Dagje Efteling

maandag, december 30, 2013 2 1

De kinderen hebben kerstvakantie. Zullen we naar de winter Efteling gaan? Mmm, wat denk je zelf? Nou geven de behaalde resultaten uit het verleden zelden garanties voor de toekomst, maar in dit geval, durfde ik te wedden dat het ook deze keer bikkelen zou worden voor mij. Ben je nou echt zo’n zeiksnor?, hoor ik je denken. Ja, dat ben ik. Maar ik hou van mijn kinderen en zet mezelf zoals het hoort de kant. Alweer.

DSC07808Harm probeerde zaterdag met een app uit te zoeken hoe druk het zou worden, deze bewuste zondag. Niet te vinden. Moeders checkte ouderwets de site en ontdekte de leugen van de eeuw; de Efteling voorspelde dat het een gezellige bedrijvigheid werd, maar niet druk. Nou is het altijd druk als ik er ben en dat heeft niets met mijn persoontje te maken. Het is gewoon net de Primark. Geen rustig moment te vinden, behalve misschien maandagochtend half 7. Als ze gesloten zijn. Dus. Maar wij gingen op een zondag. Harm probeerde nog mijn gemoederen te sussen ‘de gelovigen gaan in elk geval niet’. Dat zet zoden aan de dijk. Zeker met de enige droge weersvoorspelling voor twee weken. Maar het mocht de pret niet drukken. Harm vloekte nog even bij het afrekenen. We hadden er zin an.

DSC07629Aangezien ik bij voorbaat al een circus aan beren op de weg tref, bemoei ik me verder nergens mee. Harm wil graag na de lunch vertrekken? Prima. We maakten de kinderen nog even gek, met onze hints voor de verrassing van de dag. We gaan de hele dag wandelen. In de buurt van de Drunense Duinen. Een oerkreet ontsnapte uit het keeltje van Lina. Smeekbedes vlogen over de tafel. Alsof ik ons dwaalspoor van de laatste keer vergeten was. Onderweg in de auto verlosten we haar uit haar lijden. We stonden dan wel bij het bord in de file, we moesten nog een stukje verder. Op de radio kwam toevallig een vrouw aan de lijn bij een belspel, die alle tijd had. Ze stond namelijk al ruim 2,5 uur in de file op weg naar de Efteling. Voor de oplettende lezer; ze stond er nog steeds in. Juist. Je halve dag al naar de klote, voordat je het kutpark ook maar met één teen hebt betreden.

Nou nou, niet zo negatief. Gelukkig wonen we dichtbij en duurde onze file maar een half uur extra. Bij aankomst bleken er parkeerterreinen te zijn, waar we nog nooit van geweten hebben. Uiteindelijk was er zo weinig plek, dat het parkeermannetje ons gebaarde op de weg te parkeren. Let the fun begin.

DSC07647Lina pakte blij een plattegrond en wij onze camera’s. Daar gaan we. Mijn eerste voorspelling kwam meteen uit. Luc zag in de verte een trein en begon deze fantastische middag met mantra numero uno ‘ik wil in de trein. Waar is de trein? Ik wihil in dehe TREIN! Whaaaaaa, TREIHEIN’. Afijn, dat in het kwadraat. We beloofden de trein te zoeken. Lientje hoefde niet meer zo nodig door het sprookjesbos en ik volgde gewoon. Uiterst raar, dat hoe je ook liep, je toch in dat fucking bos belandde. Luc moesten we per raampje het sprookje nog gaan uitleggen ook, want die leest alleen Cars/Chuggington/De gouden boekjes en Nijntje. Het sprookje over Langnek ken ik ook niet, maar met fantasie kom je een eind.
‘Waarom heeft hij zo’n lange nek?’
‘Dan kan hij het hele park in 1 keer overzien’.
‘Waarohom?’
‘Omdat hij dan niet net als ons erdoorheen hoeft te sjokken’
‘Wat zit er op zijn neus?’
‘Een bevroren korst snot’.
‘Waarohom?’
‘Klein duimpje heeft zijn zakdoek verstopt’
‘Waarohom?’
‘Hé Luc, hoor jij de trein ook al? We zijn er bijna’
Oké ik overdrijf graag, maar geitjes in jurkjes vallen niet fatsoenlijk uit te leggen. En draken, trollen en heksen schrikken zijn tere zieltje af. Dus we maakten een foto per sprookje en waren opgelucht toen we in de rij konden gaan staan bij het station.

