Monthly Archives februari 2013

Gezond eten. Lekker?

doorPosted on 6 Comments6min. leestijd268 gelezen

Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Met eten. Veel mensen zeggen ‘ik hou echt van lekker eten’. Een beetje een inkopper, want niemand zegt ‘ik ben gek op vies voedsel’. Maar wat is lekker eten? Ik lust niet alles. Een kleine opsomming van producten die ik niet graag op mijn bord vind; paprika, alle kolen (behalve bloem- en boerenkool), champignons, grote hompen vlees, gehakt, zalm, tonijn, krenten, ananas, kipsaté, witlof, sushi, asperges en ga zo maar door. Soms fantaseer ik met Lina mee als ze snoepjesland in haar hoofd vormgeeft. Waar alles is omgedraaid. Groente en fruit zijn ongezond en snoep, koek en chips heel gezond. Gelukkig lust mijn meisje meer dan haar moeder en eet ze vooralsnog wat ik haar voorschotel. Ik hou wel rekening met haar, we eten courgette en tomaat alleen als zij er niet is. Dat scheelt weer één piepend kind aan tafel.

Ik was er vroeger namelijk zo een. Dan vroeg ik bij thuiskomst wat we aten en kon gerust chagrijnig worden als het niks lekkers was. En mijn moeder kan echt lekker koken, maar ik lust gewoon niet alles. Dus dat mondde vaak uit in een gezellige sfeer. Iedereen at, behalve Joyce. Die nam soms een muizenhapje en moest zonder toetje na het eten naar bed. Misschien dat ik daarom nu zo gek ben op toetjes. Ik ben sowieso gek op zoetigheid, met name chocolade en koekjes. Of een combinatie daarvan. Gouden duo volgens mij. En Chips gaat er ook zonder moeite in. Lekker met een natte vinger de laatste restjes van de bodem pulken. Gezond is het niet.

Normaal ontbijtDus probeer ik weleens te minderen. Dat vinden mensen raar, omdat ik slank ben. Maar ook bij mij proberen de nibbits in mij, zich over mijn broekrand heen te wurmen. Ik word daar een beetje onpasselijk van. Het zit ook niet heel relaxed. En is dus niet goed. Dus probeer ik daar gezond eten tegenover te stellen. En eet ik normaliter ’s ochtends biologische muesli, met soja yoghurt, goji bessen, lijnzaad, chia zaad en fruit. Dit kan appel, granaatappelpitjes, banaan, framboos of aardbeien zijn. Soms nog wat noten erdoorheen en ik voel me echt übergezond. Sowieso is ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag. Dus hier investeer ik in. Tussen de middag eet ik gewoon normaal (2 bruine boterhammen, eentje met worst of kaas en eentje met ontbijtkoek, speculaas of pasta). Als tussendoortjes pak ik een koekje of fruit.

Ik heb niet altijd zin in fruit. Het is vaak een moetje. Vroeger at ik het volgens mij weinig. Het enige wat ik me herinner is dat mijn broertje en ik een sinaasappel moesten eten. Of er nou sap in zat of niet. Dan zat je een kwartier te kauwen op een uitgedroogd velletje. Mijn moeder gaf dat na een paar jaar op. Ik geloof ook dat ze gek werd van mijn geveinsde kokhalsmomenten. Ik heb sindsdien nooit meer een sinaasappel gegeten. Ik drink het alleen nog. Verder lust ik wel bananen, aardbeien, frambozen, druiven, meloen en peer. Kiwi pak ik alleen als ik voel dat er een verkoudheid op de loer ligt. Alsof ik met 1x een vitamine-C-shot mijn snotsluizen barricadeer. Ik pak toch het vaakste een appel denk ik.

Quinoa ontbijtMaar na het eten van een appel heb je zo’n ranzige smaak in je mond. Dat kun je het beste tegengaan met chocola ofzo. En als er dan op mijn werk paaseitjes, chocotoffs en M&M’s naar me kijken, ga ik voor de bijl. En omdat het zielig is als ze met elkaar moeten concurreren, eet ik gewoon van alles wat. Ik drink er wel veel (verse) groene thee bij. Dat helpt vast het vet weer af te drijven. Met een collegaatje wissel ik tips uit over gezonde voeding. Zo had ik al eens gelezen over Quinoa, een soort graankorreltje, wat je kunt eten in plaats van rijst of pasta. Wat koolhydraatarm en eiwitrijk is. Klinkt goed. Om lekker risotto mee te maken. Maar mijn collega had ook een lekkere Quinoa ontbijttip. Kook het in een beetje kokosmelk, af laten koelen en vermengen met banaan, walnoten en kaneel. Luc at niet heel zijn appel op, dus dat mikte ik er ook doorheen. Lekker hoor. Maar eigenlijk is alles lekker waar je kaneel overheen strooit.
Quinoa ontbijt klaar

De quinoa was alleen niet meer te krijgen bij de appie, maar wel bij een natuurwinkeltje. Daar word ik altijd erg hebberig. Dus toen ik de laatste keer Chiazaad kocht, vroeg ik of ze nog iets über gezonds voor me had, voor door de muesli. Ze kwam aan met een doosje Chlorella. Dit poeder is zuiverend (klinkt als chloor, dus lijkt logisch) en geeft energie. Klinkt goed. Bij het afrekenen bleek het potje zo duur, dat ik twijfelde of ik niet beter toch gewoon wat bleek door mijn ontbijt kon mixen. Maar ik moet er wat voor over hebben, om tegenwicht te bieden aan de chocola die door mijn bloed heen stroomt.

Dus de dag erna gooide ik alle zaden en de rest in een kom en pakte ik mijn nieuwe gezonde aanwinst. Een halve eetlepel moest ik hebben. Bij het openen van het potje viel de kleur van het poeder me al vies tegen. Het was mosgroen. Maar, groen is de kleur van gezonde dingen toch? Dus hop daar ging de theelepel. Wat verstuift die shit zeg. Alles onder. Maar wat erger was, heel mijn bak met lekkere muesli zag groen. Geloof me, het is alsof je naar een sloot kijkt, waar alg op drijft. Zo rook het ook. Ik kreeg de eerste hap gewoon niet doorgeslikt. Alsof er chocoladehaasjes in mijn keel deze prut terugduwden. Het smaakte naar grond. Wat een viezigheid. Maar ik ging stug door. Een halve bak verder, voelde ik me gewoon misselijk. Had ook het idee dat heel mijn tanden groen waren. Maar oh, wat voelde ik me gezond.

Chlorella met kwarkIk vertelde het aan mijn collega en die gaf me de tip om het anders met 1 hap muesli te vermengen en neus dicht te knijpen. Goed idee. Harm warmde die avond iets op in de magnetron en de geur keerde mijn maag om. Alsof hij heel die pot Chlorella stond te koken. Ik besefte me dat ik de zalm rook en ineens wist ik de smaak van het groene poeder aan Harm te omschrijven. Alsof je met een blinddoek om, buiten op de aarde een verrotte vis moet opzoeken. En uitgraven. Met je mond. En die dan opeten. Krijg je een beeld? Maar met mijn gezondheid en het dure potje in mijn achterhoofd probeerde ik de volgende ochtend het poeder te vermengen met bananenkwark. Het liet zich niet heel makkelijk mengen en bij de grote lepel die ik innam, plakte het poeder aan mijn gehemelte. Ik nam nog meer happen kwark en een hap van mijn banaan. De rand om mijn banaan kleurde groen. Gatver, straks liep ik ook nog rond met een groene mond.

Courgette bootje ingredienten
Makkelijk te maken
Recept staat op boodschappen.nl
Recept staat op boodschappen.nl

Maar, gezond en wel nam ik het potje mee naar de zaak. Mijn collega moest er ook aan geloven. En stond gelukkig volledig aan mijn kant. Het is gewoon ronduit vies. Ik dacht, dat het alweer aan mijn zeikerigheid rondom smaak en eten lag. Dit keer niet. Mijn andere collega vond het eruitzien zien als alg en het blijkt ook zoiets te zijn. Ik heb het thuis maar weer terug in de kast gezet. Voor als ik weer een sterk moment heb. En ik geloof ook in afwisseling. Dus eten we erg gevarieerd en vaak gezond. En omdat Lientje er niet is, eten wij courgettebootjes. Ook groen, maar echt heel lekker. En ’s avonds op de bank ga ik weer voor de bijl. Pombear chips en chocolade hazelnoten dansen in mijn buik. Ach, maak ik gewoon morgen weer een gezond ontbijtje…

Deel

Service kost niets

doorPosted on 10 Comments6min. leestijd218 gelezen

Soms heb je als je uit eten gaat alles mee; geweldige locatie, topservice, vermakelijk gezelschap, fantastisch eten en heerlijke stoelen. Soms heb je dat ook niet. Behalve het gezelschap dan. Dat ik met deze mensen een gezellige avond zou hebben, stond allang vast. Ooit waren we collega’s. We werkten samen en kletsten nog meer. Over van alles, van kinderen tot aan waar we mooie koopjes konden scoren. Ik heb er nog steeds een automatisch ronddraaiende swiffer aan overgehouden. Top ding. En super collega’s dus. Tot er na een nare dag, nog meer nare weken volgden en ik ze één voor één zag vertrekken. Reorganisatie. Alles op de schop. Fouten. Onmenselijk gedrag. Vreselijk. Het gemis was groot en we hielden contact. Via Facebook en zo’n 2 etentjes per jaar. Zoals gisteravond.

Wat er dan gisteren mis was met de overige factoren? Het begon al in de middag. Toen ik mijn huidige collega vertelde dat ik uit eten ging en vroeg of zij wist waar dat was. En zij spontaan haar thee over haar beeldscherm sproeide. Na een soort van reanimatie, was ze klaar met proesten. ‘Uit eten, ga je daar uit eten? Dat is de afhaal van Zaltbommel, haha’. Ik zag ons al aankomen en een wit plastic tasje in de handen gedrukt krijgen. En na het zien van onze sippe gezichten er nog wat extra sambalbij en een verjaarde kalender bij proppen. Alleen wist ik toch zeker dat het Italiaans was. Dat kan niet misgaan. Ik lust niet veel, maar pasta, lasagne en pizza gaan er altijd wel in. Dacht ik.

VloerBij aankomst zag ik een rood/wit/groene luifel en wuifde de lach van mijn collega in mijn oor weg. Ja, die man stond verse pizza’s te maken voor het raam en ja, deze kon je afhalen, maar dat leek me alleen maar fijn, als je hier in de buurt woonde. Dacht ik positief.
Ik meldde me bij het meisje achter de bar en vertelde dat we hadden gereserveerd. ‘Je kunt gaan zitten als je wilt’.
Tsja, blijven staan, zou ook wat ongemakkelijk zijn. Ze nam mijn jas niet aan, vermeed oogcontact en ging verder. Ik vroeg toch maar waar ze ons wilde hebben. ‘Daar achter’. Erg communicatief vaardig was ze niet. Ik liep door de zaak en het oogde niet bepaald alsof ze iets begrepen van styling. Of frisheid. Rob Geus zou hier waarschijnlijk huppelend met een mondkapje eindigen in een stuiptrekking. Ik ging aan het midden van de tafel zitten, lekker voor de verwarming. Jas over de stoel en wachten op de rest. Ik keek eens om me heen en zag dat de vloer er ook niet uitzag alsof je ervan kon eten. Niet dat ik die behoefte voelde, maar toch.

MenukaartDe serveerster kwam uiteindelijk toch naar me toe. Of ik de menukaart alvast wilde? Misschien bood ze het alleen aan, omdat ze in de smiezen had, dat ik foto’s aan het nemen was. Of niet, ze keek me nog steeds niet echt aan. Maar ik denk dat ze gewoon scheel was. Of verlegen. Handig, als je in de bediening werkt. Ze bracht de kaart en na een paar minuten kwam ze terug, of ik wat te drinken wilde. Alsof ze het nooit zou vragen. Nippend aan mijn ijsthee, sloeg ik de menukaart maar alvast open. Lachend maakte ik een foto van de eerste pagina. Grappig, hoe zij hun zaak zien. Ah, dus dit is nou sfeervol. Smakelijk. Gezellig. Oke.

Daar kwamen gelukkig al 2 ex-collega’s aan. Zij hingen hun jas aan de kapstok om de hoek van onze tafel. Oh, die was er dus wel. Ik vertelde hun over de reactie van mijn collega die middag en keek zo eens om me heen. Maar aangezien zij echte positievelingen zijn, vertelden ze over talloze tentjes in het buitenland. Waar de inrichting smaakvol was, als je houdt van plastic kuipstoeltjes en Tl-verlichting. Maar het eten was er verrukkelijk. Allebei knikten ze vol overgave en ik beaamde maar, dat het om het eten gaat. Of in mijn geval, om het gezelschap. We vroegen aan de kok of hij alvast wat brood kon brengen. Nadat mijn collega’s al bijna hun eerste glas (ijskoude) rode wijn hadden weggewerkt, zagen we de rest aankomen.

We zoenden, kirden opgewonden en gingen allemaal zitten. Na zo’n 20 minuten, werd er een mandje met kleine bolletjes neergezet. Mijn collega vroeg of er ook kruidenboter bij mocht. Vertelde de ober met een stalen gezicht dat daar niet om gevraagd was. Serieus? De kok en serveerster wisselden van blik en dropen af. Het bakje met kruidenboter werd zonder iets te zeggen op tafel gezet. Zonder mes. Maar een kniesoor die daarop let. De boter was trouwens niet te eten, dus misschien hadden ze het bewust achterwege gelaten.
De serveerster (het mag de naam niet hebben eigenlijk), kwam wel heel vaak vragen of we wat wilden drinken. Mijn collega bestelde alvast een nieuwe wijn en wanneer ze deze ontving, bitste de serveerster zonder naam, ‘mag ik je andere glas dan?’. Nee, was het antwoord, want hij was nog niet leeg. De naamloze keek ons vreemd aan en weg was ze. Ze snappen er hier echt helemaal niks van. Vriendelijkheid kost niets zou je zeggen.

Egyptisch bordDaar kwam de menukaart voor de rest van de tafel. Na 5 minuten stond dat mens alweer naast ons. We hadden hem nog niet eens opengeslagen. We kletsten honderduit en nadat ze voor de 3e keer in een kwartier naast ons stond te zuchten, maakten we toch maar een keuze. We wisten van elkaar niet wat we aten, want we moesten het nummer opgeven, in plaats van het gerecht. Net als bij de afhaal, grapten we. Ze kon er niet om lachen. Ik wel. Met mijn gezelschap, om de slechte bediening en dito inrichting. Want als je dan toch een Italiaans restaurant bent, waarom hang je dan een Egyptisch bord op?

SaladeHet rare was, dat toen de eerste ‘gang’ werd opgediend, de warme gerechten als eerste kwamen. En de rest nog 10 minuten op hun salade moest wachten. Maar die van mij zag er prima uit. De basilicum was denk ik op, want er zat nu peterselie op mijn salade Caprese. Het scheelt dat ik gek ben op peterselie. Ondanks dat de pesto én dressing (why?) hoogstwaarschijnlijk uit een potje kwamen, smaakte het wel. Bij het opdienen van het hoofdgerecht hadden we een probleem. Ze kwam met twee borden en vroeg wie nummer 110 had. Weet jij het, weet ik? Niemand wist het. De ober kwam al met de volgende twee identiek ogende schaaltjes. Maar de ene bleek de cannelloni van mijn collega en de andere mijn flensjes gevuld met spinazie, ricotta en tomatensaus. De menukaart werd er bijgehaald om de cijfers bij de matchende borden van de anderen te zoeken.

lasagne
Lasagne, cannelloni en flensjes met spinazie ineen

Uiteindelijk denk ik dat ik ook gewoon een soort lasagne had. Ik heb geen spinazie of ricotta gevonden. Wel brokken droog gehakt in een tomatensaus die elk ander gerecht ook scheen op te fleuren. Dan maar even een toiletbezoekje. Die was helemaal in stijl van de rest van de zaak. Smakeloos dus. Maar goed, de nood was hoog en ik ben altijd snel klaar. Ik twijfelde alleen of ik mijn handen zou wassen. De gele kalkranden in het wasbakje wezen me op het zeeppompje. Het zag er wat smoezelig uit. Na een snelle overweging (wanneer krijg ik de schoonste handen), koos ik er toch voor om het pompje aan te raken. Geen beweging. Toen ik erop ramde nog niet. Mijn smetvrees overwonnen viel ik het pompje aan. Ik heb je aangeraakt, nou wil ik er zeep voor terug ook. Hij bleek leeg. In tegenstelling tot de borden, zag ik toen ik weer aan tafel schoof.

Wanneer er is afgeruimd, staat het meisje ineens weer heel snel bij ons. De rest van de zaak is leeg, maar dat zal je niet verbazen. Ze vraagt of we nog wat willen. Ik bestel een thee en vraag of ze er ook iets zoets bij hebben. Chocola, taart of muffin, maar geen ijs. Ze komt terug met de kaart en ik overhandig hem weer ongelezen. Of ik er nog wat uit wil bestellen. ‘Nee, er staat alleen ijs in en ik had juist gezegd dat ik geen ijs wil’, vertel ik haar glimlachend. Haar lach is allang verdwenen en ze vraagt of we meteen de rekening willen.
‘Wil je ons weghebben?’ vroeg mijn collega subtiel. Ze stamelde nee, maar heel haar lichaam smeekte erom. ROT OP. Doe niet zo moeilijk en veeleisend.
Maar we hebben ze echt wel een kans gegeven. Ze hebben hem niet gegrepen. Je tent hoeft niet luxe te zijn om service te bieden. Vriendelijkheid en een lach. Gelukkig hadden we elkaar en ben ik qua lachen niks tekort gekomen. Was te verwachten. Daarom blijf ik deze lieve mensen zien. Niet hier. Maar bij de Mac of Chinees. Erger kan het niet worden.

Deel

Het meisje met de gelakte nageltjes

doorPosted on 5min. leestijd103 gelezen
Nagels
Werkelijkheid; heb na mijn verjaardag geen tijd gehad om de nagellak eraf te halen

Als je iemand voor het eerst ontmoet, heb je er vaak meteen een beeld bij. Zoniet, gefeliciteerd, je bent een uitzondering. Een uitstervend ras. Veel mensen denken bijvoorbeeld bij mij dat ik een tutje ben, wat thuis heel geduldig spelletjes speelt met haar kinderen, koekjes bakt met een schort om en elke dag mijn nageltjes lak in de outfit van de dag erna. Dat ik kasteelromannetjes lees op de bank en een werkster heb, omdat ik bang ben een nagel te breken, of wellicht broos te maken.

DSC05324Dat beeld wil ik toch ontkrachten, door alleen de afgelopen twee dagen te schetsen voor je. Gisteren begon vrij normaal, kinderen aansporen/helpen met aankleden, eten en meer van dat soort ochtendgeneuzel. De jongste breng ik naar de crèche, de oudste naar school. Op mijn werk was het zo druk, dat de dag voorbijvloog en ik mijn werk niet afkreeg. Door naar de Etos om lenzen te halen voor manlief, die brak ’s ochtends zijn bril in 3 stukken. Kinderen ophalen van de crèche. Thuis nog heel even werken en eten koken. Luc neemt er geen hap van, in het kader van lussiknie en Lina heeft buikpijn, dus eet ook niet veel. Gezellig, daar kook je dan voor. Harm komt om kwart voor 7 thuis en we kletsen allemaal wat.

Lientje gaat zonder morren (dit had al een voorteken moeten zijn) om 7 uur naar boven, om haar tandjes te poetsen. Wij ruimen de vaat op en binnen een paar minuten staat dochterlief weer beneden. Ze heeft gespuugd. ‘Heel veel, mama’. ‘In mijn bed’. Ik krijg steeds meer zin om naar boven te gaan. Haar kamer is op de geur te vinden. De zure lucht slaat bij binnenkomst de brokken kots in je gezicht. Althans, zo is mijn gevoelswaarde op dat moment. Maar mijn meisje heeft niet gelogen. De zojuist gegeten rijst zit op het bed, dekbed, kussen, op het huiswerk wat op de grond lag. Over het knuffeltje van Luc wat ernaast lag en ga zo maar door. En dat alles in een plasje zuur sap. Ik trek 3 lagen van haar matras af en zelfs daar is het doorheen gedrongen. Arrrgghhh. Alles verzamel ik en met Harm spoel ik de stukken eraf in de badkuip. Alleen daarom al handig, zo’n bad. Bij het schoonmaken van het bed, voel ik de rijst al in mijn keel kriebelen. Ik begin te kokhalzen en stop 2 stukken wc-papier in mijn neusgaten. Dit helpt. Ik hoop dat jullie wat hebben aan deze tip. Steek je tenminste nog iets op van dit verhaaltje.

Harm dweilt ondertussen de vloer. Luc komt met een zeiknatte romper vertellen dat hij heeft gepoept en Lientje vraagt of ze al kan slapen. Ik mompel iets aardigs in de trant van ‘kannie toveren’ en ga stug verder nieuwe lagen om het matras aan te brengen. Als eenmaal alles schoon is, voorgelezen en gekust, kunnen we beneden verder met de vaat. Harm helpt bij een klus van mijn werk en gaat daar gauw mee verder. Ik had mijn deel dus nog niet afgekregen en klapte mijn laptop open. Om 20.00 uur racete ik naar school, waar ik een extra lang rapportconsult zou hebben met de meester. Na 10 minuten op een kleuterstoel gewacht te hebben, denk ik aan de beurt te zijn. Helaas, er bleek nog 1 wachtende voor me. Een Poolse vrouw met een jongen, die zal vertalen. Hé bah, ik heb nog zoveel te doen. Uiteindelijk ben ik na een half uur aan de beurt. Om 21.00 uur ben ik weer thuis. Kapot. Maar nog niet klaar.

Ik ga naast Harm zitten en we werken hard door. Ik tot 24.00 uur, hij tot 3.00 uur. Maar eenmaal boven gekomen, moet er nog een was opgehangen worden. En in bed lig ik te woelen, zit nog helemaal in mijn werkmodus. Als ik na een uur bijna wegzak, hoor ik Lina. In een oogwenk sta ik naast haar, om vervolgens weer een kotsemmer te verschonen en een glaasje water en washandje te halen. En omdat mijn zoon ook nog wat aandacht wil, staat hij om 4 uur naast mijn bed. Hij heeft pijn in zijn handje. Ik breng hem terug naar bed en daar ligt een boekje van kikker in. Tsja, dat zal vast niet lekker liggen. Om 6 uur gaat de wekker van Harm.

Trap
Wie wil?

Dus ik besloot er vandaag een relaxte dag van te maken. Beetje knutselen voor Hart & Huis en heel misschien de genegeerde stofplukken in de kraag vatten. We zien wel. Lientje blijft thuis en Lucje kruipt bij me in bed. Na de eerste poepluier die dag, heb ik enorm zin om te douchen. Lang en heet. Als het koude water uit de douche komt, druk ik een het natte washandje tegen mijn ogen. Wie weet dempt het mijn wallen. Pssjjjt en weg is het water. Ik draai nog drie keer aan de kraan, alsof dat me gaat helpen. De douche weer uit, dan maar in bad. Logica van een gans, zoals ik. Daar komt uiteraard ook geen druppel uit. En nu? Ik pak de ladder en kijk bevreesd naar boven. Wat als die ladder wegglijdt, terwijl ik erop sta? Luc wisselt zijn mantra ‘wah-doe-juh’ af met ‘kwil-krekker-kaaas’. Ik beloof hem van alles, als ik gedoucht heb en verzoek hem vriendelijk met zijn tengels van de ladder af te blijven.

DSC05341
En nu?

Snel klim ik in mijn blote hol naar boven. Luc zwaait me bemoedigend toe vanaf beneden. Licht aan en nu? Ik bel Harm. Drie keer. Mijn vader 1 keer. Voicemail. Waar zijn die mannen, als je ze nodig hebt? Dan maar op de Joyce-manier. Ik draai aan het hendeltje en verwacht dar er lucht uitkomt ofzo, maar er gebeurt niets. Er zit een zwarte knop, misschien ook leuk om aan te draaien? Het water spuit alle kanten op. Niet helemaal de douche die ik voor ogen had. Maar, denk ik positief, we hebben dus wel water. Dan maar naar de witte kast. Klepje open en overal op drukken helpt niks. Reset dan maar. De Bar zakt, dat lijkt me niet goed. Ik draai dan maar weer eens aan het handeltje en ik hoor zowaar het water in de badkamer gaan stromen. Ik spring bijna van de ladder af van blijdschap, kus Luc zijn bolletje en sprint naar de douche. Wie weet hoelang ik nog water heb. In een recordtempo (voor mij) was ik mezelf en mijn haren. Als het water dan nog steeds stroomt, ontspan ik en laat het hete water op mijn rug klateren. Heerlijk.

Bosje bloemen fleurt de keuken op
Bosje bloemen fleurt de keuken op

Als ik met de kinderen zit te ontbijten, noem het brunchen, belt Harm. We hebben morgen een bezichtiging. Ik kijk eens om me heen en zucht heel diep. Weg relaxte dag met de kinderen. Alhoewel zij er wel blij mee zijn, ze hebben nog nooit zo lang van mij achter hun tablet mogen zitten. Ik ruim het hele huis op, doe boodschappen, sop, schilder de open haard een beetje bij en maak ’s avonds groentesoep. Mijn pijn in mijn rug verdwijnt op slag als Harm belt en vertelt dat een schoonmoeder van een bekende van ons gisteravond is overleden. Dat zet je wel weer even terug in de realiteit. Waar maak ik me dan druk om? Ik denk dat ik toch maar even ga zitten. En mijn nageltjes ga lakken.

Deel

door

I kissed a fish

doorPosted on 5min. leestijd95 gelezen

Voorjaarsvakantie klinkt als lente. Bloemetjes in bloei. De eerste lentezon op je bol. En vrij zijn. Klinkt heerlijk. De realiteit is anders. Het is koud en grauw. Maar het is wel vakantie. En omdat het voor Lina niet leuk is als ik de hele dag onder mijn dekbed kruip, gaan we op pad. Gisteren samen naar de film en vandaag met het hele gezin naar de dierentuin. Het wordt Blijdorp.

Niet echt een fris gezicht
Niet echt een fris gezicht

In de auto komen we alvast in de stemming als we proberen mee te zingen met ‘Het kuikentje Piep’. Wat onmogelijk is. Maar wel gezellig. Half 12 komen we aan. We beginnen bij de Okapi’s, een soort kruising tussen zebra, giraf en geit ofzo. De zebra dacht vast ooit, verandering van spijs doet eten en voilà, ziedaar de Okapi. De naam slaat dan nergens op, maar blijft wel goed hangen. Op naar iets bekends, de ijsberen. Het jammere van dit weer, of eigenlijk seizoen is dat alles er zo belabberd uit ziet. Alles is vies, grauw en grijs. Niks geen groene beplanting of bloemen. Zelfs de ijsberen leken smoezelig. Maar misschien zijn ze dat altijd wel. Op plaatjes zijn ze altijd wit, maar vandaag gewoon vaalgeel. En toch maak je er een foto (of 10) van.

Dat vind ik best een dingetje. Al die foto’s. Ieder jaar maak je ze weer. Van dezelfde dieren. Eigenlijk hoef je dus niet eens te gaan, kun je net zo goed de foto’s van vorig jaar erbij pakken. Toen hadden we nog zon ook. En toch kunnen we het niet laten. De halve dag loop je achter dat toestel, hopend op een lucky shot. En oh ja, de kinderen moeten er ook nog bij, dus die staan er vaak met de rug op. Maar eigenlijk wil je gewoon een uniek plaatje schieten. Dus terwijl de kinderen aan je jas trekken, om naar het volgende dier te gaan, probeer je al wankelend op je hurken nog 12 foto’s van ibissen te maken. Want dan zit er vast eentje tussen die niet bewogen is.

Maar goed, op naar het volgende fotomoment. De roofvogels. Mijn toestel stelt zich scherp op het hek in plaats van op de arend. Inwendig vloekend wandel ik naar de ara’s, een soort papegaaien. Mijn batterij geeft aan bijna op te zijn. Gelukkig heb ik voor dit soort momenten een extra batterij aangeschaft. Die uiteraard nog thuis ligt. Bijna hardop vloekend, probeer ik heel selectief mijn fotomomenten te kiezen. En kiek ik 2 kussende ara’s (ik denk tenminste dat ze dat aan het doen zijn, misschien is dit wel heel letterlijk bekvechten). Whoehoe, dit is my lucky shot.
Kussende Ara's

NeushoornsOp naar een ander continent. Daar moet je nog best wat voetstapjes voor zetten. En zagen zo een trein over de brug voor ons rijden. Luc werd helemaal extatisch. Met hem kunnen we gewoon een dagje op het station gaan staan. Zakje snoepjes mee en het kind is gelukkig. Maar omdat we nu dan toch in de dierentuin liepen, had hij wel een doel. De neushoorns. Geen idee waar hij die van kent, maar als we hem ergens van wilden afleiden, zeiden we ‘kom, we gaan op zoek naar de neushoorns’. Maar na de giraffen, kwamen we ze tegen. Op een bordje. Er werd een verblijf voor ze gemaakt, dus ze zijn er op dit moment helemaal niet. Gelukkig kan Luc nog niet lezen en bleef hij chanteerbaar.

Mini krokiIn het binnenverblijf van de reptielen was het lekker warm. Ik bleef verliefd hangen bij een ieniemienie krokodilletje. Bijna alles wat klein is, vind ik vertederend. Er stond een vent voor met profi camera en statief. Heel irritant, al die andere mensen in zo’n park. Ach, we hadden weinig te klagen eigenlijk, het was verder vrij rustig. En ik kreeg nog voldoende tijd met mini-kroki. Hij leek wel nep, bewoog totaal niet. Ik weet niet of hij een spelletje speelde ‘wie het eerste met zijn ogen knippert’, maar dit won hij glansrijk. De leguaan lag ook voor pampus. Alsof hij zo op die boomstronk was gekwakt. Best een grappig gezicht. Twee foto’s zijn genoeg. En straks is hij wel echt dood, wie zal het zeggen. Sta je daar een opgezette leguaan te fotograferen. Misschien toch deze foto’s eens met vorig jaar vergelijken, kijken of hij er toen ook al zo bijlag.

Ligt best lekker zo
Ligt best lekker zo

Buiten of binnenBij de apen was het donker binnen en lastig fotograferen. Jammer, er waren wat baby-tjes en daar gingen mijn eierstokken wel van klapperen. Maar Lina was meer onder de indruk van een dood babymuisje op de grond.
Ik heb het niet zo op die stinkende, muffe binnenvertrekken. Er hing ook zo’n stom bordje. Als je er niet bij nadenkt, zou het dus kunnen zijn, dat er ineens een wolf aan je been hangt.

En buiten wachtte een verrassing op Luc. Je kon meerijden met het treintje (wel 1,- p.p., vind ik echt stom als je al entree hebt betaald). Eenmaal in het treintje rook het overduidelijk naar stront. Nou ruik je dat in het hele park, maar zo dichtbij, moest van onze eigen kleine aap zijn. Dus zijn hoogtepunt, begon met een dieptepunt. Met zijn poepbillen in de lucht, liggend op het treinbankje. Hij gilde nog harder als een antilope die gegrepen werd door een leeuw. Na dit onmenselijke leed, genoot hij met volle teugen van het ritje. Wij namen de teugen iets minder vol, het poepzakje lag immers nog aan onze voeten. Het bleek ook dat het treintje ons helemaal terug bracht naar het begin. Oftewel, we misten nu de dieren, waar we nog langs wilden gaan, zoals de olifanten. En Lina had nog wel graag in het natte en vieze speeltuintje gespeeld. Luc zijn slaaptekort ging ook opspelen. Dus sorry, maar we gingen echt niet weer terug.

Kusje
Kusje

We deden nog een rondje Oceanium, wat altijd indrukwekkend blijft. Als er gewoon een haai boven je hoofd zwemt. Mijn camera was nu echt uitgeteld, maar ik had nog wel een leuk idee voor een foto. Even geduld hebben en zie hier, mijn kus met een piranha. Zijn bloeddorstige ogen smeekten om meer, maar ik liet hem smachtend achter. Hij stonk uit zijn bek. Naar vis. Ik voelde me dizzy. Best claustrofobisch en donker hier. Eenmaal buiten, hadden we het wel gezien. Best vermoeiend, een paar uurtjes slenteren onder een grijze hemel. Luc wilde nog wel op onderzoek uit en wij verstoorden bruut zijn plannen. Al gillend vervoerden wij hem naar de uitgang. Het begon te miezeren. Een mooi einde van deze dag. In de auto vroeg Harm aan Luc of hij het leuk vond in de dierentuin. ‘NEEHEE!’, was zijn duidelijke antwoord. Volgende keer toch maar gewoon een middagje op een perron doorbrengen.

 

Deel

door

Carnaval

doorPosted on 0 Comments4min. leestijd126 gelezen

Carnaval, wat betekent dat eigenlijk? Het zou bedacht kunnen zijn door een bezopen clown. Voor de zekerheid Wikipedia maar eens checken:

Carnaval (ook wel ‘Vastelaovend’ – Vooravond van het vasten) is een van oorsprong katholiek feest, dat ook heidense wortels heeft en gevierd wordt in de drie dagen voorafgaand aan Aswoensdag. Volgens de traditie duurt het feest van zondag tot dinsdagavond – de Vastenavond. Om middernacht vangt de vastentijd aan van 40 dagen, tot Pasen.

Heidense wortels? Goed verhaal. Maar waarom moeten mensen zich dan verkleden als een zak patat? Om zich te verlekkeren, omdat ze die 40 dagen niet mogen eten? Ik geloof er ook niks van dat al die lallende en hossende lui na carnaval gaan vasten.

Maar goed, het echte kerstverhaal is ook op de achtergrond van de kerstboom, gourmetstel en cadeautjes verdwenen Bij de meeste mensen. Dus dat is bij carnaval niet anders. Toch verbaast het me ieder jaar weer, dat volwassen mensen zich op deze manier willen verkleden. Kijk, elk (klein) meisje vindt of vond het leuk om zich in moeders rokken en hakken te hijsen en haar gezicht onder de lippenstift te smeren. En denken dat ze zo echt op Assepoester of een andere prinses leek.

Normaal mooi, maar nu een beetje scary
Heidi Klum; normaal mooi, maar nu een beetje scary

Maar dat je met carnaval eruit wilt zien als aardbei, piemel, spongebob, verkeerslicht, aap of banaan, snap ik niet. Kijk, als je nou Heidi Klum heet en er elke dag uitziet alsof je letterlijk door een ringetje past, dan snap ik het nog, dat je je verkleed als mens zonder vel. Een dag per jaar er niet knap, maar freaky uitzien geeft vast een kick. Maar ik ken weinig wensen die er standaard uitzien als een topmodel. Mocht ik me dan al willen verkleden, toch wel in een Heidi, zuster of prinsessenoutfit. Klinkt ook allemaal erg ordinair, maar benadrukt je vrouwelijkheid toch iets meer dan een grote clownsoutfit. Misschien heb ik ook wel wat weg van een clown, als ik ben uitgeschoten met mijn blusher, maar dat is niet bewust. Deze mensen kiezen er echter vrijwillig voor.

Action pakjes
Action pakjes

 

Vanmorgen reed ik naar de stoffenwinkel en ik heb nog nooit zoveel auto’s op de parkeerplaats zien staan. Blijkt dat naast de winkel ruimte is gemaakt voor carnavalspakjes. Een stormloop. En in de buurt van de stoffenzaak zit ook een Action. Daar kan ik natuurlijk niet gewoon voorbijrijden. Ik word naar binnen gezogen om mijn mand vol te laden met spullen die ik niet nodig heb, maar voor mijn gevoel altijd handig zijn. En halverwege de winkel heb ik alweer spijt dat ik niet gewoon een winkelwagentje heb gepakt. Nu moest ik af en toe mijn mandje neerzetten omdat mijn arm bijna uit de kom werd gerukt door het gewicht. En zo stond ik ineens in een gangpad met glinsterende pakjes. Waarom moet het allemaal zo synthetisch zijn? Je moet dan ’s nachts niet met je zatte kop in de buurt van een rokende dronkenlap gaan staan. Dat zorgt voor een vlammende avond, zeg maar.

Bij het verlaten van Malse Arckeldurp (Ammerzoden voor de niet-carnavallende-mens), vroeg ik me af of al die verwrongen plaatsnamen zijn verzonnen tijdens een wedstrijd ‘welke-beschonken-lampekap-bedenkt-de-idiootste-plaatsnaam’. Want vraag je echt zonder schaamte aan je matties of ze vanavond nog een biertje komen pakken in Goudpoeperslaand, Keieschiétersriék of Muggeziftersrijk? Om je vervolgens in je plakkerige (van alcohol, speeksel, zweet en ander ranzig vocht) piratenpak te hijsen. Wat er na een paar jaar toch niet zo fris meer uitziet, maar niemand die dat opmerkt, als je als een blik sardientjes de polonaise host door de sneeuw. Als spiderman naast je zijn bierpul over je rug leegschudt, omdat Grote Smurf probeerde te skydiven, maar niemand hem opving, geef je hem een natte knuffel. Je moet niet moeilijk doen op zo’n avond.

En laat ik nou om alles moeilijk doen. De herrie, de krankzinnigheid van die herrie, serieus, hier kun je toch niet echt blij mee meezingen:

‘Want hij sloeg ze door de keukenruit
Hiep piep hoera, Hiep piep hoera
En ‘t bloed spoot alle kanten uit
Hiep piep hoera, Hiep piep hoera’

Dan nog de lelijke synthetische pakjes, de kou (het sneeuwt en die pakjes ogen niet echt lekker warm), de polonaise en overal bier. Dat laatste snap ik, want je moet wel een hoop bocht op hebben om dit leuk te vinden. Ik lust geen bier, dus kleine kans, dat je mij hossend voorbij zal zien komen als kabouter.

Carnaval 1987
Die tandeloze clown ben ik

Carnaval met z'n tweetjes

 

Nou klink ik misschien wel erg als een azijnzeiker. Ik denk dat als je hiermee bent opgegroeid, het vast een heel gezellig feest is. Dat je een saamhorigheid voelt, als iedereen een lelijk pakje en bijpassend sjaaltje van het dorp aanheeft. Maar ik ben opgegroeid in Zwabberdam en daar leeft het niet zo als bijvoorbeeld in Oeteldonk. Op mijn Rooms Katholieke basisschool werd het wel gevierd. En mijn clownspak trok ik met veel plezier aan. Je bent kind en weet niet beter. In groep 8 kon je natuurlijk niet meer als clown. Alhoewel ik met mijn wafeltjeshaar en buideltasje er toch redelijk clownesk uitzie. Zelf vond ik waarschijnlijk dat ik er ongelofelijk gaaf, stylish en sexy (check die hand in mijn zij) uitzag. Dit was mijn laatste keer dat ik het vierde. En als ik die foto zo zie, is dat maar goed ook.

Deel

Verjaardag

doorPosted on 6 Comments7min. leestijd588 gelezen

Gisteren werd ik 31 jaar. Ik vind het een nietszeggende leeftijd. 30 Klonk zo mooi. Alsof je eindelijk bij de volwassenen hoort, maar toch nog jong bent. Verder hou ik van even getallen, dus 32 klinkt al beter. Maar ach, ik geef eigenlijk niks om leeftijd, wat zegt het nou? Wat dat betreft gaat het mij bij een ander ook echt om het karakter en niet hoe oud ze zijn.

Ouder worden heeft wel voordelen. Zo voel ik me een stuk zekerden dan op mijn 17e. En ben ik niet de jongste meer, waar ik binnenkom. Word ik misschien ook iets serieuzer genomen. Ben ik geen meisje meer, maar een vrouw. Alhoewel ik me vaak nog steeds een meisje voel. Het blijft raar als er u tegen me gezegd wordt. Of toen de schoonheidsspecialiste bij de Spa mijn huid er nog zo goed uit vond zien voor iemand van 30. Pardon? Klonk alsof ik al bejaard ben. Maar het meisje was pas 20. Terwijl ik geen onderscheid maak in leeftijd, zag ik dat zij dat wel deed. Ondanks onze kletspraatjes over beautyblogs, zag ze me toch als een moeder van 2, die een dagje uit nodig had met haar man. En gelijk had ze. Ik hoorde haar verhalen aan over haar eerste huisje en voelde ook wel een kloof.

En toch voel ik me soms zelf ook nog 20, maar soms ook een uitgebluste bejaarde. Maar mijn werkelijke leeftijd is dus sinds gisteren 31. Volgens mijn schoonvader moet je blij zijn dat je weer een jaar ouder bent in goede gezondheid. En tussen de regels door begreep ik, dat dit gevierd moet worden. Zo denken meer mensen in mijn omgeving erover. Maar een verjaardag is leuk als je kind bent en benieuwd bent wat voor cadeautjes je krijgt. Je mag uitdelen op school, veel snoepen, spelen met al je neefjes, nichtjes en vriendjes en lekker laat naar bed. Een echt feest, dus.

LoesjeMaar tegenwoordig houdt een verjaardag wat anders in. Taarten halen voor op de zaak. Een week lang recepten uitzoeken en bergen boodschappen halen. Op de dag zelf taarten bakken, want dan zijn ze het lekkerste. Ook nog veel hapjes en eten in elkaar flansen, waardoor ik de hele ochtend stress heb en amper eet. Op het moment dat iedereen elk moment aan kan bellen, sta ik nog met een hand mijn nagels te lakken en de andere schrobt de ranzigheid van een heel gezin uit de wc-pot. Moe plof ik op de bank, om erachter te komen dat niemand ooit op tijd komt. Om vervolgens nergens aan te kunnen beginnen en een beetje naar de klok te kijken.

Maar als dan eindelijk de bel gaat, begint het feest pas echt. Drankjes serveren, proberen met iedereen even te praten, maar ondertussen alle grapjes missen, omdat je net een omgestoten glas sap van de houten vloer staat te boenen. Als je iedereen van taart hebt voorzien, de cadeautjes hebt aangenomen, gaat de bel. Alles herhaalt zich en stoelen worden bijgeschoven. Taartbordjes kunnen weg. Hapjes op tafel. Gillende kinderen willen een opvoering doen, terwijl je eindelijk 5 minuten met iemand in gesprek bent. Dus de hele dag ben je aan het sloven en ik vind het best gezellig hoor, maar stiekem nog fijner als de laatsten zijn vertrokken. De vaatwasser voor de vijfde keer aankan en je hoopt dat die koffiekringen nog uit je witgeverfde salontafel zijn te poetsen.

Uitgeblust plofte ik dan neer op de bank. Uiteindelijk niemand écht gesproken, blut van de overdreven boodschappen, kapot van alle drukte en het serveren. Dus ik nam me voor, ik vier het niet meer. Weinig mensen snappen het, want het is toch gezellig? Eerlijk gezegd hou ik niet zo van dit soort gezelligheid. Ik hou niet van groepen. Ik voer liever een gesprek een op een, of met een ander stel erbij. Echte aandacht voor elkaar en het eten wat je hebt gemaakt. Maar vorig jaar werd ik 30. En ondanks dat ik er niet veel om geef, vond ik het toch wel sneu, dat ik alleen met de kinderen thuis was. Harm zat in Berlijn en hem miste ik wel echt op mijn verjaardag. Dus dit jaar vloog hij de avond ervoor terug naar huis.

Hij belde me eerst nog even, om te vertellen hoe laat zijn vlucht ging. Ik had gevraagd om een lekkere lippenbalsem of gloss uit Berlijn. Echt iets, wat ze hier niet hebben. Maar daar had hij geen tijd voor gehad. We hebben altijd Schiphol nog, opperde hij. Ik had nog een half uur om mijn wensen dan door te geven. Ik googelde, maar ineens Pling, ging er een lampje aan boven mijn hoofd. Er zit een Victoria’s Secret op Schiphol. En nee, ik wilde geen lingerie (dat wil toch even passen, als het niet makkelijk te ruilen is en verkopen ze niet op Schiphol), maar lipgloss. Haha, dat had je al kunnen raden natuurlijk. En ik zag een bodymist met de geur van meloen/jasmijn. MMMMMMMM, klinkt goddelijk. Foto’s en namen doorgestuurd via Whatsapp en afwachten.

Harm belde toen hij was geland om 20.00 uur. Ik was toch wel benieuwd of hij nog geslaagd was. Nee, zijn telefoon was leeg. Lichtelijk teleurgesteld hang ik op. Ik ben namelijk wel gek op cadeautjes. Maar hij had me gefopt en kwam toch thuis met het felbegeerde roze tasje. Alleen van het tasje werd ik al heel blij. Die ga ik ook nooit weg doen. Haha, zo ben ik. Voorzichtig haalde ik 2 glossjes en een bodylotion uit het mooie vloeipapier. Helaas geen bodymist, maar wel de goede geur. En lekker! Dit was wat mij betreft genoeg feest. Harm thuis & een cadeautje. Ik ben snel tevreden…

Victoria secret
Zo blij mee!

Maar op mijn verjaardag moest ik werken. Ik hoopte nog dat ze mijn verjaardag zouden vergeten, maar kocht voor de zekerheid toch maar taart. Had hele lekkere besteld; stroopwafeltaart, chocolade/notentaart en nog appel en roomvlaai. En bij aankomst op mijn werkplek hingen de slingers al klaar. Toch niet vergeten. Terwijl ik mijn computer opstart, neem ik een hap van mijn verse croissant. Ik ben de eerste op de kamer en kan zo nog even rustig ontbijten. Maar aan de overkant hoor ik collega’s zeggen dat ze mij komen feliciteren. Ik roep al terug, dat dat echt niet hoeft, maar voor ik het weet staan er 5 collega’s mij te zoenen. Ik lach ze toe met de stukken croissant tussen mijn tanden, maar het schrikt ze niet af. Ik vertel maar gewoon eerlijk dat het voor mij allemaal niet zo hoeft. Velen vinden dit weer raar, maar Margreet laat me in mijn waarde en helpt me door 2 bordjes te maken. Eentje hangt ze op de deur en eentje aan de slinger. Dat is nog eens lief!

No kissing ;-)
No kissing

Ik vind het gewoon raar dat je sommige collega’s het hele jaar amper ziet of spreekt en ze nu ineens moet zoenen. Omdat het hoort. En een verplicht praatje mee moet houden in de trant van ‘heb je al wat gehad, hoe oud ben je geworden en ga je het nog vieren?’. Ik ben gewoon niet zo sociaal. Als ik dit vertel, moeten ze lachen. Dat ik dat gewoon zo eerlijk vertel. Ach ja, ik ben altijd al anders geweest en wil niet doen, wat iedereen maar van me verwacht. Dat een oude mannelijke collega blij opveert vanachter zijn computer, omdat er een pop up komt in zijn agenda ‘Joyce jarig’. En dan naar mij rennen om helemaal gelukkig een zoen net iets te dicht bij mijn mondhoek te plaatsen. Helaas, wees ik nu naar mijn bordjes en kreeg ik een hoop slappe handjes. Prima, voor mij.

Tekening verjaardagDe taart was heerlijk en gezellig bijgekletst met de collega’s met wie ik dat vaker doe. Nog een cadeaubon van Rituals gekregen, die nu al in mijn tas brandt. En de hele dag een beetje Facebook en Whatsapp in de gaten gehouden, om blij digitaal mijn gelukwensen te ontvangen. Zonder zoenen. Dat is fijn. Tussendoor nog een beetje werken en met een zonnetje naar huis. Waar Harm heel erg op tijd thuis is en friet heeft gehaald. Waar ik mooie tekeningen krijg van de kinderen. Lina was vanmorgen mijn verjaardag vergeten (dat krijg je er nou van), maar dat werd nu ruimschoots gecompenseerd door vele kusjes. Mijn schoonouders hadden opgepast en een mooie bos bloemen en goed gevulde envelop klaarstaan voor me. Nog een bos bloemen geleverd gekregen. Ook wit. Wat lief allemaal.

Taart
Beetje vreemd, maar wel lekker

’s Avonds lekker saampjes op de bank met een spannende serie. Ik twijfel of ik nog een stukje taart zal nemen, het ziet er niet zo fris meer uit. Ik hield de tas geloof ik toch iets te schuin. De smaak zal nog wel prima zijn. Ik bewaar wel lekker een stukje voor Lina om morgen mee te nemen naar school en vergrijp me aan de nibbits. Zo vier ik mijn verjaardag graag. Harm vertelt me terloops nog dat ik nog een cadeau krijg, maar dat hij er nog mee bezig is. Ik probeer hints te ontfutselen, maar kom er alleen achter dat het een uitje is en ik fantaseer al over een concert van Beyoncé, een dagje Spa of vakantie. Ik verheug me er al op, om de verrassing te krijgen en ernaartoe te gaan. En zo voel ik me dan toch nog écht jarig.

Deel

Verslaafd

doorPosted on 9 Comments6min. leestijd442 gelezen

Vroeger las ik boeken als ‘Het verrotte leven van Floortje Bloem’ en ‘De moeder van David S.’. Hele heftige verhalen over tieners die verslaafd zijn aan drugs. En alles wat daarbij komt kijken. Ik heb zelf nooit drugs gebruikt. Volgens mij ben ik best verslavingsgevoelig en ik ga het risico niet nemen. Straks geeft het rust in mijn hoofd + een gelukzalig gevoel. Geloof me, dat wil ik dan elke dag wel. Als ik niet eens een rem heb als ik aan een pak koekjes of zak chips (lees nibbits) begin, hoe zal het me dan met drugs vergaan? Juist, beter om niet te testen.

1021547_cigarette_buttEen sigaret heb ik wel geprobeerd. Nou rookten mijn ouders al hun halve leven, dus aan nicotine geen gebrek. Ze wilden liever niet dat we gingen roken, maar boden ook geen rijbewijs als beloning ofzo. Dat hoor je ouders nog wel eens doen. Mijn broer ging er dus voor. Voor de stinkstok, he. Ik had een vriendinnetje, die was iets ouder en op zondag gingen we wel eens een stukje lopen. We eindigden op een bankje, waar zij een sigaret opstak. Man, wat zag dat er stoer uit. Het opsteken, het ermee rondzwaaien tijdens het praten, de lipstick erop, wauw. Ik vond haar al een hele vrouw. Dat wilde ik ook wel zijn. En ik heb het geprobeerd. Echt. Mijn best gedaan. Maar wat vond ik het vies. En ik vond het niet genoeg waard om door te zetten. Ik snoof wel wat dieper als ik weer thuis was.

Ook koffie en bier probeerde ik. Wat een bocht. Eens maar nooit weer. Wijn daarentegen, probeer ik nog wel eens. Omdat ‘dit’ echt een lekkere zoete is. Of omdat het zo ‘gezellig’ is. Of omdat ik er gewoon ook graag van wil genieten, net als de rest. Het lijkt me ook zo romantisch om samen een echt goede wijn te drinken, met een kaasplankje erbij. Nou vind ik schimmelkaas ook niet te nassen, dus is het bij ons gewoon thee met chocola. Of als 2e ronde, sap met chips. Prima voor ons. Maar bij het uit eten gaan met vrienden, ga ik nog wel eens overstag en nip ik van Harm zijn glas. Slaat gelijk dood door mijn lippenbalsem, misschien is dat het wel. Ik heb ook nog gegorgeld alsof het mondwater is en terug gespuugd in zijn glas, maar ook dit kon me niet bekoren. Harm ook niet trouwens.

Dus de conclusie is eigenlijk, dat ik alleen verslaaft raak aan iets wat ik meteen lekker vind. En dat is toch nog best wat, getuige mijn top5:

  1. Lippenbalsem/gloss/stick
    nibbits
    mmm
  2. Winkelen/geld uitgeven
  3. Tijdschriften
  4. Warmte door zon(nebank), bad of douche
  5. Slecht eten; chocoladekoekjes, nibbits etc.

Mijn verslaving aan lippenbalsems begon al op de middelbare school. Eerst met een balsem van de Hema, voor 2 gulden, met vanillesmaak. Helaas verkopen ze deze niet meer. Daarna volgden lange periodes met lipsmackers. In de meest giftige smaken. Maar als meisje van 14, om gelukkig van te worden. Hoe ouder ik werd, kwamen er ook lippenstiften en glossjes bij. Dit is nooit meer over gegaan. Laatst, zouden we met ons huis in een magazine staan. Op de dag dat het blad uitkwam heb ik hem 4 keer doorgebladerd in de winkel. We stonden er niet in. Ik baalde enorm. Wat doe je dan? Juist, ik heb én het tijdschrift gekocht en 3 lippenstiften. Even was ik blij. Maar ik moet alsnog 2 maanden wachten voordat ons huis in het volgende nummer staat. Wat ik uiteraard ook koop (in grote getale) en misschien om te vieren ook wel een glossje ofzo.

Verslaafd aan lippenbalsem
Shame on me

Omdat ik mijn la met make-up aan het opruimen was, heb ik eens wat stickjes en glossjes bij elkaar geraapt. Op de foto lijkt het mee te vallen (of niet?), maar ik heb ze geteld. Raad eens? Ahum, alleen deze op de foto; 97 stuks. Dan heb ik niet eens alle jassen en tassen leeggeschud. En in de auto liggen er nog 2 en op mij werk 3 of 4. Goed, dit is wel duidelijk.

Winkelen/geld uitgeven, behoeft geen toelichting toch? Wel? Oké dan. Ik stond laatst somber naar buiten te staren. Wat voelde ik me kut. Ik hoorde mezelf gewoon mompelen ‘ik heb zo de behoefte om iets te kopen’. Ik biechtte het op aan Harm en hij keek niet eens verbaasd. Hij zei niets. Harm is een wijs man. Ik voelde me toch wel ziek, dat ik niet alleen emo-eet, maar ook emo-shop. En tuurlijk maak ik mezelf wijs dat ik de economie enorm stimuleer zo. En ik berokken er niemand schade mee. Mijn bankrekening laat ik ook niet heel vaak de rode kant van de medaille zien. Maar, het lijkt soms echt als ik eenmaal begin, ik niet kan stoppen.

Mijn eerste missie, een smartphone is na maanden geslaagd. Het volgende doel werd een CHI-stijltang, daar was ik weken mee zoet, om de beste en goedkoopste te zoeken. Daarna volgen nog wat H&M en Wehkamp pakketten, om me vervolgens weer op haarproducten te storten. Want die gebruiken ze bij de kapper ook en daarna zit het zo goed. Maar bij de kapper is het schreeuwend duur, dat moet goedkoper kunnen. Volgende zoektocht. En lees ik ergens iets over dé perfecte BB-cream, moet ik hem eigenlijk gewoon hebben. Laat staan als ik goede reviews lees over een lipgloss…

Tijdschriften. Vroeger las ik heel veel boeken. Die leende ik bij de bieb. Sinds ik op mezelf woon (en eerlijk is eerlijk, zonder bieb om de hoek), heb ik geen bibliotheek meer bezocht. Sommige boeken moet ik gewoon hebben. Best zorgwekkend, dat woordje ‘moet’. Maar aangezien ik niet teveel spanning aankan, zijn tijdschriften een uitkomst. Ideaal om mee op de bank te ontspannen. Tot ik op een gegeven moment stapels LINDA’s bij de rommelmarkt bracht. Ik bracht letterlijk honderden euro’s weg en dat aan 1 tijdschrift. En geloof me, ik kocht er meer dan eentje. Ik ben een tijdje afgekickt. Maar het gekke is, je houdt echt niet ineens geld over. En ik vind ook gewoon heel vaak dat ik iets verdien. Omdat ik zo hard werk, net ongesteld ben geworden, thuis nog harder werk, of gewoon, omdat het goed is om jezelf af en toe te kietelen.

Dit ‘af en toe’ resulteert weer in een paar keer per week een tijdschrift(enpakket) kopen. Maar nu mag het, want het is vakliteratuur voor Hart & Huis, maak ik mezelf wijs. En ik kan slecht ontspannen. Behalve dan zo lekker op de bank met een boekje. Ook ontspan ik echt in de zon (uiteraard met tijdschrift), in bad (niet vaak, maar als ik ga, lig ik uren te weken, juist, met magazines) en onder de douche. Ik weet nog dat mijn moeder vroeger wel eens een kookwekker zette naast de douchecabine. Deze negeerde ik. Maar mijn moeder niet helaas. Die draaide dan beneden de kraan open. En het fijne van douchen is juist de warme stralen. De kou die mijn moeder op me afstuurde was horror. Ik heb er dan ook niets van geleerd. Ik weet dat het slecht is voor het milieu en voor mijn huid. Maar hé, ik rook niet!

zelfgebakken koekjes
Zelfgebakken chocoladekoekjes, mmm

En ik noemde het al, emo-eten. Maar ik ben echt niet altijd emotioneel. Maar ik heb wel altijd zin in wat lekkers. Serieus, altijd. Gelukkig heb ik een snelle spijsvertering en verbruik ik een hele hoop energie, anders was ik tonnetje rond. Ik heb ook nog aan een lintworm gedacht en mijn lieve dokter heeft het onderzocht, maar dat was gelukkig niet het geval. Ik zou er spontaan van gaan kotsen, het idee, zo’n lange worm in me. Maar ik dwaal weer eens af. Dat ik geen discipline/rem/grens heb als iets lekker is blijkt hier echt. Ik kan echt niet maar 1 koekje nemen. Of een handje chips. Mensen die dat kunnen, verdienen een prijs. Serieus. Bij mij moet het op. Leeg. Ik steek mijn kop in die zak chips en lik de laatste zoute restjes eruit. Genieten met hoofdletter G!

Soms probeer ik te minderen en pak wat worteltjes en probeer langs de tijdschriftenrekken te rennen. Het geeft me weinig genoegdoening. Ik weet wel iets wat écht helpt. De zon. Dan vervaagt de rest. En ja, ik lees dan lekker een boekje in de tuin (mét goede beschermende balsem op de lipjes), maar ik ben weinig in de (online) winkels te vinden en heb meer behoefte aan water dan chocola (alhoewel een magnum dan ook prima smaakt). Het is dus eigenlijk allemaal de schuld van de herfst en winter.
Kom op Lente, verlos me   😉

Deel