Bevalli(n)g

zondag, juni 2, 2013 2 1

Vandaag een appje van een vriendin. Ze is bevallen van een meisje. Ik lees het in de auto en smelt. Kan niet wachten om weer een baby’tje vast te mogen houden. Aan het hoofdje te mogen snuffelen en alle verhalen over de bevalling te horen. Ik hou ervan. Je mag me er nog net niet voor wakker maken. Maar ik heb geen moeite met deze verhalen tijdens het eten bijvoorbeeld. Ik word niet misselijk van klemmen, pompen, tangen en smul van verhalen dat het bloed tegen het plafond spuit. Al gun ik mijn vriendin dit niet en hoop ik voor haar dat het geen mals maar saai verhaal is. Volgens ‘het boekje’. Welk boekje mag Joost weten. Maar in het appje van vriendinlief stond dat het snel is gegaan en that brings back memories…

En dan heb ik het eigenlijk niet over bevalling nr. 1. Die was niet snel, maar blijkbaar wel volgens het boekje. Trots dat ik daarop was. Wist ik veel, ik was 21. Had 12 kilo extra aan mijn buik hangen, een paar dagen te vroeg en kreeg netjes in de ochtend een soort menstruatiekramp. Aangezien ik al een paar maanden niet ongesteld was geweest, moest dit het dan wel zijn. Mijn toenmalige vriend noteerde netjes de tijden van de weeën op een papiertje. Je zult daar nu vast een app voor hebben. Dat je je slimme telefoon op je buik bindt en hij zelf de verloskundige belt als het zover is. Maar we praten over 10 jaar terug. En deden alles nog handmatig. Zoals ook het masseren van mijn onderrug. Of tegendruk bieden, want de pijn die ik voelde wilde ik overheersen. Dus mijn ex heeft er nu nog paarse knokkels van. En ik de deuken in mijn rug.

In de tussentijd kwam de verloskundige even langs, stopte haar vingers even naar binnen (tuurlijk joh, waarom niet) en concludeerde dat ze nog wel even kon gaan eten. Huh? En weg was ze. Ik wilde haar achterna strompelen. Haar vastgrijpen aan haar witte jas en deze tegen me aandrukken. Dat ze me zou vertellen dat het gauw over zou zijn, de pijn. Ze kon me zo toch niet achterlaten? Ik ging dood. Nou ja, ik ben nogal een hypochonder en had ik al gezegd dat ik 21 was? Waar de meeste meisjes nog met barbies speelden, of een poging deden om te studeren tussen het feesten door, wilde ik graag moeder worden. Dat heb ik geweten ook. Maar gelukkig kwam mijn heldin eindelijk terug en constateerde na wat gewroet dat ze nu zou blijven. Ik was blij, alhoewel ik dit woord vast anders had uitgekozen toentertijd. Ik lag op mijn zij, in elkaar gedoken, alsof ik zelf een foetus was. Schreeuwen om mijn moeder had geen zin. Dit moest ik zelf doen. Met vriend en witte jas. Ze hield mijn hand vast. Ik kneep haar vingers tot moes en voelde me een klein ziek meisje. Ik kroop zo in mijn rol, dat ik maar bleef herhalen ‘het doet zo’n pijn mevrouw, het doet zooooooooo’n pijn’. Mijn hersenen konden alleen nog maar pijn registreren, de naam van mijn verloskundige lukte niet meer. Gênant.

Maar ach, je ligt daar toch al niet op je voordeligst. Want zoals je van tevoren denkt, wil je eerst de boel down under nog even bijsnoeien. Alhoewel het woordje ‘bij’ hier overbodig is. Ik zag mijn tenen amper, laat staan mijn venusheuvel. Hoe gezwollen ook. De mooie landingsbaan was verdwenen. Gelukkig was deze ook niet meer aan te bevelen voor de piloot de laatste tijd. Toch schoor ik. In het wilde weg. Alles weg. Maar dat stond die ochtend nog op het programma. Maar ik had nog niet gedoucht, laat staan geschoren. Hebben we het nog niet eens over keurig gelakte teennagels. Stonden ook op mijn lijstje, voor als het moment aan zou breken. Dat ik dat moest bereiken door als een wijdbeense boeddha het nagellakkwastje te bedienen met mijn tanden, had ik er graag voor over. Helaas. Nu lag ik ongewassen, zonder lenzen, met stoppels en afgebladderde nagellak te zweten bij een verloskundige die ik nog nooit had gezien. En hierna hopelijk ook nooit meer ZOU zien. Want na een paar uur werden mijn jammerkreten harder en moesten de slaapkamerramen dicht. En dat met 30 graden. Er zal een lekkere frisse lucht in die kamer hebben gehangen.

Maar eigenlijk mag ik natuurlijk niet klagen. Ben gewoon ‘heerlijk’ in mijn eigen bed bevallen. Alleen niet zo bevallig als ik had gehoopt. Maar ik hield er een heel klein meisje aan over. Ze leek een beetje op een Chinees, met haar zwarte haartjes en spleetoogjes, maar al was ze blauw, ze was van mij. Gemaakt door mijn lichaam. Wauw, wat een wonder. Op het moment zelf was ik minder euforisch. Na een gigantische brandende pijn (alsof iemand je doos heeft ingesmeerd met vicks en tijgerbalsem en er vervolgens een paar meloenen doorheen probeert te duwen en een olifant een dansje doet op je buik en wespen je rug tot moes steken), legde de witte jas een hoopje op mijn borst. Trok gewoon mijn shirt omhoog (alsof ze nog niet genoeg van me gezien had) en daar lag ze dan. Ik vroeg of ze niet eerst schoongemaakt moest worden. Wist ik veel. Had geen filmpjes, yogalessen of zwangere vriendinnen gezien om te weten hoe het eraan toe ging. Wel een beetje gelezen, maar dan vooral waar je de leukste jurkjes kon scoren.

Daar lag ze dan. Mijn popje. Voorzichtig raakte ik haar aan. Dit intieme moment werd ruw verstoord door de vrouw zonder naam. Er moest blijkbaar nog meer uit mijn doos komen. Een baby was niet genoeg. Dus nam ze een aanloop en bokste met haar ellebogen in mijn pijnlijke pudding. Ik huilde, en niet van geluk. De hechtingen wil ik het niet eens over hebben. Maar mijn beul keek triomfantelijk. Ze leek de ingewanden van een walrus (lees: mij) omhoog te houden. Probeerde uit te leggen dat mijn kindje daarin gezeten had, maar ik vond haar alleen maar walgelijk. En focuste me weer op mijn prulletje, wat eindelijk op, in plaats van in mijn lichaam zat. Mijn meisje.

En ondertussen nog even bevallen

En ondertussen nog even bevallen

En toch was dit alles volgens een of ander boekje. Alleen heb ik er geen hele fijne herinneringen aan. Maar ik ben dan ook niet zo’n kloeke oermoeder, die met een kind aan de borst en de was te schrobben in een tobbe, een kind tussen mijn rokken vandaan pers, deze aan de andere tepel vastnagel en de was op mijn heupen vouw. Dus jaren later, toen de kinderwens groeide met de dag, gaf ik me eraan over. Dat ik zwanger raakte na 9 maanden, daar was ik al heel dankbaar voor. Dat ik na 6 weken alweer mocht genieten van bekkeninstabiliteit, stemde me treurig. Dit zouden lange maanden worden. Door de zomer heen. Dus ik vrat me vol aan ijsjes. 18 Kilo magnums verder, kon ik niet meer. Ik was depressief. Belde zelfs de verloskundige dat ik het niet meer trok. De pijn, het niks meer kunnen en die harde buiken. Man, die harde buiken. Alsof ze ineens via je gat helium naar binnen spoten, totdat je op knappen stond. En dan moest ik nog beginnen met bevallen…

Later bleken het al voorweeën te zijn en ik zou het nooit meer zover laten komen. Ik zou gewoon net zolang in de verloskamer gaan gillen, totdat ze me eindelijk zouden toucheren. Nu verlangde ik ernaar. Voel dan, ik ben allang begonnen. Maar ik liet me op mijn dikke olifantspoten naar huis sturen. Waar ik nog maar een ijsje at. Ik raakte overtijd, terwijl ik dacht te vroeg te gaan bevallen. Mensen gaven me ongevraagd tips. Alsof ik de fabeltjes over seks, ananas en ginger ale niet kende. Ik had aan geen van allen behoefte, maar voerde het uit, vrat het op en kotste het uit. Als jullie het dan allemaal zo goed weten, help me dan. Snikkend wentelde ik me in mijn medelijden. Achteraf kijk je erop terug en denk je, wees blij dat je zwanger bent. Van een gezond kind. Wat doen die paar dagen er dan toe. En die pijn? JE KRIJGT ER ZOVEEL VOOR TERUG. Klopt. En ik was er klaar voor. Dus ik zette de muziek op volume 25 en heb de kasten voor de 5e keer uitgesopt. Met als verschil dat ik er nu bij probeerde te dansen. Als een koe, die in een brandnetel heeft gestapt. Ik loeide en ik stampte. Of het heeft geholpen, weet ik niet, maar ’s avonds op bed begon het.