Uitstappen bij Ruigrijk, want Lina wilde in de Python. Harm zijn handige app voorspelde een wachttijd van een uur. Hij hing zijn rugzak op mijn tere schouders en ik zakte bijna door mijn hoeven. Wij kunnen namelijk nooit gewoon op pad. En aangezien de sd-kaart van onze videocamera hedenmorgen stampesvol bleek te zijn, liep ik nu met twee spiegelreflexcamera’s op mijn rug. Één om te filmen en de ander om mee te fotograferen. Zelf vond ik mijn kleine digitale cameraatje juist handig op zo’n dag. Paste makkelijk in mijn overvolle tas. Die puilde uit van koekjes voor onverwachtse honger, droge kleding, natte & droge doekjes, pleisters en flessen water, want hé, we zijn immers op survivaltocht.

De fotograaf

De fotograaf

Met Luc sloot ik aan in de rij voor een duffe walvis. Hij zag er in ieder geval niet misselijkmakend uit. Dat haat ik. Terwijl Luc van hek naar hek slingerde, stonden achter me twee etterbakjes tegen mijn rugzak te beuken. Bruusk hing ik elke keer het hengsel weer terug op mijn schouder en ik gaf ze de blik des doods. Nou voelden die duiveltjes daar niks van. We zaten immers al in de hel. Toen het grootste ettertje zijn broertjes gezicht als slijptol voor de bakstenen muur probeerde te gebruiken, heb ik ingegrepen. Hij brabbelde wat Vlaams terug en ik draaide me weer om. Stak mijn tong uit en mompelde ‘jij ambetante zottekop’. De attractie was voorbij, in een tiende van de tijd die we ervoor in de rij hadden gestaan, maar Luc straalde en daar doe je het dan toch voor.

We ontmoetten gelukkig onze andere gezinsleden per toeval, aangezien mijn telefoon weigerde dienst te doen in deze drukkende mensenmassa. Overal voelde je ellebogen, werd je geschopt en op je tenen getrapt. Ook door mijn eigen kinderen, maar die kon ik tenminste terug schoppen. Mijn humeur werd er niet beter op. Ik moest wat eten. Niks gezonds te vinden natuurlijk. Dan wil ik een warme wafel. Mét chocola. Dit is voor het eerst dat ik iets wilde in dit park vol pret, dus niemand zeurde toen we weer in een ellenlange rij aansloten. Nergens ook plek om te zitten, dus we schoven onze snacks staand naar binnen. We bleken in de buurt van Carnaval Festival te zijn. Juist ja, die met dat zenuwenlied. Maar Luc houdt van Yoki en wij houden van Luc, dus prima om weer een uur te gaan schuifelen. Wat bewogen foto’s verder gaan we weer op zoek naar iets leuks voor Lina. Ta tata ta tatata tata.

DSC07728Vogelrock werd het. Het enige fatsoenlijke verder in de buurt was Monsieur Cannibale. Luc wilde wel in zo’n kookpotje. Ik drukte hem op zijn hartje, dat mama het niet ging waarderen als hij probeerde te ‘sturen’. Voor Luc ging het gelukkig zo al hard genoeg. Ik probeerde foto’s te maken en mijn maaginhoud binnen te houden. De kannibaal mixte mijn wafel met mijn ingewanden en Luc gierde het uit. Ik wilde ook gieren; met gierende banden naar huis. Maar ik was in de minderheid. Dan wilde ik eten. Luc had een nieuwe mantra: IK.WIL.PIZZA. Laten ze dat nou nergens maken, waar wij langskwamen. Harm vond de restaurants te druk. JOH?! Bij de derde vreetschuur dwong ik mijn geliefden in de rij te gaan staan. Dat deed ik immers al de hele dag voor hun. Ik keek de mensen van hun tafeltje en Lina en ik ploften zuchtend neer. Zitten. Warmte. Eten.

Ik schraapte de resten van de erwtensoep uit de pan en genoot er de rest van de avond van. Jak. Tijdens onze voedselinname verscheen er een blij hoofd aan onze tafel. Dat kon geen bezoeker zijn. Klopt. Het was een medewerkster. Gail. Zij was één van de animators op Kos en kwebbelde er vrolijk op los. Waarom we de drukste dag van het jaar uitgekozen hadden om te komen, vroeg ze zich af. Uhh… Er bleken met ons nog zo’n 25.000 domme mensen door het park te huppelen. ‘Allemaal hier?’ Lina keek rond in het restaurant. Het was afgeladen. Net als de wc’s. Luc had buikpijn. Gelukkig was de mannen wc rustiger. En negeerde ik de pislucht en blote piemels in pisbakken. Lucje pakte blij de wc-bril beet (iewh), waar ik zijn krampen richting persgat probeerde te masseren. De keutels schoten gaten in de pot en we konden weer verder.

Fata Morgana...best spannend

Fata Morgana…best spannend

Luc wilde nu toch echt schaatsen (langlaufen op zo’n sneeuwbaantje). We lulden als Brugman, maar ons vermoeide ventje trapte er niet. Wat nou ‘we hebben geen schaatsen bij ons’. Dat kind was niet achterlijk. Zucht. Lina en Harm verdwenen richting Joris en de draak. Bedachten dat Fata Morgana wel wat voor ons was. Luc liet zich overhalen van schaats naar boot. Jammer was het wel dat hij niet mocht sturen. En dat het er donker was. Er mannen met grote geweren stonden. Er een hek naar beneden kwam. BAM. Er slangen met lichtgevende groene ogen waren en tijgers die om de hoek kwamen brullen. Mijn prulleke wist niet hoe gauw hij hierna bij de wc’s moest komen. Terwijl ik bij de hokjes stond te wachten, wiebelde hij van voet naar voet ‘het was wel errug spannend he mama’. Nou. De nood was zo hoog, dat Luc me meetrok naar een pisbak ‘doet papa ook’. Hij hield hem al met twee handjes vast (dubbel ieuwh). Ik rukte alles naar beneden (nou ja, je snapt me) en tilde hem op. Duwde zijn onderlijf in de pisbak, voordat hij ons zeiknat zou spuiten. Terwijl ik hem weer neerzette keek ik zoekend rond ‘waar is het pleepapier hier?’ Blijkbaar hoort dat niet bij een pisbak. Luc sjorde het spul met pisdruppels erbij weer omhoog en de andere piemels weer proberend te negeren sopte ik onze handen flink in. Het ijskoude water voelde warm aan op onze rode bevroren handjes. Handschoenen weer aan en naar de spot om de watershow te kijken. Dat is papa zijn ding. We hadden een mooi plekje gevonden, Luc en ik. Om ons heen verzamelden de overige Die Hards (het was inmiddels 20.00 uur) en het water begon te roken. Harm was niet te bereiken. Kuttelefoon. Ik smeet hem nog net niet tegen de grond. Ik appte hem waar we staan en hoorde de mensen achter me mopperen over ons karretje. Maar Luc was er helemaal groos mee. Hadden we speciaal voor hem geconfisqueerd aan het einde van de dag, dus deal ermee zeikerds. Ik heb de hele dag ook tegen jullie kutkoppen aan moeten kijken en daar heb je me ook niet over gehoord.

Wachten op de show

Wachten op de show

‘Mama, ik moet plassen’.
‘Alweer? We zijn net geweest. Wacht maar even. Papa komt zo, dan kan hij op ons plekje staan’.
Aaarrghh, waar blijft Harm? Een appje; wij staan voor fata. Een mooi plekje.
‘Ik moet heeeeel nodig mama’, Lucje wiebelde heen en weer. Ik borg mijn telefoon en fototoestel maar weer op en reed de zeikerds achter me over hun lange tenen met ons karretje. We sjeesden naar de wc en gelukkig was er een hokje vrij. Ik was net te laat met het vragen of hij zijn slurf ín de pot wil hangen en zag Luc alles onder sproeien. Zijn boxershort, spijkerbroek, trui, jas en pot. Neeheee. Met dikke proppen wc papier hielp ik Luc van zijn pisdruppels af. ‘Geeft niet he mama?’
Tuurlijk niet, ik heb toch al een topdag. ‘Mama wil ook nog even plassen nu we er toch zijn. Niet de deur open doen!’
Ik zat nog niet koud of Luc duwde de knip al omhoog. Gelukkig ben ik kampioen-plassen-afvegen-omhoogtrekken, want 1 seconde later gooide hij blij de deur open. We herhaalden ons sopritueel en zochten Harm en Lina op. We fotografeerden de mooie show en ik keek Harm smekend aan. Ja, we gaan. Het was inmiddels 21.00 uur. Een dag vol krijsende kinderen en zeikende ouders ‘pas op, kijk uit, hier blijven, niet rennen, voor je kijken, niet klimmen, kijk eens hier, lach eens, zeik, zeur, snauw, bla etcetera’. Nu verscheen er een krakende lach op mijn ijsgezicht. We gingen naar huis. Dat is pas een attractie. De volgende rij was voor de parkeermunt-automaat. Een lange stoet mensen schuifelde vervolgens naar de uitgang. Wij met hun. Richting onze auto. Met verwarming. In de file om hier weer weg te komen. Wie huppelde daar op haar Primark gympies tussen die meute makke schapen? It’s me. Finally. Home is where my heart is!

De show must go on...zonder ons

De show must go on…zonder ons

1
2 Comments
  • Avatar
    El
    januari 1, 2014

    Heb meteen maar even gekeken hoe druk het is als wij gaan. Er staat rustig, maar of dat klopt?! 😉

    • joyce
      joyce
      januari 2, 2014

      Haha dat is nog een verrassing. Maar volgens mij is het altijd druk 😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *