen en verloor vruchtwater. Ik kroop terug naar bed en piepte tegen Harm dat het niet goed ging. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en belde de verloskundige. Die vroeg naar mij. Heel rustig (alsof boeddha himself in mijn buik was gekropen) vertelde ik dat er bloed bij het vruchtwater zat en dat ik al 2 keer had gepoept. Maar dat ik geen weeën had, maar de meest pijnlijke pijn die ik ooit had gevoeld. Alsof mijn buik elk moment ging ontploffen. De verloskundige (een andere, want inmiddels verhuist) besloot geen risico te nemen en sprong in haar kar. Na 20 minuten racen door de polder, bereikte ze eindelijk onze stal. De kribbe stond klaar. Ik ook. Harm deed de deur open en ik krijste dat ze allebei naar boven moesten komen. Ik wilde ook nu niet alleen zijn. Help me toch. Ik was zo blij dat ze er was, nu kon mijn zoontje komen. Ik schreeuwde ‘hij komt, hij komt’ (en ik bedoelde niet Harm of Sinterklaas). Ze wuifde mijn woorden weg, maar ik zag haar ogen schotelvormig worden toen ze mijn onderkant wilde betasten. Dat hoefde niet eens. Ze zag al haar en dit keer was ik perfect geschoren (ik nam geen risico en werkte alles 2 keer per dag bij), dus Luc diende zich aan. Voor ik het wist had ze haar handschoenen aangetrokken en wurmde ze haar vingers naast het hoofdje. Omdat ik toch al dacht dat ik doodging (alweer ja, ik kreeg ook een soort deja vu), liet ik haar begaan. Erger kon het niet worden.

Opgelucht & gelukkig
Opgelucht & gelukkig

Maar de hemel ging open (vanonder) en daar vloog mijn engeltje eruit. Geholpen door mijn lichaam. En nadat mijn blauwe wolkje op mijn borst werd gelegd, leek hij daar perfect te passen. Hij krulde zich om mijn Pamela Anderson meloenen en ik knuffelde hem terug. Hij was er. Eindelijk. Weg depressie. Hallo geluk. Toen ze hem weer van mijn rondingen plukte en onderzocht, was de kraamverzorgster er nog niet en kleedde de verloskundige hem gelijk maar aan. Eer hij zijn schattige pakje aanhad en alles gecontroleerd was, moest er blijkbaar ook nog gehecht worden. Ik vond het niet nodig, maar ach, welke moeder komt er ongeschonden uit de strijd? De één heeft Tena Lady nodig bij het trampolinespringen, de ander krijgt een applaus van haar klappende schaamlippen bij een nies. Dus zolang ik geen totaalruptuur heb, knijp ik mijn onderkant zelf wel samen. Het is maar 1 prikje, suste de verloskundige. Aangezien mijn adrenaline, net als ik wilde gaan slapen, sprong ik tegen het plafond toen de naald zich in mijn vlees boorde. Ook dit keer gold letterlijk; bloed, zweet en tranen.

Mijn kleine kroost
Mijn kleine kroost

Toen ik eindelijk fris gewassen met mijn slapende knulletje op mijn arm, mijn slaperige dochter zag aankomen (die sliep wonderbaarlijk genoeg door mijn gekrijs heen), was ik meer dan gelukkig. Mijn man klom ook weer op het bed. Mijn gezin. Compleet. Nooit meer bevallen. Zo gezegend met mijn twee gezonde kindjes en nooit geen polonaise meer in, aan en uit mijn lijf! En om mijn bevallingen ‘volgens het boekje’ en ‘in vogelvucht (3 kwartier)’ te verwerken, staat het nu hier. Maar ik vertel er ook graag over hoor, met alle details. Vertel jij mij dan jouw verhaal? Pak ik de chocola.

Deel