Mijn buik, weer strak als een overvolle opgeblazen ballon. En aandrang. Ik waggelde in sneltreinvaart naar de wc. Leegde mijn darmen en verloor vruchtwater. Ik kroop terug naar bed en piepte tegen Harm dat het niet goed ging. Hij wist niet wat hij ermee aan moest en belde de verloskundige. Die vroeg naar mij. Heel rustig (alsof boeddha himself in mijn buik was gekropen) vertelde ik dat er bloed bij het vruchtwater zat en dat ik al 2 keer had gepoept. Maar dat ik geen weeën had, maar de meest pijnlijke pijn die ik ooit had gevoeld. Alsof mijn buik elk moment ging ontploffen. De verloskundige (een andere, want inmiddels verhuist) besloot geen risico te nemen en sprong in haar kar. Na 20 minuten racen door de polder, bereikte ze eindelijk onze stal. De kribbe stond klaar. Ik ook. Harm deed de deur open en ik krijste dat ze allebei naar boven moesten komen. Ik wilde ook nu niet alleen zijn. Help me toch. Ik was zo blij dat ze er was, nu kon mijn zoontje komen. Ik schreeuwde ‘hij komt, hij komt’ (en ik bedoelde niet Harm of Sinterklaas). Ze wuifde mijn woorden weg, maar ik zag haar ogen schotelvormig worden toen ze mijn onderkant wilde betasten. Dat hoefde niet eens. Ze zag al haar en dit keer was ik perfect geschoren (ik nam geen risico en werkte alles 2 keer per dag bij), dus Luc diende zich aan. Voor ik het wist had ze haar handschoenen aangetrokken en wurmde ze haar vingers naast het hoofdje. Omdat ik toch al dacht dat ik doodging (alweer ja, ik kreeg ook een soort deja vu), liet ik haar begaan. Erger kon het niet worden.

Opgelucht & gelukkig

Opgelucht & gelukkig

Maar de hemel ging open (vanonder) en daar vloog mijn engeltje eruit. Geholpen door mijn lichaam. En nadat mijn blauwe wolkje op mijn borst werd gelegd, leek hij daar perfect te passen. Hij krulde zich om mijn Pamela Anderson meloenen en ik knuffelde hem terug. Hij was er. Eindelijk. Weg depressie. Hallo geluk. Toen ze hem weer van mijn rondingen plukte en onderzocht, was de kraamverzorgster er nog niet en kleedde de verloskundige hem gelijk maar aan. Eer hij zijn schattige pakje aanhad en alles gecontroleerd was, moest er blijkbaar ook nog gehecht worden. Ik vond het niet nodig, maar ach, welke moeder komt er ongeschonden uit de strijd? De één heeft Tena Lady nodig bij het trampolinespringen, de ander krijgt een applaus van haar klappende schaamlippen bij een nies. Dus zolang ik geen totaalruptuur heb, knijp ik mijn onderkant zelf wel samen. Het is maar 1 prikje, suste de verloskundige. Aangezien mijn adrenaline, net als ik wilde gaan slapen, sprong ik tegen het plafond toen de naald zich in mijn vlees boorde. Ook dit keer gold letterlijk; bloed, zweet en tranen.

Mijn kleine kroost

Mijn kleine kroost

Toen ik eindelijk fris gewassen met mijn slapende knulletje op mijn arm, mijn slaperige dochter zag aankomen (die sliep wonderbaarlijk genoeg door mijn gekrijs heen), was ik meer dan gelukkig. Mijn man klom ook weer op het bed. Mijn gezin. Compleet. Nooit meer bevallen. Zo gezegend met mijn twee gezonde kindjes en nooit geen polonaise meer in, aan en uit mijn lijf! En om mijn bevallingen ‘volgens het boekje’ en ‘in vogelvucht (3 kwartier)’ te verwerken, staat het nu hier. Maar ik vertel er ook graag over hoor, met alle details. Vertel jij mij dan jouw verhaal? Pak ik de chocola.

1
2 Comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *